Hoogachtend.

Geachte Minister Monica De Coninck,

Ik begrijp uw oproep aan alle vrouwen om heel goed na te denken alvorens deeltijds of helemaal niet meer te gaan werken. U zegt dat allemaal om ons te beschermen. Want minder werken, tast ons pensioen aan. Maar mevrouw Deconinck, u maakt mij bang en onzeker. En ik zou vooral van u graag weten, hoe ik dat dan precies allemaal moet doen.

Laat ons het over dat pensioen hebben. Ik moet nu dingen doen, om iets veilig te stellen waarvan ik bijna zeker ben dat het niet meer zal bestaan op het moment dat ik het nodig heb. Of, zo u wil, er recht op heb. Maar ik wil speciaal voor u mijn optimisme wel even bewaren.

Misschien moet ik ook even onze situatie uitleggen. Wij zijn twee fulltime werkende ouders, met een baby van 11 maanden. We zijn in het bezit van een bescheiden starterswoning die we over 28 jaar de onze mogen noemen (en waarvan we de ‘starters’- heel waarschijnlijk moeten laten vallen, omdat ons budget het waarschijnlijk niet zal toelaten om iets  ruimers te kopen. Iedereen zegt dat lonen stijgen als je ouder wordt, maar ik merk daar niks van. En dan is er nog de crisis. Ah. De crisis). We hebben een kleine bedrijfswagen (mijn lief) en een eigen kleine auto (ik). Als je jobenquêtes mag geloven, worden wij allebei gigantisch onderbetaald . Wij hebben een vrij bescheiden brutoloon (ai, dat pensioen) en zijn daarom (en om andere redenen) allebei zelfstandige in bijberoep. Om het verschil toe te passen. Maar begrijp me niet verkeerd, wij hebben echt een heel goed leven. Wij gaan binnenkort op reis, wij hebben geen honger en wij dragen mooie kleren. Wij hebben het echt goed. En dat bedoel ik voor een keertje niet ironisch, ik ben bloedserieus.

Toch ben ik bang. Want het lukt nu net, omdat wij allebei fulltime werken. We zullen even cijferen. Mijn loon bestaat een paar dagen, en dan is het weg. 1/3 gaat naar kinderopvang (Basiel is één van de weinige kindjes die 5 dagen per week moet gaan. Ik voel me schuldig mevrouw De Coninck) en 1/3 naar mijn mobiliteit. Doe dan een auto weg, hoor ik denken, maar ik leg straks uit waarom dat echt geen optie is. De rest van mijn loon is huishoudbudget, en wat er nog overblijft wordt opzij gezet (maar u begrijpt mevrouw de Minister, dat het niet veel is.) We hebben namelijk ook nog een lening af te betalen, energierekeningen (en hoewel het half mei is, slaat de chauffage hier nog op. Ik vrees nu al het ergste voor onze afrekening volgend jaar) en duizend kosten die elke maand in de bus lijken te vallen. Maar ik mag niet klagen, wij hebben nog geld over voor extraatjes. Niets buitensporig, maar ook niks ‘binnensporig’.

Voorlopig lukt het allemaal, omdat we maar één kindje hebben dat voltijds naar de kinderopvang kan gaan. Maar ik word soms ’s nachts badend in het zweet wakker, omdat ik me afvraag hoe we dat gaan doen als onze zoon – die ongelooflijk hard gewenst is en ons grote geluk – naar school zal gaan.

Ik heb 21 dagen verlof (waarvan 1 annciëniteitsdag), mijn lief 26 dagen. Stel dat we die allemaal apart zouden opnemen (wat heel triestig zou zijn en heel slecht voor onze relatie, wat dan weer zou kunnen betekenen dat we uit elkaar groeien en misschien wel scheiden, iets wat mij kwetsbaar maakt volgens u, mevrouw De Coninck), dan kunnen we ongeveer de helft van de schoolvakanties overbruggen. En hoe gaat dat dan met al die andere dagen, mevrouw de Minister? Om nog maar te zwijgen over wanneer die school op een gewone dag is afgelopen. Dat is duidelijk een uur waarop je als werknemers verwacht wordt om op het werk te zijn, en niet aan de schoolpoort te staan. En woensdagmiddag, moeten we dat ook oplossen door dat kind in de opvang te steken? Dat betekent, andere mensen betalen voor iets wat ik veel liever zelf zou doen. (Maar ik kan mezelf niet opdelen, ook al zou dat bijzonder handig zijn.)

Grootouders, hoor ik u denken. Maar wij hebben geen kinderen op de wereld gezet om hen met de zorg te belasten (hoe zot ze er ook van zijn), ze wonen te ver en bovendien moet iedereen langer werken. Onze ouders zijn dus allevier nog actief op de arbeidsmarkt, ze kunnen dus geen schoolvakanties kinderopvang spelen. En dat willen we ook niet.

Dus mevrouw De Coninck, kan u mij helpen? Want ik vraag mij echt af hoe ik  we dat moeten oplossen. Hoe ik 21 dagen verlof moet rijmen met een kind? Hoe ik mijn schuldgevoel kan afbouwen? Want ik zou eigenlijk veel vaker bij mijn kind willen zijn, maar ik durf dat niet.

Omdat het niet mag van u, want dan zal ik geen pensioen krijgen. (Nu zal het ook geen vette zijn, vanwege mijn bescheiden brutoloon, maar daar probeer ik niet aan te denken). Ik durf het ook niet te vragen. Want ik werk in een sector waar het er nogal hard aan toe kan gaan. Op mijn eiland zijn er geen andere werkende ouders, en al zeker geen werkende moeders. Stel dat ik ooit het lef heb om aan mijn baas te vragen om minder te mogen werken, dan zou ik weer sterven van het schuldgevoel. Ik zou immers niet meer gezien worden als een goede werknemer, want ik ben er niet 100% van de tijd. En gaan er dan nog kansen komen? En vooral, kunnen we het financieel nog wel redden als ik (of mijn lief) minder zou gaan werken. En zou ik me nog wel ‘waardig’ genoeg voelen? Allemaal vragen, maar ik heb soms gewoon last van een halfleeg glas.

Ouderschapsverlof, hoor ik u denken. Dat zou (tijdelijk) een mooie oplossing zijn ja. Maar omdat ik zelfstandige in bijberoep ben, krijg ik geen vergoeding als ik bv. 4/5  of halftijds zou werken. En zonder vergoeding is het niet haalbaar, vrees ik. Nee, ik ben zeker. Bovendien zouden mijn verlofdagen dan ook ingeperkt worden. Wat betekent dat het probleem eigenlijk groter wordt. Ik zou dan wel bv. woensdagnamiddag bij mijn kinderen kunnen zijn. Maar hoe gaat dat dan die andere vakanties? Hoe lossen we dat op mevrouw De Coninck? En dan denk ik nog niet aan mezelf. En hoe verschrikkelijk veel deugd het heeft gedaan om een paar maanden op een versnelling lager te leven.

Oh ja, ik kan eventueel een auto uit het budget schrappen. Dat zou inderdaad een oplossing zijn. Maar dat betekent met onmiddellijke ingang dat ik de job waar ik mijn hele leven van gedroomd heb, moet opgeven. Want het is geen optie om daar met het openbaar vervoer naartoe te gaan. Ik ben op dit moment (met de auto) heel nipt in staat om een werkdag alleen te overbruggen. Daarmee bedoel ik: als ik mijn kind van de eerste minuut dat de crèche open is, afzet – geraak ik heel misschien net op tijd terug voor de crèche sluit. Zonder dat ik daarvoor mijn werkgever moet teleurstellen, mijn kind wel, want die moet de hele dag bij vreemde mensen zijn. Hij is daar graag, maar ik heb hem niet gewild om alleen ’s nachts een slapend kind te hebben. Ik wil hem vaker zien. Veel vaker.

Als ik met het openbaar vervoer zou gaan, zou ik ofwel nog minder kunnen slapen/ ofwel elke dag te laat zijn in de crèche/ ofwel mijn werkgever moeten teleurstellen. Geen optie dus. En dat is nu net het probleem, ik kan mijn werk niet verplaatsen naar Gent. Want ik doe iets heel specifieks, er zijn gewoon geen 20 radiozenders in ons land. Het zou zeker een (stuk van de) oplossing zijn dat ik verander van werk, naar iets achter mijn hoek met meer vakantiedagen. Kan u daar dan even voor zorgen mevrouw Deconinck? En brengt ook wat zakdoeken mee, omdat ik de job waar ik zo hard van gedroomd heb en voor gewerkt heb, moet opgeven omdat ik het niet kan combineren met een gezin. Doe anders maar een vrachtwagen Kleenex. Ik zal het nodig hebben.

Mijn lief zal dit niet graag lezen. Want hij is diegene die mij moet kalmeren als mijn angst weer eens op hol slaat. Ik ben echt heel bang. Voor de toekomst. Er wordt gegoocheld met woorden als economische crisis, pensioen, tijdskrediet. En ik wil dan gewoon in een hoekje kruipen en hopen dat het overgaat. En dat alles goedkomt, zoals mijn lief altijd zegt.

Ik stel het hier misschien te zwart voor, mevrouw de minister. Maar ik zou toch heel graag een oplossing vinden. Ik zou toch heel graag wat minder werken. Omdat ik een kind heb, waar ik van hou. Omdat ik er wil zijn voor dat ventje. Is dat een misdaad? Ben ik dan een schande voor de arbeidsmarkt? Sinds de dag dat ik afgestudeerd ben, heb ik altijd heel hard gewerkt. Nauwelijks vakantie gehad (behalve mijn zwangerschapsverlof) en braaf veel belastingen betaald. Of moet ik gewoon stoppen met zagen en de deur van mijn droomjob achter mij dicht trekken en nog 40 jaar iets gaan doen wat ik niet zo leuk vind? Want zo gaat het toch he, ik moet het nog minstens 40 jaar volhouden? Of 45 jaar?

We nemen het dag voor dag. We hebben een fantastische entourage. Het lukt allemaal voorlopig. Maar toch weet ik het even niet meer. Hoe dat precies allemaal zal gaan, binnenkort. Hoe ik dat allemaal moet combineren met een goede moeder, vrouw, lief en werknemer te zijn. Dus mevrouw De Coninck, kan u mij alstublieft even helpen?

Ik dank u zeer,

Hoogachtend

Sofie Verschueren

 

 

Posted in Kind en gezin, Want zo ben ik, Werk | 19 Comments

Van mijn voeten, ja.

Iedereen heeft wel dingen aan zijn lijf die beter zouden kunnen. Toch de meeste vrouwen, ja. Bij mij is het een lijst waar menig plastisch chirurg serieus wat tijd zoet mee zou zijn. Maar het eerste wat ik aan mijn kathedraal zou veranderen, zijn wel mijn voeten.

Het is een familiekwaal, we hebben er ongeveer allemaal last van. Want die voeten zijn niet alleen lelijk, ze zijn ook verschrikkelijk pijnlijk. Ik heb bijna alleen geen pijn aan mijn voeten als ik zit of als ik blootsvoets ben. Dat is veel ja, en dat is echt niet leuk.

Dat gaat gepaard met het nodige drama (ik ben al een dramaqueen van nature, dus tel daar nog bij dat ik me zielig voel en u heeft een idee), dat zich vooral manifesteert in de zomer. Want elegante winterschoenen vinden waar mijn lelijke brede boten in passen, lukt nog net iets beter dan in de zomer. Dan wil namelijk fijne, vrouwelijke schoentjes dragen. Omdat ik graag een mooie, sexy, elegante vrouw wil zijn. En dat lukt niet, of amper. Omdat bij warm weer de uiteinden van de ledematen nog een beetje uitzetten, word ik letterlijk gek als mijn voeten opgesloten zitten. Gesloten schoenen in de zomer zijn geen optie, ze moeten kunnen ademen. Ik heb heel lang erg veel pijn gehad, maar sinds een paar jaar is er een oplossing: birckenstocks.

Heerlijke schoenen, alleen jammer dat ze zo verschrikkelijk onflatterend zijn. Ik moet dat op heel regelmatige basis horen van mijn lief, en ik vind dat zelf ook. Ik voel me ook meestal een lelijke boerin als ik ze aanheb (toch onder bepaalde kleedjes), maar de laatste jaren won comfort het van pijn. Jani zou mij waarschijnlijk nu verketteren, maar ik kon het niet meer aan. En sinds ik de zomer zo kan doorbrengen, is het draaglijk. Behalve dan in mijn hoofd.

Ik heb al zo vaak in een schoenwinkel gestaan met duizend mooie sandaaltjes, die mij allemaal even hard aan het uitlachen waren. “Haha, jij kan mij niet dragen, uw voeten zijn veel te breed. Uw tenen zijn veel te dik. Jij bent gedoemd tot birckenstocks.”

Want, we kunnen daar eerlijk in zijn. 80% van de mooie zomerschoenen, daar passen mijn voeten gewoon niet in. Correctie, daar passen zelfs mijn tenen vaak niet in. Dan is er nog 10% die echt te lelijk zijn om te passen (ik bedoel dus NOG lelijker dan Birckenstocks). En dan blijft er dus nog maar 10% over die misschien aanvaardbaar zijn. Misschien. En als ze dan al passen, dan zijn ze meestal niet comfortabel.

U hoort het. Ik heb een trauma. (Ze kunnen in de rij gaan staan, zou mijn lief zeggen, bij al die andere trauma’s). Maar het zit diep. Ik ben ongelooflijk jaloers op vrouwen met een slanke lijn en vooral, een fijne voet.

Daarom wil ik heel graag met u delen, hoe ongelooflijk gelukkig ik ben met deze aankopen. Mijn zomer kan nu al niet meer stuk. Twee paar, in één winkel. Zonder pijn, ik heb ze al uitgetest.

Ik ben echt dolgelukkig. En Jani is zeker apetrots.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Mens erger je niet!, Want zo ben ik | 14 Comments

Puntjes.

Omdat een mens met een fulltime job, een kind, een lief, twee trouwfeesten én een rooftopparty in één weekend efficiënt te werk moet gaan, krijgt u het vandaag gewoon een beetje in puntjes. En misschien ook omdat ik soms een beetje het gevoel heb ik dat in puntjes leef. En in lijstjes.

*Twee trouwfeesten dus, waardoor we ons moeten opsplitsen. Dat is niet zo leuk, want dat betekent dat ik_alweer_geen kans maak om een slow te dansen met mijn lief. Hij zit namelijk in het buitenland te feesten (Nederland is ook het buitenland), terwijl ik naar de heimat trek. Ik zal dus moeten wachten op mijn volgende kans, die er in juni aankomt bij de trouw van C. en C. Of in augustus bij de trouw van T. en M. U duimt mee voor een plakker?

*En dan nog een rooftopparty hoor ik u denken, die moeten wel coole mensen kennen. Dat is nu toevallig ook wel zo. Het gaat toch om één van de coolste dakterrassen van Gent, in het bezit van de peter van Basiel. Alleen tussen 16u en 18u een klein beetje zon-geblokkeerd door de boekentoren, maar verder geweldig. Zwembadje, loungezetels, frigo en een fantastisch zicht over de mooiste stad van Vlaanderen. Beetje jammer van het frissere weer wel dit weekend, mijn bikini blijft nog even in de kast. Maar ongeveer iedereen in onze vriendenkring wordt 30 de komende tijd, dus er gaan nog veel feestje volgen. (Ja, ik ook ja, ergens in 2014 – nog geen idee wat ik wil doen om dat te vieren)

*Over verjaardagen gesproken, ik was totaal vergeten dat Sofinesse ook kaarsjes heeft mogen uitblazen. Gelukkig zijn er mensen die daar wel aan denken. Drie jaar geleden voorzichtig begonnen met mijn gedachten neer te pennen, drie jaar laten is het een heus ‘bedrijfje’. Sofinesse is meer dan deze blog alleen, het is ook de firma waar u me kan boeken voor stemmenwerk, schrijfopdrachten én andere creatieve dingen. En het mag gezegd, ik ben er heel erg trots op. Dus we gaan door, het zal wel zijn! (En er is meer, er is zelfs een heus logo op komst. Je hoort daar snel meer over!)

*Over doorgaan gesproken, de verschrikkelijke vermoeidheid is dankzij het zonnetje een beetje opgeklaard. Ik ga nog altijd vroeger slapen dan de gemiddelde mens (maar misschien moet ik ook gewoon vroeger opstaan dan de gemiddelde mens), maar ik voel me niet meer de hele dag een vod. Serieus beter gevoel.

*En nu we het toch over gevoelens hebben, het is zondag moederdag. Basiel is duidelijk nog te klein (heeft ook niks gemaakt in de crèche) en bij Tom is het motto ‘jij bent mijn moeder toch niet.’ Daar zit natuurlijk wel een kern van waarheid in, maar toch heb ik bepaalde verwachtingen. Niet in de vorm van cadeautjes of zo, maar vooral het gevoel. Mijn allereerste moederdag (al vond ik dat het hoogzwanger ook al verdiende, maar andere mensen dachten daar anders over), dat is toch een beetje speciaal niet?

*U vraagt zich ondertussen ook ongetwijfeld af of ik nog altijd met Evy ga lopen. Ja hoor. We zitten al aan les 3. Het is allemaal nog belachelijk gemakkelijk (nooit langer dan 3 minuten lopen aan één stuk), maar dat vind ik niet zo erg. Want hoewel ik conditie-gewijs ongeveer niks voel, moet ik eerlijk bekennen dat mijn rechterbeen al een beetje moeilijk begint te doen. Voorlopig is de strategie negeren en hopen dat het overgaat.

*Dat probeer ik wel vaker, en af en toe lukt dat ook. Zo ben ik al veel beter geworden in de boel de boel laten, de deur dichttrekken en iets leuks gaan doen. Als je daarna thuis komt, is dat wel wat lastig. Maar dat nemen we erbij. Al vind ik het wel een klein probleem dat poetsvrouwdag op een feestdag blijkt te vallen, waardoor ik nu mogelijks zelf nog een keer de handen volledig uit de mouwen zal moeten steken. Ik ben verwend, en heb er geen zin in. We zien wel, van een beetje stof gaat een mens ook niet dood.

*Van een beetje onkruid ook niet, al begint dat nu toch wel de spuigaten uit te lopen. Ons koertje begint stilaan echt oerwoud-allures te krijgen. Maar we hebben plannen met die buitenruimte, en ik vrees dat we daarom een beetje tuin-lui zijn. Of dat is tenminste mijn excuus. Wat dat van mijn lief is, dat moet ik nog eens vragen.

*Over mijn lief gesproken. Ik ben daar zo zot van als een achterdeur. Misschien komt dat door de lentestralen, dat is mogelijk. Maar hij en dat kleine mannetje dat hier rondkruipt, they are my happiness.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Kind en gezin, Liefde, Want zo ben ik | 1 Comment

Eerst de hype. Zeven jaar later Sofie.

Ge weet ondertussen al dat ik een beetje ambetant loop als ik niet kan sporten. En het was op dat vlak de laatste weken absoluut een minder periode, dus ja. Ambetant. Dat lag aan de drukke agenda, maar ook vaak aan mijn ontbrekende energiegehalte. (Al weet ik dat sporten daar meestal tegen helpt, maar het was gewoon echt te erg.)

Maar genoeg gezeverd. Vandaag moesten we nergens naartoe en kon ik ongestoord gaan spinnen. Zalig. Omdat onze dagen vroeg beginnen (uitslapen, wat is dat?), was Tom eerst gaan lopen. Daarna was het mijn toer.

Ja, Tom loopt. Hij heeft al drie marathons gelopen, dus mijn ‘gesport’ is een beetje schaamtelijk t.o.v. hem. En ik doe verschillende sporten graag, maar lopen is daar echt niet bij. Ik heb nooit meer dan 7 km gelopen en eigenlijk nooit met heel veel plezier. Maar toen we net stapelverliefd waren (nu zijn we nog altijd stapelverliefd natuurlijk, maar ondertussen bijna 2.5 jaar, dat kan je bezwaarlijk ‘net’ noemen), vond ik het wel romantisch dat we samen konden gaan lopen. Ik heb me toen een paar goede schoenen gekocht en ben er vol goede moed ingevlogen.

Geen succes. Binnen de kortste keren was ik geblesseerd (scheenbeenontsteking) en niet heel veel daarna heeft_iemand_mij bevrucht. Wat lopen ook wat in de weg stond. Ik bleef dus zwemmen, spinnen en BBB’en. Maar de loopschoenen gingen in de kast.

Soit. Vandaag ging ik dus spinnen. Ik was al maar op het nippertje vertrokken (huilende baby weetwel) en was dus maar net op tijd. Ik wilde gezwind van mijn fiets springen, toen ik merkte dat ik mijn slot niet bij had. Dat lag nog in de fietskar, na onze fietstocht van woensdag.

Toen is Tom eventjes naar zijn werk gelopen en terug, toch goed voor een kleine 20 km denk. En ondertussen kan hij nog babbelen ook. Hij is goed ja.Nu, hij is daar ook best arrogant over. Zo hebben ze ooit aan een of ander lopend kalf gevraagd met twee kinderen wat het pijnlijkst was: bevallen of een marathon lopen. En die vond dat een marathon veel pijnlijker was. Hmm. Aangezien ik geen vergelijkingsmateriaal heb zolang ik geen marathon heb gelopen, wint hij volledig. Al kan ik me niet voorstellen dat_iets_pijnlijker is dan die weeënstorm waarbij ik op een halfuur van 4 naar 10 centimeter ging. Maar ik wijk af.

Mijn spinningles was in het water gevallen (tegen dat ik terug was met slot, was de les halfweg) en het zwembad was nog niet open (en bij mooi weer zwem ik alleen graag in openlucht). Ik zag dus geen andere mogelijkheid dan Evy. Start to runnen. Het is niet dat ik zoiets had van ‘allez, ik ga een paar jaar na de hype ook eens iets aan mijn conditie doen’. Ik wilde gewoon sporten. Nu. Zweten. Nu. Evy dus.

Mijn lief heeft mijn iPod geïnstalleerd, ik heb mijn schoenen aangetrokken (ik stond nog in sportkleren, weetwel) en ben vertrokken voor de eerste les. 18 minuten. Piece of cake.

Seriously. Als ik Evy mag geloven, loop ik over 10 weken vlotjes 5 kilometer. Als er geen blessures tussen komen, dan geloof ik dat best. En lopen kan ik eventueel ook over de middag doen of met Basiel in de buggy. Lukt dus iets vlotter dan spinnen, zwemmen of BBB’en. En heel eerlijk, het was totaal niet lastig, op geen enkel moment. En de zon scheen.

En nu heb ik het op tinternet gezet. Dus ik moet maandag wel mijn tweede les doen, toch?

Posted in Bewegen, Want zo ben ik | 3 Comments

Bij de dokter.

We mogen niet klagen. Eigenlijk is dat ventje nog zo goed als nooit echt ziek geweest. Eén keer, en toen had hij het toevallig gekozen op een moment dat we thuis waren. Voorlopig geen stress-geregel voor een zieke baby dus. Pollekes. En kussen.

Gisteren had Basiel een klein beetje koorts. Niet boven de 38 en hij heeft alles opgegeten. Ik maakte me dus weinig zorgen. Vanmorgen 36.2 en vrolijk, dus Tom heeft hem gewoon naar de crèche gebracht. Ik was op dat moment al – lang – op het werk.

Vanmiddag telefoon. Basiel heeft koorts, wil niet eten en is futloos. Aaah. We moeten hem gaan halen. We moeten naar de dokter. We moeten even nadenken hoe we dat gaan doen. Ik ga u niet vervelen met de details, we zijn er uiteindelijk vrij vlot geraakt. Met een afspraak bij de dokter, om 16u15.

16u07: Basiel en Sofie stappen de lege wachtzaal binnen. Mooi op tijd.

16u22: Een gladde jongeman met aktetas stapt de wachtzaal binnen. Knikt vriendelijk, en gaat zitten.

16u25: Er komt nog iemand binnen die gaat zitten in de wachtzaal.

16u30: Er komt een patiënt naar beneden, de volgende mag dus binnen gaan bij de dokter. Terwijl ik met mijn zieke zoon op schoot opsta en mijn gerief bijeen scharrel (ge kent dat wel, altijd veel gerief met kinders) glipt de gladde aktetasjongen naar boven. Naar de dokter. Ook al was het obviously my turn. En bovenal, ik zit daar met een zieke baby van tien maanden. Wat denkt die kerel wel?

16u45: Er wandelen nog mensen de wachtzaal binnen. Maar verder gebeurt er niks. Die vervelende gozer (ik kijk te veel naar de Nederlandse televisie) zit nog altijd bij de dokter. Ik begin ondertussen echt een beetje boos te worden. Dat doe je toch niet, zomaar voorsteken. Boer.

17u05: Onze boer komt naar beneden, alsof er niets aan de hand is. Maar ik was na een uur wachten een klein beetje geïrriteerd en heb dat ook gezegd. (Dat is eerder iets voor mijn lief, om dat dan ook te zeggen. Maar wie bij de hond slaapt. Tja.)

“Excuseer meneer, maar ik vind het behoorlijk onbeleefd dat u gewoon bent voorgestoken. Ik was hier eerst.”

De mens stamelt een beetje. Dat hij wel een afspraak had om 16u. Maar ook excuses.

“Dat kan wel zijn meneer, maar ik had ook een afspraak. En u bent gewoon voorgestoken. Ik zit hier met een ziek kind.” (Even de kaart van de zieligheid spelen, niet dat die werkte bij deze mens)

Hij excuseert zich nog een keer. En glipt weg, even snel als dat hij gekomen is. Ik ga naar de dokter, die het hele verhaal ook gehoord had natuurlijk. Ze zei dat die man wel een afspraak had om 16u. En ik inderdaad om 16u15.

Ok, dat kan wel zijn. Maar die mens was meer dan 20 minuten te laat, en ik was netjes op tijd. Die mens heeft bovendien niet gevraagd wanneer ik een afspraak had. Aangezien ik daar al zat te wachten in afspraak-uur, kon ik even goed een afspraak hebben om 15u45. Dat kon hij niet weten. Dan mag ik toch wel voorgaan of niet?

(Of was mijn lontje gewoon eventjes te kort?)

 

(Basieltje heeft trouwens een keelontsteking. En wordt tijdelijk een ander kind als je er een beetje Nurofen in kapt.)

 

Posted in Er zijn zo van die dingen, Kind en gezin, Want zo ben ik | 3 Comments

Maandbrief – 10

Ik was op voorhand redelijk zeker, dat ik zo’n echte babymama zou zijn. En een mens mag zichzelf al eens een schouderklopje geven, dat bleek dus ook echt zo te zijn. Dat is hier allemaal beperkt gebleven met het zeuren over onderboken nachten of het zoeken naar een moment om te kunnen douchen in een dag. Omdat ik het allemaal gewoon geweldig vond. Omdat ik nooit zo relaxed ben geweest als in mijn zwangerschapsverlof.  Maar toen werd jij dus tien maanden. Ik zie steeds minder een baby in jou, en steeds meer een peuter in wording. En iedereen en het cliché bleken volledig gelijk te hebben: het wordt alleen maar leuker.

Misschien is dat zo met alle baby’s, maar jij bent toevallig wel een heel plezante. Jij bent eigenlijk ongeveer altijd vrolijk. En dat ‘vrolijk’ is meestal nog een understatement. Jij bent een regelrechte meelacher. Zo zaten we vorige zondag gezellig op een terrasje (jij was de hele tijd superbraaf, we zijn niet anders gewoon) en wanneer er van onze buurtafel die vol studenten zat een lachsalvo kwam, lachte jij gewoon vrolijk mee. Zei ik lachen? Ik bedoelde natuurlijk gieren.

Hetzelfde mogen we van jou verwachten als we je buik kietelen, kiekeboe spelen, je tegen mijn hoofd mag duwen dat dan met veel flair beweegt, als wij lachen, als de smoothiemachine opstaat of als we niezen of geeuwen. Jij vindt het allemaal hilarisch. And therefore, we too.

Je vrolijkheid is aanstekelijk, maar ook de snelheid waarmee jij dingen leert. Vorige week kroop je nog rond in ware paracommando-stijl, deze week heb je ontdekt dat je ook op handen en knieën kan zitten. Onder de luiertafel heb je een doos ontdekt, waar heel interessante dingen in zitten. We mogen je geen halve seconde op de grond zetten, of jij gaat er meteen op af. Recht naar de doos. Vervolgens duurt het nog ongeveer een halve minuut voor de doos open is en jij je favoriete speelgoed gevonden hebt.  Zo gaat het trouwens ook met de computerdraden (nog steeds ja, die computerdradenfetisj wordt alleen maar erger), het varkentje en het schaapje en de blokjes. Je vindt het allemaal geweldig.

Vorige week ging ik je van de crèche halen. Een absoluut topmoment. Jij zit meestal vol overgave te spelen of je ligt nog te slapen op je buikje. Allebei verschrikkelijk schattig. Maar ik wilde vertellen dat ik toen bijna omver gevallen was van trots, omdat verzorgster K. zei dat jij zo’n geweldige baby was. Altijd vrolijk, altijd flink eten en nooit lastig doen. Je komt het zelf vertellen wanneer je wil slapen. Dat zijn de enige momenten dat je een beetje neut. Maar met een slaapzakje, een bed en een tutje is dat zo opgelost.

Ok, we moeten daar eerlijk in zijn, je wil niet altijd slapen overdag. Als er te veel interessante dingen gebeuren, dan ben je gewoon liever onder de mensen. Maar als jij wel wil slapen, dan zeg je dat gewoon.

En nu we het toch over babbelen hebben, dat doe jij zo geweldig heerlijk. Er komen steeds meer klanken uit, je kan zingen, verhalen vertellen en zegt ook van ’s morgens tot ’s avonds papa. Inderdaad, daar moeten we toch eens een hartig woordje over praten. Ik weet wel dat het niet bewust is, al dat ge-papapapapappapa. Maar toch. Een klein deeltje van mezelf zou het toch wel appreciëren als je onderhand ook het ge-mama begint te oefenen. Zullen we dat afspreken?

Maar tien maanden dus. Ik ben al aan het nadenken over je eerste verjaardagsfeestje (bij goed weer wordt het een picknick op de Blaarmeersen), maar ik denk ook steeds vaker terug aan deze tijd vorig jaar. Toen moest het allemaal nog beginnen. Toen voelde ik je elk moment van de dag in mijn buik zitten. Toen zag ik er zo uit, bij de trouw van B. en N. Exact een jaar geleden, dat. Ik kloeg toen misschien wel over de vele kwaaltjes, maar die ben ik allang vergeten.

Toen moest het allemaal nog beginnen. Ik had er op voorhand een idee van, en dat heb ik eigenlijk niet veel moeten bijstellen. Het enige wat ik niet had kunnen inschatten, is dat ik volledig gek zou worden van worden van liefde.

Maar oh ja. Volledig.

Posted in Kind en gezin, Liefde | 3 Comments

En hoe was uw weekend?

Ik weet niet wat u zoal doet tijdens het weekend, maar hier zijn die dingen vaak redelijk gevuld. De laatste tijd was het er een beetje over. Ik was dus heel blij met een volledig lege dag, de dag die God daarvoor geschapen heeft. Maar daarover later meer.

Een weekend begint bij nader orde nog altijd op vrijdagavond. Het was een beetje te lang geleden, maar er stond nog eens een avondje theater gepland. Ik kom graag in het NTG, maar het lukt niet altijd even goed. Dat komt omdat ik te lui ben om zelf naar de goede voorstellingen te zoeken en vooral omdat ik dit jaar te traag was (een dag) om bij mijn vaste theaterpartner te bestellen. (Want u had al geraden, dat ik mijn lief met geen stokken naar het theater krijg. Ik denk dat hij nog liever doodvalt, serieus). Maar normaal gezien bestel ik dus met P., maar het ging wat te snel dit jaar. Geen abonnement in 2012-2013, maar wel af en toe een voorstelling meepikken.

Als u Platonov ook gezien zou hebben, dan vond u misschien ook dat er een paar overbodige personages waren (al is dat typisch Tsjechov) en dat er een paar acteurs gigantisch geweldig speelden, maar een paar ook net iets minder. Ik durf te beweren dat ik het zelf beter had gekund. Dus als de mensen van het NT Gent dit zouden lezen, ik kom heel graag auditie doen. Niet dat ik daar tijd voor heb, maar dromen mag. Het kriebelt echt ongelooflijk hard om nog eens echt theatergewijs op het podium te staan. Dromen dus. Na de voorstelling nog iets gaan drinken met de fijne mensen die naast mij de prikstoelen deelden (ondanks kousen ja), maar een beetje te kort. Ik was namelijk al uitgeput en de wekker ging de volgende ochtend zeer vroeg dat vervelende geluid maken.

Achteraf bekeken had ik me een beetje miskeken, en was ik zaterdag te vroeg ter plaatse. Ik had tot 7u kunnen slapen, ipv tot 6u30. De reden van opstaan was nochtans goed, want vriendin K. gaat binnenkort trouwen. Maar verder kan ik daar niet veel over vertellen. Het is moeilijk om over vrijgezellenfeestjes en trouwen te babbelen, terwijl je probeert de negeertactiek toe te passen. Stel u voor dat ik door er een halfjaar over te zwijgen, misschien wel eens verrast word. Not dus. Maar ik kan het proberen. Ondertussen geniet ik maar een beetje van de vrijgezellenfeestjes van andere mensen.

We hebben K. onder andere een zumbales laten geven op hakken, maar ook laten genieten van een heerlijke brunch (en wij ook, of course). De avondactiviteit heb ik aan mij voorbij laten gaan (ik leg nog wel eens uit waarom), maar het moet daar een gezellige avond geweest zijn bij Radio Modern. Ik was er ook niet helemaal klaar voor. Bij mijn laatste presentatie heb ik gemerkt dat ik dringend nog eens moet investeren in wat make-up. Misschien moet ik hier eens een kijkje gaan nemen. Speciaal voor vrouwen zegt de reclameregie, dus het zal wel waar zijn. En tegenwoordig ben ik wel fan van dingen vanuit de zetel bestellen. Om nog maar te zwijgen van het moment dat de pakjes geleverd worden. Toptijd! Ik hoop in ieder geval dat K. een topdag heeft gehad. (En dan heb ik het nog niet over die andere topdag die nog moet komen. Je weet wel, die dag die ik nooit zal hebben, maar waar ik verder_nooit_meer over zal zagen. Beloofd.)

Zondag was de rustdag. De dag waarop niks moest. De dag waarop ik voor het eerst in eeuwen niks hoefde te doen. De dag waarop ik aan de vermoeidheid die de laatste tijd diep in mijn lijf en leden woont, mocht toegeven. Wat ik dan ook heb gedaan. Na een lange nacht ben ik welgeteld twee uur wakker geweest. Om vervolgens opnieuw voor vier (!) uur in mijn nest te kruipen. En als u dacht dat ik daarna de slaap des nachts niet meer kon vatten, verkeerd. Ik heb alweer als een blok geslapen. Misschien toch eens bloed laten trekken, want ondertussen vallen mijn ogen alweer toe. (Misschien dat de werkdag van 11 uur daar iets mee te maken heeft wel. Ministers en zo, ge moet er niet mee inzitten. Maar toch een welgemeende dankuwel voor ons moeke die mij – en vooral Basiel – is komen depanneren.)

Enfin. Na mijn extreme middagdut zijn we nog wat gaan fietsen, hebben een slaatje gegeten dat veel te duur was voor wat het was en hebben genoten van Basiel die de show stal op een terrasje. Ik heb ook nog een cake gebakken (de eerste niet-mislukking!) en we hebben nog wat gerust. Aah. Rusten.

En toen was het weekend voorbij. Ik hoop dat het bij u even zalig was? (En misschien wat langer, want hier was het veel te kort!)

 

.

Posted in Kind en gezin, Rapporteren, Werk | 3 Comments

Company Classics

Voor alle mensen die hier komen lezen en het nog niet weten: ik werk bij Nostalgie. Het leukste radiostation van Vlaanderen (of wat had u gedacht?). Bij ons hoort u vooral muziek, muziek en muziek. En meestal van het classics-soort. U weet wel, dat zijn van die heerlijke nummers die u lustig meebrult in de auto tot u merkt dat u stilstaat aan het rode licht met de ramen open. En de mensen naast u een beetje raar kijken. (Al duizend keer voorgehad, gewoon verder zingen en ondertussen subtiel uw raampje sluiten is de boodschap.)

Ik heb ongelooflijk goed nieuws. Want elke middag kan jij bij Nostalgie zelf de muziek bepalen, tussen 12u en 13u in Company Classics. Het is de bedoeling dat je samen met je collega’s een leuk Nostalgie-lijstje samenstelt en ons opstuurt. Dat is allemaal heel eenvoudig, via deze weg. En je krijgt daar heel wat voor terug!

Samen met mijn collega Nicky Coeck wissel ik week om week af voor Company Classics. De ene week mag u bij haar op schoot komen zitten, de andere week bij mij. En bij dat op schoot zitten verstaan wij het volgende: wij bellen je op voor een korte babbel om jullie uurtje muziek in te leiden. Een gezellig gesprek over waar je werkt, wat jullie daar precies doen, met hoeveel collega’s jullie zijn en welke leuke plaatjes jullie gekozen hebben (en waarom). Maar dan veel korter (want zo gaat dat in radio. U denkt dat een minuut weinig is, maar vergis u niet, dat is eigenlijk heel veel!)  - En als u het zelf niet ziet zitten om op de radio te komen, geen probleem. U mag deze taak ook doorschuiven naar de fijne collega die als tegenprestatie volgende week een taart meebrengt. Of chocolade. (Maar doe het vooral zelf, omdat het zo leuk is. En heel misschien, als u mij omkoopt met allerhande gratis dingen, mag u wel de groetjes doen. Ha.)

En pas op, het is niet dat je 75 collega’s moet hebben om muziek te mogen kiezen, helemaal niet. Elke toffe bende (en je bent een bende vanaf twee he), is heel welkom bij ons!

Aangezien dit nog altijd mijn blog is, mag ik hier schaamteloos reclame maken. Wat ik ook even doe, voor Company Classics. Omdat het gewoon een kei tof programma is. En bovendien uw kans om eens te babbelen met de stem achter deze blog (want daar droomt u al  jaren van, is het niet?) én zelf een uur muziek samen te stellen.

Allemaal om te lachen natuurlijk, want we kunnen onszelf geweldig goed relativeren. Maar schrijf je toch maar in, wij zien jou (en je collega’s) graag komen!

Dus, tot heel gauw?

PS: Als je je tofste collega en passant ook eens in de bloempjes wil zetten, dat kan. Je krijgt erbovenop nog een heel lekkere taart! Meer info vind je hier.

Posted in Want zo ben ik, Werk | Leave a comment

De dag van vandaag

Er zitten ongeveer veertig blogposts in mijn hoofd, maar er ontbreekt even de tijd of energie om ze allemaal op te schrijven. Dat heeft verschillende redenen. Daarom gewoon een paar flarden, uit mijn hoofd en uit mijn leven.

*Dat ik het altijd een beetje raar vind dat ze bij Kind&Gezin al twee keer gevraagd hebben “of hij al alleen kan rechtzitten?”. Op zich misschien geen gekke vraag, maar op het moment dat ze gesteld werd, zat dat ventje al ongeveer drie minuten op tafel. Alleen. Flink recht. Rammelen die gewoon hun lijstje af of zijn ze daar blind?

*Dat ik redelijk tot volledig uitgeput ben, maar dat het misschien mijn eigen schuld is. Het weekend is pas begonnen zondagmiddag om 14u en tegen 21u was mijn kaars alweer uit. Een klein beetje te veel gewerkt, een klein beetje te weinig geslapen. En bijslapen of rusten, het schijnt maar niet te lukken.

*Dat ik elke dag blij ben met onze verbouwingen. Maar dat mijn hoofd al bij de volgende zit. Maar maak u geen zorgen, die zullen er waarschijnlijk niet komen. Een combinatie van te ambitieus en (veel) te weinig budget. Maar dromen mag he. En ik speel graag met potlood, gom en millimeterpapier.

*Dat ik vaak over mezelf twijfel. Heel vaak. Niet per se over het moederschap, dat komt allemaal heel vanzelf, maar wel over hoe het leven vol te houden. Het gaat allemaal zo vreselijk snel. En het is allemaal zo vreselijk druk. Ik vind dat superleuk, maar ook niet. Soms wil ik gewoon rust. Soms zou ik gewoon thuis willen zijn en alleen maar aan mijn man en kind moeten denken.

*Dat het geen schande is om af en toe uw kind ne keer los te laten. En te genieten van elkaar. Wij zijn vorige week op restaurant geweest, en dat was heel gezellig. En ik kijk ook al uit naar onze zeilvakantie. Een hele week zon, zee en alleen maar koppel zijn.  En nee, ik voel me daar niet schuldig over.

*Dat ons ventje bij Kind&Gezin verder wel helemaal in orde bleek te zijn. Een beetje gegroeid, en stabiel gebleven in gewicht. Maar vooral, blakend van gezondheid.

*Dat mijn hart en mijn verstand een beetje vechten. Dat is allemaal de schuld van een soort forum voor moeders op facebook, waarin soms straffe vragen worden gesteld. Met vaak nog veel hardere antwoorden. En dat ik nu zo een beetje meer nadenk over het moederschap. Hart tegenover verstand. Praktijk tegenover droom. Blabla. Ik kan daar dus echt geweldig triest van worden. Als ik bedenk dat wij tot ons 70ste gaan moeten werken en dan nog geen pensioen meer gaan krijgen, omdat dat tegen dan gewoon niet meer zal bestaan. Als ik bedenk dat ik heel graag minder zou werken en meer mama zou willen zijn,  maar dat één van de redenen waarom ik dat niet durf, is dat ‘het slecht is voor mijn pensioen’. Dat pensioen waarvan ik niet geloof dat het er ooit gaat komen. Want ja, ik ben zo’n soort persoon.

*Dat de tijden duidelijk veranderd zijn. Toen mijn grootvader afgelopen weekend vroeg waar Basiel was terwijl ik aan het werken was (nog eens old school vlees verkopen bij de papa, lang geleden maar totaal nog niet verleerd), kon hij maar niet geloven dat Tom er gewoon voor zorgde. ‘En ook met een badje en zo?’ Ja, ook met een badje en zo. En dat ik blij ben dat ik in deze tijd leef, met betrokken papa’s. En dat ik het dan nog eens extra getroffen heb met mijn exemplaar.

*Dat er zonet iemand in de creche haar dochtertje aanlegde, omdat ze lastig was. Een kindje dat ongeveer even oud is als Basiel. En dat ik een beetje jaloers was, en ook boos op mezelf. Waarom was ik alweer gestopt?

*Dat er gisteren iemand zei dat ik zoveel vermagerd was. Terwijl dat niet speciaal het geval is. Dat ik zelf vind dat er nog minstens 10 kilogram af mag. Maar het is zomer en we gaan tien keer zoveel fietsen als in de winter. Dus ik geraak nog bikiniklaar tegen ons bootreisje, vast wel.

*Dat ik zo blij ben dat de zon is doorgebroken. Ik weet niet of ik nog een dag langer in de winter had kunnen leven. Waarschijnlijk wel natuurlijk, maar het doet toch verschrikkelijk deugd. Tijd om de koer aan te pakken (nu nog een koer, maar wie weet ooit een dakterras, een berging en een grotere keuken?) en de zomerkleren boven te halen. En uiteraard, ook de Birckenstocks.

*Dat ik het meest fantastische lief en de meest fantastische zoon heb. Dat alles waar ik af en toe over zucht, daarbij gewoon volledig in het niets verdwijnt. I am a lucky bastard.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 6 Comments

Gij kieken.

Het scenario: omdat de crèche vandaag gesloten was (pedagogische studiedag of zo), was Basiel sinds gisterenavond bij oma en opa. Mijn lief ging hem vandaag ophalen, waardoor ik enkele ‘gestolen uurtjes’ had. En daar ging ik echt van genieten.

De planning: Na het werk meteen vertrekken richting zwembad (mijn zak lag al in de auto) – ik word gelukkig van sport, daarna stoppen in de Delhaize (op de weg) om vervolgens thuis te komen en op mijn gemak voor het eten te zorgen. Zo van het soort dat ik mezelf een glaasje wijn zou uitschenken (gesteld dat ik dat zou lusten) en tussen het potten roeren door, ook in een of ander roddelboekje zou bladeren. Rustig. Even genietend van de stilte. Ik zou dan ongeveer klaar zijn, tegen dat mijn lief en zoon weer thuis waren. En aangezien ik die laatste al van gisteren moest missen, zou dat een geweldig blij weerzien zijn met een ontspannen moeder.

De werkelijkheid: Alles in het water.

Het begon met een bijna lege tank. Ok, ik ga al tanken als er nog ¼ in de tank zit, maar anders word ik gewoon ongemakkelijk. Ik heb een kaart van Q8 en toevallig is er eentje vlak bij mijn werk. Vanaf daar zijn er twee wegen die naar de E17 leiden. Eentje langs de konijnenpijp en eentje door Zwijndrecht. Ik rij bijna altijd langs Zwijndrecht, maar omdat ik nu al dichtbij de andere oprit was, dacht ik een paar minuten tijd te winnen door langs daar te gaan.

Worst idea ever. Of misschien nog erger.

Het stond nergens aangegeven, maar de oprit was afgesloten. Ik geraakte dus niet op de E17. En wat daarna volgde, was een kleine nachtmerrie. Ik belandde eerst in de Antwerpse haven en vervolgens op een parallelweg van de E34. Ik geraakte nergens opnieuw richting Antwerpen, en hoe verder ik in de verkeerde richting langs de E34 reed, hoe slechter dat plan ook werd. Er stond daar namelijk een gigantische file. Nog iets gigantischer dan de file waar ik in stond. Toen ik uiteindelijk op de E34 geraakt was, bleek er geen doorsteekmogelijkheid naar de E17 meer te zijn. Ik besloot om tot in Zelzate te rijden en daar de R4 richting Gent te nemen.

Worst idea ever. Of misschien nog erger.

Daar zijn ze namelijk op twee plaatsen aan het werken. Jochei, wegenwerken die ervoor zorgen dat je de minuten ziet wegtikken voor de sluitingstijd van het zwembad. Ondertussen was ik al meer dan anderhalf uur onderweg. Kruis over de zwembadplannen. Ondertussen was er ook ontploffingsgevaar in de broek. Ik had op het werk namelijk nog even getwijfeld of ik nog zou plassen of niet, maar ik dacht ‘goh, tot aan het zwembad dat lukt nog wel.’ En ik was gehaast, weetwel. Ik was dus niet meer geweest. Maar omdat we al bijna twee uur verder waren en ik vandaag braaf een fles water naar binnen heb gewerkt, lukte het niet meer. Ik heb oprecht overwogen om in mijn auto pipi te doen. Die zetels absorberen nog wel goed denk ik. En u begrijpt, dat elk bultje in de weg een absolute verschrikking was. (Vrouwen, jullie snappen dat wel. Toch?)

Meer dan twee uur later.

Ik ben uiteindelijk net op tijd thuis geraakt. Net op de tijd op de wc geraakt. En terwijl ik daar van de geneugten van plassen zat te genieten, dacht ik er het beste van te maken. Dan maar met de fiets naar de ‘verre’ Delhaize. De boodschappen een beetje beperken en genieten van de frisse lentezon. Zoiets.

Dat ik toen ik daar aankwam besefte dat ik mijn fietsslot vergeten was, liet ik ook niet aan mijn hart komen. Dat ik daardoor moest terugkeren (2 km volgens enkele rit volgens routenet) en daarna weer terugkomen, beschouwde ik als een voordeel. Zo deed ik toch nog wat extra sport. En onderweg ben ik leuke dingen tegengekomen. Een hond die voor 1/3de uit ballen bestond, mensen met een winterjas (te begrijpen) en met blote benen (optimistisch) en een ruziemakend koppel. Ik probeerde niet gestresst te zijn om de vele verloren uren, de bijna gesprongen blaas en het telefoontje naar het lief om te voorkomen dat ik niet in tranen zou uitbarsten. Ik probeerde er de grap van in te zien. Van mijn eigen stommiteiten. En dat lukte eigenlijk nog wel.

Ik begrijp alleen niet hoe die pot ijs in mijn winkelkar is geraakt. Bijzonder merkwaardig dat.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 4 Comments