Zeven.

  1. IJDELHEID

Je leert me om van mezelf te houden. Er is geen grotere supporter van mijn kleine en grote foutjes dan jouw van verlangen brandende ogen. We maken mopjes over mijn te grote neus, maar tegelijk schuif je al mijn onzekerheden met de handveger netjes buiten. Je kijkt altijd voorbij dat extra kilootje of die puist in het midden van mijn gezicht. Kon ik de aanblik van de spiegel maar veranderen naar wat jij ziet.

 

  1. GIERIGHEID

De berg is naar Mozes gekomen. Jij hebt me leren genieten van het leven, want dat kon ik vroeger niet. De angst om alles te verliezen legde mijn joie de vivre geregeld lam. Zonder jou zou ik nooit op reis geweest zijn, was ik nooit met meer zakken thuisgekomen dan ik eigenlijk kon dragen en durfde ik niets uitgeven wat niet strikt noodzakelijk was. Maar Mozes ging ook naar de berg. Want hoewel enige hebzucht je volledig vreemd is, was enig inzicht in de financiële markt ook niet je sterkste kant. We leven nu allebei anders, ergens in het midden. Waar het zo heerlijk vertoeven is. Met minder angst, met meer verantwoordelijkheid.

  1. ONKUISHEID

Lust schrijf je met de L van liefde. Teken je met de L van Leven. Volbreng je met de L van Lijvig. Kruid je met de L van Lol. Ik kan me verliezen in jou, wij kunnen ons verliezen in elkaar. We vinden elkaar altijd weer tussen de lakens, maar ook in andere hoekjes en kantjes. Het is eten en drinken voor de entiteit, het is brandstof voor de tandem. Zolang het verlangen geblust en aangewakkerd wordt, kan ik tussen de lakens op beide oren slapen. En jij ook, onder je elektrische dekentje.

 

  1. AFGUNST

Je bent zo mooi in alle wegen, want dit ken je niet. Ik heb je in al die tijd nog nooit kunnen betrappen op een blik naar groener gras. Tussen ons is er zoveel vertrouwen en vrijheid dat het altijd bij een gezonde dosis blijft. Maar ik wil – los van jou – wel altijd meer kunnen, beter zijn, mooier worden. Ik moet de volumeknop van afgunstig verlangen naar ijle dingen wat vaker dicht draaien. Want jij bent bij mij, dus ik heb alles wat ik nodig heb.

 

  1. GULZIGHEID

Je slorpt gretig alle schoonheden van het ouderschap op. Je propt je vol met zorgen voor die twee kleine monstertjes, die je op hun beurt doen overlopen van trots. Je bent happig op vrienden, familie en Club Brugge. Je bent hongerig naar kilometers in de benen, altijd met korte broek. Je eet af en toe te veel chips, maar alleen in het weekend. Je schrokt soms meer dan genoeg werk op, maar nooit boven v je hoofd. Je kan mij opvreten, zoals ik het graag heb.  Je (pro)porties zijn meestal meesterlijk gebalanceerd.

 

  1. WOEDE

Als jouw perfectie hiaten vertoont, dan is het wel in de auto. Je draagt bijna altijd een jas van zachtaardigheid, maar in het verkeer ligt die vaak in de koffer. Ik kan nu nog nauwelijks geloven dat ik jou ooit op 24 dagen heb leren autorijden. Ook buiten de auto is irritatie je niet vreemd, maar je kan dat ook aangenaam kanaliseren. Gelukkig is er humor. Ooh humor, geef die man een show.

 

  1. TRAAGHEID

Sinds onze eerste ontmoeting exact zeven jaar geleden, ben je altijd meer in gang geschoten. Nog elke maand ontdek ik nieuwe talenten. Maar je hebt ook net genoeg traagheid. Jouw balans zorgt ervoor dat ik niet van de weegschaal tuimel. Je hebt altijd mijn hand vast. Als ik te snel ga, trek je een beetje terug. Als ik blijf hangen, duw je wat vooruit. Jouw hand in mijn hand is onze locomotief.

Zeven hoofdzonden. Voor exact vandaag zeven fantastische jaren. Die eigenlijk gewoon deugden waren. En hopelijk nog zeven maal zeventig jaar zullen zijn.

Posted in Liefde | 11 Comments

15 dingen die je (vermoedelijk) nog niet over mij wist.

  1. Ik ben ineens mayonaise beginnen te lusten, terwijl ik dat meer dan 30 jaar redelijk degoutant gevonden heb. Geen idee hoe dat gebeurd is, maar ik heb er dik spijt van.
  2. Ik ben 4kg bijgekomen. Mogelijks gerelateerd aan bovenstaande, mogelijks ook omdat in moeilijke maanden 5:2 op de achtergrond is geraakt. Maar we zijn weer bezig. En alles komt goed, ook met de bikinibody. (Haha. Niet dus he. Een bikinibody is voor eeuwig geparkeerd in de annalen van mijn jeugd)
  3. Ik heb eindelijk Instagram Stories ontdekt. Het heeft echt eventjes geduurd voor ik het snapte. Alweer tien treden gevallen op de social media-queen-schaal.
  4. Ik heb vanmorgen een vleugje make-up aangebracht. En gisteren ook. En de dag daarvoor ook. True story.
  5. De zetels in de living staan nog altijd anders. Mijn lief heeft er niets meer over gezegd en ik vind het echt beter zo.
  6. Ik laat cola altijd eerst even openstaan, zodat de prik eruit is. Ik ben geen fan van prik.
  7. Ik heb deze week een eerste afspraak bij een eerste uitgeverij. Hashtag duim je voor mij?
  8. Ik ga sinds een aantal maanden naar de psychologe. Het was nodig.
  9. Ik ben ooit afgewezen door Studio 100 ‘omdat mijn uiterlijke capaciteiten ontoereikend waren’. Lees: ik was te lelijk voor Spring.
  10. Wij hebben in januari elk weekend minstens één nieuwjaarsfeestje. Gelieve vanaf februari de focus te verplaatsen naar mijn verjaardag.
  11. 2018 is één groot vraagteken, op verschillende vlakken. Maar ik probeer toch vol vertrouwen naar de toekomst te kijken. (Niet gemakkelijk, niet gemakkelijk)
  12. Het is wel al zeker dat we ons begin juni nog eens op gezinsvakantie naar Frankrijk begeven. We hopen dit jaar op een echte Vacansoleil (ipv vacanpluie).
  13. Er was lichte aambei-paniek. Niet zo dramatisch als toen ik naar het ziekenhuis moest, maar toch op het randje. We zullen het er verder niet meer over hebben, want het is niet zo schattig.
  14. Ik heb een wild plan bedacht voor mijn 35ste verjaardag. Later daarover meer. Het is ook pas in 2019, want ik moet eerst nog even 34 worden. Maar er op tijd bij zijn kan geen kwaad he.
  15. Mijn moeder vroeg of we in het najaar weer #tripromantique deden. Want ze moet binnenkort al haar verlof doorgeven en ziet zo’n paar daagjes met haar kleinzonen wel helemaal zitten. Dus ja, nu kunnen we toch niet anders zeker? Alles voor mijn moeder he!
Posted in Want zo ben ik | 7 Comments

Hoe sluit je het hoofdstuk ‘kinderen krijgen’ af?

Een kinderwens is iets heel egoïstisch. Het is niet alsof je de wereld een plezier doet met nog wat extra belasting. Maar tegelijkertijd – en ironisch genoeg – verplicht een kind je om de meest altruïstische kant van jezelf naar boven te halen.

Een kinderwens is iets heel sterks. Vermoedelijk omdat er een soort biologische dwang achter zit, al zijn er (gelukkig) ook mensen die bewust kinderloos zijn. Ik heb daar onwijs veel respect voor, want die drang om te baren is heel mijn leven prominent aanwezig geweest. Mijn hart gaat ook uit naar alle mensen bij wie het om de een of andere reden niet (meteen) lukt. Ik weet oprecht niet of ik zo’n drama te boven zou komen.

Het is ongeveer het enige wat mijn hele leven als een paal boven water stond. Ik wilde moeder worden, van een groot gezin. Ik heb nog veel andere ferme dromen die heel dominant kunnen zijn (radio maken bijvoorbeeld), maar een kinderwens is toch nog een pak straffer.

De zoektocht naar de juiste vaderfiguur in dit verhaal was hobbelig en bij momenten afgrijselijk pijnlijk. Maar ook wel wonderlijk. Want het moment dat Tom in mijn leven wandelde, voelde ik plots aan elke vezel dat hij de man was. Dat ik mijn baarmoeder aan hem wilde toevertrouwen en voor de rest van mijn dagen naast hem wilde wakker worden.

Dat gevoel bleek gelukkig wederzijds en anderhalf jaar na ons eerste oogcontact lag er een brok geluk tussen ons. Over een tweede kind was nooit discussie, het stond voor ons allebei vast dat we Basiel een broer/zus wilde schenken. En zo kwam de ooievaar nog een keertje, met Felix.

Twee kindjes is eigenlijk uit de boekskes. Ze hebben veel aan elkaar (dat is hier echt een understatement, die twee zijn zot van elkaar). Het is nog overzichtelijk, in nood is er voor elk kind een ouder. Je kan ze al eens te logeren leggen om in elkaar (als koppel) te investeren. Het is werkelijk picture perfect.

En toch.

Je moet wel gek zijn om dat evenwicht te willen verstoren. We zijn door de moeilijke jaren (die er hier extreem zwaar hebben ingehakt met de slaapproblemen van Felix), we hebben geen verhuiswagen meer nodig als we ergens naartoe gaan, de pampers liggen stof te vergaren. Iedereen kan praten en duidelijk maken wat het probleem is. We zijn klaar voor de volgende fase in het gezinsleven.

En toch.

Ons huis is niet echt voorzien op meer dan twee kinderen. We hebben ook maar één badkamer en één wc (wat nu al te weing is eigenlijk), een doorsnee auto krijgt geen drie kinderstoelen op de achterbank. We zijn verlost van de crèchekosten en kunnen ze allebei op dezelfde plek afzetten ’s morgens. Alles is veel simpeler.

En toch.

Het voelt voor mij niet compleet. Op het moment dat Felix geboren werd en het bloed nog in het rond spatte, dacht ik onmiddellijk: dit wil ik nog eens doen. De hele zwangerschap, borstvoeding en babyperiode probeerde ik mezelf te overtuigen dat het allemaal de laatste keer was. Maar dat lukte niet, omdat er een diep verlangen is naar nog een kindje. Omdat mijn lijf het allemaal nog eens wil doen. Omdat onze tafel nog niet vol genoeg zit.

Als ik zeg dat ik nog een derde kind wil, denkt iedereen dat ik eigenlijk gewoon een dochter wil. Ik begrijp waar dat vandaan komt, maar het is helemaal niet waar. Ten eerste: ik ben er van overtuigd dat wij tot het peterschap van koning Filip kunnen doorgaan, een derde kind zou gegarandeerd opnieuw een jongen zijn. En nu ga ik iets zeggen wat niemand gelooft: dat is helemaal ok. Ten tweede: het feit dat ik nog een kind wil, staat volledig los van mijn verlangen naar een dochter. Dat is misschien moeilijk om te vatten, maar toch is het zo.

Dat ‘derde’ is iets wat de laatste jaren bijna constant mijn gedachten beheerst. Ik probeer de knop uit te zetten, maar het lukt niet. Het is alleen maar iets in mijn hart, want mijn verstand zegt dat het nu al druk genoeg is.

En toch.

In mijn hart is nog zoveel plaats. Mijn hoofd weet dat twee eigenlijk wel genoeg is, maar mijn hart is gewoon niet akkoord. Ik probeer het af te sluiten, want voor de liefde van mijn leven is hoofd, hart en vooral ‘praktische kant’ vol. Een derde kind is vooral een verlangen van mij, niet echt van hem. Tenzij we de hele babyperiode kunnen overslaan, dan wordt hij al enthousiaster. Maar het is iets waar het hele gezin voor de 100% moet achter staan, dat is alleen maar fair.

We praten. We geven elkaar daarin zoveel mogelijk ruimte. De beslissing is nog niet met 100% zekerheid gevallen.  (Lees: Er is nog een klein beetje hoop) Maar toch vind ik het echt moeilijk, en pijnlijk. Ik doe elke dag mijn best om afscheid te nemen van het grote gezin in mijn hart. Maar voorlopig lukt dat niet echt geweldig goed.

We hebben nog een zolder vol babyspullen waar ik geen afstand van kan doen. Ik ben er echt niet klaar voor om op mijn 33ste het hoofdstuk ‘kinderen krijgen’ af te sluiten. (Hoe doe je dat ook?) En dromen, dat geen kwaad zeker?

Hoe zeggen ze dat? Zeg nooit nooit…

 

(Nog mensen met dat gevoel?)

Posted in Kind en gezin, Want zo ben ik | 52 Comments

2017 in 17 beelden. (En gelukkig nieuwjaar voor jou!)

Ook al wou ik dat eindejaarsfeesten niet bestonden, toch dwingt dat nieuwe cijfer me op een bepaalde manier tot terugblikkend nadenken. Het was een heel gek jaar, met stevige pieken en dalen.

Er zijn ingrijpende dingen gebeurd die ik op geen enkele manier had zien aankomen, en die ook in 2018 nog een uitweg zullen moeten zoeken/vinden.  Er zijn duizend momenten geweest dat ik wilde verdwijnen in de warme baai van mijn gezin en framily, wat ik ook meer dan ooit tevoren heb gedaan. Er zijn mottige bommetjes gedropt, die maken dat er het komende jaar veel kaarsjes gebrand zullen worden. Want er zijn te veel mensen in onze dichte omgeving die dingen moeten dragen die gewoon niet zouden mogen bestaan.

Overmorgen is uiteindelijk ook maar een dag. Er verandert eigenlijk niets. Maar toch hoop ik dat het een soort wipplank is om naar diepe, lichte, verre, kleine, spannende en grote dromen te springen. Ik ben soms mijn eigen grootste vijand, maar – gelukkig of helaas? – weet ik dat ook. En tijd en boterhammen, ook ja.

Het afgelopen jaar heeft me wel geleerd dat ik een ongelooflijk sterk thuisfront heb. Mijn lief verdient een standbeeld. Mijn kinderen zijn het licht van mijn leven. Ik heb de meest geweldige vrienden en een paar pareltjes in mijn familie.

En zolang dat er is, kan ik alleen maar met een grote glimlach kijken naar de toekomst.

Over 2017 wil ik het verder niet te veel meer hebben. En hoewel fotograferen niet echt in mijn talentenpakket zit, heb ik toch 17 beelden uit mijn smartphonegeheugen van het afgelopen jaar hierheen gesleept. (Merci voor de inspiratie Lies). Ze zeggen veel, en tegelijkertijd heel weinig.

Ik wens je het allerbeste voor 2018, vanuit mijn hele hart. Maar vooral een goeie gezondheid, want daar begint alles mee. En veel echte en waarachtige momenten. En rust, waar het kan, en nog meer waar het eigenlijk niet kan. Rust is zo kostbaar. En heel veel liefs, dat ook.

LACH. FEEST. KOESTER. WENS. HEB LIEF. VERWONDER.

(En superbedankt om hier te komen lezen. Ik vind dat echt nog altijd gigantisch hard de max)

 

Posted in Liefde, Want zo ben ik | 13 Comments

Het Felixiaans #1

Felix zou niet misstaan in het koor van Studio 100. Want zijn radio staat geen twee minuten op stil, dat kind zingt de hele dag kinderliedjes. Wij zingen hier ook eind december nog van hie gins komt de toomboot, afgewisseld met papegaai is ziek en variaties op twee broodjes smeren. Ik onderdrijf, het repertoire is oneindig veel groter. Felix kan ook geweldig goed op zichzelf spelen, waarbij hij zonder dat ie het soms beseft rustig aan het zingen is. Sinds gisteren zit neuriën ook mee in het gamma. (Nochtans twee compleet a-muzikale ouders).

Druk-druk-druk is de ziekte van de tijd, en Felix is helemaal mee. Als je hem vraagt om bijvoorbeeld zijn kleren aan te doen om naar school te gaan of zijn schoenen te nemen omdat we ergens naartoe gaan, is het antwoord vaak MAAR IK MOET NOG SPELEN MAMA! Druk-druk-druk, met spelen. Daar is geen woord van gelogen. Hij kan zich echt uren amuseren met spelen. Met playmobil, met Dublo of gewoon met een kom walnoten. Spelen is the shit.

Maar praten ook. Heerlijk toch, wat er allemaal uit de mond van een bijna 3-jarige komt. Je vergeet zo snel en zo veel, maar gelukkig ben ik af en toe bij de pinken genoeg om het op te schrijven:

  • Brammetje – Hij eet ze het liefst met sjokolade (=boerinnekeschoco), ontituur of een vleesje. Hij heeft al heel vroeg in zijn leven beslist dat korstjes gewoon voor de sier aan brammetjes worden toegevoegd, maar hij krijgt van mij geen nieuw brammetje als de korsten nog niet zijn weggewerkt. Heel soms doen wij wel aan consequent ouderschap.

  • Nee, mijn poep is gesloten – Als je een protje ruikt en voorstelt om op het potje te gaan want ‘moet je misschien geen kaka doen Fifi?’

 

  • Fifi is erdrietig, ik moet anddoek fo mijn traantjes – Het dramaqueengehalte is hier bij momenten nogal hoog. Oh well, I take the blame.

 

  • Oefoertje – Iets wat de meesten mensen yoghurt noemen. Voor Felix ongeveer alles wat stevig maar vloeibaar is, en met potje en lepel komt.

sdr

  • Je spelletje is uit! – We hebben de ROX-verslaving een beetje teruggeschroefd. Het afkicken ging moeizaam en helde al snel over naar een verhoogde interesse voor Blaze en Paw Patrol.

 

  • Yom – Ik geloof dat de correcte term ‘vrachtwagen’ is.

 

  • Tikkelooskoekje – Sinds de doortocht van Sinterklaas en het goede nieuws dat Lotus melkvrije speculoos maakt, eet Felix tikkelooskoekjes. En ik ben megaverliefd op dat woord.

  • Truipyjama – Want dat is eigenlijk toch ook veel logischer dan ‘bovenstuk’. Als ik zeg dat hij zijn pyjamabroek moet aandoen, vraagt Felix (terecht!) wat er met zijn pyjamatrui moet gebeuren.

 

  • Oh mama! Jij hebt tomaatjessoep gemaakt! Zo lekker! – Wat mij betreft een gedeelde eerste plaats met tikkelooskoekjes. En ik heb maar niet gezegd dat het eigenlijk pompoensoep was, daarvoor zat ik veel te hard te glunderen.

 

Hij komt trouwens een zoentje geven als je je pijn gedaan hebt. Er is echt waar geen betere zalf of pilletje of plakker. (Op aanvraag willen we hem wel eens uitlenen)

Posted in Felix | 6 Comments

Ondertussen.

*Zitten we met een home-hit. Een paar maanden na de hype zong Basiel plots uit volle borst: “Ik ben…een kind van de duivel. MAMA, jij hoeft niet te huilen! FEESTEN!”. Binnen de kortste keren zong ook de jongste volop mee. Ondertussen luisteren we ook al naar de Duitse versie. (Die hoofdletters staan daar omdat hij op die punten ook altijd stevig uithaalt)

*is er eindelijk vooruitgang in de pot-issue. Geen idee hoe het komt, maar hij heeft eindelijk een klik gemaakt. Op een dag riep hij vanuit de badkamer (waar hij in alle stilte naartoe was gegaan) dat ie kaka had gedaan. En sindsdien is het 9/10 op tijd waar het moet zijn. Hij is supertrots, en wij natuurlijk ook. Bravo voor de communicatie tussen hersenen en sluitspier!

*is er nog een wonder geschied in dit gezin. Voor het eerst in zeven jaar zijn er kerstkaarten! Ik kan het zelf amper geloven als ik ze uitdeel. Jaja, uitdelen, ik ben er wel nog niet toe gekomen om postzegels te halen en adressen te schrijven. Maar voor de rest ben ik supertrots. Op de kaarten en op hoe we stralen als gezin op de foto.

*houden wij hier af en toe wilde feestjes. Dat betekent dat de muziek luid gaat en iedereen thuis kei hard danst. Het is te zeggen, Tom doet meestal niet mee. Die lacht ons gewoon stiekem een beetje uit. Ook de zelf verzonnen spelletjes van de boys bevatten conceptueel heel vaak ‘wild rond de tafel lopen’. Twee jongens die hevig en wild kunnen doen, en dat ook mogen. En dan heb je plots een 5,5-jarige die zijn handen samenbrengt, nederig buigt en een Namasté’ke doet. Geleerd in de turnles op school, mama. Waar ze dankzij juf S. vaak kinderyoga doen. Zo cool!

*ben ik helemaal klaar voor de eindejaarsperiode. Ik zou nog altijd het liefst rechtstreeks doorspoelen naar februari, maar ik ben wel stiekem een klein beetje verliefd op onze kerstboom. Het voelt allemaal zo echt. Twee kinderen, een huis en een kerstboom. Well hello adulthood!

*branden hier elke dag kaarsjes. Omdat dat geweldig gezellig is natuurlijk, maar ook voor de symboliek. Op een aantal vlakken kan ik hier wel wat kaarsjes gebruiken. Duim je even mee? Thanks!

*kan ik weer lopen. Het is extreem traag en ik ging me een jaar geleden geweldig belachelijk gevoeld hebben bij die tijd, maar no more. Als je een paar maanden geblesseerd aan de kant moet zitten, ben je gewoon al blij dat je jezelf nog eens in het zweet mag werken. Ik loop niet te vaak, niet te ver, niet te snel. Twee keer per week mijn hoofd leegmaken, dat is voorlopig al heel veel.

*moet ik dringend nog eens een outfitpost doen. Voor het eerst in jaren (of zo) ben ik echt content van wat er in mijn kleerkast hangt. Moest ik nu nog wat kunnen naaien en herstellen, dan was het helemaal fantastisch. Maar ge moet ook niet te veel willen, ik besef dat.

*hebben we een nieuwe voordeur. Die beslissing is er vooral gekomen omdat de vorige echt kapot was en een gigantisch tochtgat, maar het was wel een meevaller dat ie toevallig ook verschrikkelijk lelijk was. Bye bye fermettelook, welkom modern huis! Ik ben er zo content mee, ge kunt het niet geloven. Ik kan er uren naar kijken (wat ik mogelijks ook al heb gedaan)

*stond ik aan de kassa in de Colruyt bij een man die met korte broek en kerstmuts mijn Xtra-kaart vroeg. Hij stond ongeveer te dansen tussen mijn boodschappen dus ik was meteen benieuwd naar de whole story. Na vijf scan-biepjes kreeg ik uiteindelijk het hele verhaal. Hij had een dag eerder zijn vriendin ten huwelijk gevraagd en ze had ja gezegd en die mens wist met zijn blijdschap geen blijf. Ik heb nog nooit met zo een grote glimlach de rekening betaald.

*is de tut terug. Ik besef dat het hier mogelijks om de meest inconsequente ouderschapsmove van de eeuw gaat, maar het is nu zo. Na vier nachten waarbij hij niet in slaap geraakte, uren aan de borst wilde hangen, verschillende keren per nacht huilend wakker werd en voor dag en dauw aan ons bed stond ‘om naar beneden te gaan’, ben ik geplooid. De zuigbehoefte was gewoon te groot, hij miste dat ding gewoon te hard. En uiteindelijk is hij nog niet eens drie. Dus fuck de tandarts die er op stond dat de tut werd weggegooid, ons bolleke wasn’t ready.

Dus middenvinger aan de tandarts. En tegelijk ook het voornemen om in 2018 nog net iets vaker fuck you te zeggen tegen verschillende dingen.

(Oh dju, ik heb net gevloekt op tinternet zeker?)

Posted in Rapporteren | 8 Comments

De trilstop.

“Ja, dat is juist. Jij had gemaild. Ok, wat scheelt eraan?”

— Awel ja. Het lichtje brandt nog wel, maar hij trilt niet meer. Dus ik denk dat hij echt wel kapot is.

“Maar ge zijt toch zeker dat ie opgeladen is he? Want voor ik iets kan doen, moet ik toch wel zeker weten dat hij niet gewoon plat is. Dat begrijpt ge wel”

Dame neemt alles gretig vast en steekt het even in de usb-poort. Nu moeten we een paar minuten wachten. Dus ja, making conversation.

— Seg en zitten jullie hier al lang? Want ik wist eigenlijk niet dat jullie ook een winkel hadden?

“Jaja, toch al efkens. Ah ja, want de Rudi* en Sabine die waren eerst alleen begonnen met die avonden. En dan ja, de Rudi wilde nog uitbreiden. Allez, ze konden dat niet meer bolwerken. En dan is Sonja er  ook voor gegaan. Ja weet ge, eigenlijk zijn het twee firma’s. Maar we zijn dezelfde mensen he. Ah kijk, het is klaar. We kunnen eens testen. Ja, dat is kapot he. Ik mag u nen andere meegeven. Het is zelfs het nieuw modelleke. Ziet ge, dat heeft hier vanboven nog een extra dingske. Goe gerief zenne.”

— Dat gaan we dan eens uittesten he (knipoog). Ge zijt al vree bedankt!

.

.

(Het zou kunnen dat deze conversatie plaatsgevonden heeft omdat een vibrator de geest gegeven had)

(Van iemand die ik ken he)

 

*De namen in deze post zijn mogelijks veranderd om privacy-redenen.

Posted in Want zo ben ik | 1 Comment

De snurksjot.

Dus.

Ik lig in mijn bed en ik heb kei hard het gevoel dat ik nog wakker ben. Het is te zeggen, ik denk na over het leven. Over de problemen daarin, over hoe we die gaan oplossen. Of wat we morgen weer eens zouden eten. Eventueel zelfs hoe mensen zich in godsnaam onveiliger kunnen voelen door het circulatieplan, zoals ik op de radio hoorde.

Over het algemeen gesproken toch dingen waar je een zekere portie wakkerheid voor nodig hebt. En terwijl ik dat zo lig te bedenken, krijg ik een sjot van mijn lief.

Dat doet hij omdat ik aan het snurken ben. Dat weet ik, anders doet hij dat niet. Ik weet ook dat ik snurk, want heel soms hoor ik een snurk terwijl ik slaap val. Maar terwijl hij sjot, besef ik dat dus aan het snurken moet zijn. Maar tegelijkertijd heb ik het gevoel dat ik nog wakker ben.

Sorry voor mijn lief ook wel. Want hoewel dat snurken met periodes is en vooral aanwezig tijden verkoudheden, wou ik dat het niet bestond. En laat ons eerlijk zijn, sexy is anders.

Maar ik snap dus totaal niet hoe ik wakker kan zijn (want ik weet nog wat ik aan het denken ben) en tegelijkertijd toch een bos kan omzagen.

Dat is nu toch echt kei raar?

Posted in Want zo ben ik | 9 Comments

Wishlist.

Basiel vroeg wel hoe Slecht-weer-vandaag nu precies op die daken geraakte , maar was tegelijkertijd helemaal overtuigd hem diezelfde nacht op het dak gehoord te hebben. De vorige jaren werd de man met staf en mijter nogal lauw onthaald, maar dit jaar was het een gigantische hit. We hebben zelfs een foto om ze over een jaar of twintig mee te confronteren, als de fantasiefeiten verjaard zijn.

Omdat het geweldige evenement van Sinterklaas en de tutjesboom maar één keer per jaar georganiseerd wordt en de tandarts elke keer een litanie afsteekt over die verdomde tut, heeft Felix zijn siliconen vriendje afgelopen dinsdag ook afgegeven. Ik heb dat in gang gestoken en misschien was het echt veel te vroeg, want het inslapen verloopt sindsdien nogal moeilijk.

De afgelopen dagen was hij ook veel vroeger wakker dan anders. Maar het meest opvallende: hij wil weer drinken bij mama. En als je zou denken dat er na een paar weken inactiviteit geen druppel meer uitkomt: forget it. Als je zo lang voedt, kan je ook na a fortnight (ik wilde dat woord altijd al eens gebruiken, sorry) zonder dorstig kind nog een wolkje melk voorzien. Dat blijft stromen, crazy.

Maar ondertussen is de goedheilig man allang weer bij zijn mandarijnen (daar waar het WARM is – jaloers) en dringen de kerstbomen zich op. Als ik alleen met mezelf rekening moest houden, zou ik de feestdagen het liefst volledig overslaan. Rechtstreeks naar februari, dat lijkt me wel wat. Maar voor mijn kroost wil ik wel graag fijne tradities creëren. De kerstboom versieren is er eentje van. Vorig jaar tijdens de soldenperiode alles ingeslagen (ik begrijp dat ge serieus onder de indruk zijt van mijn strakke 1-jaar-op-voorhand-planning), straks gaan we het ding versieren.

Ongeveer 17% van de cadeautjes is zelfs al in orde, voor de overige 83% is inspiratie heel erg welkom. Maar ge weet hoe dat gaat. Terwijl ge over de geschenken van anderen ligt na te denken, begint uw eigen wish-list plots voor uw ogen te dansen. Die ziet er oppervlakking ongeveer zo uit:

  • Een mooie fietshelm (Ik heb beslist om met fietshelm te gaan fietsen. Ik heb al te veel dokters op tv horen zeggen dat het echt een groot verschil maakt. Het mag er nog zo belachelijk uitzien, safety before fashion)
  • Een grote plant (Mijn lief is helemaal tegen groen in huis, maar ik ben grote fan. We hebben nergens een grote plant staan en ik zou dat wel graag hebben. Wel eentje die niet gemakkelijk doodgaat, want ik stond niet in de rij toen de groene vingers werden uitgedeeld)
  • Een kruimeldief (De vorige is gesneuveld en eigenlijk is dat wel best handig met twee kleine kinderen. En ok ja, het is waar, ik ben de grootste kluns van allemaal thuis)
  • Kledingbonnen. (Maar voor serieus. Nieuwe kleren blijven toch echt geweldig de max. Jammer dat je de afwas niet kan doen in ruil voor een nieuwe jurk)

Op een iets duurdere schaal zijn er nog wel een paar dingen zoals een tweede wc (en eventueel zelfs badkamer), een ingemaakte kast en een supergeïsoleerd huis die op de verlanglijst staan, maar we kunnen nog wel een beetje wachten.

Het draait eigenlijk maar om één ding: gezondheid. Dat zeg ik altijd en meestal zijn het halfloze woorden, omdat je er amper bij stilstaat als gezondheid er vanzelf is. Maar dit jaar is het helaas anders. Iedereen gezond bij ons houden graag, met aandrang. Meer hoeft dat echt niet te zijn.

Op het eerstvolgende belangrijkheidslevel heb ik nog twee diepe wensen die misschien ooit, misschien nooit in orde zullen komen. En waar ik misschien ooit eens iets zal over vertellen, maar die misschien ook eeuwig op de sofa van mijn psychologe zullen blijven. Misschien, het is voor mij ‘misschien’ wel het woord van het jaar.

Ik kijk in ieder geval reikhalzend uit naar 2018. Want 2017 was zo dubbel, dat ik echt wel klaar ben om het uit te zwaaien.

En wat mag het voor jou zijn?

Posted in Basiel, Felix, Kind en gezin | 5 Comments

Buurvrouwen.

Na zeven jaar op kot zonder warm water en deftige douche in de Florbertusstraat, zette ik in 2009 officieel de stap naar het Gentenaarschap. Mijn domicilie verhuisde van de heimat naar een piepklein appartement op het Casinoplein, waar ik niet gelukkiger kon zijn. Vooral in de zomer, toen het niet zo ijskoud was omdat de verwarming niet werkte en de zon zo heerlijk langs de grote ramen op mijn allereerste dubbel bed kon binnenvallen. Volwassener als dat wordt het niet.

Op een auditiedag van de Lunatics raakte ik niet veel later aan de praat met een geweldig toffe madam. We bleken 300m van elkaar te wonen en moeten ook allebei geweldig veel gezelschapsspelletjes gewonnen hebben, want het geluk in de liefde was bij ons allebei eerder schaars. Zij had toevallig een prachtig huis een beetje verder. Niet alleen was er verwarming (praise the lord!), een warm bad (hallelujah!) en een wasmachine (hosanna in de hoge!), het was er ook onwijs gezellig.

Het gebeurde eigenlijk redelijk direct dat we vriendinnen werden. Gelijkaardige status op facebook, gemeenschappelijke hobby en gehuisvest vlakbij elkaar – dat zijn geweldige ingrediënten voor een vriendschap.

Wij gingen zelfs al op vakantie naar Spanje toen de smartphone nog niet was uitgevonden.

Die keer dat mijn wc het begeven had kreeg ik zelfs een sleutel, die ik eigenlijk niet meer heb moeten teruggeven. Het gele badeendje dat als sleutelhanger dienst deed, bleek ook symbolisch voor de wellnessactiviteiten waar ik af en toe van mocht profiteren. Ik in het warme bad, zij daarnaast. En dan kletsen tot het water koud word, want wij kunnen toevallig geweldig goed kletsen.

We leerden op dezelfde dag de man van ons leven kennen, die ook nog eens dezelfde initälen bleken te hebben én hetzelfde beroep. (Heel even was er twijfel dat het om dezelfde man ging, maar we hebben dat vrij snel kunnen uitsluiten). We verhuisden allebei (dus officiëel zijn we allang geen buurvrouwen meer), er kwamen kinderen, een huwelijk, prachtige momenten en ook hele moeilijke. Ik kan daar altijd terecht, en omgekeerd hoop ik hetzelfde. Er zijn maar weinig mensen bij wie ik me zo op mijn gemak voel. We hebben haar zelfs meter gemaakt van Felix, dat is toch wel een titel waar je niet licht over gaat.

Afgelopen vrijdag legden onze venten een pokerkaartje, terwijl wij de uren volpraatten. En als we niet allebei onze ogen voelden dichtvallen van vermoeidheid, zaten we daar mogelijks nog te babbelen.

Van een geweldige buurvrouw, naar een kanjer van een vriendin. Hoe geweldig veel toeval om iemand achter de hoek te vinden die zo snel verhuisd is naar mijn hart (en jammer genoeg ook naar de suburbs ;)), maar – en dit ga je niet geloven –  het was NOG EENS prijs.

Hoe gaat dat tegenwoordig met Instagram? Ge post een foto van uw straat en iemand comment dat het toevallig ook haar straat is. Ge scrolt wat door elkaars feed, stuurt wat berichten en het verhaal begint. Ge gooit wat kraamkost binnen, ge helpt mekaar als er eens een uurtje een babysit vandoen is. En ge eet allebei graag sushi. En bovenal: het blijkt weer maar eens een geweldige madam te zijn.

De pech zit ‘em in het feit dat ook deze buurvrouw besloot om ‘een beetje’ verder te gaan wonen. Niet echt extreem ver, maar als je gewoon bent om er een halve minuut over te doen om aan haar voordeur te staan, dan is alles ver natuurlijk.

Het is allemaal nog pril, maar wel gezellig. En omdat we straks sushi gaan eten, begon ik te mijmeren. Excuses.

Twee fantastische buurvrouwen. Ik kan niet klagen over wat dat Gentenaarsschap mij al allemaal gebracht heeft.

.

(Zeker als een goeie buur, een dichte vriend wordt)

Posted in Gent, Liefde | 2 Comments