De zoon heeft vorige week een aantal ‘mindere momentjes’ gehad. Moe, lastig omdat het schrijven van de 3 niet meteen supervlot ging (die tweede halve bol wilde altijd naar boven), boos omdat hij geen snoepje mocht of omdat het bedtijd was… Niks abnormaals, iedereen heeft wel eens een minder momentje. (Ik heb met stip zelfs volledige mindere dagen, dat is perfect normaal, me dunkt)

Zondagavond was het even kritiek geworden, met traantjes en al. Hij was ook dingen beginnen te zeggen als “Het is hier ook nooit leuk” (een uur geleden vond je het hier nog superleuk – tiens, was dat een ander kindje?) of “Ik moet ook altijd gaan slapen” (tuurlijk schat, elke avond ongeveer).

We hebben er even over gepraat, geknuffeld en toen was het over. En dan gebeurt er plots iets waar je niet van terug hebt.

“Papa en Sofie, gaan jullie eens even op een rij naast elkaar staan?”

Sofie en papa gehoorzamen gedwee.

“Weet je wat ik nog mis? – Een lach op jullie gezicht.”

Ja maat, patat seg.