Ode aan het thuiswerken.

Na mijn ontslag had ik gezworen dat ik alleen nog in Gent zou werken. Of tenminste op werkbare fietsafstand (in mijn hoofd: 15km). Als je hier al even komt lezen, weet je dat ik niet blij was met de afstand naar Nostalgie. Ik heb de afgelopen jaren wel eens geklaagd over het hele mobiliteitsverhaal (ok, ok, veel). Feit was: een rijdende auto kost belachelijk veel geld en die dagelijkse 120km hebben mij gigantisch veel lepeltjes energie gekost.

Dat ging dan ook de positieve kant van mijn ontslag zijn: een         spectaculaire mobiliteitssprong voorwaarts.

Maar je weet hoe dat gaat. Plots ben je aan het solliciteren voor een toffe job in Kortrijk en voor je het weet zit je met een treinabonnement en twaalf kilometer aan daily biking. In de praktijk ben ik eigenlijk nog altijd even lang onderweg als vroeger. Al voelt het gelukkig wel helemaal anders met mijn neus in de wind op de fiets en met mijn neus in een boek op de trein.

Toch voelden de woorden “en je hebt vanzelfsprekend recht op een thuiswerkdag of twee halve thuiswerkdagen” voor mij meteen als een cadeau. Omdat ik er direct de praktische voordelen van inzag, al had ik toen nog niet kunnen inschatten hoe groot de impact voor mij ging zijn.

Ten eerste, ik ben thuis.

Dat is de plek waar ik het liefst van al ben, ik voel me daar goed. Uiteraard is het aangenaam om tussendoor eens een wasmachine in te steken en boodschappen op je eigen toilet achter te laten, maar er is meer. Ik merk dat door les te geven mijn eigen studentengewoontes weer komen bovendrijven. Ik studeerde vaak in bed en hardop, twee zaken die nogal _onpraktisch_ zijn in het staflokaal van journalistiek. Maar twee dingen die thuis wèl perfect lukken en mijn werk gigantisch ten goede komen. (Dus ja gasten, die laatste testen zijn kei hard onder een donsdeken verbeterd.)

Ten tweede, er zitten meer uren in dezelfde dag.

Ook al probeer ik mijn reistijd zo nuttig en aangenaam mogelijk in te vullen, het blijft natuurlijk wel een slordige twee uur per dag die ik ‘kwijt’ ben. Twee uur die ik er gratis bij krijg als ik thuis werk. Tel daar zeker nog een uur mentale rust bij. Want ik kan zonder problemen mijn kinderen naar school brengen en ik ben zeker op tijd om ze te gaan halen. Vaak ben ik wel nog niet klaar met werken, maar ik hoef me geen zorgen te maken ‘dat ik het niet zal halen’. Ik haal het sowieso.

Ten derde, ik ga als een speer.

Ik had op voorhand eigenlijk niet kunnen inschatten hoeveel ‘beter’ ik werk als ik alleen ben, in een fijne omgeving. Op dit moment is het zelfs zo dat ik veel werk (on)bewust doorschuif naar mijn thuiswerkdag, omdat ik daar simpelweg veel meer gedaan krijg. Dingen die serieus wat denkwerk vragen, gaan thuis twee keer zo snel. Mijn lijstje ‘dat is meer iets voor als ik rustig thuis kan werken’ wordt daardoor steeds langer. Om heel eerlijk te zijn, heb ik op dit moment thuiswerkdagen tekort. Die worden dan vaak zelf gecreëerd in het weekend, maar dat is het toch ook niet helemaal.

Toen ik de eerste keer hoorde over de thuiswerkdag, ging ik er van uit dat het die ene dag in de week zou zijn dat ik wel mijn kinderen van school kon halen. Die ene dag dat ik over de middag zou kunnen gaan zwemmen of lopen.

Maar je voelt me al komen, voorlopig draait het een beetje anders uit. Gisteren wilde ik bijvoorbeeld eigenlijk beginnen met een loopje, maar ik keek naar de berg werk en liet dat plan varen. Gelukkig gaat het volgende academiejaar helemaal anders zijn, want dan heb ik het vast allemaal kei hard onder de knie (not, knipoog)

Toch wil ik graag even lyrisch worden over thuiswerken. Ik vind het fantastisch. Heerlijk. Geweldig. Gigantisch efficiënt.

Pas op, ik begrijp dat het niet kan in elke job. Ik kan de studenten ook niet allemaal in mijn living steken bijvoorbeeld en ik kon vroeger ook geen radio maken zonder de studio. Bovendien is het ook echt belangrijk en fijn om je collega’s te zien en te overleggen waar nodig, maar het is een welgekomen afwisseling.

Ik hoorde onlangs iemand vertellen dat in het West-Vlaamse familiebedrijf waar zij werkte, thuiswerken compleet ondenkbaar is. Elk kwartier dat je vroeger naar huis gaat om de een of andere reden, moet gecompenseerd worden met een kwartier vroeger beginnen. Ook als je die week al verschillende overuren hebt staan die nooit of te nimmer vergoed of gecompenseerd worden. Net als de verhalen van thuiswerkers die constant gecontroleerd worden door hun werkgever met een stroom aan telefoontjes en paniekmails als er niet binnen de vijf minuten niet gereageerd wordt. Terwijl niemand zich daar vragen bij stelt als je binnen het bedrijf aan je bureau zit.

Ik vind dat jammer. Waarom is er soms zo een immens gebrek aan vertrouwen? Waarom zouden we massaal in de file gaan staan om werk te doen dat je even goed thuis kan doen? Is het niet vooral belangrijk dat de output er is, dat je doet wat er van je verlangt wordt – het maakt toch helemaal niet uit hoe en wanneer je dat doet?

Om maar te zeggen dat ik heel blij ben dat ik af en toe mag thuiswerken. In drukke weken is het absoluut mijn favoriete dag. Mijn inhaaldag. De dag waarop ik kei hard werk, maar tegelijk ook een soort rust vind.

Cause you know, there’s no place like home.

***

(En omdat het een ode is, heb ik ook even een ode geschreven:)

Ode aan het thuiswerken

Ik sta niet in de autorij

Ik verlies geen tijd

Mijn eigen toilet is altijd nabij

Aan mijn blote voetjes ligt tapijt

Mijn bureau heeft een vers bloemenboeket

Maar de laptop wordt ook wel eens in de zetel gezet

Vertel het tegen niemand, maar soms werk ik zelfs in bed

Er zitten meer uren in een dag

of zo lijkt het wel

Boertjes en protjes laten mag

En het combineert ook beter met mijn huishoudspel

 

Extra punten ook voor comfy kleren

En voor mijn eigen agenda beheren

Ongewassen haar kan ook niemand deren

 

Ik zou het nog vaker willen doen

Als dat kan en mag

Ik geef mijn werkgever een dikke zoen

En kijk alvast uit naar mijn volgende thuiswerkdag.

Posted in Werk | 3 Comments

De entiteit ging op #tripromantique naar Malta. (Et Malta n’est pas mal)

De laatste jaren is het een soort herfsttraditie geworden: moeder en vader die hun kinderen een paar dagen achterlaten om de entiteit op te laden. Het is eigenlijk de schuld van mijn moeder. Want een paar uur nadat we opnieuw voet op Belgische bodem hebben gezet, roept ze al dat we zeker moeten boeken voor volgend jaar zodat ze weer een paar dagen exclusieve tijd heeft met haar kleinzonen.

Ik besef dat het daar al begint, met opvang. Ik besef heel goed dat wij onze pollekes mogen kussen dat wij onze kroost vlot vijf dagen kunnen achterlaten bij moeke, en dat ook andere familieleden bijspringen om eventuele gaten te dichten. Dat is geweldig en een dikke merci daarvoor.

We hebben duidelijk iets met zonbestemmingen met een M. We gingen al naar Menorca, Malaga, Mallorca en vorige week dus naar Malta. We zijn bij die bestemmingen terechtgekomen via de volgende zoektermen: ‘zon’, ‘zee’ en ‘geen gat in onze portemonnee’.

Mallorca 2017

Malaga 2016

Malta 2018

Ik hoef u niet te vertellen dat met alles wat hier de laatste maanden gebeurd is, de nood om er eens tussenuit te knijpen bijzonder groot was. Ook de nood om eventjes alleen oog te hebben voor de armen van mijn lief kwam heel gelegen. We zijn vijf dagen 24/7 samen geweest met alleen maar oog voor elkaar en dat heeft enorm deugd gedaan. (En ook een geruststelling dat dat nog steeds lukt, dat wij naast ouders ook gewoon een koppel zijn. Heerlijk om te voelen dat ik elke keer weer verliefd kan worden op Tom, zelfs na bijna acht jaar)

Het was lachen, praten, rusten, lezen, wandelen, zwemmen, vrijen, eten, Rummikub spelen, uitslapen, huilen, knuffelen, zwijgen, voelen, omarmen, zonnen, verbinden. Allemaal in een prachtig kader.

Ik heb ondertussen al vaak de vraag gekregen of Malta eigenlijk de moeite is. Dat hangt er natuurlijk van af wat je zoekt. Persoonlijk ga ik enorm graag naar eilanden. Ik ben compleet zot van de zee en op een eiland kom je dat al eens tegen. Bergen zijn ook niet mis, maar ik vind ze nog veel toffer als die bergen omgeven zijn door water. Wij hebben twee dagen op het hoofdeiland doorgebracht en daarna zijn we met de ferry naar het kleinere Gozo gegaan.

Wij hadden vooral nood aan elkaar. We hebben veel gewandeld en zijn ook ongeveer elke dag gaan zwemmen. Er was zelfs die keer dat we meer dan een uur als kleine kinderen in de golven hebben gespeeld. Dat helpt wel om dingen even los te laten, ook al heb ik op datzelfde strand zitten huilen omdat vlak voor ons een mama haar derde kindje de borst gaf.

Maar ik kan die vijf dagen eigenlijk perfect in twee woorden samenvatten: welgekomen en heerlijk.

Nog mensen in de zaal die hun kinderen af en toe eens durven achterlaten om van #tripromantique te doen?

 

 

Posted in Liefde, Trippen | 12 Comments

Sofie en Tom gaan verbouwen.

We gaan dus verbouwen. Nogal stevig zelfs. Ook al was dat eigenlijk helemaal niet het plan.

Maar goed, het begon met de winterkoude. Toen had 75% van ons gezin eens buikgriep (echt serieus, dat is drama met maar één toilet). Daarna hadden we wilde gezinsplannen. En als we alles optelden, bleek het huis waar we zo graag wonen niet meer helemaal te kloppen.

Op de eerste verdieping hebben we op dit moment twee slaapkamers. Een vrij grote master bedroom en een bureauruimte. Op deze verdieping is (nog) geen verwarming geïnstalleerd. Voor de slaapkamer geen ramp, maar voor het bureau wel. In de winter kan je daar niet werken. Niet. De zolderverdieping is op dit moment voor onze jongens, met twee kinderkamers en een zolderberging.

Dit is het lijstje van de issues:

  • grote nood aan een tweede toilet (en bij voorkeur ook een extra badkamertje)
  • verwarming nodig op de eerste verdieping
  • lelijke reliëfbezetting op de grote slaapkamer (zo van het soort waar je je zwaar aan kan verwonden)
  • een slaapkamer tekort voor onze gezinsplannen (enfin, dit ‘probleem’ heeft zichzelf helaas opgelost :/)
  • onvoldoende isolatie op de zolderkamers (wat belachelijk is, want de vorige eigenaar had ze nog maar net vernieuwd. Onbegrijpelijk, maar goed. Koud)

Dus wij zochten een architect, vonden haar (www.idalievens.be) en gaven carte blanche met de bovenverdiepingen. Als we binnen budget met de volgende zaken zouden achterblijven:

  • drie kinderslaapkamers + 1 ouderslaapkamer
  • 1 badkamer (douche + lavabo)
  • extra (gasten)toilet
  • bureauruimte
  • zoveel mogelijk bergruimte

Ze kwam met een heel tof plan. Waarbij de zolderverdieping onze mastersuite wordt, met een badkamer, bureauruimte en gigantische kast tot in de nok. De eerste verdieping wordt het domein van de kinderen en kan – als er een wonder zou gebeuren – nog opgedeeld worden in drie kinderkamers. Het gastentoilet komt na veel problemen (al ooit moeten zoeken naar de sceptische put? Wij wel) onder de trap op het gelijkvloers.

Het budget werd redelijk snel bijgesteld, uiteindelijk beslisten we zelfs om naar de bank te stappen. En ik vrees dat we uiteindelijk nog duurder gaan uitkomen, want zo gaat dat nu eenmaal met verbouwingen. En ik heb nog niet eens deze tegels gevonden voor de nieuwe badkamer.

(foto Pinterest)

(foto Pinterest)

Vanaf januari wonen wij dus minstens drie maanden met ons hele gezin in de woonkamer. Ons bed wordt in de living geplaatst, de kindjes op matrassen daarnaast. Samen slapen doen we meestal al, maar er er zal geen enkele andere ruimte zijn om naartoe te ‘vluchten’ (behalve de badkamer). Dat wordt pittig, maar wij gaan dat kunnen. Ook als we allemaal om 19u30 moeten gaan slapen.

Ik probeer het budget heel scherp in de gaten te houden. Maar ondertussen werd onze verwarmingsketel ook nog eens afgekeurd. Kan er nog wel bij hoor, kan er nog wel bij.

Enfin. Ge begrijpt dat de rode kast helaas nog een aantal jaren rood zal blijven.

Posted in Thuis en al | 22 Comments

(Niet) minder erg.

Het is moeilijk, ja. Tranen komen op de meest onverwachte momenten. Maar we lachen ook veel. Het leven gaat door. De vakantie doet deugd.

Er zijn heel veel lieve mensen. Er zijn mensen die lieve berichtjes sturen, mailtjes, zelfs kaartjes. Er zijn ook ongelooflijk veel mensen die echt meevoelen. Dichtbij, maar ook ver weg en onbekend. Dat is echt fijn. We moeten met z’n allen meer praten over miskramen en onvervulde kinderwensen, echt. Een dikke knuffel voor iedereen die het nodig heeft.

Maar er moet me toch iets van het hart. Ik begrijp niet goed waarom verdriet afgemeten moet worden?

“Jaja, erg en al. Maar er zijn wel ergere dingen hoor.”

Echt gehoord. Meer dan één keer. Zelfs van een dokter.

Uiteraard beseffen wij heel goed dat wij twee gezonde kinderen hebben. Uiteraard beseffen wij dat dat een geweldig groot geluk is. Een permanent kapotte arm is ook geen drama. Het moeten afgeven van je passie is niet onoverkomelijk. Er gaan inderdaad geen mensen dood. Er zijn uiteraard ergere dingen. Er zijn _altijd_ergere dingen.

Maar ik ben echt enorm verdrietig. Er is ongelooflijk veel op ons afgekomen de laatste maanden. Klappen die diep inhakken zonder ruimte om ze te verwerken. Het gaat ook niet over erger of minder erg. Het gaat over verdriet. On-afgemeten verdriet.

Een derde kind heeft toch ook niet minder waarde dan een eerste, een tweede of een achtste? Een kind is een mens, daar staat geen rangorde op. Het ‘verlies’ daarvan is snoeihard op dit moment. Daar hoeft niemand over te oordelen.

Ja. Wij koesteren elke dag. Intens. Maar het snijdt ook door merg en been, want het voelt niet compleet.

Het gaat echt niet over erg, erger of minder erg.

Het gaat over verdriet.

Posted in Mens erger je niet!, Want zo ben ik | 23 Comments

Mis.

Dagen gingen voorbij na het eerste lichte bloedverlies. Veegjes angst, met elk toiletbezoek dichter bij de akelige waarheid. Eerst was het niet alarmerend, de dokter bleef positief. Maar net toen mijn armplooi kapot geprikt was, kwam er slecht nieuws. Ik was kalm, want zo flink van de natuur. Kan gebeuren.

Ik moest niet wenen.

De nuchterheid was sterk. Ik dacht vooral praktisch. Ik zuchtte dat het allemaal weer maanden zou opschuiven. Ik voelde vooral een planning in elkaar stuiken,  minder een vruchtzakje.

Opgelucht dat de natuur weet dat ‘dit’ het niet kan halen. Ik zeg ‘dit’, want ik probeerde van in het begin om me er niet heel erg aan te hechten. Want je weet dat het kan gebeuren, je moet daar in je achterhoofd altijd rekening mee houden.

Ik moest niet wenen.

Tot ik het zag. Tot bleek dat het er allemaal nog zat, maar nog geen aanstalten maakte om mijn lijf te verlaten. Ik wilde het kwijt, want ik wilde vooruit. Dit was toch gewoon een klein omweg?

Ik moest wenen.

Heel traag, in de gangen van het ziekenhuis. Alleen, terwijl ik hoopte dat ik niemand zou tegenkomen. Alleen, terwijl ik hoopte dat ik iemand zou tegenkomen.

In verwachting zijn is veel dingen. In verwachting van een droom, een hoop, een verlangen, een plan, een datum. Of van baarmoederweefsel met een dood vruchtje, dat weinig zin heeft om het huisje te verlaten.

Ik moest wenen.

En ook niet. Ik probeerde vooral om het aan niemand te tonen  (behalve mijn lief en twee vriendinnen), omdat ik niet wilde dat iemand wist dat we voor een derde kindje zouden gaan.

Zou dat er nu wel nog komen? Zou ik het nog kunnen? Zou mijn lichaam nog in staat zijn een kindje te dragen? Was dit een teken dat we het toch niet moesten doen?

Het voelde koud, en heel warm. Er waren altijd de troostende doch nuchtere armen van mijn lief. Het voelde leeg. Het voelde tranen tegen ratio. Het voelde pech. Het voelde boos. Het voelde oneerlijk. Het voelde raar.

Het was mis.

Misleid. Misbakken. (On)misbaar. Miscalculatie. Miserabel. Misgaan. Misgunnen. Miskennen. Mislopen. Mismeesterd. Misnoegd. Mispakt. Misrekend. Mistig. Miskraam.

Het was mis.

Ik voelde vooral (het) niets. En tranen.

 

*Het miskraam viel samen met mijn ontslag, wat de slag nog veel groter maakte.

**Vandaag kregen we te horen dat door een zeldzame complicatie na de curettage, we onze kinderwens best kunnen opbergen. We worden nog doorgestuurd naar een ander ziekenhuis, maar de kans op zwangerschap is heel erg klein. Er zijn absoluut geen garanties. Ik heb altijd geprobeerd om te zwijgen over dit hele verhaal, maar nu lukt het niet meer. Ik heb al veel schrijfsels klaarstaan, ik deel ze wanneer de tijd daar rijp voor is. 

Posted in Kind en gezin, Liefde | 48 Comments

Hashtag newjob.

Ik krijg heel vaak dezelfde vraag: “En hoe is het nu op je nieuwe job?” – Dringend tijd dus om daar eens op te antwoorden. Ik had het zelf niet durven dromen maar ik kan vol overtuiging zeggen: GOED!

Eigenlijk is er maar één groot nadeel: dat ik geen radio meer kan maken. Dat steekt echt enorm. Ik mis het om in de studio te stappen en de fader omhoog te schuiven. Ik mis the buzz die rond het radiomaken hangt. Ik mis de drive van een live uitzending. Ik mis het spelen met mijn stem. (Maar ik blijf uiteraard wel beschikbaar voor stemopdrachten!) – ik mis…de radio.

Maar dit gezegd zijnde: bijna alle andere dingen zijn een grote verbetering. Ik kan zelfs een aantal zaken opnoemen die spectaculair veranderd zijn:

  • De mobiliteit: eindelijk ben ik verlost van dat vervelende autorijden. Vreugdedansje! De auto vliegt trouwens echt buiten binnenkort, hij is verkocht. Nochtans had ik gezworen alleen nog in Gent te werken én ben ik eigenlijk even lang onderweg als vroeger, maar het voelt totaal anders. Het fiets-trein-fiets-verhaal is echt een stuk aangenamer.
  • De vergoeding: ik vind het een geweldige verademing om met openbare barema’s te werken. Het is officieel, het is voor iedereen hetzelfde. Dat hele spelletje in de privé waarbij het geheim is hoeveel je verdient, dat paste gewoon niet bij mijn (open) persoonlijkheid. Hier is het bijvoorbeeld niet mogelijk om dingen te verzilveren waar je geen recht op hebt, gewoon omdat je een goede onderhandelaar bent (wat in de privé vaak wel zo is). Voor mij werkt dit veel beter. Ik ben er gewoon heel content mee.
  • De vakantie: Jeej! Laten we daar niet onnozel over doen, want die zijn er dus wel (meervoud, yeah baby). Ook al ben ik er nu al achter dat die periodes echt wel gebruikt worden om voor te bereiden: ik ben wel thuis. Ik heb officieel vakantie. En pak meer dan vroeger zelfs. Dankuwel.
  • De collega’s: Er zijn een paar mensen van mijn vorige job(s) die heel diep in mijn hart zitten (die weten dat ook), maar het is toch een enorme bevrijding om niet constant in een concurrentiesfeer te zitten. Komt daar nog eens bij dat ik toevallig ook in het allertofste team van heel Howest terechtgekomen ben. Dat is iets met een gat en boter, denk ik.
  • Thuiswerken: dat was natuurlijk praktisch redelijk onmogelijk op mijn vorige job, maar hier heb je recht op 1 thuiswerkdag (of 2 halve dagen). Dit blijkt zo goed te werken voor mij, dat ik er nog een aparte blog over ga maken. Een ode aan het thuiswerken. Want hallelujah.

Iedereen is blijkbaar ook heel blij dat ik niet meer in het midden van de nacht uit mijn bed moet. Ik kan niet zeggen dat het onaangenaam is om heel wat dagen tot 6u of 6u30 te kunnen slapen, maar eigenlijk heb ik het er wel moeilijk mee. Ik kon de voorbije jaren (door mijn belachelijk vroege vertrekuur) vaak aan de schoolpoort staan, en dat lukt nu niet meer. (Ik kan Basiel en Felix nu wel soms brengen, maar eerlijk is eerlijk, dat vind ik minder leuk.) Ik ben gewoon een ochtendmens, dat zal niet meer veranderen. Lesgeven tot 17u45 vraagt veel van mij. Ik kom tegenwoordig vaak pas binnengewipt als zij al aan het tanden poetsen zitten, en ja, ik vind dat best lastig. Maar gelukkig wordt dat gecompenseerd met de nodige vakantie (*steekt tong uit*)

En dan heb ik het nog niet over het allermooiste: die jonge gasten. Die bende die aan het begin staat van zoveel. Die naast de typische studentenkwaaltjes ook echt barsten van het talent, de humor, goesting en ambitie. Niet allemaal, maar toch (*knipoog*). Het is fantastisch om hen warm te maken voor het werkveld en mijn bagage door te geven. Ik loop hier nog maar een paar weken rond, maar die studenten zitten toch al in mijn hart.

Lap, ik ben weer mensen in mijn hart aan het stoppen. Dat is geen goed idee zekers?

Posted in Want zo ben ik, Werk | 9 Comments

Wij gingen naar PLAY in Kortrijk (en zouden heel graag een repeat doen)

Of wij niet eens naar PLAY in Kortrijk wilden gaan? – Het was lang geleden dat er een vraag in de Sofinesse-mailbox zat waar ik zo gretig op in wilde gaan. Maar ja dus! Heel graag!

Want ik had het al bij heel wat mensen zien passeren (oooh, the joy of instastories) én eigenlijk alleen nog maar lovende commentaren gehoord. Bovendien vertoef ik sinds een paar weken toch minstens vier dagen per week in Kortrijk. Omdat ik voorlopig alleen nog maar van station naar campus en terug gefietst ben, wilde ik heel graag ‘mijn’ nieuwe stad ontdekken. Komt daar nog bij dat wij – nog maar eens – een stevige slag gekregen hebben vorige week, waardoor terugplooien op mijn familiecocon het enige is wat ik kan doen. De perfecte timing dus voor een gezinsuitstap in de buitenlucht.

PLAY is een stadsfestival in Kortrijk, dat sinds eind juni het centrum van de stad verovert met hedendaagse kunstwerken. Op verschillende locaties in de Guldensporenstad kan je artistieke creaties bewonderen en bekijken maar ook bespringen, bespelen, ontdekken en voelen. Want de rode draad is spelen (PLAY!), dus mag moet er ook echt gespeeld worden.

Er zijn verschillende routes, maar wij kozen de Kids-versie. Je kan een pakketje kopen in het 1302-museum en ook alle speciale opdrachten doen (maar een gewone (gratis) wandeling is minstens even leuk). Het kids-parcours is uitgedokterd voor 3-plussers, maar zeker ook geschikt voor andere leeftijden. Wij (= de ouders) hebben alles gewoon meegedaan en ons minstens even hard gejeund. (Ik gebruik bewust een West-Vlaams werkwoord, omdat het gewoon echt de moeite is om voor dit festival naar West-Vlaanderen af te zakken). Ik zet hier even de toppertjes op een rijtje:

Springen uit de Broeltorens

Ik was al uitvoerig gewaarschuwd dat we zeker eens uit de Broeltorens moesten springen. Dus gingen we na onze lunch bij Kaffee Damast ongeveer meteen daar naartoe. Het was zalig! Ik had trouwens nooit verwacht dat Basiel zo vlot naar beneden zou duiken, maar hij is verschillende keren gesprongen. En moeder wilde uiteraard niet achterblijven:

De ballonnenkamer

In dezelfde toren zit ook de ballonnenkamer. Als ik ‘s avonds aan de jongens vroeg wat ze het leukst vonden, dan kozen ze allebei voor deze installatie. Het was beklemmend en fantastisch tegelijkertijd, maar dat is ook absoluut de bedoeling van het kunstwerk. En zeker ook grappig, we kregen onze gasten daar amper buiten.

Niet de meest scherpe foto’s. Maar check die smoeltjes, ze vonden het echt fantastisch.

Het bed

Eigenlijk geldt dat voor bijna elke installatie. We hebben meer dan eens moeten roepen dat ze NU ECHT NAAR BENEDEN MOESTEN KOMEN, want dat we ook nog andere dingen wilden zien. Misschien is dat mijn enige commentaar, het is bijna te veel om in één namiddag te zien. Op de Grote Markt staat trouwens een “bed” waar je kei hard op mag springen. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken zeker?

Het confetti-festijn

Als je naar PLAY gaat, is het echt de bedoeling om je inner child volledig los te laten. Wij hebben dat vooral gedaan in de Academie. Tot op het punt dat we zelfs vandaag nog confetti tegenkomen op vreemde plaatsen. Hoe dat daar geraakt is? ZO:

Ik denk dat er hier nog lang gepraat zal worden over het confettihuisje. Ik zou kunnen zeggen dat de jongens volledig wild gingen in die 150 kg confetti, maar wij hebben minstens even hard ons best gedaan. Want dat is echt wat PLAY doet, je speelsheid triggeren en activeren.

Toen we ‘s avonds op de trein naar huis zaten, was het vat volledig af. Achteraf bekeken hadden we misschien beter hun loopfiets en step meegenomen, want je doet toch wel een serieuze wandeling als je overal naartoe gaat. Perfect voor ons, maar misschien net te veel voor kleuterbenen die ook nog eens op een reuzebed de ziel uit hun lijf springen.

Het was echt geslaagd. Eigenlijk zou ik zelfs nog eens willen teruggaan, als onze agenda het toelaat. Je kan nog tot 11 november gratis naar dit fantastisch festival waar kunst en plezier elkaar voluit kussen. Ik zal het u zeggen, ge gaat het u niet beklagen.

(Ge gaat wel nog een paar weken confetti vreten)

Posted in Kind en gezin, Trippen | 3 Comments

Geknipt.

Ik hou niet van het verkiezingssfeertje. Ik vind het persoonlijk doodjammer dat er zoveel middelen en moeite gaat naar het strelen van ego’s, het binnenhalen van postjes, het likken van ijdelheid, het (her)bemachtigen van posities. Het is waarschijnlijk naïef, maar stel dat politiek gewoon stond voor het land zo goed mogelijk besturen. Wat een fantastische wereld zou dat niet zijn?

Onze buurt is een stuk van de inzet van de verkiezingen in Gent. Bijna alle partijen willen het circulatieplan in de Brugse Poort terugdraaien. Als bewoner kan ik zeggen dat de knip voor ons een zegen is. Er zijn uiteraard uitdagingen, maar dat is zo met elke verandering. Ik geloof er sterk in dat we meer en meer zullen evolueren naar een stadskern zonder auto’s, maar dat vraagt een mentaliteitsverandering én een investering in alternatieven. Pas als de blinde vinken zullen snappen dat de mobiliteit zo uiteindelijk vooruit zal gaan voor iedereen, komen we hopelijk ooit eens ergens.

Ik word een beetje misselijk van het egoïstische ‘maar ik kan nu niet meer op mijn oprit vertrekken en parkeren voor de deur van de winkel waar ik naartoe wil’. Of het ‘maar de stad is dood, alle economie gaat kapot!’. Pas op, ik geloof dat er inderdaad schade is toegebracht door de perceptie te creëren dat Gent onbereikbaar is geworden (bedankt oppositie!). Terwijl dat eigenlijk op geen enkele manier klopt. De stad is net zo bereikbaar als vroeger, alleen circuleert het verkeer anders. Maar goed, toen we plots niet meer mochten roken op de trein/op het werk/op café waren ook veel mensen boos. Terwijl iedereen nu toch blij is dat ie niet meer naar asbak stinkt.

Het is ook te gemakkelijk geworden om zomaar alles op het circulatieplan te steken. De Carrefour Market die in de Bevrijdingslaan de deuren sloot, moest zogezegd dicht door het circulatieplan. Terwijl ook lang voor het plan in voege was, amper iemand met de auto naar die winkel kwam. Maar dat de slechte cijfers iets te maken zouden hebben met hoe vuil de winkel was, hoe onaantrekkelijk en hoe er niet altijd de meest verse producten werden geëtaleerd, zal waarschijnlijk te veel hand in eigen Carrefourboezem zijn. Hetzelfde voor de elektrozaak verderop die maar geen overnemer vindt, uiteraard door het circulatieplan. Natuurlijk heeft dat ook absoluut niets te maken met e-commerce, een nette Krefel een halve kilometer verder of een rommelige winkel vol toestellen die nog nooit een AAA-label van dichtbij hebben gezien. Neenee, dat komt omdat er veel minder voorbijrijdend verkeer is. Mensen kopen nu eenmaal geregeld een wasmachine op den bots.

Feit is: de Brugse Poort is een wijk met uitdagingen. Mensen van buiten de stad begrijpen vaak niet waarom wij daar zijn gaan wonen, en al helemaal niet waarom we het daar leuk vinden. Tussen de allochtonen, met een gigantische woondruk, met heel wat ‘problemen’, soms valt zelfs de term getto – daar wil toch niemand wonen?

Oh jawel. De buurt heeft inderdaad wat problemen, maar dat lijkt me pure wiskunde. De Brugse Poort is de dichtst bevolkte wijk van de stad, dus is het maar normaal dat daar wel eens problemen van komen. En exponentieel zal dat inderdaad meer zijn dan in een tuinwijk vijf gemeentes verderop waar de buurman achter de brede haag van zijn gigantische tuin met dito oprit én garage heel veel open ruimte inneemt.

Maar tegelijkertijd is het ook een fantastische plek om te wonen. Met een prachtig historisch centrum op vijf minuten fietsen, met heerlijke plekjes, met fijne eetgelegenheden, met alles binnen handbereik.

Een plek met een (Turkse) buurman die ziet dat je auto niet start en meteen ‘maten’ optrommelt om met startkabels te komen. Een buurman die al snel merkt dat de batterij kapot is, de volgende dag met een nieuwe aan je deur staat en die ook nog eens installeert. Als blijkt dat er dan nog iets niet klopt, met jou even naar ‘de garage van een maat’ rijdt en het daar ’s avonds laat oplost. “Want daar zijn buren toch voor.”

Ik ben er nog niet goed van, van zoveel warmte en hulp. Voor gisteren zeiden we gewoon vriendelijk goeiendag tegen elkaar, nu ken ik zijn halve levensverhaal. En zeg ik I., en weet ik dat altijd op hem kan rekenen. En dat zij ook altijd bij ons mogen aankloppen.

En dat is dus ook de Brugse Poort. De geknipte plek om te wonen, wat ons betreft.

Posted in Gent | 15 Comments

Panta Rhei

Een halfjaar geleden droomde ik hardop. Een nieuwe wind door mijn vertrouwde werkomgeving, dat kon alleen maar deugd doen. Tijd om wonden te helen, tijd om enthousiast voor een semi-nieuw project te gaan. Ik opende mijn armen voor de nieuwe vibe, vol goede moed en met bergen goesting.

De slag was ongemeen hard. De wonde is nog steeds gapend en op bepaalde momenten gutst het bloed eruit. Het werd totaal zwart voor mijn ogen, maar gelukkig kleurde mijn gezin en omgeving de dag. Telkens weer.

Het was vroeg om zo hard voor een nieuwe uitdaging te gaan. Je energie openstellen terwijl je nog volop bloed aan het deppen bent, is niet gemakkelijk. Maar tegelijk hoef je daardoor niet constant aan de pijn te denken.

Ik zou kunnen zeggen dat een universumstem fluisterde dat ik deze kans moest grijpen, maar er werd veel luider geroepen.

Een halfjaar later is het leven totaal anders. Warm opgenomen in een nieuwe omgeving. Hard uit mijn comfortzone getrokken. Intellectueel uitgedaagd. Nieuwe zijden aan mijn parallellogram ontdekt.

De wind waait door mijn leven. De luchtstroom kriebelt, duwt, stuurt, vecht tegen en streelt. Ik weet niet naar welke windstreek.

Vandaag is nu. En nu sta ik vandaag hier. Met open armen, met volle teugen. Met trots. Met studenten. Morgen zal ik er weer staan. Maar ik weet nog niets over volgend jaar. Wind kan draaien, of gaan liggen.

Het is waar. Als er ergens een deur toeslaat, gaat er elders een raam open.

Met een open raam voel je met wat geluk de wind op je gezicht.

Misschien zelfs wat zon.

Posted in Want zo ben ik, Werk | 13 Comments

Kinderpraat.

Eigenlijk zou ik het altijd willen opschrijven. Maar in de praktijk geraakt nog geen 5% in mijn blogboekje. Ruwe schatting, want het kan ook minder zijn. Op zich is het al een serieuze vooruitgang dat ik überhaupt een boekje HEB waarin ik die dingen kan opschrijven, maar er gaat ook veel verloren. Ach, zolang het een doos met warme herinneringen is in de kelder/zolder van mijn brein, kan ik daar mee leven.

Gelukkig zijn er af en toe uitspraken die wel in mijn boekje geraken. Zo kom ik aan deze bloemlezing:

  • “Mama, als ik op jouw buik lig, dan vind ik jou heel zacht.” – Het is duidelijk dat het concept BMI nog niet tot Felix is doorgedrongen. En maar goed ook.

 

  • We liggen allemaal samen in het grote bed en Basiel moet serieus hoesten. Hij klinkt ook een beetje nasaal. Dus ik zeg: “Amai Basiel, jij bent wel serieus verkouden.” Waarop Felix zijn hand op Basiel zijn buik legt en zegt: “Nee hoor mama, Basiel is niet verkouden, hij heeft warm.”

 

  • “Kijk mama! Een zomerauto!” – Tegen elke cabrio die we in de zomer van 2018 zijn tegengekomen.

 

  • Er was ook die keer dat we aan het rode licht stonden te wachten. Het was zwoel, alle raampjes van onze niet-zomerautode waren opengedraaid. Naast ons stond een oude bestelwagen, met daarin een papa met zoon. Plots schreeuwt Felix – het was echt hèèèèèl luid – naar die gasten: “Hallo! Wie ben jij? Ik ben Felix!” – Iedereen ging plat, ook in de camionette.

 

  • Op een van de eerste schooldagen vertelde Felix dat ze liedjes hadden gezongen in de klas. Hij zei er nog bij dat hij helemaal niet zo leuk vond. Ik was verwonderd en zei hem dat ook, want zingen is normaal toch een van zijn favoriete bezigheden (for real, die dude denkt soms dat ons huis een musicalpodium is en kan al zingend naar de confituur vragen). Jij vindt dat normaal toch heel leuk om liedjes te zingen? “Bwaaa, mama, ik zing liever met een micro.” (Zoon van zijn moeder zeg je? Kei hard.)

 

  • Ook jammer dat Felix zijn flappers nu niet meer kan dragen. Dat is een woord dat hij zelf heeft uitgevonden voor zijn flipflops met rekker. Samentrekking tussen flipflop en slipper denken wij, maar vooral geweldig goed gevonden. En ondertussen helemaal ingeburgerd in ons gezin. Misschien zelfs een kanshebber voor het woord van het jaar?

 

  • Er was ook die filosofische avond toen Basiel vroeg waar dromenland precies lag. Hij was al helemaal ondergestopt, dus ik nestelde me naast hem en begon een hele uitleg over slapen, fantasie, dromen en avonturen. Waarop mijn 6-jarige met zijn ogen rolde en zei “Nee mama, niet dàt dromenland maar die waar je speelgoed kan kopen. Is dat ver van hier?” – Het antwoord is 500 meter, jongen.

 

  • “Hoeveel dagen in de auto is dat?” – Ah ja, wij hebben ook onze eigen lengtemaat uitgevonden. Basiel heeft een enorme aandacht voor landen tegenwoordig. Hij kent ondertussen ongeveer alle kentekens van auto’s en als er iemand op vakantie gaat, vraagt hij dus hoe lang dat met de auto rijden is. Zijn meter zit op dit moment in Canada, dat was gene gemakkelijke. Serieus geteld.

 

En had ik al gezegd dat meneer Boma naar de vrouwtjes gaat? Nee? Kijk, dan weet ge het nu. “Boma gaat graag naar de vrouwtjes en dan is Goedele boos, mama.”

Het is gebeurd. We zitten in de fase dat ze FC De Kampioenen grappig vinden.

(Gelukkig zitten we ook in de fase dat wij onze kinders grappig vinden.)

(Meestal toch)

Posted in Basiel, Felix, Kind en gezin | 5 Comments