Het plan 35.

Voor de meeste lezers/volgers zal dit niet als een verrassing komen: ik sta graag in de aandacht. Op een podium kruipen vond ik als kind al geweldig en dat is nooit veranderd. Misschien is het op een bepaalde manier zelfs erger geworden, wie weet.

Een verjaardag vind ik bij uitstek een moment waarop die aandacht volledig terecht is. Dat is toch een beetje jouw dag, nee? Ik hoop elk jaar opnieuw dat er wilde dingen gaan gebeuren, maar meestal passeert het nogal geruisloos. Al zijn er de laatste jaren wel een paar uitschieters, daar moet ik eerlijk over zijn.

Op mijn dertigste verjaardag heb ik het heft in eigen handen genomen en drie feestjes georganiseerd: vrijdagavond voor een hoop vriendinnen, zaterdag met mijn lief en zondag voor de familie. Een feestje voor elk decennium. Ik kan amper geloven dat er alweer een ronde verjaardag aankomt, maar goed. Het is wat het is, vanaf 14 februari zit ik aan de foute kant van de dertig. Thirty-something hebben ze daar voor uitgevonden. Vijf-en-dertig, alsjeblieft.

Toen ik 34 werd, begon ik al te brainstormen over die volgende verjaardag. Want die mocht zeker niet stilletjes passeren. Ik geef al niet vaak een feestje, dus eens om de vijf jaar is zeker niets te veel. Bij gebrek aan een aanzoek heb ik ook nog altijd geen vrijgezellenfeestje gehad, dus die 35ste moest en zou iets worden. Maar wel iets op mijn maat, want ik hou bijvoorbeeld niet van alcohol en luide muziek.

Ik bedacht een schitterend plan: een improvoorstelling. Nog eens op de planken kruipen en die zalige adrenaline voelen. Ik droom al jaren van opnieuw wat theater, van een rol waar ik echt mijn tanden kan in zetten. Maar voorlopig zie ik dat niet combineerbaar met werk/gezin/alles én bovendien heb ik ook echt geen zin om in het amateurcircuit te verzeilen, waar het niveau, allez ja, je begrijpt me wel. Ik begrijp dat Jos van de bakker van achter de hoek van de ijzerwinkel van Josephine van Marcel van Guido ook graag een beetje toneel speelt, maar – oh arrogante ik – wil toch met mensen spelen die allemaal echt kunnen spelen. Forgive me. Helaas vraagt dat hele verhaal kei veel voorbereiding en dat zit er dus nu niet in. Ooit hopelijk, maar nu niet. Dus impro was de oplossing: een longform impro voorstelling.

Het komt toevallig ook geweldig goed uit dat ik heel wat vrienden in die wereld heb, die ik vast wel kon overtuigen om mee te spelen in mijn verjaardagsvoorstelling. De genodigden zouden dan alleen mensen zijn die ik graag heb en na de voorstelling zou de foyer nog dienst doen voor een klein feestje. Top-plan.

Toen ik mij nog amuseerde bij improvisatietheater The Lunatics

Maar toen kreeg ik als verjaardagscadeau van mijn lief dus een JA op een derde kind. En toen was ik zwanger en vond ik het helemaal niet erg dat mijn 35ste verjaardag eentje met extra striemen zou zijn. Dat plan kon wel verschuiven naar mijn 40ste verjaardag. Toen ging het mis met die zwangerschap, maar dachten we dat er snel een andere zou volgen. Een zwangere voorstelling was nu ook niet aan mij besteed, dus we doen dat wel eens op die 40ste verjaardag.

En toen, ja. Toen viel alles in het water. En nog veel meer. Kletsnatte kloteboel.

En nu word ik over minder dan een maand 35 en is er helemaal niets geregeld. Het is ook veel te laat om nog zoiets te regelen. Ik heb er ook helemaal geen zin in, want er hangt een gigantische schaduw over alles. Ook over de leuke dingen.

Dus het is nu wel compleet zeker dat die verjaardag helemaal in mineur zal passeren. Dat is allemaal niet erg en al. Maar boe-hoe.

Posted in Lunatics, Want zo ben ik | 4 Comments

Acht.

Het lijkt soms alsof er nooit iets anders geweest is dan de entiteit. Er was wel een leven daarvoor, maar het klopte nooit zo hard als sinds 14 januari 2011. Eerst een heel klein beetje aarzelend, maar na een week was ik compleet overtuigd. De man waarvoor het begrip ‘van mijn leven’ was uitgevonden. Ik kan het bijna niet beschrijven, maar mijn hoofd en ganse lijf wilde kei hard springen met jou, in het grote levensavontuur. Wat we ook deden, ja, op een soort supertrampoline.

Tegelijkertijd kan ik bijna niet geloven waar we nu staan. Twee kinderen (waarvan eentje 6,5 en wij vandaag 8 jaar samen, do the math), drie keer verhuisd, een grote verbouwing op til, de uitdagingen van het dagelijkse leven. Acht jaar lijkt zo weinig, maar is ook zoveel.

Toen kwam annus horribilus. 2018. Het jaar dat we zo graag hadden willen overslaan. Waarin we achtereenvolgens een miskraam, mijn ontslag, jouw val tijdens het lopen met grote gevolgen, een nieuwe job voor mij (met uitdagingen), de diagnose Asherman en de dood van mijn broer in ons gezicht kregen.

Dat is veel. Dat is veel te veel. Voor mensen, voor geliefden, voor een gezin, voor een entiteit.

Er zijn heel veel dagen dat ik niet weet hoe ik moet blijven rechtstaan. Er zijn heel veel dagen dat ik instort, of enorm zenuwachtig word van onnozele dingen zoals een niet-opgeruimd huis. Er zijn heel veel momenten dat ik alleen maar wil huilen, of dat ik huil.

Jij bent er altijd. Altijd. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen. Het is niet alsof je ooit niet hoog scoorde op de perfecte schoonzoon-ladder, maar wat jij gedaan hebt in die donkerste eerste dagen en weken, dat is meer dan heel veel. Ik zag jou in stilte op de achtergrond zoveel mensen dragen, zoveel kleine dingen oplossen, zoveel knuffels uitdelen, zoveel verlichtende woorden zeggen.

Het is niet gemakkelijk om lichtpuntjes te vinden als de zon niet meer schijnt. Gelukkig lopen hier twee heerlijke kereltjes rond. Kinderen dwingen je om de orde van de dag niet uit het oog te verliezen. Maar vooral ook gelukkig dat jij hier bent.

Vooral. Gelukkig. Dat jij.

Malta 2018

Ik weet niet wat ik zonder jou moet beginnen. Ik wilde een lyrische ode schrijven aan ons, want ik neem de gewoonte om daar op elke entiteitsverjaardag bij stil te staan. Maar met alles wat er gebeurd is, zat er vandaag geen poëtische stroom in mijn hoofd. Alleen maar liefde.

In deze hele woelige zee, stappen wij ook nog eens in een zot verbouwavontuur. Iets wat je eigenlijk moet doen op een moment dat er stevige grondvesten zijn. Die zijn er tussen ons, maar alle andere fundering lijkt soms wel echt weggevallen.

Het is zoveel. Het is zo zwaar. Het is zo moeilijk.

Maar het is met jou, dus is het (z)acht.

x

Lief jou, voor altijd.

Posted in Liefde | 4 Comments

Tot nooit, voor altijd.*

Dag liefje,

Ik ken je niet, maar ik wist je toch heel goed.

Je was er, maar je bent er ook nooit geweest.

We waren zo blij, maar nog veel langer droef.

 

Dag liefje,

Ik denk niet elke dag aan jou. Je bent ondergesneeuwd in andere huilbuien.

Maar je bent er wel, altijd. En je bent er ook niet.

Je was er, maar je bent er ook nooit geweest.

 

Dag liefje,

Jou moeten missen is voor altijd een litteken. Jou niet mogen leren kennen is voor altijd een kramp.

Maar wat na jou gekomen, of niet meer komt, is een open wonde.

We waren zo blij, maar nog veel langer droef.

 

Dag liefje,

Ik kan jou moeilijk een plaats geven, omdat het bloed eruit stroomt.

Blijft stromen, en geen pleister kan stelpen.

Ik ken je niet, maar wist je toch heel goed.

 

Dag liefje.

Als alles anders was geweest, was vandaag de dag waarop 40 weken stond gegraveerd.

De dag die misschien al gepasseerd was, of misschien nog moest komen. De datum.

Jij. Liefje. Jij. Liefje. Niet.

 

Ik wist je. Je bent er. Nooit, en altijd.

Blij voor even, droef voor altijd.

Da-ag liefje.

Tot nooit, voor altijd.

 

*10 januari was de uitgerekende datum van het miskraam.

Posted in Liefde | 12 Comments

Eindelijk (bijna) voorbij.

Het is eindelijk bijna voorbij. Het is eindelijk bijna tijd om die deur van 2018 kei hard dicht te gooien. Ook al is dat stom, want het gaat niets veranderen. Ook in het nieuwe jaar zullen de dingen die ons in de laatste zeven maanden bruusk zijn afgepakt, niet deus ex machina terugkeren. Ik zei het al, alles is voor altijd anders.

Op oudejaarsavond vorig jaar heb ik heel hard moeten huilen. Ik heb een verschrikkelijke bloedhekel aan feestdagen en nog het meest van al aan ouderjaarsavond. Ook al was het bij heerlijke vrienden met heerlijke mensen, ik wilde daar helemaal niet zijn. Deze dramaqueen had a little breakdown, een paar uur voor middernacht.  Ik wilde gewoon slapen tot het volgende jaar, om het opgeklopte moment niet te moeten meemaken.

Vreemd dat ik me nu harder dan ooit zo voel. Ik zou gewoon willen slapen tot het geen pijn meer doet, maar ik heb het gevoel dat wakker zijn dan gewoon geen optie meer is. De pijn zal hopelijk mettertijd wat minder scherp worden, maar verdwijnen gebeurt niet. Nooit.

Het zit in kleine dingen. Het stomste detail kan ervoor zorgen dat het begint te prikken achter mijn ogen, en dat er even later een traan ontsnapt. Of dat de sluizen opengaan. Of dat ik zo droef word, dat ik zelfs geen tranen meer kan opbrengen. De radio opzetten is vaak een steek door mijn hart, een zwangere vrouw kan me helemaal van mijn stuk brengen, een groot gezin doet me naar adem happen…en dan zijn er nog duizend dingen die me aan mijn broer doen denken. En dan ben je weer vertrokken.

Het is maar een jaar. Een arbitraire grens die niets betekent. Maar binnen die arbitraire grens die we mei tot december noemen, zijn wij wel extreem hard op de proef gesteld. Het slechte nieuws kwam zo snel na elkaar, dat er nergens ruimte was om iets te verwerken. Alles werd gestockeerd, weggeduwd, geparkeerd om verder te kunnen gaan. Om flink te zijn. Om een nieuwe tegenslag te incasseren.

Ik had al na de eerste dolksteek het gevoel dat het voorbij was voor mij. Dat ik nooit meer echte vreugde zou voelen, omdat er ergens een heel donker randje is. Omdat mijn hart permanent een klein beetje bloed verliest. Maar de messteken bleven maar komen.

Maar je gaat door. Je moet door. En gelukkig zijn er ook lichtpunten. Ik heb een fantastisch gezin. En ook al weten we soms echt niet meer hoe we de dag moeten doorkomen, we hebben wel echt elkaar. We hebben twee heerlijke kinderen. Over een dikke twee weken vieren we acht jaar liefde. En liefde, dat is er overal.

Ook buiten de muren van ons huis. Het absolute lichtpunt van 2018 is liefde en warmte. Het feit dat we veel dichter bij elkaar zijn gekomen, in onze dichte kring. Het feit dat je kanten van bepaalde mensen voelt en ontdekt die een Nobelprijs verdienen.

Dat is het positieve. Ik probeer echt naar die mooie dingen te zoeken, want anders ga je dood. Want als ik eerlijk ben, voelt het wel een beetje als doodgaan. Afscheid nemen is een overheersend thema geworden de afgelopen maanden, en ik moet echt opletten dat ik ook niet mezelf verlies. Het is echt moeilijk mensen, fucking klote moeilijk.

Er zijn minuten dat het gaat. Er zijn uren dat het lukt. Er zijn dagen dat je het soms heel heel even een klein beetje vergeet. Maar meestal: nope. Lukt het niet. En weet ik echt niet hoe of wat.

Het was de bedoeling om hier wat foto’s te zetten. Maar het lukt me al niet om er door te scrollen. Dus je zal het met eentje moeten doen.

We gaan op reis. Richting 2019. Waarin ik jou het allerbeste wens. Heel veel liefs, heel veel liefde, heel veel warmte, heel veel licht, heel veel goede dingen. En ik ga ook wat egoïstisch zijn, ik wens ons ook het allerbeste.

Bedankt om hier te komen lezen. Bedankt voor al die lieve berichtjes.

Ik blijf mijn best doen, meer kan ik niet doen.

Happy New Year

Sofie x

 

Posted in Er zijn zo van die dingen | 13 Comments

De veldrijder.

De school van onze kinderen ligt op minder dan een kilometer van onze voordeur. Het zou dus compleet ongepast zijn om met een gemotoriseerd voertuig de jongens te brengen. We gaan te voet.

Het is te zeggen: Basiel gaat met de step en Felix met de fiets. Meestal holt moeder daar achteraan, of wachten de jongens op elke hoek van de straat. Als ik zelf ook meteen richting station moet, dan fiets ik zelf ook.

Maar die dag wandelde ik, geladen met twee boekentassen, achter mijn heerlijke gasten aan. Basiel is meestal ver op kop, Felix blijft doorgaans wat rond mij drentelen en zwijgt geen halve seconde. Echt, het is ongelooflijk wat die er kan uitkramen op honderd meter.

Op het voetpad lag een beetje aarde, alsof iemand eens flink de vensterbankbloembak had uitgeschud. Je kon er niet langs, je moest erover.

Felix stopte voor de hindernis en twijfelde even. Toen stapte hij van zijn fiets, gooide die over zijn schouder (nog geen vier jaar dames en heren, met zo het kleinste trappersmodel over zijn schouder) en stapte over de berg aarde. Toen zijn fiets op de grond stond, zei hij droog:

“Ja, ik moest dat eventjes zo doen. Want anders worden mijn banden vuil.”

De toevallige passant barstte in een schaterlach uit. En zijn moeder ook.

 

(Ik heb er helaas geen filmpje van. Zelfs geen foto. Maar het was zo aandoenlijk grappig.)

Posted in Felix | 4 Comments

Verbouwingsupdate 1

Om het eens over iets totaal anders te hebben dan verdriet, zal ik nog eens een beetje zagen over dingen die eigenlijk van geen belang zijn. Zoals onze zotte verbouwing. Een paar mensen zeiden dat het nu toch absoluut niet het moment is om ook nog in het stof te gaan leven. En met vier mensen in de living te kamperen. Maar laat ons eerlijk zijn, daarvoor is het nooit de moment. Tis gank, dus we gaan door.

Tegen dat die stielmannen op zeven januari hun camionette voor de deur gaan parkeren, moeten wij al een berg verzet hebben. We hebben al hard gewerkt (wat blijkt: fysieke arbeid werkt nog wat troostend, mentaal labeur put gewoon uit), maar we zijn er nog lang niet.

  • De bovenverdiepingen zijn quasi leeg, op een paar dozen rommel na. Alle meubels en inboedel is tijdelijk verhuisd, we moeten alleen nog ons bed naar de living brengen. De zetels zijn daar al weg weg, dus we leven nu even in een geïmproviseerd salon. Best gezellig eigenlijk.

  • Ik zei dus al dat het salon weg is. Staat voorlopig in de garage van mijn ouders. Maar eigenlijk dromen we stiekem al twee jaar van een nieuwe zetel. Na de verbouwingen is daar zo goed als zeker geen geld meer voor, maar dromen is leuk. Ik had anders zoiets in gedachten (sorry voor de crappy foto, ik ben nogal nieuw op Pinterest en ik heb nog niet alles door, maar misschien kan je gewoon mijn ZETEL-board bekijken?) Past wel niet zo goed bij die afgrijselijke rode kast.

  • We (= Tom) moeten nog heel veel afbreken. We hebben de half ingebouwde kasten uit de voormalige zolderberging al bijna helemaal weggehaald en alle leidingen zijn afgesloten. Nog op de lijst: vloeren en plafonds en al de rest uitbreken. Voor het verwijderen van de schouwen komt er gelukkig iemand, dat zal zijn geld meer dan waard zijn. Want we willen niet dat ons dak plots ook nog inzakt natuurlijk. We hebben al geen fundamenten meer in ons leven.

Daarna is het vooral onze job om dat allemaal te overleven, zo kamperend in het stof. En om designkeuzes te maken die binnen budget vallen. Ik ben al volledig slecht bezig met onze nieuwe badkamer. Maar ja, ik wou ineens een vintage meubel. Er is trouwens op de socials soms wat ongerustheid over, want wij hebben toch nog maar net een nieuwe badkamer geïnstalleerd?

Ja, dat klopt. Maar het gaat om een tweede (kleine) badkamer. Een parent-use-only-exemplaar.

Maar kijk, normaal weet ik heel goed wat ik wil, maar met deze badkamer wilde het maar niet lukken. Ik zie normaal meteen in mijn hoofd hoe het er moet uitzien, maar nu lukte dat maar niet. Toen ik plots het licht zag, ben ik compleet overboard gegaan (voor wie mijn instastories volgt – mijn excuses) om te vinden wat ik zocht. Uiteraard was dat een beetje buiten budget, of wat had je gedacht?

Ik heb mijn vintage meubel (na een intense zoektocht) uiteindelijk gescoord bij Sixty Fruits in Nederland. Zij maken ons toekomstig badkamermeubel  helemaal badkamerproof. Toch twijfel ik nog een beetje om toch een extra (wit) blad te laten maken, om de levensduur te verlengen en mijn hart gerust te stellen.

Maar het plan is dus als volgt:

  • oudroze tegels van 10x20cm in L-patroon in de douche (5593)
  • iets lichtere oudroze tegels van 10x20cm in L-patroon op de vloer (5591)
  • Zwart kraanwerk (ook een zwarte handdoekdroogradiator)
  • een vintage wasmeubel met 1 lavabo (het is het meubel van op de foto, maar het wordt badkamerklaar gemaakt met maar 1 lavabo)
  • Een grote ronde vintage spiegel
  • Toffe (nog te scoren) accessoires + planten

Voila. Die badkamer is dus in orde. Allicht een klein beetje buiten budget, maar dat gaan we ergens anders proberen te compenseren he? Bijvoorbeeld bij de volgende keuzes die nog gemaakt moeten worden:

  • Vloer voor de ouderverdieping (klinkt goed he, ouderverdieping ?) kiezen. Maar ik weet wat ik wil, dus dat wordt gewoon een kwestie van dat te vinden binnen budget. Een lichte houten vloer, moet lukken.
  • Afspraken maken met de kastenbouwer want er komt een gigantische kast, over de hele breedte van de kamer van vloer tot nok – het valse plafond gaat eruit. We moeten nog kiezen hoe die kast precies ingedeeld moet worden en het precieze materiaal bespreken. Deze stielman komt allerlaatst in de rij en dat zal helaas pas tegen de zomer zijn, dus dan gaan we pas helemaal klaar zijn. Maar gelukkig kunnen we daarvoor al wel naar boven verhuizen.
  • De rest van de keuzes ga ik nog niet meteen maken. Ik ga een beetje in alle ruimtes rondhangen om the vibe te voelen en dan te beslissen welke kleur er eventueel tegen de muren komt. Ondertussen kan het stukwerk ook lekker drogen.

Ah ja. Dat stukwerk is plots wel een probleem. De plakker heeft afgebeld omdat hij niet genoeg personeel heeft. Dat betekent dus dat de hele planning al in elkaar stuikt nog voor we begonnen zijn. Als iemand nog een goeie plakker in de aanbieding heeft in het Gentse, laat maar weten.

Verbouwen is niet tof. Alleen het ontwerpen én inrichten als het klaar is, vind ik tof. Maar dat vind ik dan ook wel echt extreem plezant. In een vorig leven wilde ik heel graag binnenhuisarchitecte worden. Ik heb honderden plannen getekend, werd daar altijd rustig van.

Maar toen bleek dat je daar ook wiskunde bij nodig had, ben ik maar iets anders gaan studeren.

Ik bedoel wiskunde, serieus?

Posted in Thuis en al | 7 Comments

Chirurgische dagkliniek Sint Lucas versus een dagje UZ Gent

Het is niet de bedoeling om met modder te gooien naar een bepaald hospitaal, want ik ga er echt van uit dat iedereen het beste nastreeft. Maar na een recente ervaring in beide ziekenhuizen, kon het verschil eigenlijk niet groter zijn. Op 26 juni onderging ik een curettage in Sint Lucas in Gent, op 14 december werd ik geopereerd aan verklevingen in mijn baarmoeder in UZ Gent. Ik doe hieronder gewoon mijn verhaal, zoals het gebeurd is.

De voorbereiding

SINT LUCAS: Toen ik al zes weken rondliep met een miskraam, stuurde mijn huisarts me uiteindelijk met spoed naar de gynaecoloog. Ik kon daar op vrijdagavond terecht en werd ingepland voor een curettage de dinsdag daarop. Ik kreeg alleen te horen dat ik me om 14u moest aanmelden, verder helemaal niets. Nul. Niets, behalve de mededeling dat ik best geen kostbare spullen mee kon nemen.

Ik heb diezelfde avond in paniek nog aan mensen met ervaring zitten vragen of zij enig idee hadden hoe het zou verlopen. Ik moest alleen naar het ziekenhuis, dus hoe zou dat dan gaan? Waar moest ik me aanmelden? Wat gebeurde er met mijn spullen als ik onder narcose was? Ik moest alleen gaan, dus mijn gsm moest toch mee?

UZ: Na de eerste aangename afspraak, gingen we buiten met een datum voor de operatie en post-operatieve afspraak. We hadden op dat moment al een voorgesprek gehad met een vroedvrouw, een onderzoek plus gesprek met de professor én een nagesprek met een verpleegster die alle praktische info meegaf. Waar ik verwacht werd, dat ze me een dag eerder zouden bellen voor het exacte uur, wat er met mijn spullen zou gebeuren tijdens de operatie, wat ik kon verwachten. Alle vragen die ik had, kon ik there and then stellen.

Twee weken later werd ik gebeld met de vraag of ik eventueel wilde deelnemen aan een studie rond mijn operatiebeeld en nazorg. Daarvoor moest er bijkomend wel een uitstrijkje genomen worden. Een enthousiaste dame legde me heel veel uit aan de telefoon, maar ik was op dat moment de uitvaart van mijn broer aan het voorbereiden. Ik zei dat we zouden langskomen voor het bijkomende onderzoek, maar dat de rest me op dat moment niet zo kon schelen door het overlijden van mijn broer.

Toen we een paar dagen later bij de dokter zaten, werden we gecondoleerd en mochten we nog eens alle vragen stellen die we hadden. Ook na het onderzoek, mochten we nog eens bij een dame die alle uitleg gaf. En een gratis parkingkaartje, als ‘beloning’ omdat we meededen aan de studie.

Kort samengevat: totaal geen uitleg tegenover verschillende vragenrondjes. Telkens met heel lieve mensen.

 

De dag: pre-operatief

SINT LUCAS: Op de dag van de curettage was ik heel erg ongelukkig. Door het miskraam, omdat ik alleen moest gaan, omdat ik geen flauw idee had waar ik moest zijn en wat er van mij verwacht werd. Na lang wachten (op een hete dag niet mogen drinken tot 15u is lastig) werd ik uiteindelijk begeleid door een verpleegster. Ik moest me uitkleden op de kamer, daarna werden mijn kleren in een soort winkelkarretje weggebracht naar een kotje. Ik zat dan vast op mijn bed, want zo’n schortje is niet bepaald gemaakt om rond te lopen. (Want hallo, dat is open achteraan!). Ik werd uiteindelijk veel later met bed naar het OK gebracht (terwijl ik wel nog kon wandelen op dat punt) en moest vijf keer zeggen waarvoor ik kwam. Wel een hartje voor de man die de tranen in mijn ogen zag toen hij het vroeg en daarna zijn hand op mijn been legde en zei ‘Ik weet waarvoor je komt, het spijt me dat ik het moet vragen. Procedure’. In het OK zag ik mijn gynaecoloog voor het eerst en voor het laatst die dag. “Dat jij hier nu toch bent”, ze nog. En ik huilde gewoon verder. Moet ik nog toevoegen dat deze ingreep tot het syndroom van Asherman leidde? Het was vast ook niet met opzet, maar het is wel zo.

UZ : Ik werd om 6u15 verwacht in de dagkliniek (inderdaad, wat een uur!) en had deze keer het grote geluk dat mijn topvriendin Barbara mee ging. Ik werd een paar minuten later afgeroepen voor de administratie, nog wat later werd ik meegenomen door een verpleegkundige. Ik kreeg hokje 4, een aangenaam kotje met twee deuren (die je met een schakelaar kon openen), lockers en een bankje om me om te kleden. Er lag een operatiehemdje voor me klaar, een badjas (hallelujah! Weg probleem van het open hemdje), steunkousen en sokjes met anti-slip. Ik kleedde me om en gaf de sleutel aan de verpleegkundige. Terwijl ik wachtte om naar het OK te gaan, kwam één van de opererende dokters (ze waren met drie) nog eens langs om me wat vragen te stellen. Het was de dokter van het voorbereidende onderzoek, en ze was – alweer – heel lief. Even later mocht ik naar het OK wandelen (inderdaad, ik kon nog wandelen) en op de tafel gaan liggen. Mijn enige klacht van de dag was het infuus dat ik daar kreeg. Dat was echt venijnig slecht gestoken. Maar goed, ik heb het overleefd. Ik vertelde nog over mijn brandwonde en onze foodboxen. Niet veel later mocht ik in het maskertje ademen tot knock-out.

Conclusie: de infrastructuur van UZ Gent is veel aangenamer. En alweer meer omkadering.

 

De dag: post-operatief

SINT LUCAS: Voor een curettage ben je maar heel kort onder narcose, dus wakker worden ging eigenlijk wel vlot. Het personeel op recovery was heel correct. Maar toen ik naar mijn kamer werd gebracht, liepen de tranen onstopbaar over mijn wangen. Toen de verpleegster vroeg of ik van de pijn of de emoties huilde en ik zei dat het van de emoties was, zei ze daarna “Ah, ok dan.” Toen ben ik compleet dichtgeklapt. Ik heb me zelden zo alleen gevoeld. Na een paar uur en een bloeddrukcontrole mocht ik naar huis, zonder nog een dokter te hebben gezien. Ik wist niet wat ze gevonden hadden in mijn baarmoeder, ik wist niet of ik nog op na-controle moest komen, ik wist niet wat ik wel en niet mocht doen (in bad gaan? Vrijen? Zwemmen?). Geen uitleg, nul. Geen mensen om die vragen aan te stellen. (En het jammere is dat ik weet heb van een aantal mensen die geen voet meer willen zetten in Sint Lucas, nadat ze daar behandeld zijn voor een miskraam)

Gelukkig dat Felix nog voor een moment van verlichting zorgde die dag. Want toen de jongens mij kwamen halen, draaide ik nog even de badkamer van mijn kamer in om het licht uit te doen. Waarop Felix voor de hele ziekenhuis gang riep “Wachten! Mama moet nog kaka doen!” – We lagen plat, en dat was welgekomen na een vreselijke dag.

UZ Gent: Ik ben slecht wakker geworden na de operatie, ik was aan het hyperventileren en trilde helemaal. Er werd een paar keer in mijn gezicht geklopt, ik kreeg een warmteblazer en de verplichting wakker te worden. Alweer moest ik enorm hard huilen. Het was alsof alles ineens weer kei hard binnenkwam: mijn ontslag, het miskraam, de dood van mijn broer, de val van Tom. Alsof al die emoties nog eens in één keer passeerden. Toen ik bijna mocht vertrekken, keek de verpleegkundige mijn bed na en riep ze voor de hele zaal “Moh, je hebt in je bed geplast.” Dat vond ik bijna lachwekkend, want ik wist dat het niet zo was. Bij de diagnostische hysteroscopie werd er ook constant vocht in mijn baarmoeder gepompt, dat loopt er daarna natuurlijk weer uit. Doe daar een isobetadine-kleurtje bij en ik snap de verwarring. Maar het is natuurlijk niet nodig om dat voor de ganse recovery te roepen.

Ik werd naar mijn kamer gebracht en hoewel er eerst wat verwarring was over de aard van mijn operatie (ze dachten even dat ik gewoon een kijkoperatie had gehad, ze hadden niet door dat er ook geknipt was en zo), werd ik goed begeleid. Verschillende verpleegsters gezien, maar ze waren allemaal vriendelijk en babbelvaardig. Met uitzondering van diegene die me eten kwam brengen. Ze vroeg om ons tafeltje leeg te maken maar zag me ook mottiger worden naarmate de plateau dichter kwam. Toen zei ze “Maar mevrouw alstublieft, u heeft eten besteld en nu gaat u het niet opeten.” Het bleek voor een gordijntje verder, en ze excuseerde zich.

Voor ik naar huis ging zag ik de professor nog, met zijn assistente. En wat opvallend was en mij een enorm goed gevoel gaf: ik werd gecondoleerd. Ik had dat ooit alleen maar gezegd tegen de telefoniste een paar weken eerder, dus heel fijn gevoel dat ze daar blijkbaar over communiceren. Dan voel je je een patiënt en een mens, geen nummer. Ik mocht opnieuw alle vragen stellen die ik wilde en kreeg een verstaanbare uitleg. Van de prof én van de assistent, met hoop.

Nog voor de operatie had ik trouwens al twee post-operatieve afspraken gekregen. Maar na de operatie wilde de prof die een beetje vervroegen. Nog voor we in onze auto zaten, had ik al telefoon gekregen met een nieuwe betere afspraak. Ik kan echt niet genoeg pluimen op de hoed van prof Weyers zetten (ja, inderdaad die kerel die een baarmoeder getransplanteerd heeft!): want wat een toegankelijke en aimabele man. Ook de rest van het team: dankuwel voor zoveel uitleg en menselijkheid.

Volgende week vrijdag wordt de ballon verwijderd en in het voorjaar volgt opnieuw een kijkoperatie. Ik heb geen vragen meer. Ik weet wat ik mag verwachten, waar ik moet op letten, wat mag en wat niet.

Conclusie: Wakker worden is nergens leuk. Maar terug op de kamer: hartjes voor het team van UZ Gent. Ik ging naar huis met een gerust gevoel. Na mijn curettage in Sint Lucas voelde ik me rot, angstig en in de steek gelaten.

Het verschil?

Ik weet dat ik geen ziekenhuis mag afrekenen op één ervaring. De ene afdeling is waarschijnlijk ook de andere niet. Maar in het hele miskraam-verhaal voelde het echt of ik niet serieus werd genomen. Er werd ook vrij laconiek over gedaan. Ik besef zelf dat het heel vaak gebeurt en een goede beslissing van de natuur is, maar dat betekent niet dat het er niet stevig inhakt.”Je moet niet flauw doen”, dat is gewoon jargon dat daar niet thuis hoort.

Maar geef het toe, ik was bang van het UZ. Vooral omdat het zo groot is. Ik dacht daar een nummer te zijn, maar het tegenovergestelde bleek waar. Het verhaal is nog lang niet afgelopen natuurlijk, maar ik heb nu wel het gevoel dat ik in goede handen ben. Ik denk niet dat ze me in Sint Lucas nog zien. Basiel en Felix zijn daar geboren, maar als we het geluk hebben dat nog eens te mogen meemaken, zal het daar niet meer zijn. Het spijt me.

De weg is nog lang en de uitkomst blijft onzeker. Maar er is hoop.

En zolang er hoop is, is er leven zeker? (Of is het andersom?)

 

 

Posted in Rapporteren, Want zo ben ik | 21 Comments

Kinderen en rouw.

Toen ik via mijn sociale kanalen een babysit zocht om bij Felix te blijven tijdens de uitvaart, kreeg ik daar bijna onmiddellijk (goedbedoelde) commentaar op van verschillende mensen. Mensen die bezorgd waren dat we onze kinderen wilden afschermen van het drama en het verdriet.

Dat hebben we bewust nooit gedaan. Basiel zat trouwens naast ons toen de fatale telefoon kwam. Hij zag onmiddellijk aan onze reactie dat er iets serieus mis was, verstoppen was geen optie. Gelukkig, want verstoppen en afschermen is een heel slecht idee. Maar hoe leg je zelfdoding uit aan twee jongens van bijna 4 en 6?

We hebben na de telefoon – op kindermaat – verteld wat er gebeurd was. Pas op, dat was niet gemakkelijk. Het was een lastige avond, Basiel raakte heel moeilijk in slaap. Maar wij konden evenmin de slaap vatten (dat is nog steeds moeilijk). Een paar uur na de telefoon werd ik ook opgehaald door een nonkel, zodat ik diezelfde avond nog naar mijn ouders in OLV Waver kon. Het was chaos in ons hoofd en hart. Tom bleef thuis achter met de kindjes en alles gebeurde in een soort shockroes.

Dat Felix niet meeging naar de uitvaart, was niet omdat we hem wilden afschermen van het verdriet. Dat was een egoïstische beslissing van ons, omdat we het afscheid intens wilden beleven en daar even niet wilden bezig zijn met ‘ik heb honger’/’ik moet kaka doen’/’blijf eens even zitten’. Op zich kan het misschien best dat er kindjes ronddartelen op een uitvaart (zoals dat soms gebeurt in een trouwmis), maar wij hadden daar geen zin in. Het was al heftig genoeg om zelf te blijven rechtstaan, we wilden die ‘stress’ er echt niet bij. Basiel is trouwens wel meegeweest. We hebben hem uitgelegd wat er ging gebeuren en hij mocht zelf kiezen of hij mee wilde, hij koos voor de uitvaart.

De viering duurde een klein uurtje, maar daarna hebben we nog veel langer handen geschud. Dus ik ben heel blij dat Felix niet mee was. Hij was op dat moment een last geweest voor ons, we hadden echt alle energie nodig om zelf recht te blijven staan. Voor mezelf was het trouwens een enorme houvast dat ik het afscheid zelf in elkaar had gestoken. Ik wist op elk moment wat er ging komen. Ik had alle teksten zelf geschreven of al eens gehoord, waardoor die eerste emotie al gepasseerd was. Dat heeft me echt geholpen, anders was ik zeker niet in staat geweest om zelf iets te lezen.

Maar onze kinderen horen bij ons, dus ook bij dit verdriet. In die eerste intense week zijn ze ook twee dagen met ons bij mijn ouders geweest. Ze hebben heel veel tranen gezien, heel veel mensen die op bezoek kwamen, heel veel verdriet. Maar zij gaan daar heel ‘normaal’ mee om. Een traan om nonkel Thomas druppelt rakelings langs de vraag of ze op de iPad mogen.

Op een ochtend lagen we allemaal op mijn slaapkamer in de Bergstraat, maar alleen Felix en ik waren al wakker. Slapen gaat trouwens echt heel moeizaam. De vele emoties putten je enorm uit, maar tegelijkertijd is het donkerte van de nacht een verschrikking. Felix lag in een bolleke bij mij en zei plots: “Mama, nu is nonkel Thomas toch niet meer dood he?”. Dan moet je even slikken en lachen tegelijk.

Ook Basiel stelt heel veel praktische vragen. Over hoe hij het dan gedaan heeft, over de oven waarin mensen verbrand worden, over hoe we het hartje van moeke en Didi kunnen lijmen. Soms is het even slikken, maar we beantwoorden al die vragen op hun niveau. Want het mooie is dat zij je dwingen om in het leven te blijven staan. Ik zou het liefst van al willen verdwijnen en slapen tot 2019, maar Basiel en Felix verplichten ons tot de orde van de dag.

Ik zal nooit vergeten hoe we met mijn ouders, mijn zus en haar vriend en ons gezin bij de plek stonden waar Thomas zijn urne zou komen. Ons hoofd was loodzwaar van de intense uitvaart. De begrafenisondernemer vroeg heel sereen of iemand misschien wilde helpen met het plaatsen van de urne in de voorziene ruimte. Wij konden amper ademen, maar Basiel veerde dolenthousiast op en riep “Ja! Ikke!”.

Absurd, luchtig en snoeihard tegelijk. Maar hij heeft heel trots de urne op de juiste plek gezet.

Eigenlijk zou ik liever een kind zijn in dit vreselijke verhaal, zij gaan er zoveel beter mee om.

Volgens mij hebben kinderen ook het woord dood-leuk uitgevonden.

Posted in Basiel, Er zijn zo van die dingen, Felix, Liefde | 14 Comments

Alles is voor altijd anders.

Elke dag komt de zon op. Elke avond gaat de zon onder.

Dat is niet veranderd sinds er maandag een bom op onze familie werd gegooid, maar ik voel het niet meer. Tijd kruipt heel traag voorbij, maar tegelijk vliegen de dagen om. Tijd wordt een onwezenlijk en vaag begrip, iets wat je niet meer kan vatten.

Wat mijn familie nu meemaakt, wens ik echt niemand toe. Nooit. Never.

Ik heb de voorbije maanden heel vaak gedacht dat mijn bordje vol was. Dat was eigenlijk ook zo, maar ik ging door. Nu is het bord gewoon in duizend stukken gebarsten. Er is geen bord meer. Geen grond, de basis is weg.

Ik zou in mijn bed willen kruipen en slapen tot 2019. Ik moet naar adem happen, gewoon om de dag door te komen. Je leeft in een waas, maar toch is er ook een aardsheid die je niet kan tegenhouden.

Er gebeuren grappige dingen, er gebeuren mooie dingen, er gebeuren normale dingen.

Maar er zijn geen grenzen meer, geen filters, geen buffers. De bonkende tranenhoofdpijn vloeit pal naast hilarische uitspattingen. De steek door je hart wringt zich naast een stomme stoot of goeie grap. Dat leeft allemaal naast elkaar, terwijl je eigenlijk ook niet leeft. Je ademt, soms is dat zelfs al moeilijk.

Maar het is ook warm en intens. De afgelopen dagen zijn bij mijn ouders potten soep, lasagne, rijstpap, macaroni, pistolets en zalige gesprekken binnengedragen. Zoveel mensen, zoveel bezoekjes, zoveel.

 

Ik heb eigenlijk spijt dat ik in het verleden niet vaker bij rouwende mensen ben binnengestapt. Ik was bang van verdriet of dacht dat mensen wel nood zouden hebben aan rust. Nu denk ik: gewoon doen. Gewoon langsgaan, gewoon binnenstappen, gewoon bellen, gewoon meer doen dan loze woorden. Het is misschien vijf seconden ongemakkelijk om over die drempel te stappen, maar het biedt echt heel veel troost. En past het niet, dan ben je even snel weer omgedraaid.

Het is ondraaglijk, maar die intense warmte helpt het te dragen. Wat niet te dragen valt.

De zon komt elke dag op. De zon gaat elke dag onder.

Maar niets is nog hetzelfde. Alles is voor altijd anders.

Posted in Liefde | 22 Comments

2018. Ik haat u.

Je hebt gevraagd om niets te schrijven. Dus ik zal zwijgen. Net als jij voor altijd.

Maar godverdomme Thomas, godverdomme.

Posted in Er zijn zo van die dingen | 19 Comments