Het is zowat de meest uitgeholde vraag die er bestaat. Eigenlijk betekent het gewoon goeiendag – ik weet verder niet per sé iets te zeggen – maar ik wil toch niet dat er een genante stilte valt – dus ik vraag maar even hoe het ermee gaat – want iedereen doet dat. De meeste mensen antwoorden dan ook uit gemakkelijkheid: “Goed jong, alles goed”. “En met u?”. “Jaja, alles ok”.  Voila, daar zijn we dan ook weer vanaf.

We hebben ze allemaal, dat soort conversaties. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Ik doe er vrolijk aan mee, hoewel ik er eigenlijk de kriebels van krijg. Want ik zit namelijk met een probleem, als die vraag gesteld wordt. De laatste tijd krijg ik het niet over mijn lippen, die doodsimpele “goed, goed”. Want het gaat niet echt goed. Plots lijkt het trouwens ook alsof dubbel zoveel mensen mij die vraag stellen – terwijl dat waarschijnlijk gewoon niet opvalt als ge met overtuiging kunt zeggen  “Kei goed jong, dat gaat hier allemaal op rolletjes”.

Ik heb er iets tegen om niet de waarheid te zeggen. Dat lukt me gewoon niet. Ik kan niet schijnheilig “goed, goed” zeggen, als ik vanbinnen denk “Wanneer komt die zonneschijn hier na de regen?”. Tegelijkertijd heb ik ook helemaal niet de behoefte om alle miserie altijd uit de doeken te doen. En zeker niet tegen alleman. En ik wil ook vermijden dat mensen mij gaan vermijden, omdat ik altijd aan het ‘zagen’ ben. (Terwijl ik eigenlijk gewoon antwoord op de vraag)

Dus ik vraag mij oprecht af, als mensen met de welbekende vraag komen en eigenlijk gaat het niet zo goed, wat doe je dan?