Oma.

Het overvalt me soms, dat ik zo graag nog eens met jou zou willen praten. We zijn tien jaar vreder en je hebt zoveel gemist. Ik wandel door ons huis en vraag me af hoe vaak jij hier zou zijn. Ik vraag me af wat jij er van zou vinden.


Voor die hersentumor je op een maand tijd onderuit haalde, was je de meeste kwieke 71-jarige die ik kende. Nog elke dag werken, nog elke dag energie als een jonge hond. Om dan een jaar lang af te takelen terwijl we je al kort voor de diagnose kwijt waren. Je was niet meer oma, alleen nog haar lichaam. 

Maar ik denk aan wie je daarvoor was. Een bikkelharde vrouw met geen ruimte voor nuance. Maar ook een zacht ei als het op haar kleinkinderen aankwam. Wij mochten alles. Ook de dingen die je je eigen kroost staalhard ontzegd of verboden had. Ik had een eigen kamer en het leek alsof ik even vaak bij jou sliep als thuis. Jij toverde elke keer weer het gevraagde uit je hoed, of beter gezegd uit je bodemloze kelder. 

Die is er niet meer oma. De kelder is leeggemaakt en afgebroken. Er is zo-veel veranderd. Zo ontzettend veel. 


Ik vraag me zo vaak af hoe het zou zijn. Hoe jij als overgrootmoeder zou overlopen van trots. Hoe jij zou vinden dat ik het doe, met drie kinderen en een full time job. Of je zou begrijpen dat het huishouden er soms bij inschiet, of je langs je neus weg toch eens een stevige opmerking zou maken. Misschien zou je wel stiekem mijn wasmanden komen stelen om ze gestreken terug te brengen. Want ik strijk niet, oma. Af en toe eens een kledingstuk als het echt niet anders kan, maar verder nooit. Zouden we daar gesprekken over hebben? Van niet-strijkende kleindochter tot grootmoeder met een stoomstrijkijzer, stoompers én strijkrol? Zouden we daar grapjes over maken? 


Hoe zou het zijn als ik met mijn bende jouw appartement zou binnenvallen? Waar ik vroeger gewoon een beetje kwam hangen. Om samen tv te kijken, of om een bad te nemen terwijl jij vanalles naar de badrand bracht. Waar je steevast een cent in mijn handpalm drukte als ik vertrok, want je was toch mijn meter.  Zou je dat met mijn kinderen doen? Zou je me complimenteren op hun goeie manieren of me voor gek verklaren als je zou zien hoe ik met hen omga? Responsief ouderschap staat mijlenver van wat jou vertrouwd was. Ik laat mijn kind nog geen nacht alleen in een kamer, jij liet hen in hun wiegje liggen en ging met groenten naar de veiling. Dat waren andere tijden en ik vraag me af of we elkaar daar in zouden vinden. Dat zouden boeiende gesprekken zijn, waarvan ik me afvraag of ik je zou kunnen overtuigen. Van koppige kleindochter tot koppige grootmoeder. 


Wat zou ik graag nog eens pannenkoeken komen eten op 1 november. Want je kon naaien als de beste, maar koken was – sorry dat ik het zeg – echt geen talent. Met uitzondering dus van pannenkoeken (maar echt: flinterdun en goudgele perfectie) en rijstpap met melk van den boer. Daarvoor zou ik zo graag nog eens aanschuiven. Met kristalsuiker uit je doos met rood schuifdeksel. Met botermelk uit een fles. Met jouw gezelschap. 


Oooh oma. Je was er niet toen ik mama werd. Je was er niet toen we een huis kochten. Je was er niet toen we trouwden. Je was er niet toen je kleinzoon stierf. Je bent er niet, en toch wel. 
De tonnen zakdoeken die je gestikt hebt, vinden altijd opnieuw de weg naar onze broekzak. De kussens die door je handen gingen, geven ruggensteun wanneer we het nodig hebben. Bij elke gordijn dat door mijn handen glijdt, moet ik aan je denken. Bij elk kledingstuk dat ik pas en niet 100% goed zit, moet ik aan je denken. Ik denk aan je.

 
Ik weet niet meer hoe je stem klinkt. Ik zie nog wel voor me hoe je beweegt, maar ik weet niet meer hoe je ruikt. Ik voel je blik soms priemen, maar weet niet van waar. 
Maar je bent er. We hebben het zo vaak over jou. Meestal met een grote knipoog. Met een straf verhaal. Met een glimlach.

We zijn tien jaar verder. Je hebt zoveel gemist. Ik wil met je praten.  

Posted in Uncategorized | 7 Comments

Jaarbrief 9 – Basiel

Een verjaardag duwt een moeder(hart) automatisch een valies in haar handen. Op reis door memory lane. Negen jaar geleden kwam jij vliegensvlug in de wereld gerold met een zotte bevalling. Jouw kraamtijd beschouw ik nog altijd als bij de mooiste maanden van mijn leven. Eindelijk helemaal losgeschakeld van werkstress om helemaal op te gaan in de rol van mijn leven: jouw moeder zijn.

Je bent nog altijd een heerlijk kind, maar al lang geen baby meer. Die beginnen hun dag doorgaans niet met het lezen van de krant. Je bent enorm intelligent, barst van de humor en bent heel zorgend voor Rosalie. Soms zit het er wel eens bovenarms op met Felix, maar even vaak vullen jullie elkaar netjes aan.

Ik vraag mij af wanneer het moment komt dat wij (hopelijk alleen tijdelijk) uit de gratie gaan vallen. Een puberbrein is toch ingesteld om ouders als extreem vervelend te ervaren. Voorlopig is dat nog niet het geval, integendeel. Als je zou mogen kiezen, zou je het liefst elke avond opnieuw in mijn baarmoeder kruipen om daar de nacht door te brengen. Je bent onhandig in het begrijpen en onder woorden brengen van je eigen gevoelens, maar je zalf is meestal dicht bij ons zijn. Je bent de grootste, maar met het kleinste hartje.

Als je niet op de iPad mag (inderdaad zoon, er staan bepaalde limieten op voor je eigen goed), ben je tegen een bal aan het trappen. Als we te vroeg zijn op school, ben je boos omdat je liever nog met je vrienden in de opvang blijft (om te voetballen). Maar we kunnen duidelijk zijn: een bal gaat makkelijker in de goal, dan een vreemde smaak in je mond. Proeven en eten blijft een uitdaging, maar gelukkig hebben we onlangs wat nieuwe dingen aan het gamma kunnen toevoegen. Voor je verjaardag heb je wel een klassieker besteld (en terecht!), we laten de stoverij met frietjes weer in grote hoeveelheden aanrukken.

Je verslindt de loserboeken van Jeff Kinney. Je hebt alle Kiekeboes, Jommekes en Buurtpolitie-strips hier in huis al minstens twee keer gelezen. Je leest in je bed tot het licht uit moet, de tijd daarvoor kijken wij samen naar Thuis. We bespreken uitvoerig alle personages en wat er met hen gaat gebeuren. Je bent fan van Lowieke omdat die Bobot heeft uitgevonden en van Tilly omdat die een grote mond heeft, maar vooral van samen in het grote bed liggen. Je vraagt ook elke avond aan Rosalie of ze dan tegen jou wil komen liggen, maar ze werkt meestal niet geweldig hard mee. ‘s Avonds ben ik haar favoriete kussen, zoals dat negen jaar geleden bij jou niet anders was.

Vanmorgen mochten we je eindelijk vertellen dat je mag gaan voetballen bij FC Rooigem. Je staat al drie jaar op de wachtlijst, maar pas een paar weken geleden kregen we bericht dat je mag starten. We besloten om het geheim te houden tot je verjaardag. Dat heeft geloond want je gezicht was echt goud waard. Na de zomer zal ik dus langs een veld staan en vooral niet roepen op jou, want ik ken geen hol van voetbal. Ik probeer ook de spandoeken thuis te houden en je gewoon casual een drankje te brengen in de kantine achteraf. Of gaat dat alleen maar zo in FC De Kampioenen? We zien het wel. Maar aangezien je niets liever doet dan op school met je vrienden tegen die bal te trappen, hoop ik dat je het daar heel leuk gaat vinden.

De weergoden hebben geen mooi trackrecord op jouw verjaardag, want ongeveer elk familiefeestje zijn we uitgeregend of uitgebrand van de hitte. Als het zondag droog blijft, kunnen hier wat familieleden in de tuin komen zitten. Om in te halen wat we allemaal veel te hard gemist hebben: elkaar.

Volgend jaar ben je een tiener, wat ik echt een gekke gedachte vind. Jij drukt ons gewoon kei hard met de neus op de feiten, wij worden ouder. Jij wordt ouder. Jij bent echt al een grote jongen.

De oudste zijn is niet altijd een dankbare plek, maar je vult die heel natuurlijk in. Als ik nog een kaarsje op je taart mag zetten (waar je niet van gaat eten, want eikes moeder, taart), dan hoop ik dat je een gemakkelijke weg vindt om de dingen waar je mee zit naar boven te halen. Uit te blazen, zoals verjaardagskaarsjes.

Maar blijf vooral wie je bent. Een fantastische negenjarige.

Gelukkige verjaardag Basiel,

je mama.

(PS: Stiekem rijstkoeken eten lukt niet. Ik zie de kruimels en hoor het gekraak echt wel ;))

Posted in Basiel | 2 Comments

Dorre tak.

Is het omdat je verjaardag nadert? Het moment waarop je voor de derde keer verjaart, maar nooit meer jarig bent.

Is het omdat ik je sinds kort altijd rond mijn pols draag? Een subtiele armband met aan het slotje jouw hartje dat mij af en toe eens prikt.

Is het omdat het we zoveel troostmomenten hebben moeten missen door corona? Geen samenkomst op je sterfdag, geen kerstfeest, geen vuur op je verjaardag. Niets samen dragen, tenzij op afstand.

Is het omdat we trouwden en jij er opvallend hard niet bij was? Is het omdat? Is het omdat we vragen blijven stellen?

Ik weet het niet.

Misschien is het wel gewoon omdat we bijna twee en half jaar verder zijn, en jij nog altijd verschrikkelijk dood bent.

Maar ik zeg het je broer, het is moeizaam in mijn hoofd. Als ik ga lopen, dwalen mijn gedachten af naar jouw laatste momenten. Als ik op de trein zit, staar ik in het voorbijflitsende diepe en vraag me af waarom. Als ik in slaap val, komt dat laatste familieweekend steeds maar voorbij.

Er is zoveel niet gezegd. Er zijn zoveel vraagtekens. Er is zoveel leegte.

Als ik Basiel met een bal zie rondhossen, tekent het gemis zich hardlijnig af. Ook al gaat mijn verbeelding meteen met de fictieve feiten op de loop. Ik zie het echt voor mij, hoe jij in de Bergstraat met hem balletjes staat te trappen. Ik zie het, hoe je hem aanwijzingen geeft en tegelijkertijd show verkoopt met voetbaltrucjes.

Als ik Felix hoor vragen waarom nonkel Thomas dood wilde, tekent het gemis zich hardlijnig af. Ik kan het kind geen antwoord geven, want ik snap er zelf helemaal niets van. Ik begrijp dat er pijn moet geweest zijn, maar ik begrijp niet waarom je niet geprobeerd hebt om die met ons te delen.

Als ik Rosalie door het huis zie waggelen, tekent het gemis zich hardlijnig af. Je kent haar niet, je weet haar niet, zij is voor altijd een blinde vlek. Er is een nonkel waarover we zullen vertellen, maar die er nooit zal zijn. Haar leven begint pas na het leven van die nonkel, en dat vind ik te moeilijk om te aanvaarden.

Als ik kijk, als ik voel, als ik ween, als ik lach, als luister. Je bent er altijd niet, en daardoor heel erg wel. De boom waaraan wij samen gegroeid zijn, heeft een dode tak. Als je die laat hangen, is dat gevaarlijk. Want op elk moment kan die op iemand zijn hoofd vallen en veel schade aanrichten. Als je die afzaagt, stomp je de boom af. Elke lente komen er wel opnieuw knopjes aan de kernboom, maar elke bloei is de disbalans ook zichtbaar. Er mist een tak, een fundamenteel stuk. Geen bloesem, onvolledige jaarringen, alleen maar dorheid.

Als ik rondkijk, als ik rondvoel, als ik tranen zie, als ik gelach hoor, als ik zwijg. Je bent er altijd niet, en daardoor heel erg wel.

Misschien is het gewoon omdat we bijna twee en een half jaar verder zijn, en jij nog altijd verschrikkelijk dood bent.

Maar het doet pijn, kerel. Het doet pijn.

Posted in Liefde | 3 Comments

28 mei 2021.

Het was eind maart 2011. Dat weet ik nog, want ik had uiteraard een blog geschreven over het voorval. Tom had me een berichtje gestuurd dat ik de bel eens moest testen als ik thuis kwam. Dat vond ik niet meteen vreemd, want als hij met IT-projecten bezig is, moet ik wel eens vaker iets testen of op knopjes duwen.

Zes weken eerder hadden we elkaar voor het eerst ontmoet. Zes weken eerder hadden we na een nacht praten elkaar ’s ochtends voorzichtig gezoend. Dat was toen nog op mijn appartement, maar dat had ik na een week al ingeruild voor dat van hem. Op 14 januari zagen we elkaar voor het eerst, op 29 maart zaten we bij de burgerlijke stand om wettelijk te gaan samenwonen. En toen kreeg ik dus die sms.

Hij had mijn naam op de bel geplakt. Het was niet langer het appartement van Tom Brutin, maar ook dat van Sofie Verschueren. Wij woonden daar samen, als koppel. Niet lang zou achteraf blijken, want nog eens twee weken later tekenden we de compromis van ons eerste huis. Dat hij als verrassing mijn naam op de bel geplakt had, vond ik verschrikkelijk romantisch.

Nochtans was niet iedereen was even gerust in onze hogesnelheidstrein. Bepaalde (schoon)ouders hebben er zeker nachten van wakker gelegen, vrienden probeerden ons te waarschuwen dat we toch wel veel risico’s namen en nog anderen verklaarden ons voor gek. Maar het voelde gewoon juist, het voelde allemaal als gegoten.

Als we tien jaar later terugkijken, is het wel echt een ongelooflijk parcours. Het tempo in het begin, maar ook waar we nu staan. Drie kinderen later. Een berg miserie meegemaakt. Maar vooral: onderweg altijd in elkaar blijven geloven, altijd met elkaar blijven praten, altijd blijven lachen met elkaars grapjes.

Een week na onze eerste ontmoeting floepte ik er mijn eerste “Ik zie je graag” uit. Dat kwam ook voor mij onverwacht, maar ik voelde het echt opborrelen vanuit mijn buik. Ik had al wat relatie-ervaring en dit voelde helemaal anders. Man-van-mijn-leven-anders, in elke vezel van mijn lijf.

Als hij me in 2011 ten huwelijk had gevraagd, had ik uiteraard ja gezegd. Zonder enige twijfel. Maar ik verwachtte dat niet, want hij zag dat trouwgedoe nooit zitten. We hebben ondertussen drie kinderen, een veel serieuzere verbintenis dan eender welk papiertje. Maar toen hij het op 14 januari 2021 dan echt vroeg, was de ‘ja’ nog bewuster dan ooit.

Je bent er altijd. Er zijn veel moeilijke momenten geweest, de grond is een paar keer onder onze voeten weg gehaald. Maar we hebben vooral ook een berg mooie dagen. Met ons gezin, met onze twee fantastische kereltjes en ons wondermeisje. Met iedereen. Met ons. Met jou.

Jij vroeg me toen om het knopje van de bel te duwen. Onze bel, van onze thuis. Tien jaar later weet je nog altijd waar mijn knopjes zitten.

Vandaag zeggen we voor altijd ja. Voor de wet dan toch, want in ons hart was het altijd al zo.

Ik zie je graag.

Je vrouw (oh my god, hoe goed klinkt dat)

Posted in Uncategorized | 7 Comments

Welkom website en seizoen twee.

Ik besefte plots dat het al onwaarschijnlijk lang geleden is dat ik hier nog eens iets schreef. Ik kan daar allerlei excuses voor verzinnen, maar de waarheid is dat schrijven gewoon een beetje naar de achtergrond is geduwd. De liefde is nog altijd even groot. Maar de momenten waarop mijn hoofd er ruimte voor heeft, zijn te schaars.

Nog meer eerlijkheid: er is ook echt veel tijd en energie gekropen in dat andere project. Ik heb het niet over mijn drie kinderen (waaronder een felle peuter) of mijn full time job in het hoger onderwijs, maar wel over de podcast. Over WEG.

Na tien afleveringen wilde ik heel graag een stap verder gaan. Het kost enorm veel tijd en energie om zo een intense podcast te maken, maar het doet ook echt veel deugd om weer professioneel met audio bezig te zijn. Enfin, ik probeer het met mijn studenten natuurlijk ook professioneel aan te pakken, maar het voelt echt fijn om zelf weer achter de microfoon te kruipen. Om weer te interviewen. Om die jarenlange ervaring niet alleen door te geven aan de jeugd, maar ook op een ander front constructief te gebruiken.

Mijn mailbox is een vat vol verhalen geworden. Het is ongelooflijk wat daar is toegestroomd. Als ik mezelf niet een beetje zou begrenzen, kon ik meteen aan seizoen drie beginnen. Jammer genoeg is een podcast maken financieel totaal niet aantrekkelijk (integendeel, een aderlating) en moet ik mezelf echt beteugelen. Maar er ligt zoveel te wachten. Ik ben dankbaar voor de openheid, ik ben geschrokken van de heftigheid, ik ben geraakt door de kracht. Verlies raakt ons allemaal, jammer genoeg.

Maar het mooie is dat er enorm veel verbinding zit in rouw. Slechts een enkeling ontspringt de dans, vroeg op laat komt het eigenlijk op iedereen zijn pad. Of weg. Verlies komt ook in verschillende maten en gewichten. Het neemt oneindig veel vormen aan. Soms komt het gemaskerd, soms vol in je gezicht. Maar het is er. En het doet pijn.

Met WEG probeer ik rouw een stem te geven. Ik wil verlies bespreekbaar maken, hoe het er ook uitziet of voelt. Want er is geen weegschaal van verdriet, want er is geen erger of ergst. Want iedereen mag voelen wat ie voelt.

Ik ben er dus vol voor gegaan, met tien nieuwe verhalen. Met tien nieuwe podcast gasten die hun hart op mijn keukentafel leggen.

Er staan al twee nieuwe afleveringen te blinken, elk weekend komt er eentje bij. Weken, of eigenlijk maanden, ben ik er al aan bezig. Verlangend naar het moment waarop ik eindelijk op ‘publish’ kon duwen, zowel met een klein hartje als met een vreugdesprong.

Maar er is meer. Ik wilde ook heel graag een website maken. Instagram is soms een emmertje bagger, maar vooral mijn lievelingsplatform. Ik ontmoette er Maya, die spontaan haar hulp aanbood. We gingen samen aan de slag en het resultaat mag gezien worden. Zeker nadat ook Ellen Van den Bouwhuysen haar fototoestel bovenhaalde om voor wat sterke beelden te zorgen (zoals dat hierboven). Het adres is simpel:

www.podcastweg.be

Je vindt er alles over de podcast. Informatie over de afleveringen. Een luikje om me op een cola zero (of zo) te trakteren. Een brievenbus voor je eigen verhaal.

Alles met liefde is welkom. Samen wandelen is zo fijn.

Posted in Want zo ben ik, Werk | 2 Comments

Dag vava.

Er zijn niet veel vaste lijnen die ik uit mijn hoofd ken, maar 015 75 xx xx is er eentje van. Een tijdje geleden belde ik. Je nam op en zei de woorden die we allemaal al duizend keer gehoord hebben “Ik zal ons moe roepen he”.

Je was een beetje verward. Ik heb even moeten uitleggen wie ik was, je oudste kleindochter, Sofie. Diegene van wie ik altijd het verhaal heb horen vertellen dat je niet geloofde dat het een meisje was. Na vijf zonen kon het toch dat er echt een meisje geboren was in de familie Verschueren? Toch wel.

Mijn jeugd was voor een groot stuk naast jou. Letterlijk, want ons huis paalde aan dat van moemoe en vava. Een kangoeroewoning nog voor het woord was uitgevonden. Heel vaak ging ik ’s avonds – meestal al in pyjama – bij jullie nog een beetje mee televisie kijken, die altijd veel te luid stond. “Moe, moeten die niks eten. Of drinken.” Dat zei je. Waarop moemoe naar de keuken trippelde en altijd wel met iets tevoorschijn kwam. Vaak met een appel en een mesje, in de zetel naast de jouwe, voor ons een appeltje schillend.

Soms leek je wel een beetje vastgegroeid in die zetel. Ik denk niet dat ik het ooit gedurfd heb om daar in te gaan zitten. Dat is de zetel van vava, het is ongeschreven wet dat die vrij blijft. Tegenwoordig is het opklapmodel, maar vroeger was er een apart voetbankje. Daar heb ik vaak gezeten. Want honderden keren heb jij me geroepen om naar het vogeltje te kijken dat je gevangen had. Ik hoorde tjilpende geluidjes en zag je grote handen dat kleine vogeltje zachtjes omklemmen. Ik heb het vogeltje nooit gezien. Want als ik bij het voetbankje kwam, dan werd ik – vrij letterlijk – bij de neus genomen. Ook na honderd keer bleef ik het geloven, ook na honderd keer bleef jij er smakelijk om lachen.

Zoals je ook smakelijk kon genieten van zoete lekkernijen. Dat mag niet altijd van moemoe, maar je kon dan zo deugenieterig en stiekem knipogen als je toch een boucher’ke had kunnen bemachtigen.

Ooit sprong ik uit een vliegtuig. En jij vloog mee, je luchtdoop. Ik weet niet of je op voorhand wist dat de deur tijdens de vlucht zou blijven openstaan. Achteraf hebben we er hard om gelachen, maar op het moment zelf zag ik je vooral angstig knuffelen met de gordel van je vliegtuigzitje. Niet zoals je anders op je gemak in je zetel zat.

Ik heb ook uren en uren in de stal gestaan. Toen stonden er nog koeien, en als die moesten kalven, stond ik op de eerste rij. Zelfs na drie kinderen ken ik een keizersnede van dichtbij alleen maar van de veterinaire. Ik weet nog dat er daarna een soort zilveren spray op de wonde werd gespoten, terwijl het kalfje ernaast al probeerde recht te staan. Ik zag armen verdwijnen in vreemde gaten en die keer dat een tractor een kalfje er moest uit trekken omdat het vast zat, staat meer dan dertig jaar later nog in mijn geheugen gegrift. Jij liep dan rond met een stofjas en een stok, en ook met de nodige zenuwen en stress. Maar ik hield zo van de spanning van de stal. Van het nieuwe leven dat daar zo vaak kwam piepen, van het hele gebeuren, van jouw aanwezigheid.

De zetel is leeg nu. Niemand zal er ooit in gaan zitten. Want het is de zetel van vava. We nemen die zetel mee in ons hart, en jouw guitige blik als je er in zat.

Posted in Er zijn zo van die dingen | 1 Comment

Waar is de finish?

Twee keer per week, weer of geen weer, trek ik mijn loopschoenen aan. Het is niet alsof dat vanzelf gaat, ik moet elke keer diep graven om de startmotivatie te vinden. Maar ik weet hoe belangrijk het voor mijn hoofd is om dat uur te zweten. 

Laat ons eerlijk zijn, het zijn ook de enige twee uurtjes van de week dat ik kan ontsnappen aan de constante stroom van werk en kinderen. Dat heb ik voor corona nooit zo aangevoeld, maar nu doet het echt deugd om even weg te zijn. 

Voila, het grote woord is eruit. Corona heeft alles veranderd. Het heeft de mooie dingen van ons gezin nog meer blootgelegd. Ik vind het fantastisch dat wij na een vol jaar continu op elkaars kap, nog altijd blij worden van elkaars gezelschap. Er was niet veel behalve de kern, en die blijkt echt van goud. Drie gelukkige kinderen, twee verliefde ouders. Als je lief in een pandemie beslist om op een knie te gaan, dan zit het echt wel snor. Mijn bubbel is echt de allerbeste. 

Toch is het ook pittig. Anderhalf jaar zwaar onderbroken nachten. Anderhalf jaar geen “avond” zoals je verondersteld wordt te hebben als de kinderen slapen. Om de simpele reden dat dat exact het moment is waarop ik in elkaar stuik van vermoeidheid. Een jaar met amper of geen village. Een jaar met wandelen en gezelschapsspelletjes, maar met bitter weinig vrienden of familie. Anderhalf jaar met veel, en weinig. En veel. 

Thuiswerken met een peuter is dweilen met tien kranen open. Thuiswerken met grotere kinderen is om het halfuur een messteek door uw hart van schuldgevoel, naar beide partijen. Die twee loopuurtjes zijn dus echt gestolen luxe. Voor iets anders is er gewoon geen ruimte. Twee seconden in elkaars ogen kunnen kijken zonder ingehaald worden door werk, huishouden of kinderen is al een groot succes. We proberen dat soort kleine dingen dan ook echt te vangen. 

De uitzichtloosheid weegt. Er zijn zoveel momenten gepasseerd die we niet hebben kunnen delen. Zowel de mooie als de moeilijke. Er is zoveel voorbijgegaan dat nooit meer terugkomt. 

Als docent ga ik gebukt onder hoe deze crisis duwt op jongeren. Ik zie ze wegkwijnen en kan dat niet gewoon vergeten als ik ‘s avonds mijn scherm dichtklap. Als docent ben ik moe van het heen en weer schakelen tussen campus en online, van het proberen digitaal creatief en interessant te zijn, van het proberen te lezen tussen de lijnen. Aanpassen, nog eens draaien, plannen in de vuilnisbak kieperen omdat maatregelen veranderen en opnieuw beginnen. Altijd opnieuw beginnen, altijd doorgaan. 

Zoals het gaat tijdens looptoertjes. Op voorhand lijken die 8 of 10 km een hele hoge berg, maar stapje voor stapje valt het wel mee. Vooral omdat ik weet wanneer ik weer thuis zal zijn: er is een finish. Iets wat deze crisis en mijn hoofd enorm hard nodig heeft, een eindmeet. 

Ik liep vanmorgen met lekkere muziek in mijn oren en een voorzichtige zon op mijn snoet. Op een bankje zat een oude man. Toen ik gezwind passeerde, begon hij te applaudisseren. Zijn mondmasker hing onder zijn kin, wat maakte dat ik zijn enthousiasme niet alleen voelde maar ook nog eens echt zag. Een gezicht, en aanmoedigende handen. 

Terwijl ik er langs liep, in kilometer acht van mijn toer, voelde ik hoe veel deugd dit me deed. Het lopen, maar ook het simpele gebaar van de oude man op het bankje. 

Het voelde alsof hij een applaus gaf voor het hele voorbije jaar. Voor de hele voorbije anderhalf jaar, vanaf de vroeggeboorte van Rosalie. Voor de hele afgelopen twee en een half jaar, vanaf zijn dood. Voor alles vanaf mei 2018, de start van een trein van miserie.

Applaus voor jou. Applaus voor mezelf. Dankbaar voor deze onbekende supporter onderweg. 

Maar wat ik nog wilde weten, waar is de finish?

Posted in Bewegen, Er zijn zo van die dingen | Tagged , , | 1 Comment

Rosalie, anderhalf.

“Maar ze is zo cute!” 


Misschien is het wel de meest gehoorde zin ten huize Brutin. Om de zoveel tijd door minstens een bewonder gescandeerd, vaak ook allemaal samen in koor. Er zal dus wel iets van aan zijn, je bent ongelooflijk schattig. Dat is een slimme truc van de natuur, om je al het slaaptekort te vergeven. Al doe jij het eigenlijk best goed zolang je dicht bij ons (*mama*) mag liggen en af en toe mag langs de bar mag passeren. De echt lastige nachten houden meestal verband met lastige ziektekiemen die jij probeert af te schudden. En dat doe je, gezien je fragiele start, met verve. 


Ik wil het niet altijd over die moeilijke start hebben, maar het geeft alles wat jij kan en doet, nog een extra laagje glans. We staan er soms met open mond naar te kijken. Je loopt al maanden rond, je klimt op alles wat je tegenkomt, je speelt en bloeit. 


Hoewel je mond zelden stilstaat, kunnen we wel nog niet veel verstaanbare woorden grijpen. Maar misschien dat jij het nut er niet van in ziet, want je maakt ons ook zonder woorden duidelijk wat je wil. Je komt je schoenen brengen als je naar buiten wil, je positioneert jezelf voor de frigo met wijzende vinger als je wil eten, je zwaait aan de livingdeur als je wil gaan slapen. 


Je bent grote fan van de buurtkatten in onze tuin en zou het liefst de hele dag op papa zijn arm naar de beestjes wijzen. Al maakt het je ook niet zoveel uit wat je doet, als je op papa zijn arm mag zitten. Soms ben ik bang dat als papa borsten zou hebben, dat hij je grote favoriet zou zijn (knipoog).


Als ik een zoentje vraag, krijg ik een natte lebberkus in mijn gezicht. Je weet waar je buik ligt en je neus. Je begrijpt ongeveer alles wat we zeggen, al ben ik niet zeker dat je mee bent met het concept ‘dutjes overdag’. Moeten we het nog eens over hebben. 


Natuurlijk is het veel leuker om een doek voor je ogen te houden en daaronder te schaterlachen omdat wij heel verontwaardigd roepen “waar Rosalie nu toch is?!”, dan te slapen. Als je dan het doek wegtrekt, moet je zo hard lachen dat we er allemaal deugd van hebben. Wij hebben allemaal zoveel deugd van jou, dat het zo spijtig is dat we jou niet kunnen delen met al die andere fantastische mensen in onze omgeving. Jij hebt geen idee wat corona is, maar we weten dat je gemist wordt. Plots ben je al anderhalf jaar op de wereld, waarvan eerst drie maanden in het ziekenhuis en bijna meteen daarna een jaar beperkt tot onze bubbel. Wat voor jou misschien wel een zegen is.


Mijn hart smelt als ik zie hoe die grote broers voor jou in de weer zijn. Felix die niet kan slapen zonder een dikke knuffel van jou, Basiel die ‘s morgens met de grootste zachtheid je jas en schoenen aantrekt, of je stiekem hapjes van zijn soep geeft. Je draait ze moeiteloos rond je vinger. Ze moeten zich vaak aanpassen aan de noden van een peuter, maar doen dat zonder morren.


“MAAR ZE IS ZO CUTE!”, heeft je hachje al een paar keer gered.

Het is waar natuurlijk, je bent om op te eten. Maar ik beloof dat ik dat niet zal doen, je kan niet al te veel missen van die kleine 10kg. 

Posted in Dotje, Kind en gezin, Liefde | 2 Comments

Jaarbrief 6 – Felix

Oooh Felix,

Eindelijk is de dag aangebroken waar je al weken naar uitkijkt. Want zes worden, dat moet wel ongeveer het leukste zijn dat er bestaat. Al ben jij heel makkelijk enthousiast te maken.

Toen we onlangs in de auto zaten na een middagje Puyenbroek, zei je spontaan dat het echt de leukste dag was. Ik vroeg waarom en je begon aan een waslijst kleine gelukjes. Want zo ben jij, oprecht content met grote en kleine dingen.

Je bent enorm in touch met je gevoelens. Dat kan van op een afstand op serieus wat melodrama lijken (want de traansluizen gaan wel heel erg snel open), maar het is vooral een heerlijk mechanisme. Jij uit en zegt zo vlot hoe je je voelt, dat we je ook makkelijk kunnen helpen of gewoon luisteren. Het maakt dat je lastige dingen ook snel kan afschudden, want je bent een meester in ontladen.

Je houdt van mango (ooh moeder, leer dat nu eens deftig schillen zeg), van je vastgelegde uurtjes op de iPad, van Beverbende en Keer op Keer, van macaroni en pannenkoeken, van tekenen en knutselen, van sushi en frietjes met Bicky saus.

Je houdt ook van mensen. Er zijn er een paar die enorm diep in je hart zitten, en van wie het missen door corona soms moeilijk verloopt. Je bent ook het kind dat het vaakst over nonkel Thomas praat, want je kan het maar niet begrijpen. En je zou maar wat graag met hem voetballen, of iets anders doen dat je alleen met toffe nonkels kan doen. Als we je een brilletje zouden geven, waren jullie helemaal twee druppels water.

Over middelkinderen gaan de zotste vooroordelen de ronde, maar daar trek jij je niets van aan. Het heeft er ook heel lang naar uit gezien dat jij de kleinste zou blijven, maar je ontpopte je zonder verpinken in een zorgzame grote broer. Gisteren keek ik twee minuten niet en was je vliegtuigje aan het spelen met Rosalie haar patatjes. Je kan niet gaan slapen zonder haar (en ons) een geweldig dikke knuffel te hebben gegeven. Soms besef je onderweg naar school dat je de achtergebleven ouder niet meer geknuffeld hebt. En dan komen er snel traantjes. Jij voelt alles zo goed aan.

Je stapt met enorm veel goesting door het leven, samen met je roze laarsjes. Ondertussen al het derde paar deze winter en uiteindelijk gele nu. Maar geen probleem “want dat is ook mijn lievelingskleur hoor.”

Je bent een fantastisch kereltje om in huis te hebben, ook al heb je soms geen off-knop. Je zingt, maakt de zotste redeneringen en vertelt tot ‘Vos en Haas’ roepen om een slaapwelverhaaltje. Meestal stopt papa je in bed, omdat Rosalie op dat moment nogal vaak moeders borsten claimt (hoezo het is nog maar 3 jaar geleden dat jij de allergrootste fan was??). Maar de keren dat ik het doe, is het echt genieten. Je kruipt helemaal in het verhaal. Je kruipt heerlijk tegen mij. En het moment dat je beslist om te gaan slapen, lig je twee minuten later heerlijk te ronken.

Je bent heerlijk in alles liefste Felix.

Gelukkige verjaardag xxx

(PS: Zoals afgesproken moet je vanaf nu zelf je poep afvegen. Vergeet zeker je handen niet te wassen daarna!)

Posted in Felix | 1 Comment

Verloofd!

Het was op de dag dat we tien jaar samen waren.

We doen die dag traditioneel iets wat onder de definitie van ‘romantisch’ zou kunnen vallen. Een jaar geleden kon je dan nog gewoon een babysit binnenhalen en even ontsnappen. Vandaag is dat allemaal een beetje ingewikkelder. Om de jubileumtraditie verder te kunnen zetten, moesten we toch iets creatiever zijn.

Tom vroeg een paar weken daarvoor of ik geen lange middagpauze kon nemen, hij zou zelf de hele dag verlof nemen. Topidee! Het was een donderdag, dus de kinderen waren op school of in de opvang. Ik werkte (nog  ;)) wat extra uren in het weekend en zo hadden we op donderdag 14 januari een paar uurtjes samen. Zonder kinderen! Ik kan niet zeggen hoe lang dat geleden was. Ik durf er zelfs niet over na te denken. Er zitten veel nare kantjes aan deze pandemie, maar de complete onmogelijkheid om iets als koppel te doen zonder kinderen, is er zeker bij.

Toen dat allemaal geregeld was, stelde Tom voor om te gaan picknicken in Wenduine. Als het over mijn favoriete badstad gaat, heb ik het picknickdeken natuurlijk al in de auto gezwierd voor hij zijn zin kon afmaken. Hij regelde een picnkickmand bij ons favoriet adresje Poincare en we keken er allebei naar uit.

Helaas. Frank en Sabine werkten niet mee. Al de hele week voorspelden ze sneeuw, problemen, vrieskou en gure wind. Ik zag Tom een paar keer panikeren, maar vond dat hij zich niet moest aanstellen. Het weer kon ons toch niet tegenhouden om te gaan lunchen op het toreke in Wenduine zeker?

De dag zelf was hij helemaal in paniek. Want het weerbericht bleek dus te kloppen. Rotweer. Ik zei dat dat het toch niet uitmaakte, dat het vrij uniek is om te picknicken in duinen met sneeuw op het strand. Dat zot zijn geen zeer doet. Hij antwoordde dat het inderdaad een memorabele dag zou worden.

Daar zaten we. Boven op de duin, alleen beschermd door het toreke, maar voor de rest compleet blootgesteld aan de elementen. De picknick zag er verschrikkelijk lekker uit, maar het was bijna te koud om er van te eten. We deden het toch. Ik vond het allemaal heel erg grappig.

Tom was hypernerveus. Waardoor ik wat nattigheid begon te voelen (niet echt, want ik had gelukkig supersexy sneeuwbotten aan). Mijn broodje was nog niet eens op, toen hij zenuwachtig om zich heen begon te kijken. Ik draaide toertjes rond het huisje, ik dacht dat hij misschien zocht naar een plekje dat iets beter beschut was.

Toen vroeg hij om een foto te trekken. Die vraag is doorgaans mijn taak, Tom rolt vooral met zijn ogen van al dat geposeer. Maar nu vroeg hij het dus zelf, wat me wel een beetje achterdochtig maakte. Het werd nog gekker toen hij vroeg om me om te draaien, zodat hij een foto kon trekken terwijl ik naar de zee keek. Tom die zoiets zelf voorstelt is zoals een federale regering die zichzelf vormt binnen de week. Maar ik keek dus naar de zee.

Met mijn blik op het besneeuwde strand, hoorde ik van alles ritselen en draaide weer om. Tom zat op een knie met de ring. Hij probeerde te vragen of ik met hem wilde trouwen, maar kreeg het eigenlijk nauwelijks gezegd. De tranen stroomden eruit, bij de volledige entiteit.

Ik denk niet dat ik officieel ja heb gezegd. Ik ben vooral op hem gesprongen en heb hem uitgebreid gekust.

Daarna waren we verkleumd en zijn we naar huis gegaan. De ring was helaas te klein, maar we zijn onmiddellijk naar de juwelier gereden om hem te laten aanpassen. We besloten om nog te zwijgen tot de ring klaar was én we onze ouders persoonlijk hadden kunnen inlichten. Lange weken, zegt.

Maar wel op een gigantisch roze wolk. Verliefd, en nu ook verloofd.

PS: Voor de verdere plannen is er vooral nog geen enkel plan

PPS: Bij het terugbrengen van de picknickmand floepte ik er meteen uit dat hij me ten huwelijk had gevraagd. Misschien dat ze toen iets beter begrepen waarom we op een verschrikkelijk koude en gure dag in januari wilden gaan picknicken.

Posted in Liefde | 5 Comments