“En wie bent u?”, vroeg ik aan de statige man die naast me kwam zitten in de steile, kleurrijke zaal van de Grote Post in Oostende. Ik kon wel door de grond zakken toen hij zijn naam zei, want op dat moment besefte ik natuurlijk dat de hoofdredacteur van De Standaard op het turquoise zeteltje naast me was komen zitten. De baas dus van het hele gebeuren.
Als docente in een opleiding Journalistiek had ik natuurlijk niet alleen zijn naam, maar ook het bijhorende gezicht moeten herkennen. Gelukkig liet Karel de hoofdredacteur mijn gêne snel verdampen door een vriendelijk gesprek aan te knopen over de uitdagingen van de journalistiek.
Vrij snel werden we onderbroken door presentatrice Michèle Cuvelier. Hoewel het op een doordeweekse dag al tegen mijn bedtijd aanleunde, zorgde het podiumvuurwerk en mijn buurman ervoor dat ik nog stevig bij de pinken was. Of was het toch de spanning van de nominatie?
Het is bijzonder on-Vlaams om te zeggen, maar ik was voor de gelegenheid opnieuw prachtig uitgedost. Voor de vierde keer op rij gestyled door mijn favoriete winkel Saint Colette. Alicia had na mijn bezoek in Oostkamp zelfs nog een topje nagestuurd om het plaatje helemaal te doen kloppen. Vestimentair was ik alvast helemaal klaar om die Oorkonde in ontvangst te nemen. Of om op zijn minst de eeuwige doch goed geklede genomineerde te zijn.
Het compliment zit zeker ook in die vierde nominatie op rij. Als onafhankelijke podcastmaker ben ik toch elke keer bij de laatste zes gestemd door telkens een compleet nieuwe jury. Waardoor die kleine garnaal met het ooit veel te haastig gekozen podcastlogo zichzelf al een paar keer tussen grote kleppers zag staan.
Toegegeven, ik was dit jaar rustiger dan anders. Het eerste jaar had ik echtgenoot Tom en vriendin Barbara nog meegenomen uit enthousiasme, de jaren daarna had ik me in de zaal gewoon geparkeerd naast iemand die daar toevallig ook was. Wel iemand van wie ik de naam én het gezicht herkende.
Mediaformats krijgen elk seizoen een kleine update, dus werden dit jaar voor het eerst ook de tweede en de derde plaats bekendgemaakt. Om dan uiteindelijk over te gaan naar de winnaars, die een award kregen in de vorm van een grasgroen, metalen, artistiek oor. Toen ik later die avond een foto met de Oorkonde doorstuurde naar mijn moeder, vroeg ze namelijk wat ik precies in mijn handen had. Daarna geloofde ze ook niet dat ik gewonnen had van haar favoriete podcast ‘Achter de Schermen‘, maar verder ziet ze me wel graag (denk ik).
Maar ik was er dus redelijk alleen. Links van mij zat een vroegere babysit van ons en haar vriend, rechts hoofdredacteur Karel met een fleurig sjaaltje.
Na ‘ Buiten bereik van kinderen’ op de derde en ‘De Volksjury’ op de tweede plaats, riep Michèle plots WEG uit als winnaar. Ik zat redelijk hoog in de zaal en snelde naar beneden. Het is een wonder dat ik daar niet op mijn smikkel ben gegaan. Mijn emoties raasden alle kanten op, mijn hakken waren best hoog en mijn lompheidsgehalte is legendarisch. Maar ik kwam heelhuids aan, met een hart dat ik heel duidelijk voelde bonken.
Voor de categorie Talk was minister van Media Cieltje Van Achter opgetrommeld. Toch licht ironisch dat ze de prijs moest uitreiken aan die kleine garnaal zonder mediabedrijf. Maar ze gaf me de prachtige grasgroene Oorkonde, drie dikke kussen en een gewaardeerde proficiat.
Michèle stelde een paar vragen, waarop ik achteraf bekeken echt veel zinnigere dingen had kunnen antwoorden. Daarna mocht ik nog een dankwoord uitspreken aan de pupiter. Uiteraard had ik niet nagedacht over wat ik daar wilde zeggen. Want na het eerste jaar vond ik het nogal gênant om een speech te voorzien die nooit uit je broekzak geraakt.
Dus vergat ik alle podcastgasten van de afgelopen jaren te bedanken. Ik vergat te zeggen dat ik de radio miste en dat alles daar ooit begonnen was. Ik vergat te vertellen dat zelfs de donkerste wolk een gouden randje kan hebben. Blijkbaar maakte ik toch een beetje indruk, want ongelooflijk veel mensen kwamen me achteraf complimenteren op mijn mooie woorden. En op mijn outfit.
Een voorspel van vier jaar levert een fantastische ontlading op. Het podiummoment duurde niet lang (dat stond ook duidelijk in de instructies) , maar het zindert nog steeds na. Ik begrijp de relativiteit van zo’n prijs helemaal, maar de erkenning doet toch echt wel deugd.
De Oorkonde stond trouwens eerst een paar dagen in Studio Sofinesse, weggestopt op de tweede verdieping van ons Gentse huis. Tot mijn zus zei dat ie minstens nog een paar jaar prominent in de living moest staan. Ze ging er met hetzelfde gemak ook vanuit dat mijn telefoon nu roodgloeiend staat, maar dat valt helaas wat tegen.
Zo werkt de media natuurlijk niet. Nochtans neem ik tegenwoordig altijd op, zelfs als het alweer een internetprovider is die me een zogezegd goedkoper abonnement probeert aan te smeren en alweer geen mediaboss of radiostation. Ik ben op een leeftijd gekomen dat ik probeer vrede te nemen met wat er is.
Toen ik de minister van Media een week later tegenkwam op een symposium over AI in de journalistiek, herkende ze me niet meer. Dat kan ik haar niet kwalijk nemen, want ik weet zelf nog amper hoe ik van het turquoise zeteltje tot in mijn hotelkamer ben geraakt. Ik herinner me wel nog dat ik in die kamer nog twee uur stijf van de adrenaline naar het plafond heb liggen staren.
Want ik heb toch maar lekker een Oorkonde gewonnen. Toch wel de Ensor van de podcastprijzen. Als kleine garnaal. Met luisteraars die me af en toe laten weten dat dat klein podcastje hun leven heeft veranderd. Hallo (kleine garnaal)kroket.
“Hoi”, fluisterde ik na afloop nog tegen Karel de hoofdredacteur. “Ik ben dus Sofie en ik maak een podcast over rouw en verlies.” Hij excuseerde zich dat hij mij niet kende.