Voor Mano moet het altijd eng zijn. Als we naar een film kijken, mag het niet voor mietjes zijn. Een verhaal voor het slapengaan moet barsten van de trollen, gevechten, monsters en er mag zelfs wat bloed bij zijn. Toen we voor zijn verjaardag naar Wickie De Viking gingen kijken, vond hij dat zelfs niet stoer genoeg. Dat is een film voor meisjes, jong. Eng moet het zijn, zo eng mogelijk.

Het lief vertelt de engste verhalen tegen Mano (het lief is een meester in verhalen verzinnen en vertellen) en hij kan daar allemaal tegen. Dus toen hij een paar maanden geleden aan mij een eng verhaaltje vroeg, heb ik het knabbelmonster verzonnen. Gewoon een monster dat ‘s nachts aan je tenen komt knabbelen, niks vergeleken bij trollen en gevechten. In mijn verhaal had de stoere Koenraad het knabbelmonster trouwens verslagen, dus er was helemaal niks meer te vrezen. Maar blijkbaar zijn mijn verhalen echt te eng, want diezelfde nacht heeft hij nog geweend van schrik. Angst voor het knabbelmonster.

Vannacht zijn we blijven slapen bij Tilda (zo noemt hij mijn moeder – een alternatieve naam voor stiefoma en een aanpassing van haar eigen naam Hilde). Tilda heeft gisteren mosselen gemaakt en dat is zijn lievelingseten. Hij wordt hier trouwens bedolven onder de aandacht. Mijn broer neemt hem mee voor een Vespa-trip en een ijsje, mijn zus speelt tennis met hem, Tilda verwent hem met snoepjes…dat is hier leuk voor een 6-jarige, for sure! Toen het begon te schemeren zei hij dus “Jij bent de allerliefste mama van de hele wereld als we hier mogen blijven slapen.” Het klinkt vertederend, maar ik moest sterk zijn en beseffen dat het een slijmaanval was. Doelgericht taalgebruik.

Nu, het lief heeft vannacht met de taxi gereden en slaapt bijgevolg de hele dag. Hier valt vanalles te beleven en is massaal veel plaats om te spelen. Dus waarom zouden we eigenlijk niet blijven? (het probleem van de verse kleren is zelfs opgelost door ze vannacht te wassen en meteen te drogen en in de kast hebben we nog een nieuwe tandenborstel gevonden)

We zijn dus gebleven en sliepen samen op mijn vroegere kamer, in twee aparte bedden. Toen we gingen slapen, volgde meteen de vraag naar een spannend en eng verhaal. Ik dacht, hij is wat ouder nu, ik kan wel een nieuw soort knabbelmonster verzinnen. He can take it.

Zo kwamen we bij Johannes en Lander die ‘s nachts uit het huis waren gekropen om naar het bos te gaan, om te gaan checken of daar echt een monster woonde. Het verhaal werd verteld in het donker en met de nodige geluiden. (Inclusief een piepend geluid van de livingdeur beneden op een cruciaal moment in het verhaal. Ik geef toe, het was een beetje eng.) Er bleek een reus in het bos te wonen. Die had eerst wat trollen gedood en heel hard geroepen tegen Johannes en Lander, maar uiteindelijk waren ze wel vrienden geworden. Want de reus bleek eigenlijk erg eenzaam te zijn. Eind goed, al goed dus.

Toen het verhaal gedaan was, kwam er niks meer uit de 6-jarige. Ik dacht, allright, mijn verhalen zijn zo slaapverwekkend dat hij in slaap is gevallen. Maar toen zei een schril stemmetje plots “Ik wil nog een nachtzoen Sofie”. Ik stommelde dus uit bed voor een nachtzoen. Ik kreeg er nog een dikke knuffel bovenop.

Toen zei hij nog “Het is hier zo donker, ik kan jou niet zien”. Ik voelde al nattigheid, hij hield zich stoer, maar mijn verhaal was weer te eng geweest. Foei Sofie. Ik installeerde dus een nachtlampje achter het gordijn (voor gedempt licht). Maar het bleek niet genoeg te zijn.

“Sofie, omdat ik jou zo graag zie, denk ik dat ik nog een beetje bij jou kom liggen”.

(Ok, het was een verhulde vorm van ‘Ik ben bang en ik wil eigenlijk niet alleen in dit bed liggen’ – maar het was toch niet onaangenaam om te horen)

Toen hij sliep ben ik zijn bed gaan liggen, want met twee in een enkel bed slaapt niet zo vlot. Toen we vanmorgen wakker werden, lag hij weer in zijn oorspronkelijke bed en ik ook. Geen idee hoe dat gebeurd is. Misschien heeft de reus ons wel verwisseld?