De zoon heeft een kleine vervelende gewoonte, namelijk prutsen aan zijn nagels. Op zich niet erg, maar het gaat dan altijd open liggen en dat doet pijn. Niet prutsen is dus beter. Hij probeert het af te leren.
Daarstraks zei hij in de auto: “Ik heb goed nieuws voor mama, papa en mama en papa (klinkt bizar, maar hij heeft nu eenmaal vier stuks) – voortaan ga ik niet meer prutsen aan mijn nagels.”
“Goed schat en hoe komt dat zo plots?”
“Omdat ik mijzelf tegenspreek. Kijk, ik hoor mijn lichaam zeggen dat het wil prutsen aan mijn nagels. Maar dat is geen probleem, dan spreek ik gewoon mijn lichaam tegen. Voila.”
Zou ik mijn lichaam ook kunnen tegenspreken als het wil snoepen?
Was het maar zo makkelijk! 🙂