Wij wonen heel erg dicht bij de school van de zoon. Zo dicht dat we van in de living de speelplaats kunnen zien. We moeten dus maar gewoon de straat oversteken en we zijn er al.
Dat is lekker handig denkt u. Uiteraard, maar ook gevaarlijk. Want precies omdat ge zo dichtbij woont, durft ge wel al eens te laat te zijn. Ge denkt namelijk altijd “we hebben nog wel efkes, we moeten maar just ‘t straat oversteken”. En dat is gevaarlijk, zeker met mijn lief en zijn Latijns Amerikaanse chill-relax-temperament.
(En ja, ik besef dat het belachelijk is om hetzelfde traject vanuit Gent te doen. 75 km tegenover 25 meter. Dat is compleet belachelijk. Maar ik blijf het er moeilijk mee hebben – ik droom nog altijd van een helikopter)
Maar enfin, ik breng vanmorgen de zoon dus nietsvermoedend naar school. Bij de haag vlak voor de ingang, word ik plots overstelpt met kusjes en knuffels. Fijn, denk ik.
Maar na deze aanval van tederheid, draait de zoon zich bruut om en wuift mij uit. Ik zeg “Maar allez schat, ik zal nog wel meegaan tot aan de klas hoor”. (Zoals we dat in de kleuterschool altijd deden)
Ik krijg prompt nog een dikke kus. En dan komt de aap uit de mouw.
“Ja, dat is wel niet cool he, als ge uw mama een kus geeft op de speelplaats. Mijn vrienden moeten dat niet zien he.”
Jaja, nu al vakkundig weggewerkt achter de haag. Ik dacht dat dat pas zou beginnen als je hen gaat afhalen van een fuif of zo. Over een jaar of tien.