Chirurgische dagkliniek Sint Lucas versus een dagje UZ Gent

Het is niet de bedoeling om met modder te gooien naar een bepaald hospitaal, want ik ga er echt van uit dat iedereen het beste nastreeft. Maar na een recente ervaring in beide ziekenhuizen, kon het verschil eigenlijk niet groter zijn. Op 26 juni onderging ik een curettage in Sint Lucas in Gent, op 14 december werd ik geopereerd aan verklevingen in mijn baarmoeder in UZ Gent. Ik doe hieronder gewoon mijn verhaal, zoals het gebeurd is.

De voorbereiding

SINT LUCAS: Toen ik al zes weken rondliep met een miskraam, stuurde mijn huisarts me uiteindelijk met spoed naar de gynaecoloog. Ik kon daar op vrijdagavond terecht en werd ingepland voor een curettage de dinsdag daarop. Ik kreeg alleen te horen dat ik me om 14u moest aanmelden, verder helemaal niets. Nul. Niets, behalve de mededeling dat ik best geen kostbare spullen mee kon nemen.

Ik heb diezelfde avond in paniek nog aan mensen met ervaring zitten vragen of zij enig idee hadden hoe het zou verlopen. Ik moest alleen naar het ziekenhuis, dus hoe zou dat dan gaan? Waar moest ik me aanmelden? Wat gebeurde er met mijn spullen als ik onder narcose was? Ik moest alleen gaan, dus mijn gsm moest toch mee?

UZ: Na de eerste aangename afspraak in het UZ, gingen we buiten met een datum voor de operatie en post-operatieve afspraak. We hadden op dat moment al een voorgesprek gehad met een vroedvrouw, een onderzoek plus gesprek met de professor én een nagesprek met een verpleegster die alle praktische info meegaf. Waar ik verwacht werd, dat ze me een dag eerder zouden bellen voor het exacte uur, wat er met mijn spullen zou gebeuren tijdens de operatie, wat ik kon verwachten. Alle vragen die ik had, kon ik there and then stellen.

Twee weken later werd ik gebeld met de vraag of ik eventueel wilde deelnemen aan een studie rond mijn operatiebeeld en nazorg. Daarvoor moest er bijkomend wel een uitstrijkje genomen worden. Een enthousiaste dame legde me heel veel uit aan de telefoon, maar ik was op dat moment de uitvaart van mijn broer aan het voorbereiden. Ik zei dat we zouden langskomen voor het bijkomende onderzoek, maar dat de rest me op dat moment niet zo kon schelen door het overlijden van mijn broer.

Toen we een paar dagen later bij de dokter zaten, werden we gecondoleerd en mochten we nog eens alle vragen stellen die we hadden. Ook na het onderzoek, mochten we nog eens bij een dame die alle uitleg gaf. En een gratis parkingkaartje, als ‘beloning’ omdat we meededen aan de studie.

Kort samengevat: totaal geen uitleg tegenover verschillende vragenrondjes. Telkens met heel lieve mensen.

 

De dag: pre-operatief

SINT LUCAS: Op de dag van de curettage was ik heel erg ongelukkig. Door het miskraam, omdat ik alleen moest gaan, omdat ik geen flauw idee had waar ik moest zijn en wat er van mij verwacht werd. Na lang wachten (op een hete dag niet mogen drinken tot 15u is lastig) werd ik uiteindelijk begeleid door een verpleegster. Ik moest me uitkleden op de kamer, daarna werden mijn kleren in een soort winkelkarretje weggebracht naar een kotje. Ik zat dan vast op mijn bed, want zo’n schortje is niet bepaald gemaakt om rond te lopen. (Want hallo, dat is open achteraan!). Ik werd uiteindelijk veel later met bed naar het OK gebracht (terwijl ik wel nog kon wandelen op dat punt) en moest vijf keer zeggen waarvoor ik kwam. Wel een hartje voor de man die de tranen in mijn ogen zag toen hij het vroeg en daarna zijn hand op mijn been legde en zei ‘Ik weet waarvoor je komt, het spijt me dat ik het moet vragen. Procedure’. In het OK zag ik mijn gynaecoloog voor het eerst en voor het laatst die dag. “Dat jij hier nu toch bent, zei ze nog”. En ik huilde gewoon verder.

UZ : Ik werd om 6u15 verwacht in de dagkliniek (inderdaad, wat een uur!) en had deze keer het grote geluk dat mijn topvriendin Barbara mee ging. Ik werd een paar minuten later afgeroepen voor de administratie, nog wat later werd ik meegenomen door een verpleegkundige. Ik kreeg hokje 4, een aangenaam kotje met twee deuren (die je met een schakelaar kon openen), lockers en een bankje om me om te kleden. Er lag een operatiehemdje voor me klaar, een badjas (hallelujah! Weg probleem van het open hemdje), steunkousen en sokjes met anti-slip. Ik kleedde me om en gaf de sleutel aan de verpleegkundige. Terwijl ik wachtte om naar het OK te gaan, kwam één van de opererende dokters (ze waren met drie) nog eens langs om me wat vragen te stellen. Het was de dokter van het voorbereidende onderzoek, en ze was – alweer – heel lief. Even later mocht ik naar het OK wandelen (inderdaad, ik kon nog wandelen) en op de tafel gaan liggen. Mijn enige klacht van de dag was het infuus dat ik daar kreeg. Dat was echt venijnig slecht gestoken. Maar goed, ik heb het overleefd. Ik vertelde nog over mijn brandwonde en onze foodboxen. Niet veel later mocht ik in het maskertje ademen tot knock-out.

Conclusie: de infrastructuur van UZ Gent is veel aangenamer. En alweer meer omkadering.

 

De dag: post-operatief

SINT LUCAS: Voor een curettage ben je maar heel kort onder narcose, dus wakker worden ging eigenlijk wel vlot. Het personeel op recovery was heel correct. Maar toen ik naar mijn kamer werd gebracht, liepen de tranen onstopbaar over mijn wangen. Toen de verpleegster vroeg of ik van de pijn of de emoties huilde en ik zei dat het van de emoties was, zei ze daarna “Ah, ok dan.” Toen ben ik compleet dichtgeklapt. Ik heb me zelden zo alleen gevoeld. Na een paar uur en een bloeddrukcontrole mocht ik naar huis, zonder nog een dokter te hebben gezien. Ik wist niet wat ze gevonden hadden in mijn baarmoeder, ik wist niet of ik nog op na-controle moest komen, ik wist niet wat ik wel en niet mocht doen (in bad gaan? Vrijen? Zwemmen?). Geen uitleg, nul. Geen mensen om die vragen aan te stellen. (En het jammere is dat ik weet heb van een aantal mensen die geen voet meer willen zetten in Sint Lucas, nadat ze daar behandeld zijn voor een miskraam)

Gelukkig dat Felix nog voor een moment van verlichting zorgde die dag. Want toen de jongens mij kwamen halen, draaide ik nog even de badkamer van mijn kamer in om het licht uit te doen. Waarop Felix voor de hele ziekenhuis gang riep “Wachten! Mama moet nog kaka doen!” – We lagen plat, en dat was welgekomen na een vreselijke dag.

UZ Gent: Ik ben slecht wakker geworden na de operatie, ik was aan het hyperventileren en trilde helemaal. Er werd een paar keer in mijn gezicht geklopt, ik kreeg een warmteblazer en de verplichting wakker te worden. Alweer moest ik enorm hard huilen. Het was alsof alles ineens weer kei hard binnenkwam: mijn ontslag, het miskraam, de dood van mijn broer, de val van Tom. Alsof al die emoties nog eens in één keer passeerden. Toen ik bijna mocht vertrekken, keek de verpleegkundige mijn bed na en riep ze voor de hele zaal “Moh, je hebt in je bed geplast.” Dat vond ik bijna lachwekkend, want ik wist dat het niet zo was. Bij de diagnostische hysteroscopie werd er constant vocht in mijn baarmoeder gepompt, dat loopt er daarna natuurlijk weer uit. Doe daar een isobetadine-kleurtje bij en ik snap de verwarring. Maar het is natuurlijk niet nodig om dat voor de ganse recovery te roepen.

Ik werd naar mijn kamer gebracht en hoewel er eerst wat verwarring was over de aard van mijn operatie (ze dachten even dat ik gewoon een kijkoperatie had gehad, ze hadden niet door dat er ook geknipt was en zo), werd ik goed begeleid. Verschillende verpleegsters gezien, maar ze waren allemaal vriendelijk en babbelvaardig. Met uitzondering van diegene die me eten kwam brengen. Ze vroeg om ons tafeltje leeg te maken maar zag me ook mottiger worden naarmate de plateau dichter kwam. Toen zei ze “Maar mevrouw alstublieft, u heeft eten besteld en nu gaat u het niet opeten.” Het bleek voor een gordijntje verder, en ze excuseerde zich.

Voor ik naar huis ging zag ik de professor nog, met zijn assistente. En wat opvallend was en mij een enorm goed gevoel gaf: ik werd gecondoleerd. Ik had dat ooit alleen maar gezegd tegen de telefoniste een paar weken eerder, dus heel fijn gevoel dat ze daar blijkbaar over communiceren. Dan voel je je een patiënt en een mens, geen nummer. Ik mocht opnieuw alle vragen stellen die ik wilde en kreeg een verstaanbare uitleg. Van de prof én van de assistent, met hoop.

Nog voor de operatie had ik trouwens al twee post-operatieve afspraken gekregen. Maar na de operatie wilde de prof die een beetje vervroegen. Nog voor we in onze auto zaten, had ik al telefoon gekregen met een nieuwe betere afspraak. Ik kan echt niet genoeg pluimen op de hoed van prof Weyers zetten (ja, inderdaad die kerel die een baarmoeder getransplanteerd heeft!): want wat een toegankelijke en aimabele man. Ook de rest van het team: dankuwel voor zoveel uitleg en menselijkheid.

Volgende week vrijdag wordt de ballon verwijderd en in het voorjaar volgt opnieuw een kijkoperatie. Ik heb geen vragen. meer Ik weet wat ik mag verwachten, waar ik moet op letten, wat mag en wat niet.

Conclusie: Wakker worden is nergens leuk. Maar terug op de kamer: hartjes voor het team van UZ Gent. Ik ging naar huis met een gerust gevoel. Na mijn curettage in Sint Lucas voelde ik me rot, angstig en in de steek gelaten.

Het verschil?

Ik weet dat ik geen ziekenhuis mag afrekenen op één ervaring. De ene afdeling is waarschijnlijk ook de andere niet. Maar in het hele miskraam-verhaal voelde het echt of ik niet serieus werd genomen. Er werd ook vrij laconiek over gedaan. Ik besef zelf dat het heel vaak gebeurt en een goede beslissing van de natuur is, maar dat betekent niet dat het er niet stevig inhakt.”Je moet niet flauw doen”, dat is gewoon jargon dat daar niet thuis hoort.

Maar geef het toe, ik was bang van het UZ. Vooral omdat het zo groot is. Ik dacht daar een nummer te zijn, maar het tegenovergestelde bleek waar. Het verhaal is nog lang niet afgelopen natuurlijk, maar ik heb nu wel het gevoel dat ik in goede handen ben. Ik denk niet dat ze me in Sint Lucas nog zien. Basiel en Felix zijn daar geboren, maar als we het geluk hebben dat nog eens te mogen meemaken, zal het daar niet meer zijn. Het spijt me.

De weg is nog lang en de uitkomst blijft onzeker. Maar er is hoop.

En zolang er hoop is, is er leven zeker? (Of is het andersom?)

 

 

Posted in Rapporteren, Want zo ben ik | 13 Comments

Kinderen en rouw.

Toen ik via mijn sociale kanalen een babysit zocht om bij Felix te blijven tijdens de uitvaart, kreeg ik daar bijna onmiddellijk (goedbedoelde) commentaar op van verschillende mensen. Mensen die bezorgd waren dat we onze kinderen wilden afschermen van het drama en het verdriet.

Dat hebben we bewust nooit gedaan. Basiel zat trouwens naast ons toen de fatale telefoon kwam. Hij zag onmiddellijk aan onze reactie dat er iets serieus mis was, verstoppen was geen optie. Gelukkig, want verstoppen en afschermen is een heel slecht idee. Maar hoe leg je zelfdoding uit aan twee jongens van bijna 4 en 6?

We hebben na de telefoon – op kindermaat – verteld wat er gebeurd was. Pas op, dat was niet gemakkelijk. Het was een lastige avond, Basiel raakte heel moeilijk in slaap. Maar wij konden evenmin de slaap vatten (dat is nog steeds moeilijk). Een paar uur na de telefoon werd ik ook opgehaald door een nonkel, zodat ik diezelfde avond nog naar mijn ouders in OLV Waver kon. Het was chaos in ons hoofd en hart. Tom bleef thuis achter met de kindjes en alles gebeurde in een soort shockroes.

Dat Felix niet meeging naar de uitvaart, was niet omdat we hem wilden afschermen van het verdriet. Dat was een egoïstische beslissing van ons, omdat we het afscheid intens wilden beleven en daar even niet wilden bezig zijn met ‘ik heb honger’/’ik moet kaka doen’/’blijf eens even zitten’. Op zich kan het misschien best dat er kindjes ronddartelen op een uitvaart (zoals dat soms gebeurt in een trouwmis), maar wij hadden daar geen zin in. Het was al heftig genoeg om zelf te blijven rechtstaan, we wilden die ‘stress’ er echt niet bij. Basiel is trouwens wel meegeweest. We hebben hem uitgelegd wat er ging gebeuren en hij mocht zelf kiezen of hij mee wilde, hij koos voor de uitvaart.

De viering duurde een klein uurtje, maar daarna hebben we nog veel langer handen geschud. Dus ik ben heel blij dat Felix niet mee was. Hij was op dat moment een last geweest voor ons, we hadden echt alle energie nodig om zelf recht te blijven staan. Voor mezelf was het trouwens een enorme houvast dat ik het afscheid zelf in elkaar had gestoken. Ik wist op elk moment wat er ging komen. Ik had alle teksten zelf geschreven of al eens gehoord, waardoor die eerste emotie al gepasseerd was. Dat heeft me echt geholpen, anders was ik zeker niet in staat geweest om zelf iets te lezen.

Maar onze kinderen horen bij ons, dus ook bij dit verdriet. In die eerste intense week zijn ze ook twee dagen met ons bij mijn ouders geweest. Ze hebben heel veel tranen gezien, heel veel mensen die op bezoek kwamen, heel veel verdriet. Maar zij gaan daar heel ‘normaal’ mee om. Een traan om nonkel Thomas druppelt rakelings langs de vraag of ze op de iPad mogen.

Op een ochtend lagen we allemaal op mijn slaapkamer in de Bergstraat, maar alleen Felix en ik waren al wakker. Slapen gaat trouwens echt heel moeizaam. De vele emoties putten je enorm uit, maar tegelijkertijd is het donkerte van de nacht een verschrikking. Felix lag in een bolleke bij mij en zei plots: “Mama, nu is nonkel Thomas toch niet meer dood he?”. Dan moet je even slikken en lachen tegelijk.

Ook Basiel stelt heel veel praktische vragen. Over hoe hij het dan gedaan heeft, over de oven waarin mensen verbrand worden, over hoe we het hartje van moeke en Didi kunnen lijmen. Soms is het even slikken, maar we beantwoorden al die vragen op hun niveau. Want het mooie is dat zij je dwingen om in het leven te blijven staan. Ik zou het liefst van al willen verdwijnen en slapen tot 2019, maar Basiel en Felix verplichten ons tot de orde van de dag.

Ik zal nooit vergeten hoe we met mijn ouders, mijn zus en haar vriend en ons gezin bij de plek stonden waar Thomas zijn urne zou komen. Ons hoofd was loodzwaar van de intense uitvaart. De begrafenisondernemer vroeg heel sereen of iemand misschien wilde helpen met het plaatsen van de urne in de voorziene ruimte. Wij konden amper ademen, maar Basiel veerde dolenthousiast op en riep “Ja! Ikke!”.

Absurd, luchtig en snoeihard tegelijk. Maar hij heeft heel trots de urne op de juiste plek gezet.

Eigenlijk zou ik liever een kind zijn in dit vreselijke verhaal, zij gaan er zoveel beter mee om.

Volgens mij hebben kinderen ook het woord dood-leuk uitgevonden.

Posted in Basiel, Er zijn zo van die dingen, Felix, Liefde | 13 Comments

Alles is voor altijd anders.

Elke dag komt de zon op. Elke avond gaat de zon onder.

Dat is niet veranderd sinds er maandag een bom op onze familie werd gegooid, maar ik voel het niet meer. Tijd kruipt heel traag voorbij, maar tegelijk vliegen de dagen om. Tijd wordt een onwezenlijk en vaag begrip, iets wat je niet meer kan vatten.

Wat mijn familie nu meemaakt, wens ik echt niemand toe. Nooit. Never.

Ik heb de voorbije maanden heel vaak gedacht dat mijn bordje vol was. Dat was eigenlijk ook zo, maar ik ging door. Nu is het bord gewoon in duizend stukken gebarsten. Er is geen bord meer. Geen grond, de basis is weg.

Ik zou in mijn bed willen kruipen en slapen tot 2019. Ik moet naar adem happen, gewoon om de dag door te komen. Je leeft in een waas, maar toch is er ook een aardsheid die je niet kan tegenhouden.

Er gebeuren grappige dingen, er gebeuren mooie dingen, er gebeuren normale dingen.

Maar er zijn geen grenzen meer, geen filters, geen buffers. De bonkende tranenhoofdpijn vloeit pal naast hilarische uitspattingen. De steek door je hart wringt zich naast een stomme stoot of goeie grap. Dat leeft allemaal naast elkaar, terwijl je eigenlijk ook niet leeft. Je ademt, soms is dat zelfs al moeilijk.

Maar het is ook warm en intens. De afgelopen dagen zijn bij mijn ouders potten soep, lasagne, rijstpap, macaroni, pistolets en zalige gesprekken binnengedragen. Zoveel mensen, zoveel bezoekjes, zoveel.

 

Ik heb eigenlijk spijt dat ik in het verleden niet vaker bij rouwende mensen ben binnengestapt. Ik was bang van verdriet of dacht dat mensen wel nood zouden hebben aan rust. Nu denk ik: gewoon doen. Gewoon langsgaan, gewoon binnenstappen, gewoon bellen, gewoon meer doen dan loze woorden. Het is misschien vijf seconden ongemakkelijk om over die drempel te stappen, maar het biedt echt heel veel troost. En past het niet, dan ben je even snel weer omgedraaid.

Het is ondraaglijk, maar die intense warmte helpt het te dragen. Wat niet te dragen valt.

De zon komt elke dag op. De zon gaat elke dag onder.

Maar niets is nog hetzelfde. Alles is voor altijd anders.

Posted in Liefde | 22 Comments

2018. Ik haat u.

Je hebt gevraagd om niets te schrijven. Dus ik zal zwijgen. Net als jij voor altijd.

Maar godverdomme Thomas, godverdomme.

Posted in Er zijn zo van die dingen | 19 Comments

“Hoofdpijn up en al de rest – libido, mood, … – down”

Ofte de pil en het hormoonjuk. 

Sinds de zwangerschap van Felix zit migraine helaas in mijn pakket. Het begint vaak met spinnenwebben voor mijn ogen, daarna volgt steevast bonkende hoofdpijn langs de linkerkant. Ik weet ondertussen hoe ik ermee moet omgaan en ik kan het doorgaans wel de baas.

Maar de afgelopen dagen bleef het maar zeuren. Niet zo bonkend als anders, maar minstens even vervelend én op de vertrouwde plaats. Voor het eerst in mijn leven sloop Dafalgan zelfs in mijn handtas, omdat het me anders gewoon niet lukte om de dag door te komen.  Sinds diezelfde tijd moet ik ook zoeken naar mijn libido (terwijl dat met een ‘normale’ Sofie heel prominent aanwezig is) en voel ik me vlakker en neerslachtig.

Het was pas toen ik een uur alleen in de auto zat, de regen tegen de ramen tikte en de straatverlichting ritmisch voorbij danste – dat ik de puzzel legde. Zouden al deze “vage” klachten misschien komen door die pil? Kan dat?

Als ik mijn mailbox mag geloven wel. Ik vroeg het gisteren op mijn instastories en de respons was echt niet normaal.

“Ik neem niets meer van anticonceptie, en voel me zoveel beter”.

“Ik pak al 9 jaar de pil niet meer, bevrijdend.”

“Ja hoor, laag libido, stemmingswisselingen, migraine, schommelingen…”

“Was een killer voor mijn libido”

“Libido down, droogte down under, stemming ook down. Alles down eigenlijk”

Het is maar een mini-greep uit tientallen reacties. De verhalen bleven maar komen, met deze constante: libidoverlies en hoofdpijn.

Ik kan er statistisch niets mee bewijzen, maar er waren ook drie vrouwen die me lieten weten dat ze absoluut nergens last van hebben. Blij voor hen! (Maar sorry, verwaarloosbaar tgov. alle negatieve reacties)

Ik heb zelf ook meer dan tien jaar in dat team gezeten. Ik heb me nooit vragen gesteld bij de pil die ik tijdens mijn puberteit kreeg voorgeschreven om (samen met Roacutanne) mijn zware acne te onderdrukken. Ik denk oprecht niet dat ik daar echt last van had.

Op een bepaald moment in 2011 begon ik geen nieuwe strip en vijf seconden later was Basiel daar (of zo leek het toch). Na zijn geboorte kreeg ik een minipil voorgeschreven waar ik ongelooflijk veel last van had. Toen ik daarmee naar de gynaecoloog trok, zei die doodleuk dat ik dan misschien beter met borstvoeding kon stoppen. Wat ik helaas – dit schrijf ik nu met tranen, toen wist ik niet beter – ook deed. Die vreselijke minipil (Cerazette) was niet het enige wat mij toen over de streep trok, maar het speelde wel zwaar mee in de beslissing om poedermelk in huis te halen. Ik zou ‘shame on me’ willen zeggen, maar ik was compleet onwetend (toen helaas ook over borstvoeding). Shame on de gynaecoloog die zoiets durft te zeggen, dat wel.

Na Felix was ik op zoek naar iets anders. Want zodra ik die baby van 4,7kg eruit geperst had, voelde het incompleet. Ik wilde het bij wijze van spreken meteen opnieuw doen. Het klinkt misschien gek, maar mijn lijf snakte daar zelfs naar. Ik voel die drang ook echt fysiek.

Maar ik wist ook dat Tom een derde kind (toen) niet zag zitten, dus moest ik mezelf beschermen tegen…mezelf. Elke dag een pilletje nemen om een derde kind te vermijden, die confrontatie kon mijn diepe kinderwens niet verdragen. Maar ik vind sowieso dat een kind 100% de beslissing van beide ouders moet zijn, dus ging ik voor de gemakkelijke optie: een hormoonspiraal. Voor vijf jaar ‘gerust’.

Ik kan niet zeggen dat het echt verschrikkelijk was, maar aangenaam zou ik het toch ook niet noemen. Ik had bijvoorbeeld constant doorbraakbloedingen én voelde het bij bepaalde standjes echt zitten. Dus ja, ook dat hormoonspiraal vond ik geen topervaring.

Toen ik het op 29 maart 2018 liet verwijderen, voelde dat fantastisch. Niet alleen omdat Tom op de meest romantische manier ‘ja’ had gezegd tegen een derde kind (ik moet dat ooit nog eens vertellen), maar ook omdat mijn lichaam eindelijk vrij was. Heer-lijk.

De rest ken je. Ik werd meteen zwanger, dat werd een miskraam en eindigde met het syndroom van Asherman. En een streep door onze kinderwens. (Maar ik voelde mijn lichaam wel goed aan, ik voelde snel dat er iets mis was. Ook al geloofde de dokters mij eerst niet. Ik voelde wanneer ik vruchtbaar ben. Ik voelde duizend keer duidelijker wie ik ben zonder valse hormonen in mijn lijf)

Binnenkort word ik dus geopereerd. Zonder garanties en met nog een lange weg te gaan, maar wel met een klein sprankeltje hoop. Omdat ik in tussentijd niet zwanger mag worden (ja, dat kan. Ja, dat is zelfs al gebeurd ook al gaat het quasi meteen mis) én omdat ik anders tijdens de ingreep zou menstrueren, heb ik de pil meegekregen.

Die neem ik nu dus bijna twee weken. Afgelopen weekend telde ik alle klachten op die zich sindsdien van mij meester maken (met stip op 1: hoofdpijn) en besefte dat het allemaal begonnen is met die nieuwe pil. Serieus? Allemaal de schuld van die synthetische hormonen?

Ik kan het bijna niet geloven, aangezien we dit al jaren massaal in onze vrouwenlijven pompen. Aangezien de meeste artsen deze klachten zelden echt serieus nemen. Omdat het op de een of andere manier nog altijd een soort vrouwenverantwoordelijkheid blijkt te zijn.

Maar for real: de stroom reacties die ik gisteren kreeg, liegt er niet om. Zo verschrikkelijk veel vrouwen hebben slechte ervaringen met die synthetische hormoonwinkel. Ik kijk er zelf reikhalzend naar uit om deze (tijdelijke) pil buiten te gooien. Want ook al is het voor het goede doel, het voelt heel dubbel om anticonceptie te nemen als je eigenlijk niets liever wil dan gezinsuitbreiding.

Maar bon. “We” hebben het dus nog altijd niet gevonden, met die anticonceptie.

“We” zijn nog niet vrij.

(Of jij toevallig wel?)

 

(Stel dat onze droom ooit in vervulling gaat. En stel dat we ons daarna moeten beschermen tegen verdere gezinsuitbreiding, dan ga ik toch vriendelijk vragen aan mijn allerliefste om voor een knipje te graag. Dat is een kleine wederdienst voor al die jaren dat ik me aan het hormoonjuk heb onderworpen, me dunkt. Want hey, die mannenpil is er nog steeds niet he, toch? )

Posted in Mens erger je niet!, Rapporteren | 22 Comments

Hoe verloopt een miskraam? (Enfin, het mijne. Niet volgens het boekske alvast.)

Ik heb het eindeloos door google gehaald. Tot ik zevenentwintigduizendkeer op dezelfde resultaten botste, en nog steeds niet echt een antwoord had. Blijkbaar wordt er niet zoveel geschreven over miskramen, net zoals er ook niet zoveel over gebabbeld wordt. Ik vind het heel vreemd dat iets wat zo vaak gebeurt, zo een geweldig taboe is.

Pas op, ik heb het ook lang voor mezelf gehouden. De eerste weken wist niemand het behalve mijn lief en twee vriendinnen. Maar toen ik in dezelfde periode ook nog eens mijn ontslag kreeg, kon ik het veel moeilijker voor mezelf houden. Want dat ontslag had niet alleen mijn droom afgepakt, maar plots ook de kans op gezinsuitbreiding?

Het ging traag dat miskraam, heel traag. Ongeveer twee weken na de positieve zwangerschapstest, wisten we dat het niet goed was. Ik was een heel klein beetje bloed verloren (ik had meteen een slecht voorgevoel) en naar aanleiding daarvan was meerdere dagen achter elkaar mijn bloed geprikt. Waar het hcg eerst mooi aan het stijgen was, halveerde het daarna plots op 24u. Vruchtje dood.

Vanaf toen werd het wachten. Je weet ondertussen al dat ik in het hele geboorteproces de natuur graag zijn gang laat gaan, dus moest dat in deze ook maar. Het zou ook kunnen dat ik mezelf deze mindset heb aangepraat omdat mijn gynaecologe geen curretage wilde doen. Nadat ze op de echo had gezien dat alles er nog zat, was ze er zeker van dat het snel ging gebeuren.

De volgende dagen en weken ging ik overal naartoe met een miskraam-noodpakket. Een zakje met maandverband, verse onderbroeken, nog groter maandverband, een menstruatiecup en nog meer maandverband. Want het zou pijn doen, en het zou met veel bloed zijn.

De volgende dagen en weken verloor ik elke dag een heel klein beetje bloed. Amper de moeite voor een inlegkruisje, maar ik deed dapper voort met de maandverbanden. Ik sloop op het werk naar de wc, vurig hopend dat het daar niet zou gebeuren. Omdat ze dan misschien zouden weten dat we nog een kindje wilden en dat mijn plaats in het nieuwe programmaschema zou kunnen beïnvloeden. Ik was toen al vol angst, maar had op geen enkel moment gedacht dat mijn job in gevaar was. Ik begrijp het eigenlijk nog altijd niet, maar dat is een andere kwestie. En er ging gelukkig een ander raam open.

Vier dagen na mijn plotse ontslag begon ik wel echt te bloeden. Alle dagen daarvoor was er niet meer dan wat oud bloed en smurrie, maar nu begon het te stromen. Zou het begonnen zijn? Was het dit dan?

Het leek nog 1 dag op een normale ongesteldheid, de dag daarna niet meer. Ik schakelde over op een menstruatiecup (een ontdekking, later meer daarover) en schrok over wat er allemaal uit mijn lichaam kwam. De hele dag vulde het ding zich bijna per uur en kon ik de stroom amper aan. ’s Avonds klapte ik helemaal in elkaar.

Tussen al het bloed en stolsels, zag ik ook het vruchtje. Ik voelde me doodmoe, had het ijskoud, was koortsig en wilde alleen maar huilen. Ik werd toegedekt door mijn lief en kroop in bed.

Ongeveer twee dagen was het bloeden echt heel intens, daarna verschoof het weer naar een normale ongesteldheid om uiteindelijk helemaal uit te sterven. Het was gestorven – de verwachting, de plannen, de hoop, het vruchtje, het bloed.

Ik kreeg nog een echo ter controle en bleek leeg. Precies zoals ik me voelde, ook al bleek er nog behoorlijk wat hcg in mijn lijf te zitten. Maar dat werd niet opgemerkt, net als het feit dat er eigenlijk nog een miskraamrest zat. Ondertussen was ik al langer aan het miskramen, dan dat ik bewust zwanger was geweest. Er zat al langer dood weefsel in mijn buik, dan een ‘echt’ vruchtje.

Er ging dus een volledig maand over dat hele miskraam. Van het allereerste streepje bloedverlies, tot het “allerlaatste”. Dat is lang om met dood weefsel rond te lopen, heel lang. Ik hoorde dat mijn lijf het uiteindelijk wel zou afstoten, maar vond het vrij ondraaglijk om niet te weten wanneer.

Een hele maand. De maand van het miskraam. De maand van het ontslag. De maand waarin ik naast bloed en een levensloos vruchtje, ook heel veel andere dingen kwijt raakte.

Toen ik drie weken later opnieuw hevig begon te bloeden (het “een beetje bloeden” was nooit gestopt) en mijn hcg amper gezakt was (van 990 naar 974 op 3 weken) moest ik plots redelijk dringend toch gecuretteerd worden. Iets wat naar mijn gevoel eigenlijk een maand te laat kwam. Ik moest bovendien helemaal alleen naar het ziekenhuis en zeker vijf keer (naast mijn naam en geboortedatum) zeggen dat ik voor een curettage na miskraamweefsel kwam. Ik huilde tranen met tuiten toen ik wakker werd uit narcose. De verpleegster vroeg of het van de emoties of de pijn was, en toen ik geen pijn bleek te hebben, zei ze “ok dan”.

Daarna had ik vrij snel door dat er iets niet in orde was met mijn lijf, maar niemand wilde luisteren. Uiteindelijk duurde het nog meer dan drie maanden voor iemand geloofde dat het niet klopte, en er uiteindelijk die vreselijke diagnose kwam dat mijn baarmoeder kapot was gegaan door de curettage.

Ik wou dat gewoon eens vertellen, omdat er verdomd weinig over miskramen wordt gepraat. Omdat ik behalve vriendinnen die hetzelfde doorgemaakt hadden, amper informatie vond. Omdat er vaak niet over gepraat wordt, omdat gezinsplanning best een geheim blijft voor werkgevers (fucking 2018, maar het is zo). Omdat ik het op den duur echt niet meer voor mezelf kon houden, maar het tegelijkertijd zo jammer vond dat ik dan verklapte dat we nog voor een derde zouden gaan. Omdat 1 op de 4 zwangerschappen eindigt in een miskraam, en dat dus echt des mensen is.

Ik wou dat we er allemaal wat opener over konden zijn. Want ik vond het best een heftige ervaring. Emotioneel uiteraard, al kon ik dat vrij snel plaatsen. Het vruchtje is niet ok, ik ben blij dat de natuur het afstoot. Maar ook lichamelijk. Ik vertrouwde en wantrouwde mijn lijf tegelijkertijd. Toen mijn lichaam het uiteindelijk liet afweten, kwam de klap pas echt. Ik zoek een manier om het een plaats te geven, maar met een uitgerekende datum die steeds dichterbij komt, is dat niet gemakkelijk.

Er ging uiteindelijk meer dan zes weken over het miskraam. Van het eerste veegje bloed, tot het allerlaatste. Het duurde bijna zes maanden tot we hoorden dat het voor zware schade had gezorgd.

Er wordt veel te weinig uitgekraamd over een miskraam. Zullen we daar verandering in brengen?

Want praten kan zoveel deugd doen.

Want een doodgezwegen verdriet doet nog meer pijn.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Kind en gezin | 23 Comments

Ode aan het thuiswerken.

Na mijn ontslag had ik gezworen dat ik alleen nog in Gent zou werken. Of tenminste op werkbare fietsafstand (in mijn hoofd: 15km). Als je hier al even komt lezen, weet je dat ik niet blij was met de afstand naar Nostalgie. Ik heb de afgelopen jaren wel eens geklaagd over het hele mobiliteitsverhaal (ok, ok, veel). Feit was: een rijdende auto kost belachelijk veel geld en die dagelijkse 120km hebben mij gigantisch veel lepeltjes energie gekost.

Dat ging dan ook de positieve kant van mijn ontslag zijn: een         spectaculaire mobiliteitssprong voorwaarts.

Maar je weet hoe dat gaat. Plots ben je aan het solliciteren voor een toffe job in Kortrijk en voor je het weet zit je met een treinabonnement en twaalf kilometer aan daily biking. In de praktijk ben ik eigenlijk nog altijd even lang onderweg als vroeger. Al voelt het gelukkig wel helemaal anders met mijn neus in de wind op de fiets en met mijn neus in een boek op de trein.

Toch voelden de woorden “en je hebt vanzelfsprekend recht op een thuiswerkdag of twee halve thuiswerkdagen” voor mij meteen als een cadeau. Omdat ik er direct de praktische voordelen van inzag, al had ik toen nog niet kunnen inschatten hoe groot de impact voor mij ging zijn.

Ten eerste, ik ben thuis.

Dat is de plek waar ik het liefst van al ben, ik voel me daar goed. Uiteraard is het aangenaam om tussendoor eens een wasmachine in te steken en boodschappen op je eigen toilet achter te laten, maar er is meer. Ik merk dat door les te geven mijn eigen studentengewoontes weer komen bovendrijven. Ik studeerde vaak in bed en hardop, twee zaken die nogal _onpraktisch_ zijn in het staflokaal van journalistiek. Maar twee dingen die thuis wèl perfect lukken en mijn werk gigantisch ten goede komen. (Dus ja gasten, die laatste testen zijn kei hard onder een donsdeken verbeterd.)

Ten tweede, er zitten meer uren in dezelfde dag.

Ook al probeer ik mijn reistijd zo nuttig en aangenaam mogelijk in te vullen, het blijft natuurlijk wel een slordige twee uur per dag die ik ‘kwijt’ ben. Twee uur die ik er gratis bij krijg als ik thuis werk. Tel daar zeker nog een uur mentale rust bij. Want ik kan zonder problemen mijn kinderen naar school brengen en ik ben zeker op tijd om ze te gaan halen. Vaak ben ik wel nog niet klaar met werken, maar ik hoef me geen zorgen te maken ‘dat ik het niet zal halen’. Ik haal het sowieso.

Ten derde, ik ga als een speer.

Ik had op voorhand eigenlijk niet kunnen inschatten hoeveel ‘beter’ ik werk als ik alleen ben, in een fijne omgeving. Op dit moment is het zelfs zo dat ik veel werk (on)bewust doorschuif naar mijn thuiswerkdag, omdat ik daar simpelweg veel meer gedaan krijg. Dingen die serieus wat denkwerk vragen, gaan thuis twee keer zo snel. Mijn lijstje ‘dat is meer iets voor als ik rustig thuis kan werken’ wordt daardoor steeds langer. Om heel eerlijk te zijn, heb ik op dit moment thuiswerkdagen tekort. Die worden dan vaak zelf gecreëerd in het weekend, maar dat is het toch ook niet helemaal.

Toen ik de eerste keer hoorde over de thuiswerkdag, ging ik er van uit dat het die ene dag in de week zou zijn dat ik wel mijn kinderen van school kon halen. Die ene dag dat ik over de middag zou kunnen gaan zwemmen of lopen.

Maar je voelt me al komen, voorlopig draait het een beetje anders uit. Gisteren wilde ik bijvoorbeeld eigenlijk beginnen met een loopje, maar ik keek naar de berg werk en liet dat plan varen. Gelukkig gaat het volgende academiejaar helemaal anders zijn, want dan heb ik het vast allemaal kei hard onder de knie (not, knipoog)

Toch wil ik graag even lyrisch worden over thuiswerken. Ik vind het fantastisch. Heerlijk. Geweldig. Gigantisch efficiënt.

Pas op, ik begrijp dat het niet kan in elke job. Ik kan de studenten ook niet allemaal in mijn living steken bijvoorbeeld en ik kon vroeger ook geen radio maken zonder de studio. Bovendien is het ook echt belangrijk en fijn om je collega’s te zien en te overleggen waar nodig, maar het is een welgekomen afwisseling.

Ik hoorde onlangs iemand vertellen dat in het West-Vlaamse familiebedrijf waar zij werkte, thuiswerken compleet ondenkbaar is. Elk kwartier dat je vroeger naar huis gaat om de een of andere reden, moet gecompenseerd worden met een kwartier vroeger beginnen. Ook als je die week al verschillende overuren hebt staan die nooit of te nimmer vergoed of gecompenseerd worden. Net als de verhalen van thuiswerkers die constant gecontroleerd worden door hun werkgever met een stroom aan telefoontjes en paniekmails als er niet binnen de vijf minuten niet gereageerd wordt. Terwijl niemand zich daar vragen bij stelt als je binnen het bedrijf aan je bureau zit.

Ik vind dat jammer. Waarom is er soms zo een immens gebrek aan vertrouwen? Waarom zouden we massaal in de file gaan staan om werk te doen dat je even goed thuis kan doen? Is het niet vooral belangrijk dat de output er is, dat je doet wat er van je verlangt wordt – het maakt toch helemaal niet uit hoe en wanneer je dat doet?

Om maar te zeggen dat ik heel blij ben dat ik af en toe mag thuiswerken. In drukke weken is het absoluut mijn favoriete dag. Mijn inhaaldag. De dag waarop ik kei hard werk, maar tegelijk ook een soort rust vind.

Cause you know, there’s no place like home.

***

(En omdat het een ode is, heb ik ook even een ode geschreven:)

Ode aan het thuiswerken

Ik sta niet in de autorij

Ik verlies geen tijd

Mijn eigen toilet is altijd nabij

Aan mijn blote voetjes ligt tapijt

Mijn bureau heeft een vers bloemenboeket

Maar de laptop wordt ook wel eens in de zetel gezet

Vertel het tegen niemand, maar soms werk ik zelfs in bed

Er zitten meer uren in een dag

of zo lijkt het wel

Boertjes en protjes laten mag

En het combineert ook beter met mijn huishoudspel

 

Extra punten ook voor comfy kleren

En voor mijn eigen agenda beheren

Ongewassen haar kan ook niemand deren

 

Ik zou het nog vaker willen doen

Als dat kan en mag

Ik geef mijn werkgever een dikke zoen

En kijk alvast uit naar mijn volgende thuiswerkdag.

Posted in Werk | 7 Comments

De entiteit ging op #tripromantique naar Malta. (Et Malta n’est pas mal)

De laatste jaren is het een soort herfsttraditie geworden: moeder en vader die hun kinderen een paar dagen achterlaten om de entiteit op te laden. Het is eigenlijk de schuld van mijn moeder. Want een paar uur nadat we opnieuw voet op Belgische bodem hebben gezet, roept ze al dat we zeker moeten boeken voor volgend jaar zodat ze weer een paar dagen exclusieve tijd heeft met haar kleinzonen.

Ik besef dat het daar al begint, met opvang. Ik besef heel goed dat wij onze pollekes mogen kussen dat wij onze kroost vlot vijf dagen kunnen achterlaten bij moeke, en dat ook andere familieleden bijspringen om eventuele gaten te dichten. Dat is geweldig en een dikke merci daarvoor.

We hebben duidelijk iets met zonbestemmingen met een M. We gingen al naar Menorca, Malaga, Mallorca en vorige week dus naar Malta. We zijn bij die bestemmingen terechtgekomen via de volgende zoektermen: ‘zon’, ‘zee’ en ‘geen gat in onze portemonnee’.

Mallorca 2017

Malaga 2016

Malta 2018

Ik hoef u niet te vertellen dat met alles wat hier de laatste maanden gebeurd is, de nood om er eens tussenuit te knijpen bijzonder groot was. Ook de nood om eventjes alleen oog te hebben voor de armen van mijn lief kwam heel gelegen. We zijn vijf dagen 24/7 samen geweest met alleen maar oog voor elkaar en dat heeft enorm deugd gedaan. (En ook een geruststelling dat dat nog steeds lukt, dat wij naast ouders ook gewoon een koppel zijn. Heerlijk om te voelen dat ik elke keer weer verliefd kan worden op Tom, zelfs na bijna acht jaar)

Het was lachen, praten, rusten, lezen, wandelen, zwemmen, vrijen, eten, Rummikub spelen, uitslapen, huilen, knuffelen, zwijgen, voelen, omarmen, zonnen, verbinden. Allemaal in een prachtig kader.

Ik heb ondertussen al vaak de vraag gekregen of Malta eigenlijk de moeite is. Dat hangt er natuurlijk van af wat je zoekt. Persoonlijk ga ik enorm graag naar eilanden. Ik ben compleet zot van de zee en op een eiland kom je dat al eens tegen. Bergen zijn ook niet mis, maar ik vind ze nog veel toffer als die bergen omgeven zijn door water. Wij hebben twee dagen op het hoofdeiland doorgebracht en daarna zijn we met de ferry naar het kleinere Gozo gegaan.

Wij hadden vooral nood aan elkaar. We hebben veel gewandeld en zijn ook ongeveer elke dag gaan zwemmen. Er was zelfs die keer dat we meer dan een uur als kleine kinderen in de golven hebben gespeeld. Dat helpt wel om dingen even los te laten, ook al heb ik op datzelfde strand zitten huilen omdat vlak voor ons een mama haar derde kindje de borst gaf.

Maar ik kan die vijf dagen eigenlijk perfect in twee woorden samenvatten: welgekomen en heerlijk.

Nog mensen in de zaal die hun kinderen af en toe eens durven achterlaten om van #tripromantique te doen?

 

 

Posted in Liefde, Trippen | 12 Comments

Sofie en Tom gaan verbouwen.

We gaan dus verbouwen. Nogal stevig zelfs. Ook al was dat eigenlijk helemaal niet het plan.

Maar goed, het begon met de winterkoude. Toen had 75% van ons gezin eens buikgriep (echt serieus, dat is drama met maar één toilet). Daarna hadden we wilde gezinsplannen. En als we alles optelden, bleek het huis waar we zo graag wonen niet meer helemaal te kloppen.

Op de eerste verdieping hebben we op dit moment twee slaapkamers. Een vrij grote master bedroom en een bureauruimte. Op deze verdieping is (nog) geen verwarming geïnstalleerd. Voor de slaapkamer geen ramp, maar voor het bureau wel. In de winter kan je daar niet werken. Niet. De zolderverdieping is op dit moment voor onze jongens, met twee kinderkamers en een zolderberging.

Dit is het lijstje van de issues:

  • grote nood aan een tweede toilet (en bij voorkeur ook een extra badkamertje)
  • verwarming nodig op de eerste verdieping
  • lelijke reliëfbezetting op de grote slaapkamer (zo van het soort waar je je zwaar aan kan verwonden)
  • een slaapkamer tekort voor onze gezinsplannen (enfin, dit ‘probleem’ heeft zichzelf helaas opgelost :/)
  • onvoldoende isolatie op de zolderkamers (wat belachelijk is, want de vorige eigenaar had ze nog maar net vernieuwd. Onbegrijpelijk, maar goed. Koud)

Dus wij zochten een architect, vonden haar (www.idalievens.be) en gaven carte blanche met de bovenverdiepingen. Als we binnen budget met de volgende zaken zouden achterblijven:

  • drie kinderslaapkamers + 1 ouderslaapkamer
  • 1 badkamer (douche + lavabo)
  • extra (gasten)toilet
  • bureauruimte
  • zoveel mogelijk bergruimte

Ze kwam met een heel tof plan. Waarbij de zolderverdieping onze mastersuite wordt, met een badkamer, bureauruimte en gigantische kast tot in de nok. De eerste verdieping wordt het domein van de kinderen en kan – als er een wonder zou gebeuren – nog opgedeeld worden in drie kinderkamers. Het gastentoilet komt na veel problemen (al ooit moeten zoeken naar de sceptische put? Wij wel) onder de trap op het gelijkvloers.

Het budget werd redelijk snel bijgesteld, uiteindelijk beslisten we zelfs om naar de bank te stappen. En ik vrees dat we uiteindelijk nog duurder gaan uitkomen, want zo gaat dat nu eenmaal met verbouwingen. En ik heb nog niet eens deze tegels gevonden voor de nieuwe badkamer.

(foto Pinterest)

(foto Pinterest)

Vanaf januari wonen wij dus minstens drie maanden met ons hele gezin in de woonkamer. Ons bed wordt in de living geplaatst, de kindjes op matrassen daarnaast. Samen slapen doen we meestal al, maar er er zal geen enkele andere ruimte zijn om naartoe te ‘vluchten’ (behalve de badkamer). Dat wordt pittig, maar wij gaan dat kunnen. Ook als we allemaal om 19u30 moeten gaan slapen.

Ik probeer het budget heel scherp in de gaten te houden. Maar ondertussen werd onze verwarmingsketel ook nog eens afgekeurd. Kan er nog wel bij hoor, kan er nog wel bij.

Enfin. Ge begrijpt dat de rode kast helaas nog een aantal jaren rood zal blijven.

Posted in Thuis en al | 23 Comments

(Niet) minder erg.

Het is moeilijk, ja. Tranen komen op de meest onverwachte momenten. Maar we lachen ook veel. Het leven gaat door. De vakantie doet deugd.

Er zijn heel veel lieve mensen. Er zijn mensen die lieve berichtjes sturen, mailtjes, zelfs kaartjes. Er zijn ook ongelooflijk veel mensen die echt meevoelen. Dichtbij, maar ook ver weg en onbekend. Dat is echt fijn. We moeten met z’n allen meer praten over miskramen en onvervulde kinderwensen, echt. Een dikke knuffel voor iedereen die het nodig heeft.

Maar er moet me toch iets van het hart. Ik begrijp niet goed waarom verdriet afgemeten moet worden?

“Jaja, erg en al. Maar er zijn wel ergere dingen hoor.”

Echt gehoord. Meer dan één keer. Zelfs van een dokter.

Uiteraard beseffen wij heel goed dat wij twee gezonde kinderen hebben. Uiteraard beseffen wij dat dat een geweldig groot geluk is. Een permanent kapotte arm is ook geen drama. Het moeten afgeven van je passie is niet onoverkomelijk. Er gaan inderdaad geen mensen dood. Er zijn uiteraard ergere dingen. Er zijn _altijd_ergere dingen.

Maar ik ben echt enorm verdrietig. Er is ongelooflijk veel op ons afgekomen de laatste maanden. Klappen die diep inhakken zonder ruimte om ze te verwerken. Het gaat ook niet over erger of minder erg. Het gaat over verdriet. On-afgemeten verdriet.

Een derde kind heeft toch ook niet minder waarde dan een eerste, een tweede of een achtste? Een kind is een mens, daar staat geen rangorde op. Het ‘verlies’ daarvan is snoeihard op dit moment. Daar hoeft niemand over te oordelen.

Ja. Wij koesteren elke dag. Intens. Maar het snijdt ook door merg en been, want het voelt niet compleet.

Het gaat echt niet over erg, erger of minder erg.

Het gaat over verdriet.

Posted in Mens erger je niet!, Want zo ben ik | 23 Comments