“In 2026 is er geen plaats meer mevrouw, ik zal u op de wachtlijst zetten.”

Het is eind april en ik bel naar de tandartspraktijk waar ik al een jaar of vijftien in mijn mond laat kijken. Tijdens mijn jaarlijkse controle half mei zit ik vrij onverwachts voor het werk in het buitenland, dus ik moet wel even schuiven. Een paar weken later krijg ik op donderdag telefoon. Er is zaterdag blijkbaar onverwachts een gaatje vrijgekomen. Komende van de telefoniste van een tandartspraktijk vind ik ‘een gaatje’ beangstigend klinken, maar ik zeg vrolijk ja. Want op zaterdag zijn de dingen vaak toch iets makkelijker te regelen.

Het is akelig stil als ik door de statige deur stap. De garage en fietsenstalling is gesloten en de lichten zijn grotendeels uit. Ik wil bijna terugdraaien, maar de dame achter de hoek zegt dat ik meteen mag doorlopen. In zo’n gigantische groepspraktijk weet je nooit zeker wie je mond zal beoordelen, maar ik mag weer in de stoel gaan liggen bij de man die me bijna twee jaar geleden zo zwaar verdoofd heeft dat de helft van mijn gezicht 48u later nog steeds geen teken van leven vertoonde. Ik probeer me te focussen op zijn gekke schoenen, zodat ik niet hoef te denken aan hoe ik daardoor vandaag nog altijd gevoelloze plekjes in mijn lippen heb.

Een jaarlijkse controle en tandsteenverwijdering zou ik nooit omschrijven als aangenaam, maar deze keer ga ik echt door het plafond van de pijn. De tranen rollen over mijn wangen, ik span mezelf helemaal op in de hoop het leed een beetje de baas te kunnen maar spring alsnog een paar keer bijna uit de stoel. Is dit wel normaal?

Compleet van slag strompel ik uit de stoel. De dame aan de balie meldt me dat er op zaterdag een extra toeslag wordt aangerekend, nochtans had niemand me daarover geïnformeerd. Daarna verklapt ze ook nog dat de praktijk van wacht is en dat het fijn is als er op lege momenten dan toch patiënten komen. Ik wil zeggen dat ik het vreemd vind dat ik extra moet betalen terwijl ik blijkbaar een leeg moment kom opvullen, maar ik kan niet meer praten want mijn mond doet te veel pijn.

Vijf dagen later is dat trouwens nog altijd het geval. Mijn tanden doen pijn en er zijn nog altijd wondjes achteraan in mijn mond. Een jaarlijkse controle moet andere dingen brengen, dus ik beslis dat het genoeg is geweest. De afgelopen jaren heb ik daar iets te veel nare ervaringen gehad. Maar overschakelen blijkt niet zo evident. In Gent is er bijna overal een patiëntenstop. Moet ik het numerus fixus systeem daarvoor bedanken?

Als een bakker slecht brood verkoopt, ga je naar een andere. Bij een medisch hulpverlener ligt dat blijkbaar moeilijker. Niet alleen door de wachtlijsten, maar ook omdat er toch nog een laagje onaantastbaarheid en blind vertrouwen op zit. Terwijl je eigenlijk nooit weet of die welbepaalde arts hoge cijfers had of met de hakken over de sloot zijn diploma heeft behaald. Beangstigend, eigenlijk.

Maar wat ik dus wou vragen: heeft er iemand nog een gaatje?