Ik heb niet bepaald een goeie band met ringen.

Ik zal het hier daarom niet hebben over de ring die ooit aan mijn vinger geschoven werd met een bepaalde betekenis. Ik zal het ook zeker niet hebben over het feit dat hij nog niet eens aan mijn pink paste en dat dat redelijk genant is. En nog minder over het feit dat het er met de betekenis van die ring nooit echt iets gebeurd is. Ik had het moeten weten toen de steen eruit viel, dat er eigenlijk iets loos was. Ex(it).

Soit, ringen en ik. Geen geweldige combo. Tot een paar kerstmissen geleden. Ik heb toen van twee schoonmoeders geleden (ik heb er (voorlopig) nog maar twee versleten, voor u begint te denken dat ik rondscharrel met schoonmoeders) een prachtexemplaar gekregen. Werkelijk, een prachtexemplaar. Ik draag hem dus altijd aan mijn linkerringvinger, zonder voel ik me een beetje raar. Hij gaat alleen maar uit als ik ‘vuil werk’ moet doen (en ja, ik doe mijn vuil werk zelf, tss), slaap (mijn vingers zwellen dan soms een beetje op en dat is geen aangenaam gevoel) of een bad neem (dan heb ik graag mijn hele lichaam vrij op de een of andere manier. Ge moet daar verder niks vreemd achter zoeken.)

Maar ik ben mijn geweldige ring dus drie dagen kwijt geweest. Drie dagen. 72 uren. zZonder ring aan mijn linkerringvinger. En dan zit ik daar de hele tijd aan te voelen, aan iets wat er niet is. Fantoompijn als het ware. En dat is voos. Want dan voel ik mij gelijk zo naakt.

Ik wou gewoon een provocerende titel. Wedden dat er veel mensen via deze zoekterm hier terecht gaan komen. Terwijl ze – laat ons zeggen – ‘iets anders’ hadden verwacht.

Ik heb hem trouwens net teruggevonden. En ik voel me nu weer helemaal aangekleed. Lekker.