Genaaid.

Het was zaterdagnamiddag. Ik was net thuis van het werk, mijn lief was een slordige 24 km gaan lopen om te trainen voor de marathon van Rotterdam. Het huis stond op zijn kop (een vader alleen met twee kapoenen, dan kan je niet rekenen op huishoudelijke taken) en ik had de jongens net in bad gestopt. Ik was bezig met wat orde te scheppen, mijn zonen dartelden wat rond. De ene in pamper+body, de ander met alleen zijn badjas aan. Dat vindt hij tof tegenwoordig, om na het douchen nog een hele tijd in –alleen – zijn badjas rond te lopen. Vrijheid, blijheid.

Maar toen maakte hij een verkeerde beweging op zijn persoonlijke springkasteel (=de zetel), gleed even weg en viel pats met zijn hoofd op de chauffage. De klap was enorm, maar hij begon gelukkig onmiddellijk te wenen. Ik nam hem in mijn armen om hem te troosten. Het was pas een dikke minuut later dat ik bloed zag en ook proefde, want het was ondertussen ook op mijn gezicht gelopen. De kleuter was daarvan nog meer geschrokken natuurlijk en begon nog harder te krijsen.

Ik probeerde te kijken hoe erg het was, wat niet gemakkelijk is in een bos haar van een krijsende kleuter. Maar ik meende toch een redelijke gaap te zien en wist: ik heb een actieplan nodig.

Ik heb even gevloekt op stomme en lange marathontrainingen, want Felix was er ook nog en dat was in deze situatie nogal vervelend. Hij is in de fase dat je best ogen op je rug hebt. Maar omdat van vloeken nog nooit een gat in een achterhoofd gedicht is, ben ik maar in actie geschoten. Eén telefoontje naar de huisartsenwachtpost, met een afspraak exact 40 minuten later. Dat was ook echt nog de tijd die ik nodig had om iedereen aan te kleden  en in de auto te stappen.

Ik heb de baby in de box gegooid (gezet eigenlijk, rustig gezet, geen paniek) en zijn empathische gehuil even genegeerd. Ik heb de kleuter rustig getroost en uitgelegd dat we naar de dokter gingen om het beter te maken. Hij zat daar ondertussen met een bebloede doek tegen zijn kop en grote, rode ogen. Hij wilde zijn moeder geen centimeter lossen en al helemaal geen kleren aandoen. Maar in badjas en blote piemel naar de huisartsenwachtpost, dat zag ik ook niet zitten. Het is koud buiten, weetwel.

Een tweede gesprek en drie snoepjes later, heb ik hem toch een beetje kunnen aankleden. Onderbroek, broek, kousen, schoenen en badjas. Ik had geen zin om een T-shirt of trui over zijn hoofd te trekken, en hij nog veel minder. Felix ondertussen ook half aangekleed en nog snel een tas samengeraapt met wat speelgoed. Ge weet nooit hoe lang ge moet wachten he?

Ik schreef in zeven haasten nog een briefje voor Tom, maar dat bleek een maat voor niets. Hij had geen huissleutel mee en heeft alsnog een kwartier bezweet op de deur staan bonken. Misschien moet ik een sleutel in zijn loopbroek naaien, dat lijkt me veiliger. Of mss moet hij toch maar eens een gsm meenemen, want volgens mij zijn die dingen uitgevonden voor noodgevallen. Maar we waren dus onderweg naar de huisartsenwachtpost.

IMG_7781

Basiel aan de deur klaargezet, Felix in het park. Achteraf bekeken had die kleinste zelfs geen sokken aan (en het is koud, foei), maar gelukkig zat er nog een dekentje in mijn snel bij elkaar gegooide tas. Dat zijn broek eigenlijk vuil was, heeft ook geen kat opgemerkt.

Ik heb het op een drafje gezet om de auto te gaan halen die een straat verder stond en heb daarna een typisch Brugse-poort-manoeuvre gedaan: mezelf met vier pinkers voor de deur geparkeerd en de twee kinderen – Basiel stond klaar in de gang, Felix in het park – ingeladen. Basiel was ondertussen gestopt met huilen, maar serieus onder de indruk.

Chance dat ik ook altijd klevers van de mutualiteit van het hele gezin in mijn portefeuille heb zitten, want dat mocht je gelukkig ook gebruiken om je aan te melden. We zaten nog niet neer of mochten al binnen (hoera voor de huisartsenwachtpost, zie je nu wel dat je niets op spoed kan zitten doen voor zoiets?).

De dokter spoelde de wonde en zuchtte dan naar mij dat het genaaid moest worden. Ze noemde hem de hele tijd Bas, maar dat maakte me niks. Ik zag haar denken dat het een moeilijke operatie ging worden, met een kleuter van 3 en een half.

IMG_7780

Niets daarvan. Twee verdovingsprikken + twee draadjes en mijn megastoere kleuter heeft geen kick gegeven. Ook geen woord gezegd, maar dat is hem vergeven. Ik heb hem stevig vastgehouden tijdens de prik- en naaiwerken, maar hij heeft niet geweend of geroepen of tegengestribbeld. Niks van dat alles. Ik kon wel overlopen van trots (en van opluchting). Voor mijn kleuter en ook een beetje voor mijn eigen koelbloedigheid. Ik probeerde even koelbloedig te zijn toen ze zei dat ik 149 euro moest betalen, maar dat was toch even schrikken.

De dokter was er zelf niet goed van en vertelde het in de gang tegen de andere dokter van wacht. Dat bleek toevallig die kerel te zijn waar ik mijn ontploft gat exact een jaar geleden aan had moeten tonen, maar gelukkig had hij deze keer geen croqs aan. “Een hechting?” – “Maar ik heb niks gehoord?”

Dat klopt dokter, Basiel is namelijk de stoerste kleuter van het land. Met twee draadjes en zes strikjes in zijn hoofd en een heel stoer verhaal om  in de klas te vertellen.

This entry was posted in Er zijn zo van die dingen, Kind en gezin. Bookmark the permalink.

9 Responses to Genaaid.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *