Een baby van (gecorrigeerd) een halfjaar. Of wat maandbrief 6 had moeten heten.

Een halfjaar. Een semester. Mijn studenten hebben dan ook meestal examens en toevallig kreeg jij vorige week 10/10. Dat was bij de bobathkinesist, die gelijk besliste dat het niet meer nodig was om te komen. Want je bent gecorrigeerd dan wel zes maanden, je staat motorisch al een klein beetje verder. Een dikke maand zelfs.

Dat lijkt misschien banaal en ieder kindje op zijn eigen tempo, helemaal mee akkoord. Maar als ik ook maar één seconde nadenk waar jij begonnen bent, dan is dat echt fenomenaal. Toen we 82 dagen naast jouw bedje in het ziekenhuis zaten, had niemand durven te hopen dat jij een paar maanden later helemaal op (gecorrigeerd) schema zou zitten. We rekenden op een achterstand, we rekenden op veel extra therapie, we rekenden op vanalles waar we geen weet van hadden. We hoopten op het beste, maar probeerden ons ook voor te bereiden op worst case.

En toen kwam jij. Een natuurtalent.

Een talent aan de borst, waardoor jij nu al 9 maanden groeit op wat mijn lichaam je serveert. Van de sonde naar de borst, zonder tussenstop. Ik moet het daar nog eens uitgebreid over hebben, maar dat is dus eigenlijk echt ongelooflijk zot. Zodra jij stevig vertrokken was, heeft mijn vastberadenheid het overgenomen. Dus we zijn vlotjes aan de gewenste hoeveelheid exclusieve borstvoeding geraakt.

Ik volg niet zo graag de regeltjes, ik kijk liever naar mijn kind. De laatste weken begon jij steeds meer tekenen te vertonen dat je klaar bent om nog iets meer te verkennen dan moeders melkfabriek. Dus krijg je nu af en toe een gestoomd stukje groente in je mega schattige handjes geduwd. Dat gaat vlotjes binnen, want had ik het al gezegd dat je een natuurtalent bent?

Dat geldt ook voor je mobiliteit. Het begon anderhalve maand geleden met een bijna accidentele rol van rug naar buik. Twee dagen later was je niet meer te stoppen. Je lag geen halve seconde meer op je rug, want hupsakee je was alweer gedraaid. Nog een paar weken later volgde ook de rol van buik naar rug (eigenlijk de gemakkelijkere versie, maar jij besloot om eerst voor het moeilijkste te gaan) en sindsdien rol je overal naartoe. Je geraakt overal, maar nog het liefst bij computerkabels en opladers.

We zijn dus ook niet meer gerust. Want je kan dan nog wel niet kruipen (hallokes, dat hoeft ook helemaal niet op zes maanden), je geraakt wel overal. De combinatie van rollen en pivoteren maakt dat je al de hele ruimte verkent. Wij laten je zoveel mogelijk experimenteren en zoeken, maar naast discipline, dedication and friendschap, trachten we toch ook de safety first niet uit het oog te verliezen. Er mogen dus geen legoblokjes meer blijven rondslingeren vanaf nu, waar mijn blote voeten ook bijzonder dankbaar om zijn.

Je bent meestal vrolijk, wat opmerkelijk is want je vindt dutjes overdag doorgaans maar een saai tijdverdrijf. Je maakt al eens een uitzondering als je in slaapt valt in mijn armen of wij jou een paar kilometer rondrijden met de buggy, maar verder wil je vooral niets missen. George Orwell zou – als hij nog bij leven en welzijn was – kunnen nadenken over een nieuwe bestseller, want het is hier absoluut Little Sister is watching you. (Al zijn de big brothers ook altijd goed bij de zaak)

Zitten gaat ook steeds vlotter. Met steun gaat het heel goed, maar af en toe zit je ook al eens eventjes alleen. Daarna klets je meestal op je gezicht, maar dat neem je er graag bij. Je zit dus bij ons aan tafel. Gestoomd groentje dabei, lekker gezellig. Dat gaat allemaal vlot binnen, waardoor ik soms wel even moet slikken. Hoe snel gaat dat ineens? Hoe kan het dat jij ooit maar 880 gram woog en hier nu vlot aan maatje 74 zit?

We hebben zo lang getwijfeld over je komst. We hebben daarna zo lang gedacht dat het onmogelijk was. We hebben dan zoveel bange uren, dagen, weken en maanden gehoopt dat jij ooit thuis bij ons zou kunnen zijn. Dat jij gelukkig zou worden.

Kijk nu, ik denk dat niemand hier op had durven te hopen. Wat doe jij het goed! Wat een wonder ben jij! We weten natuurlijk nog heel veel dingen niet (en ik weet dat veel mensen denken dat we nu volledig out of the woods zijn met jou, maar dat zullen we pas over een jaar of 10 echt kunnen uitspreken), maar wat jij nu al presteert is fenomenaal. Dat jij (voorlopig) gewoon evolueert zoals een normale baby, dat is een ongelooflijke prestatie. En een schitterend cadeau na onze miserietrein.

Je wordt op handen gedragen door je twee broers, die naar schatting 35 keer per dag zeggen “hoe schattig je wel niet bent”, die scherp in de gaten houden wat je doet en hoe, die je met veel plezier een paar keer per dag plat knuffelen en wel tien keer per uur vragen of “Roosje bij hen mag zitten”.

Alleen blijf jij niet meer zo goed stilzitten de laatste tijd. Jij wil de wereld verkennen en veroveren.

Die verovering van onze harten is alvast binnen, lieve schat.

Dikke kus,

Je mama

Posted in (extreem) prematuur, Borstvoeding, Dotje, Kind en gezin, Liefde | 1 Comment

Gelukkige verjaardag, broer.

Vandaag zou jij 33 worden. Maar je maakte de keuze om voor altijd 31 te zijn. Ik zwijg zo veel mogelijk, dat heb je ook gevraagd. Maar ook voor ons is het nog altijd overleven. De achterblijvers moeten het zien te redden en soms ben ik wel kwaad, dat jij daarover ook nog eisen stelt. Deze tekst schreef ik voor je uitvaart, en kwam ik toevallig weer tegen toen ik een ander document zocht. Corona gooit helaas roet in het eten van de traditie om vuur te maken op je verjaardag, met je maten. Maar er brandt hier sowieso heel vaak een kaarsje. Verdomme toch.

Nen dikke met een broske en een brilletje. Zo zullen veel mensen je misschien nog kennen. Als klein Thomasje. Toen al een figuur, ik zou misschien zelfs durven te zeggen, een legende.

“Ah, ben jij de moeder, nonkel, zus, lief, vriend…van Thomas Verschueren? Ja, natuurlijk, die ken ik” – Ik denk dat we die zin allemaal wel eens gehoord hebben. Je kan je het gezicht dat bij die zin hoorde, ook zo inbeelden. Zoveel mensen kenden jou, van naam en van reputatie. Ik denk dat we dat ook gewoon zien, aan hoeveel mensen hier vandaag samen zijn.

Het was met carnaval, ergens begin jaren ’90. Toen jij – serieus mollig, met een heel lelijk dik brilletje en een kapsel met zeven weerborstels – heel pertinent als ballerina verkleed wilde gaan. Ja echt, als ballerina, daar was geen speld tussen te krijgen. Dus naaide oma een roosblauwe tutu en jij stapte er in, met baskets eronder. Ik kan u zeggen, het was geen gezicht.

Misschien omdat die outfit ooit op de gevoelige plaat is vastgelegd, dat je daarna veranderd bent in een fashion koning. Want op je outfits was meestal niets aan te merken. Maar niet alleen een fashion koning, ook een koning in het organiseren van feestjes en evenementen, in het charmeren van meisjes van 5 tot 95 jaar, in het omgooien van iedereen zijn planning omdat er gevoetbald moest worden. (Meestal zelfs niet in één ploeg, maar in een paar), in het uithangen van de flauwe plezante. Dat is niet eerlijk, niet de flauwe plezante. Daarvoor was je humor veel te gevat.

Je bent de gangmaker. De trekker. Kijk, wat een ‘gang’ je hier op de been brengt. Je bent de maat waarmee je in de bossen van De Ardennen kon verdwalen, maar tegelijk geen moment schrik had, “want den Thomas is erbij”. De bossen van de Ardennen, jouw plek.

Do it with passion, or not at all. Zo ging je door het leven. Vurig en extreem, in alles. Je hield van vuur. Van worsten op de barbecue met maten, van er rond zitten en er blokken opgooien, van vurige liefde, van de haard in gang te houden. Van mensen die met vuur voor hun idealen gingen. Van vuur. Een paar weken geleden op familieweekend zat je nog een hele avond naast de vuurschaal in de tuin. En zoveel mensen gingen er naast zitten, met een luisterend oor.

Wij zagen allemaal dat het vuur in je ogen stilaan uitging. Je hebt zoveel mensen afgeblokt en verwaarloosd, je gleed weg, je zat vast in een tunnelvisie van passie en vuur. Er zijn zoveel helpende handen uitgestoken, maar je wilde ze niet. En wij hadden misschien niet door dat het vuur op zo een laag pitje stond.

Zoneke, Thomaske, Tommy, Jos, Boxer, Schuure, nonkel Thomas.

Je was extreem. Je was extreem in wat je deed, en hoe je het deed. Een fles wijn leegmaken tot een kot in de nacht (of een paar flessen), geen probleem. Maar wel op voorwaarde dat we de volgende dag een kilometer of vijftien gingen lopen. En eigenlijk het liefst ook nog 35 kilometer fietsen. En waarom niet, ook nog een matchke spelen.

Deze match is afgefloten, door jou. Wij kunnen alleen maar proberen om het te begrijpen. FC Thomas Verschueren heeft het op de spits gedreven. Je was altijd een speciale en vaak zelfs – laten we eerlijk zijn – nen ambetante, en dat zal je blijven. Je maakt het ons godverdomme ambetant, man. Je maakt van de rest van ons leven een bootcamp, we gaan nog serieus afzien en zweten.

De slogan van voetbalploeg FC Verschueren heb je zelf meegegeven. En wij zullen proberen om daar zoveel mogelijk naar te leven. Naar te spelen.

“Ga verder, inspireer, respecteer.”

Posted in Liefde | 5 Comments

Hoe Rosalie een Rosalie werd

Ik weet niet zeker of ik mijn maandstonden al had toen ik wel al uitvoerig droomde van kindjes. Ik wilde later een groot gezin én ook zeker een dochter. In mijn tienerjaren wilde ik haar graag Amber noemen, maar dat veranderde naderhand naar Janne. Jarenlang was dat mijn absolute droomnaam. Ik moest en zou een Janne krijgen.

Dat was ook vrij snel beklonken met Tom (in ALLE mogelijke opzichten, insert knipoog), hij vond het ook een mooie naam. Dat was dan geregeld.

Zwanger van Basiel, dus nog rap even op reis naar New York. Hallucinant dat we vertrokken toen ik 27 weken zwanger was, terwijl ik van Rosalie al op 26 weken beviel.

Alleen bleek ik een klein jaar na onze eerste ontmoeting zwanger te zijn van een jongen. Daar stonden we dan met Janne. We moesten op zoek naar een mannelijke variant. Dat had heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk zijn we geland bij Basiel. Ik vond Janne daarna nog altijd heel erg mooi, maar een totaal andere stijl dan Basiel dus voor mij uitgesloten. Ik vind het persoonlijk heel belangrijk dat namen binnen een gezin echt goed bij elkaar passen (anders knettert het in mijn hoofd), dus begon ik te zoeken naar een Basiel-naam in de vrouwelijke categorie. Enter Rosalie.

Tom heeft eigenlijk nooit suggesties gedaan, hij keurde vooral af waar ik mee kwam aandraven. Ik stuurde hem dus voortdurend lijstjes. Dit lijstje is van 2014, toen ik zwanger was van Felix en er nog een waterkansje was dat hij toch geen piemeltje had maar een vulva. Rosalie stond er toen al op te pronken (trouwens ook de enige naam die in 2019 nog altijd op het lijstje stond). Pittig detail: hij keurde het toen af. NOK staat voor Niet OK, en dus veto. Geen Rosalie dus. Sowieso niet, want Felix was een jongen en dat derde kind waar we het eerder volmondig over eens waren, stond ineens op de helling.

Was het omdat Felix twee jaar lang elke nacht huilde? Was het omdat twee kinderen toch drukker bleken te zijn in combinatie met full time jobs dan dat hij had verwacht? Het resultaat was alvast: geen derde meer. Ik voelde me enorm incompleet, maar gezinsuitbreiding moet je met allebei willen. Anders is het nee.

Ik schreef daar moeilijke blogs over. Over het afsluiten van een incomplete kinderwens en over het nooit hebben van een dochter. Want hoewel de deur niet helemaal dicht was, veel licht viel er niet meer door de spleet.

Maar op mijn 34ste verjaardag kreeg ik een schitterend cadeau. Eentje dat ik nooit meer had zien aankomen. Ik kreeg een “Proficiat met je baby!” kaartje. Aan de binnenkant stond geschreven dat dit hopelijk ons cadeautje was voor volgend jaar. Dat hij JA zei tegen een derde kind. Ik stond – van geluk – aan de grond genageld.

Niet zomaar impulsief, maar heel wel beredeneerd. Een bewuste keuze, een bewuste ‘ja’. Ik heb gejankt, heel veel. En omdat het nog even duurde voor ik het echt geloofde, heb ik nog een paar weken met een spiraal rondgelopen dat ik niet durfde te laten verwijderen. Gingen we echt nog een kindje krijgen? Wow, beste cadeau ooit.

De rest van het verhaal is je misschien bekend. Ik werd onmiddellijk zwanger en het was het begin van onze miserietrein. Want het eindigde in een miskraam, met een ontslag erbovenop, Tom verminkte zijn ellenboog, ik werd onvruchtbaar verklaard met het syndroom van Asherman na een curettage en als genadeslag stapte mijn broer uit het leven. Hoe ik uiteindelijk tegen alle verwachtingen in toch zwanger geraakte en het dan zelfs nog een meisje bleek te zijn. Hoe dat allemaal weer misging bij 25 weken zwangerschap en er nu uiteindelijk toch een gezonde brok geluk naast mij ligt te rollen. Een turbulente achtbaan, de zwaarste zes seizoenen van ons leven.

Ik maakte stiekem lijstjes, want mijn lief denkt niet na over namen vooraleer hij de dokter met 100% zekerheid heeft horen zeggen wat er wel of niet aanhangt. Een meisjesnaam deze keer, wow.

Ik had van in het begin twee favorieten, Rosanne en Rosalie. Uiteraard had ik voor de zekerheid nog andere namen op het lijstje gezet, maar deze twee sprongen er altijd uit. Ik vreesde het ergste, want een paar jaar eerder was Rosalie resoluut van de lijst gegooid. Voor de aardigheid liet hij Annabel en Mathilde ook nog staan, maar eigenlijk was Tom deze keer meteen overtuigd van Rosalie. Ik heb nog heel erg lang geprobeerd om het naar een Rosanne te draaien, maar zonder veel succes.

Op vakantie in Frankrijk was hij op een ochtend gaan lopen. Tijdens dit sportieve manoeuvre had hij er nog eens heel erg over nagedacht en voelde dat het een Rosalie Brutin moest worden, geen Rosanne. Diezelfde dag voelde hij Rosalie ook voor het eerst heel stevig schoppen, dus dat was dan beklonken.

Die vreemde zondagmorgen toen zij op twee minuten ter wereld kwam, vroeg de dokter tussen baby en placenta of we al een naam hadden (wat niet zo gek is natuurlijk, want op 26 weken heb je normaal nog heel veel tijd om daar over na te denken). Het was een van de vreselijkste momenten van ons leven, maar we keken elkaar aan en wisten allebei dat het echt Rosalie was. Dat was op dat moment het enige dat we zeker wisten. We konden niet zeggen of ze zou leven of sterven, maar ze zou altijd Rosalie zijn.

Het geboortekaartje was al in ontwikkeling op dat moment, maar ik heb met elleetmoidesign afgesproken om het even in de koelkast te stoppen. Een kaartje sturen op zo een moment, dat voelde verkeerd. Want ze was dan wel geboren, alles was onzeker. Want ze was dan wel geboren, maar ze had eigenlijk nog maanden in mijn buik moeten zitten. Want ze was dan wel geboren, maar ging het een geboortekaartje of een rouwkaartje worden. Eventjes niets, tot we haar ooit hopelijk mee naar huis mochten nemen.

Toen het er beter begon uit te zien, hebben we het concept van het kaartje veranderd. Er staan twee data op, twee maten en twee gewichten. Want 15 september is haar geboortedatum, maar 6 december is de dag dat ze echt haar nest vond. Dat ze echt naar huis kwam, en die dag was en is even belangrijk en groots.

Ik krijg vaak de vraag wanneer we haar verjaardag gaan vieren, of dat het misschien ook twee keer is. Ik probeer alleen gecorrigeerd naar Rosalie te kijken, alle maanden in het ziekenhuis probeer ik bewust niet mee te tellen. Haar verjaardag is dus altijd op 15 september, maar ze zal in 2020 dan nog maar een kindje van 9 maanden zijn. Uiteindelijk is het wel de bedoeling dat ze die achterstand zal inhalen tot je het niet meer merkt, maar de eerste jaren telt (medisch) haar gecorrigeerde leeftijd.

Rosalie is hier vaak Roosje. Ook al wilde ik het op voorhand liever verkleinen tot Rosie, het blijkt een Roosje te zijn.

Ik vind het schitterend passen bij haar, en ook bij Basiel en Felix. Bij het zachtroze van haar geboortekaartje en bij de weg die ze afgelegd heeft. Rosalie.

Ik lig niet zo wakker van betekenis, maar Rosalie zou verschillende dingen betekenen en dat past eigenlijk wel.

Kleine roos, als je vertrekt vanuit het Latijn.

Roem vanuit de Germaanse stam Rod.

En ‘dauw’ in het Slavisch.

Dat het een kleine Roos is lijkt me duidelijk. Ik zie haar ook wel fonkelen zoals de zon dauw in de ochtend kan doen schitteren. En wat die roem betreft. Sorry dochter, dat stuk is volledig de schuld van uw instagrammende moeder.

(En hoe ging dat bij jou?)

Posted in (extreem) prematuur, Dotje, Kind en gezin, Liefde | 6 Comments

Vloeibare liefde. En warmte.

Ik heb heel vaak nachtmerries. Dat schijnt normaal te zijn in het verwerkingsproces van alles, maar is soms toch knap vervelend omdat de slaapmomenten hier al serieus beperkt zijn. Maar gelukkig zijn er soms ook glasheldere, mooie dromen.

Net voor de kanteling naar de ochtend werd ik een tijdje geleden wakker. Het was alsof ik daar nog stond in mijn droom, een documentaire in te leiden over prematuur geboren kindjes. In mijn slaap was ik het gezicht geworden van prematuurtjes en vanuit die rol was ik doorgerold naar televisie. Een beetje teruggerold ook, naar de liefde voor het presenteren. Er zat veel in die droom, maar vast ook een portie grootheidswaanzin. Dat is niet erg, een droom is de meest ideale plek voor zotte gedachten.

Maar diezelfde dag – en heel veel dagen daarvoor en daarna – kreeg ik weer dezelfde vraag. Dat er iemand opgenomen was in het ziekenhuis, met een groot risico op vroeggeboorte. Of dat een kindje veel te vroeg de veilige haven van de baarmoeder had geruild voor een verblijf op neonatologie. En daarbij vooral “Ik wil een cadeautje geven, wat is gepast?”. Soms zelfs praktischer, genre “welke maat kleertjes voorzie ik het best?”

Het feit dat er mensen aan je denken is geweldig. Het feit dat er mensen meeleven met je verdriet is fantastisch. Elk kaartje, elk berichtje, elke attentie werd en wordt hier enorm gewaardeerd.

Maar ik moet ook eerlijk bekennen dat ik veel niet meer weet. Die periode is zo een verschrikkelijk waas. Het verloop van Rosalie zit haarscherp in mijn geheugen, maar hoe de dagen zich rond het ziekenhuisbezoek spinden is soms moeilijk te achterhalen. Als je kind 82 dagen in het UZ Gent ligt, word je geleefd. Dus voor iedereen die ik vergeten te bedanken ben toen: mijn welgemeende excuses. Het kwam niet altijd allemaal binnen, mijn focus lag te veel op overleven.

Dus als mensen mij vragen wat ze kunnen doen om premature ouders te steunen, dan zeg ik altijd hetzelfde. Hoe lief elke attentie ook is, het is vooral de praktische hulp die zoveel deugd deed. Geen enkele dag in die drie maanden had ik genoeg fut om iets op tafel te toveren. Om boodschappen te doen. Om daar zelfs nog maar over na te denken. Er waren zoveel ballen om in de lucht te houden, eten hoorde daar gewoon niet bij. Het antwoord ligt soms gewoon in een kom soep.

Ik kan buurvrouw i. nooit genoeg bedanken voor wat zij het afgelopen najaar voor ons heeft gedaan. Zij heeft zich spontaan georganiseerd tot verzamelpunt voor al het eten dat op onze stoep werd gebracht in de ziekenhuistijd. Ik hoefde me niks aan te trekken van wanneer dingen gebracht werden of eender wat, ze vroeg gewoon simpelweg of er al iets was die avond of niet. Of er nog plaats was in de diepvries of niet. Dat lijkt misschien onnozel, maar dat was van onschatbare waarde. Als de grond volledig onder je voeten wegzakt, dan is de warmte van een gebracht avondmaal een zachte aai voor je verdriet. Dus als je iets wil doen voor premature ouders die een hele dag in het ziekenhuis zitten: breng eten. Daar kan geen enkel cadeautje tegenop.

Alle praktische hulp die we gekregen hebben, dat maakte echt het verschil. Hulp bij de opvang van de jongens, boodschappen, eten op de stoep, een keer een was doen, wat klusjes in huis. Daar ben ik vandaag nog altijd zo dankbaar voor. Het netwerk dat is rechtgestaan om ons te helpen, zowel van ver als van dichtbij, dat heeft ons erdoor getrokken. De tranen schieten in mijn ogen, want ik kan bijlange niet iedereen genoeg bedanken. Ook al omdat ik veel mensen niet eens persoonlijk ken, wat het bijna nog mooier maakt.

In nood leert men zijn vrienden kennen, zeggen ze wel eens. Dat is waar, nood toont het ware gelaat van mensen. Soms komt intense hulp uit onverwachte hoek, soms blijft het stil aan vanzelfsprekende kant. Ik weet dat heel veel mensen redeneren dat we “hen maar beter met rust laten” – ik dacht dat vroeger misschien ook – maar nee. Ik spreek nu zowel voor de geboorte van Rosalie als voor de dood van mijn broer: stilte is duizend keer erger dan dat je misschien een verkeerd woord zou zeggen. Al kan dat bijna niet. Soms zijn er geen woorden, en dat is ook goed. Dan kan je er nog altijd zijn. De confrontatie is maar één keer een moeilijk, daarna spring je er gezwind overheen of is er zelfs geen drempel meer. Het enige wat je nodig hebt als ‘steuner’: een portie begrip voor wie je steunt. Als je er op zo een moment voor iemand wil zijn, verwacht dan niks (terug). Heb daar begrip voor, dat komt wel (terug). Maar dan misschien even niet. Omdat dan blijven ademen soms al een loodzware opdracht is.

Cadeautjes zijn natuurlijk leuk. Sowieso. Maar kunnen ook heel gevoelig liggen. Ik kon het in het begin bijvoorbeeld echt niet verdragen dat iemand “Proficiat” zei voor Rosalie, dat maakte me pisnijdig. Want er viel helemaal niets te feliciteren aan een kind met zo een onzekere toekomst. En al zeker niet tegen een moeder waarvan de baarmoeder het gewoon had begeven. Ik kon het niet verdragen, echt niet. Ik weet dat andere ouders dat net heel erg appreciëren, dus hou je niet in.Laat al die belachelijke sociale codes varen en zeg gewoon wat je voelt. Ja, ook de premature ouders. Het is niet zo heel moeilijk om te zeggen wat je fijn vindt en wat niet. Het kan vooral veel onnodig leed besparen.

Kleertjes voor een prematuur kindje, dat is lastig. Je kan een pakketje aanvragen via vzw Kleine Held (voor een kindje op neo) en ik zou persoonlijk niet verder gaan dan dat. Het moment waarop Rosalie kleertjes mocht dragen, is verschillende keren uitgesteld. Er zijn minitiatuurkleertjes die ze nooit heeft kunnen dragen, omdat ze niet fit genoeg was. Dat doet pijn. Als het moment daar is, kan je vast nog snel genoeg voor leuke dingen zorgen.

Ik weet dat het in deze speciale Coronatijden allemaal nog een pak ingewikkelder is om er echt voor mensen te zijn. Mijn hart breekt dubbel voor iedereen die nu door dat eerste rauwe verdriet moet. Van gemis of van een trauma zoals een vroeggeboorte, of wat dan ook. Want knuffels zijn de beste zalf. En knuffels vallen niet onder social distance.

We zijn een creatief volk. Als je echt iemand wil helpen maar er staan een hoop praktische bezwaren in de weg, is er vast nog een omweg waar je niet aan gedacht had. En zelfs al geraak je niet verder dan een “We denken aan je”-berichtje, dan is dat nog geweldig.

Al die warmte die op ons afgekomen is. Al die kaarsjes. Al die regenbogen. Al die lekkere ovenschotels. Al die lieve kaartjes. Alles. Dat heeft ons moed gegeven om er elke dag opnieuw voor te gaan. Maar de praktische hulp, dat is toch wel echt een pilaar geweest. Ik word steeds gevraagd naar tips, dat is em. Praktische hulp is da bomb.

Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om echt iedereen te bedanken die voor ons iets betekend heeft in die moeilijke dagen. Van de kleinste mini attentie tot de grootste gebaren. We hebben het allemaal geapprecieerd. Er zijn mooie bedankkaartjes, maar die geraken helaas niet overal. Sorry.

Onthou dat de gewone dingen het sterkst binnenkomen. Een kom soep, een knuffel, een babysit. Als je minder je hoofd moet breken over praktische shit, komt er meer ruimte vrij voor de dingen die op dat moment echt belangrijk zijn.

Bedankt. Allemaal.

Ik ben sinds september verliefd op soep. Vloeibare liefde die je hart instant verwarmt.

Merci x 10000.

Posted in Dotje, Er zijn zo van die dingen, Kokeneten, Liefde | 3 Comments

Vroedvrouwgoud: Geboren in Gent.

Actrice, architect of vroedvrouw. Dat waren de drie dingen waar ik over twijfelde toen ik op mijn achttiende een keuze moest maken over wat ik later wilde worden. Dat is dit jaar – auch – precies achttien jaar geleden. Als ik opnieuw voor de keuze zou staan, ik zou weer even hard twijfelen.

Ik werd wandelen gestuurd op de toneelschool en ging dan maar Germaanse talen studeren omdat veel mensen ‘in de media’ dat hadden gedaan. Acteren is nog steeds een grote liefde, maar ik ontdekte dat presenteren me even gelukkig maakt. De architectuur werd helemaal afgevoerd omdat het met serieus wat wiskunde bleek te zijn, maar de interieurmicrobe is nog altijd springlevend.  In dat kader: een absoluut droomscenario is een nieuwe reeks van de huisdokter (of iets dergelijks) die ik zou mogen presenteren. Hupla, twee liefdes samen. Soms is het mooi weer in Utopia.

Maar ook vroedvrouw verdween nooit uit mijn gedachten. Ik zat nog in het middelbaar toen ik al zenuwachtig werd van mensen het hadden over het aantal maanden, want je bent geen negen maanden zwanger maar 40 weken. Ik ging al heel snel babysitten (vanaf mijn 13de) en was dolgelukkig toen er nog een klein boeleke bijkwam in mijn favoriete gezin. Kato was echt nog heel mini toen ze al een paar uurtjes aan mij toevertrouwd werd en ik vond dat geweldig. Later ging ik daar soms zelfs meerdere dagen babysitten. Heerlijk, geweldig, de max. Dat hele baby en zwangerschapsverhaal bleef me aantrekken.  En ja, ge moet het ook niet verder zoeken met mijn borstvoedingsgedoe. De allergelukkigste periode uit heel mijn leven was dan ook de moederschapsrust met Basiel. Ik ben nooit nog zo chill geweest als toen.

Raar eigenlijk dat ik pas tijdens de zwangerschap van Felix het bestaan van Geboren in Gent ontdekte. Toen nog onder een andere naam, maar met hetzelfde stel geweldige vroedvrouwen. Na de bevalling van Basiel wist ik dat ik het anders wou. Ik ben in 2012 zonder verdoving bevallen (oef, want dat was een grote wens van mij), maar achteraf bekeken onnodig ingeleid. Je bent onwetend en volgt de gynaecoloog, want die weten het toch wel zeker? Ondertussen weet ik dat daar verschrikkelijk veel verschil op zit. Ondertussen weet ik dat medische praktijken die alleen vertrekken vanuit risicobeperking en daarbij de natuur uit het oog verliezen (en andere risico’s creëren die je er dan maar gewoon moet bijnemen “want de baby is toch gezond”) niet bij mij passen. Ik geloof in een combinatie van de natuur én de medische wereld, niet in het uitsluiten van één van beide.

De bevalling van Felix was fantastisch, dankzij Karolien van geboren in Gent. Zij wist wat ik wilde en heeft dat ook mogelijk gemaakt. Volledig natuurlijk bevallen,  op mijn tempo. Dat bleek een speedbevalling van minder dan twee uur met een gigantische baby, maar het was heerlijk. Ik ben ongelooflijk blij dat ik deze ervaring heb, want anders zou het trauma van Rosalie nog groter zijn. Er is toch één bevalling waar ik met heel warme gevoelens op terugkijk.

December 2019, ik keek er zo hard naar uit. Nog eens bevallen, dit keer met de (voor mij) juiste gynaecoloog én met een vroedvrouw van Geboren in Gent. Ik heb met het grootste enthousiasme mijn geboorteplan ingevuld, ik was echt enthousiast. Iedereen weet dat een geboorte heel onvoorspelbaar is, maar je kan bij Geboren in Gent heel duidelijk aangeven wat je wil en hoe. Ook met een plan B, of zelfs een plan C. Alle scenario’s worden besproken en bekeken, zodat het een zo fijn mogelijke ervaring kan worden.

Wat de kers op de taart moest worden, liep helemaal anders. Het is een litteken op mijn ziel dat nooit hersteld zal worden. De geboorte van Rosalie is een gigantisch trauma. Ik zal voor eeuwig en altijd die drie maanden zwangerschap én bevalling missen. De tranen rollen over mijn wangen terwijl ik dit schrijf. Het is een gevoel dat je denk alleen maar kan begrijpen als een zwangerschap je veel te vroeg ontrukt werd, maar het doet krakend veel pijn. Schreeuwend, scheurend, verdwaasd veel pijn.

Maar gelukkig zijn er dan geweldige vroedvrouwen van Geboren in Gent. Door omstandigheden ken ik alleen Angelique en Karolien van het oranje team echt, maar dat zijn dan ook twee ongelooflijke toppers (de rest ook hoor!). Je kan bij hen terecht voor opvolging tijdens de zwangerschap, wat zalig is, want zij nemen veel meer de tijd om te luisteren, meer dan een gynaecoloog dat kan. Je kan uiteraard postnataal op hen rekenen, maar ze zijn er ook tijdens de bevalling. Dat kan helemaal thuis, of met een combinatie van arbeid thuis en begeleiding in het ziekenhuis. Maar vooral: ze zijn er.

Ik kan niet met woorden uitdrukken hoeveel steun ik heb gekregen van Karolien. We hebben een goeie klik en zijn door allerlei omstandigheden nog dichter bij elkaar gekomen, maar wat een vroedvrouw. Wat een vrouw.

Ze was er toen ik met licht bloedverlies naar het ziekenhuis ging. Ze stond er in de acht dagen dat ik de geboorte nog heb kunnen rekken in het UZ, ze stond er om naar dat kleine mensje in de couveuse te gaan kijken. Ze was er om me aan te moedigen tijdens de eerste aanhap en ze was er ook achteraf. Nog altijd.

Een zwangerschap en bevalling is verschrikkelijk uniek. Soms doe je het maar één keer, of twee keer. In ieder geval, de meeste vrouwen doen het geen twintig keer. Dus eigenlijk is er geen ruimte voor trial and error. Daarom kan ik alleen maar aanraden om je te laten begeleiden door deze vroedvrouwenpraktijk (of een andere, als je niet van Gent bent). Je vindt er een luisterend oor, een oplossing voor veel problemen, begeleiding op maat en veel liefde. De job vraagt bakken liefde, en die is er.

Het was afgelopen dinsdag ‘dag van de vroedvrouw’. De ideale gelegenheid om al die fantastische vroedvrouwen (én mannen!) eens serieus in de bloemetjes te zetten. Geweldige exemplaren in het ziekenhuis, maar ik heb een nog grotere boon voor de zelfstandige vroedvrouwen. Ze hebben de kunst om ongemerkt de intimiteit van je huis binnen te stappen, om tegelijk onzichtbaar en toch stevige houvast te zijn.

Het is nog te vroeg, maar het hele verhaal van Rosalie heeft nog andere dingen in gang gezet. Ik droom nog steeds van dat boek, ik zou heel graag lezingen geven om meer te vertellen over borstvoeding (want geschreven woorden zijn altijd verder dan een gezicht en een stem), ik zou meer willen betekenen voor andere verse (premature) ouders en zoveel meer.  Ergens heb ik vertrouwen dat het er ooit op de een of andere manier wel zal zijn.

Voor alle toekomstige ouders, ga eens kijken op de website van Geboren in Gent. Praat openlijk met je intimi over wat je meemaakt, mij had bijvoorbeeld niemand verteld hoeveel bloed je verliest na een bevalling. Had ik het geweten, ik had grotere onderbroeken voorzien voor die eerste dagen. Wees niet bang van een bevalling, het is een krachtige ervaring. Omringd met de juiste mensen kan het ook een prachtige ervaring worden. Zoek een fijne praktijk bij jou in de buurt.

Want goeie vroedvrouwen zijn goud. Puur goud.

Posted in (extreem) prematuur, Basiel, Borstvoeding, Dotje, Felix, Gent, Kind en gezin | 2 Comments

Blauw.

Toen ik deze blog een decennium geleden online gooide, zag mijn leven er slighty anders uit. Ok, understatement. Iedereen heeft recht op een beetje trial and error, dus ik had ook niet direct de juiste man vast. Voor ik met Tom het grote lot won, was er dus iemand anders. Een soort foute vriend als het ware. (Insert vette knipoog)


Enfin. Wij waren geen geweldige match Jeron en ik, maar het blijft wel een toffe man. Hij had ook een mega schattig zoontje, waar ik instant verliefd op was. Ondertussen een stevige tiener, maar Mano heeft nog altijd een plekje in mijn hart. Het was zoveel jaar geleden een beetje het klassieke verhaal van de leerling die iets begint te voelen voor haar (impro)leraar en omgekeerd, ik weet niet wie eerst was. Om dan anderhalf jaar later kei hard gedumpt te worden maar hem daar tot op de dag van vandaag dankbaar voor te zijn. Ja, we kunnen vandaag nog vlotjes door één deur (zeker nu ik dat versmallingsprogramma ben begonnen :)), all good.


Jeron heeft me het juiste duwtje gegeven om deze blog te beginnen, dus credits daarvoor. Hij is en blijft ook een van de grootste improspelers van ons land. Wereldkampioen zelfs ooit, maar daar gaat het nu niet over. Omdat we ook na de breuk (enige tijd na het initiële drama uiteraard) bleven overeenkomen, ging ik nog wel eens het licht doen bij een voorstelling van de Improfeten


Naast mij in de lichtcabine trouw op post: Barbara (PS: Nog een andere Barbara dan die fantastische Barbara Ceuleers). Deze Barbara was/is de vrouw van de gitarist van de Improfeten. Iemand waar ik toen geweldig naar opkeek, en nu nog steeds. Want ze gaat haar dromen echt achterna. Geen praatjes, nee, ze heeft echt haar hebben en houden verhuisd naar Portugal. En vooral: ze heeft echt een boek geschreven. Meer nog, er is er al een tweede in de maak! Allemaal dingen waar ze van droomde, en die er nu gewoon echt zijn.


De bewondering is een beetje wederzijds heb ik mogen ontdekken toen ze voor 10 jaar Sofinesse een prachtige gastblog schreef. Ik voelde ontroeringstraantjes uit mijn ogen vloeien, zeker met het idee dat de kiem voor haar boek op een magische avond in mijne living is gelegd. 


Het was dus met klamme handjes dat ik vorige zomer “Blauw” begon te lezen. Het boek dat ze samen geschreven heeft met Joke, die er ook bij was die ene magische avond in mijne living. Want als je iemand heel graag hebt, dan is er toch altijd die lichte angst dat het misschien niet goed gaat zijn. En wat dan?


Maar ik begon te lezen in “Blauw” en twee dagen later was het uit. Ik werd onmiddellijk meegezogen in het verhaal en kon niet stoppen met lezen.

Dus die belachelijke angst was nergens voor nodig, het is gewoon echt een goed boek. Leest als een trein. Al stokte even mijn adem toen er ook een Rosalie bleek in voor te komen. Tijdens het lezen zat die van ons nog veilig in mijn buik en wist nog niemand dat ze Rosalie zou heten. Dat was echt heel speciaal.


Ik heb een gesigneerd exemplaar van “Blauw” in mijn boekenkast, maar ik mag er ook eentje weggeven. Dat ga ik via Instagram doen, dus kijk daar zeker mee om het te winnen. Maar ik wilde ook het hele verhaal vertellen, daarom doe ik het hier uitgebreid uit te doeken. Toch handig als je daarvoor je eigen website hebt :). 


Wel grappig dat ik zowel de boekvoorstelling als haar huwelijk gemist heb, omdat ik beide keren (met veel jaren tussen) geveld was door zwangerschapsmisselijkheid.  We hebben helaas ook geen enkele foto gevonden waar we samen opstaan (tien jaar geleden was dat nog niet zo met gsm’s en al, haha), maar we hebben ooit sowieso een selfie-date op haar terras in Portugal, want het is ook nog altijd mijn droom om ooit een boek te schrijven. Kunnen we daar dan hopelijk ook op klinken.


Maar voor nu alle eer aan haar (en Joke): wow. Wat een boek. Als je het straks niet wint, koop het dan snel en lees het. 


Ze heeft geen blauwtje gelopen. Integendeel. Wat een debuut.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Lunatics, Weggeef | 1 Comment

Maandbrief 4 (en 7)

Lieve Rosalie,

Ik moet beginnen met me te excuseren. Want waar ik voor jouw broers trouw elke maand een brief heb geschreven, is dit nog maar het tweede exemplaar voor jou. Ik heb wel wat argumenten: je gekke leeftijdsberekening en de gekke Coronatijden. Maar toch: een welgemeende sorry.

Want hoe oud ben je nu eigenlijk? Voor mij is dat heel duidelijk. Ik kijk alleen naar jou als een baby die op 19 december verwacht werd. Naar ontwikkeling toe ben je dus een kindje van bijna vier maanden. Maar je bent vandaag wel al zeven maanden bij ons. We kunnen eindeloos praten over die heel bijzondere en veel te vroege start, maar ik heb het liever over vandaag.

Want wat een zotte madam ben jij! Op zoveel vlakken. Je bent echt een zotte doos, want je lacht/kirt/schatert/kraait het hele huis bij elkaar. Ere wie ere toekomt: wij worden hier allemaal geweldig goed gezind van jou. Het moment dat je ‘s morgens je ogen opendoet, verschijnt daar meteen een verpletterende glimlach. En hupsakee, wij zijn allemaal gesmolten. Zo hard gesmolten dat ik de staccatoslaap (bijna) meteen vergeten ben.

Je bent ook echt een straffe madam. Want ja, we hebben laatst nog eens een weekje Jan Palfijn geboekt om een longontsteking te verslaan. Maar dat heb je alweer met verve gedaan. Ik ging binnen met een zielig kindje (het was toen echt heel moeilijk om je aan het lachen te krijgen) met een saturatie van 70 (paniek), maar twee antibioticaspuitjes later (vond je heel lekker trouwens) was je alweer je vrolijke zelve. Het was intens om je weer met een neusbrilletje te zien, maar het was ook best gezellig met ons tweetjes. Bezoek was niet toegestaan, dus heb ik al mijn aandacht aan jou gegeven. Daarna kon je weer heel wat nieuwe trucjes, zou het er iets mee te maken hebben?

Bij je broers heb ik nooit gekeken naar wat ze op een bepaalde leeftijd hadden moeten kunnen. Ik maakte me daar geen zorgen in, ieder kind op zijn eigen tempo. Maar bij jou is dat natuurlijk wel een beetje anders. Het is niet dat ik per se wil vergelijken, maar het is wel belangrijk om op tijd in te grijpen als we een achterstand ontdekken. Zo heb ik net nog gebeld met de bobath-kinesist om jouw vorderingen te bespreken. Want je kan ineens supergoed je hoofdje opheffen en je maakt bijzonder veel aanstalten om te rollen. Dat gebeurt nog een beetje te veel vanuit overstrekking, maar is ook niet helemaal abnormaal. Eigenlijk zit je nog altijd vrij goed op schema, wat misschien normaal aanvoelt, maar eigenlijk een geweldige prestatie is.

Normaal gezien hadden we volgende week een afspraak bij het Centrum voor OntwikkelingsStoornissen (kortweg COS), maar ik vrees dat die uit veiligheidsoverwegingen zal worden uitgesteld. Dat is een dubbel gevoel, want ik wil heel graag horen hoe ver je staat. Waar we ons wel of niet aan moeten verwachten. Maar tegelijk blijf ik graag nog een beetje met jou en de rest van ons gezin in deze quarantainebubbel.

Want jij hebt natuurlijk geen flauw benul van het feit dat je een Coronababy bent. Dat je eerste maanden een beetje anders verlopen dan gepland. Maar – net als voor de jongens – denk ik dat het voor jou een zegen is. Lekker dicht bij ons, lekker veel tijd om te wortelen. Gelukkig mogen wij nog volop knuffelen want je bent verdorie zo schattig dat het een uitdaging is om je personal space te geven. In dat departement: bedankt dat je me dat ’s nachts al iets vaker geeft. We liggen maar op een halve meter van elkaar, maar dat is toch iets comfortabeler dan met een baby van ongeveer 6kg op mij. We slapen nog niet echt als een roosje ‘s nachts , maar Rome is ook niet op een dag gebouwd.

(Al hadden we vast al het Colosseum als we met jouw kakapampers zouden bouwen)

Kus,

je mama

Posted in Dotje, Liefde | 7 Comments

(On)rust

Rust omdat we op een ander tempo kunnen leven. Nooit een wekker ‘s morgens, wat de nachten met een baby een stuk draaglijker maakt. Tom werkt van thuis en begint wel om 8u, maar aangezien de rest van het gezin dan vaak nog heel stilletjes ligt te ronken, is dat uitslapen in vergelijking met de normale ochtendrush. Er is geen rush meer. En dat is heerlijk.


Onrust want er is geen moment om naar uit te kijken, om naar af te tellen. Het is allemaal te vaag om er een vinger op te leggen. We weten niets. Ik ben ook bang dat het moment waarop de lockdown nog lighter wordt, mijn angst exponentieel zal meegroeien. Want uiteindelijk zal het virus pas echt onder controle zijn als er een vaccin is en het ziektebeeld meer in kaart is gebracht, en hoe lang duurt dat nog? Dat zal alvast niet samenvallen met het opheffen van de maatregelen. Tot die vaccintijd ga ik Rosalie niet in de buitenwereld durven laten, waar elke persoon een potentieel gevaar is. Waar de jongens dan elke dag opnieuw een bron van risico zullen zijn, omdat zij naar school gaan en dus elke dag naar een nieuwe besmettingshaard. Dat is toch een onleefbare angst?


Rust want lege weekends zijn heerlijk. Er moet helemaal niets, want er is alleen een lege agenda. Daardoor doen we veel dingen die ons als gezin nog dichter bij elkaar brengen. We hebben nog nooit samen zoveel kilometers gewandeld en elke maaltijd samen aan tafel gezeten. Nu wel. Er is zoveel verbinding in onze gezinsbubbel. Rust.


Onrust omdat mijn keel wordt dichtgeknepen als ik denk aan de gevolgen die we hier nog zo lang van zullen moeten dragen. De persoonlijke en sociale drama’s, de zoveelste economische ramp die verhaald zal worden op de meest kwetsbare mensen,  de eenzaamheid die singles te veel wordt of de crisis die groter wordt in moeilijke thuissituaties. De echt zieke mensen die maanden moeten revalideren, de getekende mensen die afscheid moesten nemen zonder elkaar, de uitgeputte zorgverleners, de verdronken kleine zelfstandigen…Ik kan nog uren doorgaan. Wordt de wereld ooit nog normaal? Geraken we hier nog wel echt boven? Als alles weer ‘normaal’ wordt, hoeveel jaar gaan we dit rotvirus dan nog in onze rugzak meedragen?


Rust want ik heb het ongelooflijke geluk om nog thuis te zijn en dus constant te kunnen zorgen voor mijn drie kinderen, zonder daarbij werk te jongleren. 


Maar onrust. Want het is waarschijnlijk ongepast om te zeggen dat ik deze tijd echt nodig had om mezelf een beetje te helen na alle persoonlijke trauma’s van de laatste twee jaren. Die zielebarsten lijken weer helemaal naar de kelder verschoven. Deze crisis is collectief, dus ik heb het gevoel dat ik mijn eigen littekens maar moet wegstoppen. Eerst van Covid genezen en dan misschien ooit eens van de rest? Alleen zal het in die “ooit” heel erg druk zijn waardoor ik nu al intens bang ben over wat dat dan met mij zal doen. Heb ik nog wel rek? 


Rust want voorlopig is er niemand in onze omgeving ernstig ziek door Corona, hopelijk kan dat zo blijven. Uiteraard zijn er heel veel mensen die we fysiek heel hard missen, maar dankbaar voor alle digitale hulpmiddelen.


Maar ook onrust want mijn moeder werkt in een WZC waar het binnen zit, en zij is zelf niet meer zo gek ver van de risicogroep.

Nog meer onrust als ik denk aan de mensen die nu meer dan ooit nood hebben aan een knuffel en een schouderklop. Die iemand moeten begraven in afstand. Want laten we eerlijk zijn, die social distance is eigenlijk vooral een physical distance met grote sociale gevolgen. Tactiel zijn is des mensen. Elkaar niet mogen aanraken is echt onmenselijk. Dubbel onmenselijk als de ziel gekraakt is.


Rust omdat er veel solidariteit is. Zoals de bijna onbekende die een ovenschotel naar de treurende vriendin in een andere provincie bracht, omdat het voor mij niet telt als een essentiële verplaatsing. Voor alle mondmaskers die genaaid worden en alle knuffelberen achter de vensters. Voor iedereen die in zijn kot blijft en probeert lokaal te kopen. Voor de creativiteit die weer vrijspel heeft (omdat er zoveel leegte is?). #tousensemble

Ik vergeet heel veel rust. Als ik niet verder kijk dan morgen, lukt het hier goed. Ons gezin draait, wij amuseren ons in ons kot. Wij doen ons best om de troeven uit deze situatie te halen. Er is echt een serieuze silver lining.

Ik vergeet heel veel onrust. In mijzelf, die ik heel ver weg probeer te duwen zodat de sfeer hier gezellig blijft. Dat gaat over kleine onrust over de verschrikkelijke rommel in dit huis wat voor mijn rommelig hoofd een serieuze uitdaging is. Maar ook over grote onrust, over de toekomst. Van ons, van iedereen. Die onrust beneemt me de adem en maakt het zwart voor mijn ogen.

Rust. Onrust. Rust. Onrust. Onrust. Onrust. Rust. Rust. Onrust. Rust. Rusteloos.

We kunnen niets anders dan er in berusten zeker?

Posted in Er zijn zo van die dingen, Kind en gezin, Want zo ben ik | 8 Comments

Gastblog: Superpower.

Ze blijven maar komen die gastblogs, echt heel fijn. Maar deze blog bestaat natuurlijk ook maar één keer 10 jaar ;). Vandaag eentje van Tamara van meerdanmama. Bedankt!

Een emotionele kip. Dat ben ik. Intussen heb ik een prachtig zoontje van 9 maanden en ik ben nog nooit zoveel ontroerd geweest en zoveel gebleit in mijn leven. Dat die emoties je overvallen tijdens de zwangerschap, tot daar aan toe. Dat er babyblues zijn en kraamtraantjes, ook daar kan ik mee leven. Maar mijn kind is al bijna een jaar oud en nog ben ik zo emo? Niet oké!

Wenen om de domste dingen? Check! Ik had tranen in mijn ogen toen iemand me het laatste stukje chocoladetaart gunde. Ik weende bij het einde van Aladdin toen hij Geest bevrijdde. Ik liet zelfs een traantje door iemand die me een gemeend complimentje gaf. #emochick.

Maar ik ween vooral over alles dat met baby’s te maken heeft.

Bij elke pasgeboren baby die ik zie of vasthoud.

Vriendinnen die zwanger proberen te worden, maar daar erg veel moeite mee hebben.

Als mijn zoontje voor het eerst iets nieuws doet, of als hij zelfs gewoon naar me lacht, bezwijk ik al.

De Netflixserie Babies kan ik dus ook niet zien zonder emotioneel te worden bij het zien van die kleine baby’tjes.

En dan Dotje. Het wondertje van Sofie en Tom. Ondanks alles toch zwanger en dan uiteindelijk toch een dochtertje. Van zodra Sofie verkondigde dat ze zwanger was van haar derde kindje volgde ik haar op de voet, ook al ken ik haar niet.

Die rollercoaster van gebeurtenissen met Dotje raakten me toch heel diep.  Ik moest huilen toen ik de post las over de schommel van hoop en angst. En toen ik voor de eerste keer de foto zag van Rosalie op Instagram moest ik ook mijn tranen inhouden (mission failed, by the way). Ze was zo mooi maar ook zo kwetsbaar. Zo klein. Hoe mooi was het hoe het stukje Internet als een front Sofie ondersteunde.

Sindsdien heeft Rosalie ook een stukje van mijn hart veroverd. De Instastories van Sofie zijn de enige die ik echt wil zien. Hoe fijn is het dat ze zo open is over alles. Ga je soms ook onderwerpen uit de weg, Sofie? 

Sinds mijn zwangerschap ben ik dus een emotionele kip, maar ook een beetje een leeuwin die haar jong beschermt. Sofie is dat helemaal, die leeuwin. Hoe zij zorgt, hoe zij zo sterk is, dat is ongelooflijk.

Moeder zijn, dat is haar superpower. 

Posted in Want zo ben ik | 1 Comment

Gastblog: Puzzelen tussen werk en leven.

De verjaardagsmaand van Sofinesse is officieel voorbij, maar alle gastblogs zijn nog niet online geraakt. Dus voilà, ook in april ga ik met plezier nog eventjes door. Bij deze eentje van Stefanie van hetongedroomdeland.

Werken combineren met een gezin met kleine kindjes, het is niet evident. Sofie haalt regelmatig aan dat ons Belgische systeem het best moeilijk maakt om als jonge mama de puzzel te kunnen leggen. En Sofie staat hier niet alleen in, ook andere bloggers trekken deze kaart (zoals Le cœur à marée basse met haar prachtige tekeningen). Ik sluit me volmondig bij hen aan, maar in afwachting van een betere wereld moeten we intussen wel verder. Daarom heb ik de laatste jaren enkele puzzelstukjes verzameld die ik helemaal zelf in de hand heb, en die samen maken dat mijn combinatie tussen werk en leven vandaag best goed zit. Deze puzzelstukjes zijn bedacht in het pre-Coronatijdperk, maar ook nu komen ze me goed van pas. Ik ben heel enthousiast dat ik ze met jullie mag delen via deze gastblog!

🧩Puzzelstukje 1: slaap is de topprioriteit.

Niets is belangrijker dan slapen. Dit is echt de manier bij uitstek om gezond te zijn en te blijven. Op fysiek vlak helpt een goede nachtrust bijvoorbeeld om infecties te overwinnen en om ziektes op afstand te houden. Altijd een winner, en zeker in tijden van Corona. Maar ook op mentaal vlak is slapen belangrijk, onder andere voor emotionele stabiliteit. Als je systematisch te weinig slaapt voelt alles al snel te zwaar, en is het extra moeilijk om rustig te blijven bij een ontploffende kleuter, of bij een ontploft huis. Of bij een televergadering die ontspoort door aanhoudend gejengel…

Achter deze claims zit serieuze wetenschap (leestip: het fantastische Why we sleep) en helaas ook een portie proefondervindelijke ervaring. Net als Sofie was ik meer dan een jaar lid van #TeamNoSleep na de geboorte van onze oudste zoon, en de resultaten waren echt niet fraai: een bacteriële longontsteking die me meer dan een maand onderuit haalde. Sindsdien beschouw ik slaap niet meer als een luxe maar als een essentiële basisbehoefte. Dit krijgt prioriteit, en ik zal dus nooit of bijna nooit meer slaap opofferen om te sporten, werken, lezen of wat dan ook.

🧩Puzzelstukje 2: Leve de dienstencheques (x2!)

Toegegeven: terwijl je slaapt kan je geen badkamers poetsen, geen hemden strijken en geen vaatwassers vullen. Gelukkig bestaan daar oplossingen voor. Sinds ik terug aan het werk ging na de geboorte van ons tweede kind hebben wij twee keer per week poetshulp via dienstencheques. In het begin voelde dat buitensporig en verwend aan, maar nu vind ik het de beste vondst ooit. De acht uren hulp volstaan ruimschoots om te poetsen, op te ruimen, was te plooien, hemden te strijken en nog wat extra dingen te doen. Als ik ‘s avonds thuis kom is alles netjes en dat geeft me heel veel mentale energie. Ik kan meteen op de kinderen focussen en hoef niet op tien fronten tegelijk aan de slag. En ook niet onbelangrijk: doordat we twee verschillende poetshulpen hebben valt de hele boel hier niet meer in duigen als één van hen ziek valt of verlof heeft. Een quasi perfect systeem dus, met tot nu toe maar één groot nadeel: het is niet voorzien op Corona-tijden. Helaas…

Voor alle duidelijkheid, ik ben me er ten volle van bewust dat niet iedereen dit zich zomaar kan permitteren. Wij hebben zelf ook geschoven met ons budget om hiervoor ruimte te hebben. De dienstencheques krijgen voorrang op reizen en kledij, ik kocht heel veel babyspullen tweedehands en we hebben onze lening bewust laag gehouden. Als het enigszins lukt denk ik dat het de investering meer dan waard is, en dat je echt geen slechtere mama bent omdat je voor dit soort zaken hulp inschakelt.

🧩Puzzelstukje 3: gemakkelijke(re) ochtenden

Peuters en kleuters zijn er oprecht van overtuigd dat ze ‘s ochtends alle tijd van de wereld hebben. Die eerste categorie wil daarom werkelijk alles helemaal zelf doen, want dat gaat lekker traag. De tweede categorie daarentegen wil helemaal niets zelf doen, want dan zou het wel eens vooruit kunnen gaan. Argumenteren dat de trein of de videocall niet wacht helpt niet (heb ik vaak geprobeerd) en roepen ook niet (is me helaas ook al wel eens overkomen). Wat er wél helpt in ons geval is voorbereid zijn.

‘s Avonds smeren we de boterhammen voor de volgende ochtend en de volgende middag. Ik vul de drinkbussen en de koekjesdozen en leg een stuk fruit klaar. De oudste kan daar ook al bij helpen. Eventuele extra benodigdheden voor in de kleuterklas verdwijnen al in de boekentas (genre een eierdoos of een glazen bokaal, je kent het wel). Ik leg kleren voor de oudste klaar zodat hij zich ‘s ochtends zelf kan aankleden. Voor de jongste kies ik ook een outfit, en vaak trekken we die al meteen aan. Ze slaapt dan in haar kleren van de volgende dag en ze heeft daar nog nooit over geklaagd (uiteraard geen jeans met een hemd, maar een joggingbroekje met een los truitje).

Op die manier hoeven we ‘s ochtends niet veel meer te doen, kunnen we langer slapen en zijn de kinderen ook een stuk relaxter. Als er dan toch nog tijdsnood is heb ik een magische truc achter de hand: “Wie kan er het eerst zijn schoenen aantrekken/zijn jas aandoen/tot aan de auto stappen?”. Elke keer opnieuw een bijzonder spannende wedstrijd die ik met de glimlach verlies.

Dit soort tips (en vele andere) keren ook terug in de podcast Werk en Leven van Anouck Meier en Kelly Deriemaeker. Een absolute aanrader!

🧩Puzzelstukje 4: witruimte in de planning

Mijn agenda en mijn hoofd mogen nooit zo vol zijn dat er werkelijk niets meer bij kan. Want vroeg of laat valt er een kind ziek of ergens een lijk uit de kast, en dan loopt het allemaal in het honderd. Slim en efficiënt plannen wil dus niet zeggen dat de agenda helemaal volgeboekt is, wel integendeel.

Ik werk 4/5 via tijdskrediet en tijdens de week gebruik ik die 2 halve dagen als buffer. Als er op het werk extra inspanningen nodig zijn voor een deadline beslis ik bijvoorbeeld om een halve dag toch te werken (en neem ik die later op als recup). Maar ik gebruik die tijd even goed voor onverwachte bezoekjes aan de dokter, om kapotte schoenen te vervangen of om nog op tijd een cadeautje in huis te halen voor het verjaardagsfeestje dat zaterdagochtend om 10u begint. Er is bijna altijd wel iets te regelen, en zoniet gebruik ik de vrije tijd voor de kinderen of puzzelstukje 5.

🧩 Puzzelstukje 5: Breaks zijn essentieel

Zijn breaks een luxe en is het de taak van een mama om altijd maar te blijven gaan? Of zijn breaks essentieel om goed te functioneren en dus eerder een cadeau voor jezelf en je gezin? Ik stem voor het tweede, en de wetenschap met mij. Daarom hecht ik veel belang aan momenten waarop ik niets te doen heb. De invulling van die momenten varieert sterk en maakt eigenlijk niet zoveel uit. Er zijn wel drie basisregels die mij het beste helpen om mijn hoofd leeg te maken en mijn batterijen op te laden:

  • Weg van smartphones, tablets en andere schermen
  • Open lucht opzoeken, liefst natuur
  • Alleen zijn met mijn gedachten

Op zaterdagen breng ik mijn zoon bijvoorbeeld met de fiets naar de zwemles in plaats van met de auto. Of ik ga op mijn eentje naar de sauna. Sinds de Corona-quarantaine zijn beide helaas geen optie meer. Maar wat wel nog werkt is ‘s ochtends en ‘s avonds tien minuten mediteren met Headspace, en in België mag je gelukkig nog altijd onbeperkt wandelen en fietsen.

😉

Voilà, dit zijn mijn 5 basisrecepten. Uiteraard zijn dit geen toverformules, en uiteraard draait er ook bij ons al eens een wiel af. En nu zeker, nu we min of meer thuis opgesloten zitten met een peuter en een kleuter en twee veeleisende jobs. Maar ook deze periode gaat uiteindelijk wel voorbij.

Tot dan wens ik iedereen met kleine kinderen veel goede moed, veel momenten van rust, en uiteraard veel slaap.

Posted in Kind en gezin | Leave a comment