Van de hel naar de hemel?

Ik ben hier onlangs nogal hard van leer getrokken tegen het gebrek aan kinderopvang in onze voor de rest fantastische stad. En ik heb ook de stadsdiensten beleefd maar duidelijk mijn frustratie bezorgd. En toen gebeurde er iets heel erg vreemds. Wonderlijk.

Ongeveer een week daarna, kreeg ik plots een mail dat we wel een plaats hadden bij het kinderdagverblijf hier in de buurt, van de stad. Ik zeg ‘in de buurt’ en dat is een understatement. Als we uit onze straat wandelen richting Bevrijdingslaan (ongeveer 40m) en we kijken dan naar links, dan kunnen we het gewoon al zien. Het gaat dus echt om heel fijne wandelafstand. Ik wist niet waar ik het had.

Uiteraard hebben we meteen een afspraak gemaakt om te gaan kijken, want prioriteit nummer één is dat je een goed gevoel hebt bij de plek waar je je kindje achterlaat. En we zijn gaan kijken, deze kans konden we niet laten liggen.

En we hadden er een supergoed gevoel bij. Het is het oudste en het grootste kinderdagverblijf van de stad, maar het is heel georganiseerd, warm en leuk. Alle ouders en kindjes die we gezien hebben, zagen er ook heel gelukkig uit. En iedereen zei spontaan goeiemorgen, iets wat me echt een goed gevoel gaf. Eigenlijk was ongeveer alles geweldig, behalve het sluitingsuur. Een uur vroeger dan bij onze ‘andere’ plek (wat een luxe, we hebben twee plekken). Maar omdat het zo dichtbij is, gaan we een deel van die tijd zeker kunnen goedmaken. En voor de rest zou ik er liefst altijd zijn voor mijn kind, maar helaas werkt onze maatschappij niet zo. Ik begrijp nog steeds niet hoe andere mensen dat doen. Ik blijf gewoon hopen dat de puzzelstukjes in elkaar gaan vallen en dat we het gaan redden.

Enfin. Pro forma hebben we er nog even over nagedacht, maar waarom zou een mens nee zeggen tegen een kinderdagverblijf om de hoek? Na alle problemen met onze andere plek, was het zelfs geen moeilijke beslissing. De volgende dag ben ik ons al gaan inschrijven.

Man, ik ben blij. Het is een geweldige last die van mijn schouders valt, want ik zat enorm in met de afstand. Maar dat probleem is nu opgelost. We kunnen met de buggy naar daar wandelen en hem achterlaten in de ‘buggyruimte’. Heerlijk.

Ik voel me een beetje schuldig omdat we nu wel een plaats hebben, en veel mensen sukkelen. Maar ik ben ook gewoon heel blij. En opgelucht.

Hugo gaat daar heel content zijn.

Posted in Gent, Kind en gezin | 4 Comments

Liefste Hugo,

Ondertussen zit je toch al bijna acht maanden in mijn buik. De tijd gaat ongelooflijk snel en tegelijkertijd tergend traag. Het lijkt wel alsof ik al jaren zwanger ben of zo. Ik kan me bijna niet meer herinneren hoe het voelde om zonder baby-in-lijf te zijn.

Het is niet altijd even gemakkelijk gegaan Hugo, maar ik neem het je niet kwalijk. Jij kan er ook niks aan doen. Toen jij nog maar een speldenprik groot was, wist ik niet waar kruipen van ellendigheid. De hele dag misselijk zijn, het was niet meteen de roze wolk waar ik van gedroomd had. Maar bon, we zijn daar ook doorgekomen. En moe zijn dat is vervelend, maar in die tijd kon ik wel nog goed slapen.

Toen kwam de leukste tijd. Want hoewel wij wel de hele tijd wisten dat jij er zat aan te komen, bleef het toch allemaal redelijk vaag. Er was nog niet zoveel tastbaars. Het heeft lang geduurd voor die buik begon te groeien, maar ondertussen heeft ie dat wel ingehaald. En dan begon het allermooiste, ik kon je plots voelen. Nu ja, plots. Ik weet niet precies wanneer de eerste keer was, omdat ik in het begin ook gewoon niet zo goed wist wat ik moest voelen. Maar geleidelijk aan werd het duidelijker. En alleen maar specialer. Daarna was ons doel om ook papa te laten meegenieten van die kleine schopjes. Je was een beetje koppig, door altijd net te stoppen op het moment dat hij zijn hand op mijn buik legde. Het moment waarop het dan wel gebeurde, was magisch, voor ons alledrie. En tegenwoordig hou je je niet meer in. Gelukkig maar.

Stilaan krijg ik het een beetje moeilijk. Je wordt zo groot, dat ik altijd maar beperkter word in mijn bewegingen. Er is maagzuur en vooral, verschrikkelijke rugpijn. Ik word ’s nachts wakker van de pijn en overdag ga ik soms stilletjes huilen, omdat het bijna niet meer draaglijk is. Maar we houden vol, want jij moet nog groeien. En voor jou, alles.

En eigenlijk wil ik je ook helemaal niet afgeven. Het is dubbel. Je zit daar zo veilig in mijn buik. Het is een heerlijk gevoel om je altijd dicht bij me te hebben. Maar we worden ook wel heel benieuwd naar jou, superbenieuwd zelfs. En ik heb heel veel zin om je echte naam met de wereld te delen, net als een je geslacht. Nog even geduld, nog even.

We zijn zo ongeveer wel klaar om je met open armen te ontvangen. Voor zover je daar klaar voor kan zijn. In het begin zal het waarschijnlijk wat zoeken zijn, maar dat lukt ons wel. Al kan jij natuurlijk extra goede punten verdienen door flink te drinken en snel door te slapen.

Ik dol maar een beetje Hugo. Hoe en wie jij ook bent, wij zijn nu al zot van jou. Ik vind het gek, omdat ik je eigenlijk nog niet zo goed ken. Maar ik voel nu al hoeveel liefde en bezorgdheid er is. En volgens mij, gaat dat alleen maar erger worden.

Stilaan word ik mama denk ik. Jouw mama. En ik ben trots.

Tot heel gauw.

X

Posted in Kind en gezin, Liefde | 5 Comments

Omleiding van mijn voeten, ja.

Kijk, ik ben een verkeerschick. Van het soort dat al 5 jaar onafgebroken verkeer maakt voor u op de radio, waardoor ik echt wel op de hoogte ben van de structurele situatie in de avond- en de ochtendspits op de meeste knelpunten. (En op sommige momenten is ons hele land een knelpunt, I know). Ik ken alle E-wegen in het Vlaamse uit het hoofd en zelfs de meeste op- en afritten. En ja, af en toe is die kennis zeer nuttig.

Ik heb dus lang geen gps nodig gehad. Ik geraak er meestal wel, want ik kan daarbovenop ook vrij goed kaart lezen. En ik heb megaveel oriëntatie. Dat is vrij mannelijk, maar kan dan weer niet goed parkeren. Ik was zelfs een beetje tegen een gps, je wordt daar zo lui van. Maar ok, ik moet toegeven dat het gewoon wel gemakkelijk is. En nu ik er eentje heb, gebruik ik die ook.

Ik moest van de week naar Sint Baafs Vijve, bij Waregem. Een koud kunstje, E17 afrit Waregem en dan nog wat kleine baantjes. Piece of cake. En dat bleek ook zo, al heb ik wel assistentie gebruikt van de gps voor de kleine baantjes op het laatste. Ik geraakte er vlot. (En kon dan de dingen inladen die we besteld hadden voor de doopsuiker, I was totally excited!)

De miserie begon pas later. Toen ik weer naar huis ging. Of beter, probeerde te gaan.

Ik weet niet of u recent nog in Sint Baafs Vijve bent geweest, maar dat is één grote werf. Ik ging van de ene omleiding naar de andere. Op de gps kon ik ook niet meer vertrouwen, want die stuurde me altijd naar een baan die niet meer berijdbaar was.

Ik kan u zeggen, die omleidingen trekken daar werkelijk op niks. Ge krijgt ne pijl met ‘omleiding’, van het irritante oranje type. En ge begint dat te volgen. Ge wacht geduldig op een volgende oranje pijl, die er vervolgens_nooit_komt.  Nee, ge botst weer op een nieuwe omleiding, die de eerste tegenspreekt en u nog steeds niet naar de E17 leidt. En ik ga u ook niet vertellen hoeveel keer ik op datzelfde kruispunt ben beland. Of die ene rotonde. Ik heb het wel gezien, daar.

Toen ik ondertussen al een halfuur aan het rondrijden was, begon ik me toch heel ongelukkig te voelen. Want ik wilde nog gaan zwemmen en zag de tijd wegtikken. En ik zag ook al borden met ‘Ingelmunster’ en ‘Roeselare’ verschijnen, dus ik wist dat ik niet bepaald dichter naar de E17 ging.

Op dat moment stonden de tranen me in de ogen. En dat wijt ik volledig en alleen aan de hormonen. Het was alsof die hele omgeving  alleen maar bestond uit banen die open lagen. En ik wilde gewoon naar huis. Er was niks meer over van die mannelijke oriëntatie-eigenschap. Ik wilde gewoon heel hard wenen. Zeker toen mijn lief niet opnam, tegen wie ik toch graag deze dramatische gebeurtenis helemaal uit de doeken had gedaan. Uiteraard met voldoende drama, dat spreekt voor zich.

Ik ben blijven rondrijden, los van gps en borden, op mijn gevoel. En plots was daar de redding. En die kwam nog wel van het voetbal. Want ik zag plots aan mijn rechterkant het Regenboogstadium verschijnen, en daar ben ik al eens geweest. Ah ha. Ik kon me nog levendig herinneren dat het niet ver was van de E17 (en mens zoekt vluchtwegen als hij naar een match gaat kijken). De E17, de weg naar huis.

Vanaf toen ging het vlot. En laat ons eerlijk zijn, drie kwartier verloren rijden in een klein dorp bij Waregem, dat valt nog mee.  (Durft ne keer iets anders te zeggen, jong)

Posted in Er zijn zo van die dingen, Mens erger je niet!, Want zo ben ik | 2 Comments

We zijn er bijna (maar nog niet helemaal)

Ah hier se, we zijn in week 34 aanbeland. Het stadium waarin je een potje yoghurt op je buik kan zetten en dat het ook blijft staan. Zonder weinig problemen zelfs. En plots beginnen er dingen te bewegen.

-      Ineens is de kinderkamer (basis)klaar. Helemaal geschilderd en met bedje en kast. De gordijnrails moeten wel nog omhoog gehangen worden, maar de gordijnen zijn er al (gerecycleerd uit ons vorige appartement, ze blijken miraculeus te passen) – maar enfin, dat komt ook in orde. En met decoreren kan ik me daarna nog heel lang bezig houden, toch?

-      Het geboortekaartje is zo goed als rond, nog wat kleine dingen en het kan voor een proefdruk naar de drukker. (Merci vriendin F.!). En ik ben heel blij met hoe het eruitziet. En benieuwd wat jullie er straks van vinden. In die categorie is ook de doopsuiker besteld. Ik ga zelf vullen en doen, maar de labeltjes en al, onderweg. En de adressen, ik heb ze bijna allemaal verzameld. Bijna.

-      Vraag ik me af of een bierbuik even hard in de weg zit als een zwangere buik. Of dat echt hetzelfde voelt en al. Of je dan ook niet kan bukken, vergaat van de rugpijn (halverwege rechts, ik moet er soms van bleiten) en hoe je in dat geval omgaat met het verlies van het zicht op uw edele delen. Is dat even zwaar een bierbuik of niet? Ik zit daar mee, serieus.

-      Heb ik blijkbaar een klein beetje te veel een pijnlijk gezicht getrokken op het werk. Want vandaag had mijn baas een cadeautje bij. Helemaal van zijn zolder gehaald en al. Er staat nu dus een supergrote paarse zitzak naast mijn bureau, waar ik af en toe kan gaan in/op liggen (zaaaalig!). En morgen is het met laptop te doen, op mijn schoot. Terwijl ik lig, en dus minder rugpijn heb. (Er stond ook een grote schram op zijn voorhoofd, mogelijk opgelopen tijdens het sleuren met de zitzak op de zolder. Maar dat is een gerucht, mogelijk is hij ‘tegen de kast gelopen’) Soms vloek ik op hem, maar vandaag wilde ik hem toch heel graag rond de hals vliegen. Merci baas!

 

 

 

 

 

 

-      Maak ik me af en toe vaak toch wel extreem veel zorgen. Over vanalles. Ik heb trouwens nog steeds het gevoel dat bevallen niet aan mij besteed is, maar waarschijnlijk maak ik mezelf dat wijs. En als ik er dan toch aan denk, dan trek ik wat witjes weg. Een beetje maar.

-      Heb ik geleerd dat ge NIET naar programma’s moogt kijken die voorbeelden tonen van dingen die kunnen fout gaan met uw lijf na een bevalling. Embarrassing bodies, ja, ik heb het tegen u. Scheuren, verzakkingen, …Ik hoef het even niet te weten. (Oeps, te laat)

-      Vraag ik mij soms af hoe dat was voor ik zwanger was. Met een normaal lijf en al (waar ik uiteraard ook kei hard op vloekte toen). Zonder hevige rugpijn, maagzuur en een basketbal. (Want zo ziet het er nu echt uit, echt een balletje).

-      Ben ik eigenlijk ook wel heel trots. Mensen zeggen me constant dat ik zo mooi zwanger ben. En dat is werkelijk tegen alle verwachtingen in. (Ik herinner u even aan collega S. die mij bekeek toen hij hoorde dat ik zwanger was en zei ‘ja, dat gaat in de breedte gaan e’). Mooi niet dus. Een stevige bal en geen gigantische gewichtstoename. Ole Ole. (Of mag ik nog niet te vroeg juichen?)

-      Vind ik de hele administratieve winkel rond kind/bevallen/verlof toch best ingewikkeld. Kraamgeld, kindergeld, mutualiteit, verzekering. Ik ben daar niet zo graag mee bezig. Maar u ook niet, neem ik aan? En alles komt uiteindelijk in orde. Uhum.

-      Is er een datum om naar uit te kijken: donderdag 7 juni. De laatste werkdag. Ik kijk er naar uit, want zelfs de kleinste dingen lijken plots zo zwaar. En zwangerschapsdementie is niet bevorderlijk voor mijn prestaties, waarschijnlijk.

-      Verbaas ik de wereld nog steeds met het verzwijgen van het geslacht. Veel mensen zijn overtuigd van hun gelijk, maar velen zitten ook fout. Ik kan nu eenmaal geen jongen én meisje krijgen. Het is één van beiden. (Al moet ik eerlijk toegeven dat ik het tegen een paar mensen toch wel heel graag zou willen zeggen, maar ik volhard. Het zou toch gek zijn om nu op te geven? Please zeg ja.)

-      Worden wij over maximum twee maanden ouders (liefst minder he, ik heb geen zin om zot lang overtijd te gaan). Hoe geschift is dat zeg? En gaan wij dat wel kunnen?

 

 

Posted in Kind en gezin, Liefde, Rapporteren, Thuis en al, Want zo ben ik | 4 Comments

De hel van kinderopvang

Lang voor ik zwanger was, hoorde ik al horrorverhalen. Dat je je beter al inschrijft bij de kinderopvang voor je zwanger bent. Dat heb ik nooit gedaan, omdat ik dat werkelijk absurd vond. Maar toen ik twee dagen wist dat ik zwanger was, heb ik ons toch al ingeschreven bij de stad Gent.

Ik kreeg toen al te horen dat het “toch redelijk laat was dat ik me inschreef”. Bovendien vroeg ze ook naar de naam van het kind, dat op dat moment nog volop in celdeling was. Ongeveer. Of toch nog niet veel groter dan een speldenkop. Bij wijze van spreken. De vriendelijk mevrouw vroeg nog allerlei andere dingen. En toen bleek dat wij twee werkende ouders zijn, schatte ze onze kansen op een plaats al niet bijzonder hoog in. Er zijn plaatsen voorbehouden voor buurtbewoners en broertjes/zusjes, maar ook voor werklozen, alleenstaanden en andere minderheidsgroepen. Ik gun iedereen alles, maar ergens begrijp ik dat toch niet zo heel goed. Ik kan daar heel boos over worden, maar ik blijf beleefd.

Hoewel diezelfde mevrouw vond dat ik vrij laat belde (ik heb half oktober gebeld voor opvang vanaf oktober het volgende jaar!), kon ze me toch pas in mei een antwoord geven. Of we er wel of niet bij waren. Loterij, zo voelde het. Geen fijn gevoel, ook al weet ik dat ze daar hun best doen.

We hebben het er uiteraard niet bij gelaten. We zijn als gekken beginnen zoeken naar een andere plek. Maar makkelijk is dat niet. We zijn ergens geweest, waar ik het totaal niet zag zitten om mijn kind achter te laten. Heel kleine ruimte, heel rare mevrouw die amper kon schrijven (“die boekjes van kind en gezin vul ik niet, dat is te veel werk en ik schrijf niet zo goed”) en niet echt proper. Nee, dat zag ik niet zitten. Een beetje later in de zoektocht zijn we wel op een fantastisch onthaalkoppel gebotst. Een geluk, want we hebben ondertussen wel een plaats (Al zijn daar ook problemen mee, maar daar wil ik me nog geen zorgen over maken). Niet op 200 m van ons huis zoals die van de stad Gent, maar wel op 3 km. Met maar één auto, betekent dat dus dat dat kleine schaapje meteen met de fiets zal moeten gebracht of gehaald worden. Maar hey, geen keuze. Het is wel een ongelooflijke geruststelling, dat we Hugo gaan achterlaten bij mensen waar we zelf een goed gevoel bij hebben. Uiteindelijk is dat het belangrijkste.

Ik moet hierbij trouwens alle krediet aan mijn lief geven. Want ik was zo verlamd en in paniek door de angst dat we geen plek zouden vinden, dat ik er bijna niet in slaagde om me ermee bezig te houden. Mijn lief heeft het meeste werk gedaan. Veel werk. Maar hij is dan ook geweldig.

Ergens had ik trouwens wel nog altijd het gevoel dat we plaats gingen hebben bij de stad. In mijn achterhoofd heb ik daar altijd op gerekend. Ik was dan ook diep teleurgesteld toen vorige week de mail kwam dat we er niet bij waren. Heel teleurgesteld. Ok, pissed. Ik heb dat even een klein beetje uitgewerkt op facebook, maar het bleef binnen de perken. De echte woede, kwam pas gisteren.

Ik maak ook regionaal nieuws voor Nostalgie, en kreeg volgend bericht binnen. “Tekort aan crèches in Gent eindelijk van de baan”. De opening van het artikel, deed me bijna overgeven. “Elke Gentse ouder die dat wil, kan op dit moment een plaatsje in een crèche vinden.”. Ok, wij vallen dan duidelijk niet in de categorie ‘Gentse ouder die dat willen’, zeker? Het werd nog erger, want verderop in het bericht werd wel nog duidelijk gemaakt dat er nog ‘een paar’ probleemwijken waren.

Een paar maar hoor. “Er zijn nog altijd grote tekorten in het Rabot, Ledeberg, Brugse Poort, Macharius, Muide, Meulestede, Sint Amandsberg en Gentbrugge.” Ik weet niet of u Gent een beetje kent, maar dat zijn veel wijken. En ook wijken waar bijzonder veel jonge gezinnen wonen. Ik vraag me af waar het dan wel vlot gaat.

Dus ja, ik ben boos omdat het voor tweeverdieners zo moeilijk is om kinderopvang te vinden. Ik zou wel willen thuisblijven of minder werken om voor mijn kind te zorgen, maar onze maatschappij laat dat niet toe. En van Monica Deconinck mag het ook al niet. Hoewel de zware kost van kinderopvang het soms op korte termijn goedkoper maakt om thuis te blijven. (Mar ik denk vooruit, op lange termijn is dat natuurlijk niet zo goed – al krijgt onze generatie misschien nooit meer een pensioen). Als het mogelijk zou zijn, dan zou ik zeker minder gaan werken. Helaas, geen optie. Maar ik wil me daar nog bij neerleggen. (En ja, ik besef dat sommige van bovenstaande redeneringen misschien een beetje kort door de bocht zijn, maar ik ben kwaad.)

Kinderopvang zoeken is een hel. Kinderen combineren met full time werken, ik vraag af hoe iedereen dat doet. Want ik ben bang.

En ik hoop dat ik nooit meer een bericht moet lezen dat ‘alle problemen met kinderopvang in Gent zijn opgelost’, nadat ik net vriendelijk ben afgewezen. Want dan ga ik iemand pijn doen, serieus.

 

 

Posted in Gent, Kind en gezin, Mens erger je niet! | 19 Comments

De hospitaalkinderdroom

Ik ga er van uit dat u ondertussen al wel weet dat ik af en toe een beetje raar ben, dus u gaat me mijn bizarre kinderdroom vast wel vergeven. Waarvoor nu al mijn dank. Het zit zo, ik heb er mijn hele leven van gedroomd om eens in het ziekenhuis te liggen. Ik weet het, mensen lopen daar vooral kei hard van weg, maar ik zag alleen maar voordelen.

Dat kan ik uitleggen, voor u mij verdenkt van masochistisch gerdrag. Als kind associeerde ik ziekenhuizen echt alleen maar met leuke dingen. Ik kwam daar vooral om pasgeboren baby’tjes te bezoeken. En dat vond ik leuk, meer in het bijzonder omdat je meestal naar huis ging met een cadeautje (doopsuiker) en iedereen rond baby’s ook altijd goedgezind is. Positief dus.

De andere keren dat ik in het ziekenhuis kwam, was om mijn broer te bezoeken. Ik ben zelf gezegend met een heel stevig gestel, want ik ben werkelijk bijna nooit ziek geweest als kind. Ooit een keertje bof (nu is het weer hip naar’t schijnt, maar toen deed het toch pijn) en een paar keer een keelontsteking. That’s it. Dat impliceert dat ik ook zelden schooldagen gemist heb. Ik kan ze echt op één hand tellen. (twee weken in de lagere school, geen_enkele_dag in het middelbaar en één dag op de unief, dan nog wegens een begrafenis). Enfin. Ik werd niet ziek. Die eer was vooral aan mijn broer gegeven, die het dan altijd wel zeer goed deed. In de loop der jaren zijn stuipen, hersenvliesontsteking en maagbloeding gepasseerd. Pretty serious.

Maar hij was een rare zieke. De ene dag dodelijk ziek naar het hospitaal gevoerd worden met de gevaarlijke variant van hersenvliesontsteking, de volgende dag vragen aan de verpleegster of hij nog boterhammen kon krijgen want vier met choco was toch wat weinig. Tegen dat ik hem ging bezoeken, zat hij dus meestal al vrolijk in zijn ziekenhuisbed. En uiteraard zag ik dan alleen maar de cadeautjes en de aandacht die hij kreeg, hij zag er toch niet ziek uit (en ik wist al niet goed hoe ellendig dat kon zijn, dat ziek zijn). Hij zag er meestal heel gelukkig uit op die momenten. En dat wilde ik ook.

Nu u dat weet, vindt u het vast ook niet meer zo raar dat ik ooit een brief naar het de droomfabriek gestuurd heb om deze droom in vervulling te zien gaan. Ik ben helaas nooit uitgekozen. Nochtans had het een puike reportage kunnen opleveren, daar ben ik zeker van. Maar enfin. Ik ben dus niet uitgekozen. *trauma*

Toen de kinderwereld doorprikt werd, ben ik uiteraard wel geconfronteerd met ziekenhuizen op een negatieve manier. En ondertussen ben ik ongelooflijk dankbaar dat ik daar nog nooit heb moeten liggen. Ik moet ook eerlijk toegeven dat die keer dat het bijna zover was (toen ik eerst mijn kaak had gebroken en later bij een auto-ongeval met diezelfde kaak tegen de hoofdsteun voor mij vloog), ik het al minder zag zitten. Die rit met de ambulance had er ook geen goed aan gedaan. En uiteindelijk mocht ik na wat onderzoeken ook naar huis. Thank God. (Ik was toen een jaar of tien)

En toch. Een tijdje geleden zei mijn moeder het nog. “Allez Fie, uw kinderdroom gaat in vervulling gaan. Ge moogt binnenkort in het ziekenhuis liggen.” Combineer dat met een babybezoek afgelopen weekend (ik ben tante geworden van Estée!), en plots begon het me te dagen.

Ik lig daar binnenkort. Ik_ga_echt_in_het_ziekenhuis_liggen. Op mijn favoriete afdeling normaal gezien, de materniteit. En hoewel ik nog steeds het gevoel heb dat een bevalling mij niet gaat overkomen, kijk ik daar ergens toch ook wel een klein beetje naar uit. (het ziekenhuis liggen, niet die bevalling)

Kuntgedaarinkomen?

(Of ben ik gewoon echt raar?)

Posted in Kind en gezin, Want zo ben ik | 5 Comments

Zowat vanalles. En nog wat.

Ik dacht zo bij mezelf, het is tijd om nog eens iets te bakken. Het vorige fiasco is ondertussen ongeveer vergeten, tijd voor een nieuwe poging. Maar ik weet echt niet wat er nu weer fout gegaan is. In het recept stond dat de perencake ca. 1h in de oven moest staan, maar na een halfuur zag ik het al fout gaan. Ik heb er toen aluminiumfolie over gedaan en het tien minuten later alsnog uit de oven gehaald. Toch zag het er zo uit toen het uit de oven kwam:

Kan je niet echt een geslaagde cake noemen, toch?

Ik weet echt niet wat ik fout doe. Tips zijn geweldig welkom (en ik zweer het, maar de binnenkant was wel lekker).

 

 

 

 

 

Verder gingen we ook naar het containerpark van’t weekend. Zoals ge hier ziet, was dat wel nodig.

Hoe hebben we toch weer zoveel brol kunnen verzamelen?

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen het allemaal nog in de living stond, had ik nooit gedacht dat we het in de auto gingen krijgen.

Goed gestapeld van mijn lief, dat wel.

 

 

 

 

 

 

 

We zijn dan ook twee keer moeten gaan, maar ik ben zeer blij dat we weer wat brol kwijt zijn. Al heeft het ook pijn gedaan. Ik moest van mijn lief wat schoenen weggooien. Misschien wel omdat ik ongeveer xtig paar heb. Maar van twee paar heb ik echt spijt. En weer in de kledingcontainer kruipen, dat is niet echt een optie vrees ik.

Tot slot wil ik u ook graag laten kennismaken met onze humoristische buren. Want ge weet toch nooit dat ge toevallig ramen of dakpannen nodig hebt?

Pas op, dat ge uw rug niet breekt bij deze promotie.

Het is te hopen dat uw gaten even groot zijn, he seg.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Rapporteren | 2 Comments

Te borst of niet te borst?

Om eerlijk te zijn, heb ik daar zelfs geen halve seconde moeten over nadenken. Borstvoeding is voor mij heel uiteraard. Als ik nog eerlijker ben, wringt mijn moederhart altijd een klein beetje als ik aanstaande moeders hoor zeggen dat ze voor flesjes gaan. Dat ze het zelfs niet willen proberen. Ik wil hier uiteraard niemand op de tenen trappen en ik weet dat kindjes met flesvoeding ook groot geraken.

Maar ik ben dus voor. Ook al heb ik ondertussen geweldig veel horrorverhalen voorgeschoteld gekregen. Van de meest verschrikkelijke tepelkloven  tot nog veel ergere borstontstekingen (allemaal redelijk normaal uiteindelijk), tot zelfs dat ene verhaal waarbij een halve borst moest worden weggesneden. Horror dus.

Maar zelfs die bloederige verhalen, kunnen me niet van gedacht doen veranderen. Ik ben nogal vastberaden en gemotiveerd om daar volledig voor te gaan. Op aanraden van Lien ben ik dan ook even langs geweest bij een lactatiedeskundige, om zoveel mogelijk problemen te vermijden door de baby alvast goed aan te leggen. Waar het allemaal begint.

En zij heeft ook niet geprobeerd om iets te verbloemen. Er zijn ‘nadelen’ aan borstvoeding.

-          Borstvoedingskindjes slapen minder snel door. Heel plastisch uitgelegd door de lactatiedeskundige trouwens. “Ofwel stop je je kindjes ’s avonds vol met een dik pak friet zodat het zeker geen honger krijgt tot de volgende ochtend. Ofwel geef je het een gezonde, lichte maaltijd. Sneller honger, maar veel beter”. Samen met de illustratie dat een babymaagje niet veel groter is dan een grote knikker, begreep ik het wel. En ja, ik ben bang voor het gebrek aan slaap. Maar toch.

-          Ik besef dat het ook iets langer zal duren voor mijn borsten weer een erotische trekpleister worden. Maar gelukkig heb ik een fantastisch lief die dat allemaal begrijpt, en dat mij daarin steunt. Aangezien hij zelf vol allergieën zit, zijn die eerste antistoffen voor Hugo extra belangrijk.

-          Het valt allemaal op mijn schouders, ik kan mijn borsten niet even uitlenen aan mijn lief. Dat betekent dat ik altijd zal moeten opstaan voor voedingen. Ja, dat besef ik. En ik weet ook dat ik het in begin precies alleen maar met melken ga bezig zijn. Maar ik ben dan ook thuis, terwijl mijn lief gewoon meteen weer moet gaan werken. En ik hoop een geweldige adrenalinerush. (Bovendien zijn er wel veel andere dingen die de papa wel kan doen, ik maak me daar geen zorgen over)

-          Je kan niet overal met je borsten gaan bloot zitten, maar met enige discretie ben ik toch niet snel geneigd om me daar door te laten doen. Dus vrienden en familie, niet gegeneerd zijn, ik ga borstvoeding geven in jullie gezelschap. Met een dekentje en een goede beha, bereik je al veel. Ik heb gewoon weinig zin om me op te sluiten.

En uiteraard zijn er ook voordelen, anders zouden we die hele melkfabriek gewoon negeren. Dat begrijpt u. En ik wil u graag overtuigen.

-          Ook al is er niks mis met flesvoedingkindjes (ik ben het levende bewijs), blijkt uit honderdduizend onderzoeken dat het gewoon veel beter is voor je kindje. Het is natuurlijk. Het bevat veel antistoffen.

-          Als het eenmaal vlot verloopt, dan wordt het heel gemakkelijk. Je hebt je eten altijd bij – gratis en voor niks – en het is altijd op temperatuur. Geen gezeul met flesjes.

-          Het is natuurlijk en het lijkt me heel erg leuk om te doen. Voor de verbondenheid met de baby, bijvoorbeeld. Om die unieke band die we nu delen, nog een paar weken/maanden verder te zetten. Dicht bij elkaar.

-          Gezond. Het is gewoon goed voor het kindje. En het is de natuur.

Dus nogmaals, ik weet niet waar ik aan begin. En ik wil niemand veroordelen, iedereen heeft zijn eigen goeie redenen om het wel of niet te doen. Maar ik was toch redelijk in shock toen iemand me vroeg of ik ‘mijn borsten naar de knoppen ging helpen door borstvoeding te geven’ of de mensen die roepen dat ‘de papa nu ook wel eens uit zijn kot mag komen en hij nu wel ’s nachts mag opstaan’. Het is namelijk geen wedstrijd. Het is zoeken naar een evenwicht. We gaan helemaal door elkaar geschud worden, maar ik vertrouw erop dat we met alle veranderingen ook wel een nieuw evenwicht zullen vinden. Hoeveel mensen hebben het ons al voorgedaan? Ah voila.

Maar ik ga Hugo dus aan de borst hangen. En ik ga dat proberen toch drie maanden vol te houden. We zien wel hoe het gaat, maar ik ben erg gemotiveerd. En wordt daarin gesteund door mijn lief, ook niet onbelangrijk.

Maar ik ben wel curieus, hoe ging dat bij u?

Posted in Kind en gezin, Want zo ben ik | 29 Comments

Die keer dat de zwangerschapsdementie haar hoogtepunt bereikte

Ik reed gewoon naar huis. Tussen werk en de volgende afspraak zat anderhalf uur en ik zag dat helemaal zitten. Het was ook echt nodig dat ik even in de zetel ging liggen/zitten, want tegenwoordig valt een werkdag aan een bureau echt onder de categorie afzien. Ik keek er naar uit, daar kunnen we het over eens zijn.

Mijn euforie was groot toen ik een vlak voor de deur een plekje vond en daar in een handomdraai perfect in parkeerde (het is ooit anders geweest, believe me). Tot zover ging het goed. Maar dat betekent dat het natuurlijk bijna fout ging, goed fout.

Net toen ik mijn spullen bij elkaar aan het rapen was (overschot van de lunch, jas, sjakosj), greep ik naar mijn sleutels. Die dingen die ge echt nodig hebt om binnen te geraken in uw huis, vrij nuttige dingen. Ik vond ze niet meteen. Ook niet toen ik mijn handtas ondersteboven had gekeerd en onder de zetel had gekeken (niet evident in mijn toestand, stel het u vooral voor).

Ik besefte al snel_dat_ze_nog_op_Nostalgie_lagen. In Antwerpen. 60 km van waar ik op dat moment stond, wat dus vlak voor mijn deur was. Ik was mijn sleutels vergeten. Godverdomme. Klote. Kut. Vooral omdat mijn lief voor zijn werk in Londen zit. De andere sleutel, aan de andere kant van de Noordzee dus.

Mijn brein begon heel snel te werken. Ik meende mij te herinneren dat mijn lief ooit had gezegd dat hij een sleutel aan P. ging geven. Ge weet wel, voor noodgevallen. (Ik meende mij ook te herinneren dat we al heel vaak tegen elkaar hadden gezegd dat we sleutels moesten laten bijmaken, om aan vrienden en familie te geven. Voor noodgevallen, weetwel). Ik belde P. maar had geen succes. In Gent was er geen sleutel. Godverdomme, deel 2.

Plan B, naar mijn schoonouders in Brugge rijden en daar de reservesleutel ophalen. (Brugge is iets dichter dan Antwerpen en vooral minder file in de spits, vandaar die optie). Maar nadat zowel schoonmoeder, -vader als –zus de telefoon niet opnamen, durfde ik toch niet zomaar te vertrekken. Stel u voor dat ze niet thuis waren, dan was ik nog geen stap verder.

Uiteraard moest ik op dat moment ook al 20 minuten heel dringend pipi doen en had voor een keer wel eens honger. Ik had maar een halve weg zitten nadenken wat ik zou klaarmaken in dat gestolen anderhalf uurtje. En had ik al gezegd dat ik moest plassen? Dringend dus. Ik heb ergens gelezen en gezien dat mensen onder pipidruk goede beslissingen nemen, dus ik besloot mijn collega K. te bellen. Die collega die ‘in de buurt van Gent’ woont en meestal vrij laat op Nostalgie is. De man die de redder kon zijn.

Ik had geluk. Hij was nog aanwezig, hij kon mijn sleutels zien liggen. En nog beter, hij was zo vriendelijk om een kleine omweg naar de P+R van Gentbrugge te maken, om een uitwisseling van sleutels te doen. (Misschien omdat ik redelijk wanhopig klonk, dat kan ook). Hij zou er over een dik uur passeren.

Ik besloot een boekje te gaan kopen en iets tegen de honger. De plas moest wachten, ook al was dat niet aangenaam. Bepaald niet. Nadat ik een TV-familie en wat eten had ingeslagen (ok, een zak chips ja, maar het was een ellendig moment, dan mag dat), ben ik naar de parking gereden. En maar wachten. En mezelf dom vinden. En lomp. En vloeken omdat ge nog geen sleutels hebt laten bijmaken, ook al hebt ge dat al zo dikwijls gezegd dat ge dat ging doen.

Een tijd of wat later kwam collega K. aangereden. Ik had hem wel kunnen opeten van geluk. Maar ik zat op een strak tijdschema, want een halfuur later werd ik in Zottegem verwacht bij de lactatiedeskundige. (Ook dat verhaal krijgt u nog)

Ik kon niet anders dan eerst naar huis rijden voor een plas. Anders had ik het nooit overleefd. Ik was dus te laat op mijn afspraak. En voor echt eten, was uiteraard geen tijd meer. Dus ook met honger.

Dus ge staat voor uw deur en ge hebt uw sleutels niet bij. En er zijn er geen in de buurt. Kunt ge het u voorstellen? Mottig jong, serieus.

Deze productie kwam tot stand dankzij K.S., zonder hem was ik niet eens op de pc geraakt in mijn huis.

Posted in Mens erger je niet!, Thuis en al, Want zo ben ik, Werk | 6 Comments

Misschien. Ooit of zo.

Van’t weekend was er hier trouwkoorts. Niet omdat we zelf in het bootje zijn gestapt, maar omdat mijn lief getuige mocht zijn bij het huwelijk van B. en N. En wij bijgevolg in de suite mochten lopen (vreugdedans). Het was een schone dag, waarvan ik  de hoogtepunten graag met u deel.

-          Trouwen is cool. En melig. Ik ben dan ook trots dat ik maar één keer echt mijn zakdoek heb moeten bovenhalen, en dan nog wel toen mijn lief zijn handtekening zette in dat trouwboek in de kerk. Hij deed dat zo goed (ondanks zijn knalrode kop)

-          Chocomousse uitdelen op het einde van de trouwmis is wijs, zeker als het in het thema van de hele dag is, maar ik was een beetje teleurgesteld dat ik er niet van mocht eten (rauwe eieren, weetwel). Ik wou het nochtans, maar ik mocht niet van mijn bezorgde lief. Gelukkig voor mij was er later op de avond het meest indrukwekkende dessertenbuffet dat ik ooit in mijn leven ben tegengekomen. Als ze in Komen Eten spreken over een culinair orgasme, dan gaat het daarover.

-          Mijn lief is een stresskonijn als het over trouwen gaat, veel meer dan ik (die op alle andere vlakken het stresskonijn is). We waren bijna vertrokken zonder zijn kostuumvest zaterdagmorgen, bijvoorbeeld. Hij staat gewoon niet zo graag in de belangstelling, dat lief van mij. En daar zijn wel wat zweetdruppeltjes over gevallen (getuige zijn is een opvallende functie, deuh). Maar het is allemaal goed gekomen, vanzelf.

-          Het was koud. Zo koud. Maar alle prachtig uitgedoste vrouwen kropen meteen in de fleecedekentjes als we op de bruidsbus zaten, en dat schepte ook een band. Voor een keer was ik wel een klein beetje jaloers op het warme kostuum van de mannen.

-          Zit u goed neer? Want mijn lief heeft een speech gegeven! Jaja, een speech, voor al die mensen nog wel. En het was nog wel grappig en al. En goed. En ge kon niet eens zien dat hij het uur daarvoor zeven keer naar de wc was geweest van de zenuwen. Ik was apetrots. (En ook wel cool dat hij mij vernoemd heeft en dat iedereen geapplaudisseerd heeft, ook voor mij. En voor Hugo)

-          Er zijn boertige wijven op deze wereld. Zoals wijven die roepen “Amai, die heeft een dikke buik” als ge van de bruidsbus stapt. Ge kunt u niet voorstellen hoeveel moeite ik gedaan heb om er goed uit te zien met 31 weken zwanger. Kei veel dus. Ook dank aan de mensen die zeer verbaasd kijken als blijkt dat ik niet morgen moet bevallen, maar pas over een kleine acht weken. Sorry.

-          Ik word over het algemeen niet beschouwd als een fuifnummer, maar op zulke feesten ben ik meestal niet weg te slaan van de dansvloer. Ik heb twee slows gedanst met mijn lief (onze derde slow in totaal, nadat we er vrijdagavond nog snel eentje geoefend hadden thuis – hilarisch moment) en eentje met de peter van Hugo. En heel af en toe bij een ander streepje muziek heel kort uit de bol gegaan. Maar vooral veel op de zetel gelegen, die toevallig wel met uitzicht op de dansvloer geparkeerd was. Waarvoor dank.

-          Toen het ochtend was, heb ik drie aangeschoten/zatte mannen in de auto geladen en ermee naar Brugge gereden. De eerste twee minuten hadden ze veel praat, maar de rest van de tijd hebben ze gewoon geslapen. Behalve mijn lief, maar die had misschien nog een klein beetje iets goed te maken na de vrijgezellenavond. Ik spreek uiteraard niet over de volgende ochtend/middag, toen ze er nog frisser uitzagen.

-          Misschien. Ooit. Wie weet. Mijn anti-trouw-lief heeft toch wel al verschillende keren laten vallen dat het zo’n geweldige dag was. Het zou toch kunnen?

Ik had ook nog een vestje, maar dat deed ik af en toe uit. Voor de show, weetwel.

Ja, mijn schoenen zijn van de Flair. En ik was de enige die geen zere voeten had. (Toch niet voor 1u 's nachts)

Toen we van de bus stapten. En ik voor 'dikke buik' werd uitgescholden.

Ja, wij hebben geen rijst meer nodig natuurlijk. Ge kunt niet echt naast de vruchtbaarheid kijken.

Posted in Liefde, Rapporteren | 8 Comments