Dus vrijdag nam ik de tram, voor een rit van Antwerpen Linkeroever naar Merksem. Een halfuurtje tram, tijd genoeg om rond te kijken. Het begon goed, ik had een zitje en het was redelijk rustig. Dat kwam natuurlijk omdat ik aan het begin van de tramlijn was opgestapt, besefte ik een beetje later. Een paar haltes later waren we namelijk toch sardientjes in een blik.
Ik had een enkel zitje moeten nemen. Geen dubbel, nee, want dan kunnen er dus mensen naast u komen zitten. Ik heb niks tegen mensen, maar wel tegen mensen die stinken. En nog veel meer tegen mensen die stinken en toch naast mij komen zitten. Het was een oudere vent die zich in zeker 9 weken niet gewassen had en al minstens 4 maanden geen wasmachine meer was tegengekomen. Ik kon met moeite mijn lunch binnenhouden. Het is gelukt, thank god.
Toen stinkertje 6 haltes verder afstapte, was ik blij dat ik opnieuw kon ademen. Ik werd al een beetje blauw. En toen werd het zelfs een beetje plezant, met mijn voorburen Irma en Rosita. Twee kokette dames, seventy something. Ze zaten voor mij en omdat Rosita een hoorapparaat had, was het niet moeilijk de conversatie te volgen. Het leek wel alsof Rosita door een megafoon aan het praten was.
De zoon van Rosita, onzen David, was blijkbaar getrouwd met een onmogelijke schoondochter. Vorige week nog, Rosita wilde onzen David gewoon een pleziertje doen. Ze had vanalles geregeld met ophalen en eten maken, ze had de halve agenda van onzen David ingevuld. Maar de schoondochter nam het niet in dank af. Ze hadden zelfs ruzie gemaakt aan de telefoon. Stoute schoondochter die een eigen leven wil leiden. Foei.
“Allez Irma, ze zei dat ik mij niet moet bemoeien. Allez, bemoeien. Ikke? Ik doe toch maar gewoon voor goed te doen. En dan belt die en dan begint die gewoon te roepen. Ja seg. Ik mag onzen David toch helpen zeker, dat is toch zeker mijn zoon.” Terwijl ze het vertelde, wipte haar uitdunnend haar dat toch nog in een speld was gestopt, gespannen op en neer.
Irma probeerde er met alle moeite van de wereld een speld tussen te krijgen. Maar hallo, ze was wel tegen Rosita bezig he. De – als ik aan het woord ben, moet ge luisteren en vooral niet zelf babbelen – Rosita. Hoe meer Rosita vertelde, hoe meer medelijden ik kreeg met de ‘verschrikkelijke’ schoondochter. Want als ik zag hoe Rosita Irma telkens weer het zwijgen oplegde, wist ik gewoon dat ze zich echt gigantisch met het huishouden van haar zoon had bemoeid. En als het mijn schoonmoeder was geweest, ik was al gescheiden denk ik. Ondanks Rosita’s onuitstaanbaarheid had het jonge koppel haar toch nog uitgenodigd om een paar dagen mee naar Frankrijk te gaan. Respect voor de schoondochter. Maar Rosita had er eigenlijk geen goesting in. Ze durfde dat alleen niet te zeggen. Rosita, gij die iets niet durft te zeggen? Sloeberke toch, ik ken u nog maar 12 minuten, maar daar geloof ik niks van hoor. (Doe het toch maar, volgens mij maakt ge uw schoondochter superblij dat ge niet mee gaat. Ze hadden u alleen maar uit beleefdheid gevraagd).
Toen we bijna aan de eindhalte waren, kreeg Irma er zowaar een paar zinnen tussen. “De jonge mensen hebben ons niet meer nodig. Ze doen het liever zelf. Maar laat ze dan doen Rosita. Dan hebt ge ook wat meer tijd voor uzelf. Ik ga morgen met de trein en de bus naar Leuven, en woensdag zou ik precies eens graag naar Gent gaan”. Ik was meteen fan van Irma. Er kwamen ongelooflijk veel wijsheden uit haar mond, in de luttele halve minuut die ze kreeg van Rosita. “Ja kind, ik ben op ne leeftijd gekomen dat ik daar allemaal niet meer van wakker lig zenne.” Goed bezig Irma.
Toen begon Rosita haar klaagzang opnieuw. En ze babbelde Irma weer onder de tafel. Toen ik uitstapte, had ik bijna gezegd. “Irma kind, ge moet u een andere vriendin zoeken, want deze deugt niet. Gij moogt van die trut nooit uw verhaal doen en ze is een vreselijke schoonmoeder. Kom maar bij mij Irma, ik zal een beetje luisteren. Ik vind u een toffe”.
Maar ik zei natuurlijk niks. Ik dacht alleen, dat ik heel hard mijn best zou doen om meer een Irma dan een Rosita te worden. Een Irma met nog een tikkeltje meer assertiviteit. Over een halve eeuw of zo.
grandioos!!!!
geweldig!!
heerlijk verteld.
Bedankt zuiderbuur, voor dit prettige verhaaltje!
gr Ronald
Dat is graag gedaan noorderbuur :-)!