Maandbrief moeilijktetellen

Liefste Rosalie, 

Het was pas toen iemand me vroeg of ik geen maandbrieven ging schrijven, dat ik me realiseerde dat ik er nog geen had geschreven. Iets wat ik wel trouw voor je broers heb gedaan. Dat het zelfs nog niet in me was opgekomen, zegt iets over hoe woelig je start is geweest. 


Want dit is de eerste maandbrief, maar tegelijk ben je al 4 maanden op deze wereld. Je bent al zes weken thuis bij ons, maar tegelijk ben je gecorrigeerd nog niet eens echt een maand. 


Ik heb de neiging om altijd de hele uitleg te doen als mensen vragen hoe oud je bent. Of als je onderweg de opmerking krijgt “dat is nog een kleintje he”. Want je bent inderdaad nog klein, maar gecorrigeerd ben je eigenlijk best stevig. Ik durf niet te zeggen dat je vier weken bent, maar vier maanden krijg ik ook niet over mijn lippen. Je had een maand moeten zijn, en zo probeer ik naar jou te kijken.


In het ziekenhuis was het zo moeilijk om je moeder te zijn. Ik moest je elke dag achterlaten, ik moest aan de zijlijn staan toekijken hoe andere mensen de regie over jou in handen hadden, ik moest me schikken naar regels en schema’s die mijn hart deden bloeden, ik moest leven op een paar knuffeluurtjes per dag. Ik was bang dat we elkaar nooit echt zouden vinden en dat ik een soort toeschouwer in jouw leven zou blijven. 

foto vzw kleine held – kleine ella fotografie


Maar het veranderde. Toen je bevrijd werd van alle buisjes en draadjes, vond ik mezelf als moeder terug. Als babymoeder. Dat gevoel kwam weer even sterk opzetten als bij je broers, want ik was zelfs niet ongerust toen je de eerste weken niet echt bijkwam. Ik voelde dat het door de gigantische overgang kwam en dat het uiteindelijk wel in orde zou komen. En ik ben blij dat ik van de kinderarts die intuïtie mocht blijven volgen.  Want je weet het misschien al, maar ik kan best koppig zijn. Er is ons heel veel ontnomen in jouw geboorteverhaal, maar ik ging de borstvoeding niet door mijn handen laten glippen. Dat was hard werk en serieus op mijn strepen staan, maar het is wel gelukt. En ondertussen zit je weer mooi op je curve alsof er niets gebeurd is.


Als ik naar jou kijk, zie ik een baby van een paar weken. Je doet so far alles wat je moet doen. Je kan je hoofdje opheffen, je wordt rustig als wij (maar ook je broers) in de buurt zijn, je kan de boel mosterdgeel onderkakken en van de nachten een langgerekte foute party maken. Alles wat een baby hoort te doen. 


Ik heb het gevoel dat jij ons ook altijd al herkende, maar nu wel nog een level hoger bent gegaan. In het ziekenhuis sliep jij immer als een roosje, had je de helft van de tijd geen zin om voor je eten te werken en lag jij probleemloos alleen in een bedje. 


Those days are over. Jij wil bijna altijd iemand voelen. Jij slaapt meestal gewoon op mij. Mijn rug, nek en schouders protesteren een beetje, maar voor de rest geen probleem. We hebben zo-veel in te halen. Elke dag vlamt de angst mij wel een paar keer rond de keel, dat de schade van drie maanden ziekenhuis en zo’n fragiele start, emotionele en sociale littekens zal opleveren die we niet meer kunnen oplossen.


Maar je reageert heel goed op ons. Je kan enorm geconcentreerd rondkijken. Hier en daar kunnen we al een lachje onderscheppen. Je broers zeggen het wel honderd keer per dag. Dat je toch zo schattig bent. 


Dat klopt helemaal. Een brok schattigheid. Geen idee welke kant jouw verhaal zal opgaan, maar er staat een geweldige crew aan de zijlijn om je zo ver mogelijk te brengen. 
Met ‘ver’ bedoel ik gelukkig. Maar voorlopig vooral schattig. En ik weet dat je het over elk kind kan zeggen, maar in jouw geval toch nog meer een feit: wat een wonder. 


Welkom thuis wonder. 

Posted in Dotje | 4 Comments

Negen.

Het is een traditie die ik het liefst nog honderd jaar kan verderzetten. Op de dag dat het allemaal begon even stilstaan bij ons. Bij de entiteit. 


Helaas is wat ik vorig jaar schreef vandaag nog van toepassing, het lot trakteerde ons nog eens op een annus horribilus.  Maar gelukkig is wat ik vorig jaar schreef vandaag ook nog altijd waar: de entiteit staat nog altijd recht. Wij en jij en ons is liefde. (Voor) altijd.


De kracht en liefde die jij vanaf de allereerste seconde getoond hebt voor Rosalie, was fenomenaal. Ik zat daar elke dag uren naast haar bedje, maar jij ook. Elke avond. Na een lange werkdag, nog een lange avond bij je dochter. 


Ik zag veel moeders in het ziekenhuis, maar ik zag helaas veel minder vaders. Ik zag vaders in het ziekenhuis, maar ik zag veel minder actieve betrokkenheid en durf. Ik zag jou. Een man met het grootste hart, met een onuitputtelijke stroom liefde voor zijn kroost. 


We hadden elkaar makkelijk kunnen verliezen in de storm. We zagen elkaar amper, omdat we gesplitst tussen ziekenhuis en thuis door het leven gingen. We hadden makkelijk een andere kant kunnen uitdrijven, maar we hielden allebei met de laatste energiehalm vast aan de sloep. 


Want in die boot zit alles wat ons lief is. Hoe we elkaar plagen, hoe onze kroost ons op sleeptouw neemt, hoe jouw ogen mij nog altijd kunnen opeten, hoe onze families vervlochten zijn, hoe wij onszelf kunnen zijn bij elkaar, hoe wij met ons vijf in het leven staan, hoe humor het bootje waterdicht houdt. 


Volgend jaar een decennium, dus er wordt volop gespeculeerd en gegrapt over de volgende stap. Maar na alles maakt alles niet meer uit. Alleen wij en ons, en jij en ik. En ons.

We zijn vertrokken met een speedboot, maar ondertussen is het een schip geworden. Met onze drie schatten die meedrijven. Met soms snijdende wind en storm op zee, met lieflijke baren, met zacht kriebelende schuimkoppen.

Vaar je met mij mee, tot aan de einder en verder?


Posted in Liefde | 5 Comments

Nieuw.

Wat. Een. Jaar.

We begonnen compleet neergeslagen aan 2019, nog happend naar adem na de plotse dood van mijn broer. In die storm startten we een groot verbouwavontuur, we woonden meer dan een halfjaar met ons viertjes in camping living. Als dat lukt op een moment dat je geen miligram reserve hebt, weet je dat je goud in handen hebt met je gezin.

Het was niet makkelijk om te blijven rechtstaan, maar gaandeweg vond ik toch helemaal mijn draai in mijn nieuwe job. Ik kan er niets aan doen, maar die studenten zijn nogal snel in mijn hart gekropen. Wat een heerlijk gevoel om de liefde voor radio – die zo diep verankerd zit in mijn ziel – te kunnen delen met de jeugd. Er is geen groter compliment dan hen te zien groeien.

De uitzending van Twee tot de Zesde Macht leverde niet alleen 5000 euro op, maar nog een veel groter cadeautje. Een heel jaar lang werd ons verteld dat kinderen krijgen niet meer mogelijk was, maar plots zat ik met een positieve test in mijn handen. De start was heel angstig, maar we kregen vertrouwen.

De zomer was fantastisch. Eindelijk ruimte om een klein beetje te bekomen van alles (wat tegelijk ook voor harde klappen zorgde), genieten van elkaar en van mijn groeiend buikje. We waren zo blij! Een lichtpuntje in de duisternis.

Een klein beetje bloedverlies was de aankondiging van een vreselijke rollercoaster die ons hele jaar kleurde. Een hele nacht lang namen we afscheid van ons meisje, om tegen de ochtend ergens hoop te vinden en van pad te veranderen. Na 8 dagen platliggen, veranderde op zondagmorgen 15 september alles. Plots was Rosalie daar, veel te klein en zo fragiel. 82 dagen lang leefden we op dezelfde vierkante meter ziekenhuis, gesplitst en uitgewrongen tussen UZ Gent en de Ooievaarstraat.

We leerden onze echte vrienden kennen, we vielen in een warm net van familie en liefde, we werden overspoeld door fantastische onbekende mensen die meeleefden, over het hele land. Dat gaf ons kracht om door te gaan.

Rosalie is een wonder. Dat is elk kind, maar zij verslaat vlotjes nog wat onmogelijke statistieken. Sinterklaas bracht een fantastisch cadeau dit jaar, want we wandelden eindelijk uit het ziekenhuis. Dit keer niet met een dichtgeknepen keel van angst en verdriet, maar met onze dochter.

Ons gezin is compleet. We zoeken naar het evenwicht met drie kindjes en een “pasgeborene”, in de normale chaos van slaaptekort en gezellige drukte. We proberen de scherven op te rapen en het hele verhaal ergens een plaats te geven. Het is nog lang niet ten einde, maar de toekomst ziet er een stuk rozer uit dan we op 7 september konden hopen.

Het is verleidelijk om te dromen voor 2020, maar we gaan die boot laten passeren. Een “gewoon” jaar zonder tonnen heftigheid, dat zou al heel wat zijn. De kans krijgen om helemaal op adem te komen, de mogelijkheid krijgen om onszelf weer terug te vinden. Ik wil graag weer mezelf worden, want ik ben onderweg veel kwijt geraakt.

Ze ligt op mijn schoot, terwijl ik dit schrijf. De jongens hangen ook ergens rond mij. We leunen allevier tegen de meest fantastische man van de wereld, mijn lief.

We kijken naar 2020. Zonder verwachting, met een klein hartje maar ook vol dankbaarheid. Voor de geweldige mensen in ons leven, voor de warmte en de liefde die we mochten voelen. We doen heel hard ons best om van zelfs bij de donkerste momenten, positieve uitlopers te vinden. Want als verdriet 1 ding kan, is het mensen dichter bij elkaar brengen. We zijn dichter dan ooit.

De grootste levensles uit de afgelopen twee verschrikkelijk zware jaren: liefde is alles.

Elke dag van elk jaar.

Het beste voor 2020. Maar vooral, veel liefde.

Posted in Uncategorized | 5 Comments

19 december.

Ook al wordt maar 5% van de kinderen op de uitgerekende datum geboren, het is toch een moment waar je negen maanden naar uitkijkt. Een normale zwangerschap duurt tussen de 38 en de 42 weken, dus in principe heb je een hele maand waarvan één dag dé dag kan zijn.  Maar die ene dag schept toch bepaalde verwachtingen.

Felix kwam een week later, Basiel drie dagen na de uitgerekende datum. Ik ging er dus in mijn achterhoofd vanuit dat ons meisje mogelijks wel eens een kerstkindje kon zijn. Ik zag het al helemaal gebeuren dat er dan een krant of televisieploeg op materniteit zou staan, en dat Tom weer serieus met zijn ogen zou rollen. Anekdote: toen we thuiskwamen met Felix, stond er een halfuur later een ploeg van Het Journaal in onze living om een reportage te maken over dikke baby’s. Felix was in proportie (dus niet meteen dik) maar met zijn 4,7kg en 56,5cm wel een enorme reus.

Elk kind is een wonder, maar dit exemplaar tart toch wel alle verbeelding. Ik kon eigenlijk niet meer zwanger worden, maar zij geraakte toch ingenesteld. De zwangerschap op zich was echt al een mirakel. Toen daarna het noodlot toesloeg met een vroeggeboorte op  de grens van 26 weken en 3 dagen, sloeg dit wonder er zich wonderwel doorheen.

Een parcours op NICU is hels, loodzwaar en met bergen angst. Maar eigenlijk spartelde Rosalie zich daar enorm goed door. Ik vraag me vaak af wat er gebeurd zou zijn als na drie weken geen verkoudheidsvirus had opgeraapt, want dat was veruit de grootste hobbel in de weg. Dat heeft haar zwaar onderuit gehaald, maar ze is wel opgeknapt. Het rhinovirus heeft ons langer op intensieve zorgen gehouden, langer aan de zuurstof en de ademondersteuning, maar wel met een duidelijke oorzaak. Er kunnen heel wat andere moeilijkheden passeren op die afdeling, trust me.

Het was een verschrikkelijk lange en moeilijke weg, maar we hebben vertrouwen als de dokters zeggen dat het bijna een vlekkeloos parcours was voor zo een extreme prematuur. Een wonder dat kind, alweer. Wat de toekomst ook brengt voor haar, nu doet ze het goed.

Vandaag is een speciale dag, want vandaag is de uitgerekende datum. Vanaf vandaag beginnen we gecorrigeerd te tellen vanaf nul. Uiteraard is ze al drie maanden oud, maar naar ontwikkeling is ze een pasgeboren baby.

We zijn ondertussen bijna 2 weken thuis. Op wat normaal gezien mijn laatste werkdag zou zijn, trokken we na 82 dagen de deur van het ziekenhuis achter ons dicht. 90 dagen met mijn opname erbij. Drie maanden die elke dag uit dezelfde ziekenhuismuren bestonden. Drie maanden in een soort parallel universum zonder enige rust.

De laatste week verhuisden we naar het ziekenhuis waar ik normaal gezien met weeën een kind op de wereld had geduwd. Na twee dagen op neonatologie lieten we daar alle monitors achter ons, om volledig te vertrouwen op de natuur. En op elkaar.

In het ziekenhuis was ik niet de baas over mijn eigen kind, wat een aartsmoeilijk proces is. Zeker als er dingen gebeuren die niet stroken met je moedergevoel. Ik voelde op het einde steeds meer wrijving met het strakke ziekenhuisritme, wat nodig was maar tegelijk de grootste hindernis om op eigen benen te staan.

Ik ben blij met het ‘cadeau’ dat we twee dagen op materniteit mochten doorbrengen. Twee dagen om elkaar echt te leren kennen, twee dagen het gevoel hebben dat die vreselijke periode toch ergens rondgemaakt kon worden met een normaal zwangerschapseinde. Op materniteit.

Daar vond ik mijn moedergevoel terug. Ik had de disconnectie van neonatalogie echt nodig om weer op mezelf te durven vertrouwen. Dat lukt ondertussen goed.

Sinds we thuis zijn, klopt het weer. Ook al is het mentaal enorm geschift om niet pas bevallen te zijn en toch een pasgeboren baby te hebben. Alles is zoals het moet zijn, de onderbroken nachten incluis. Maar ik sleep geen bevalling meer achter me aan. Fysiek is dat uiteraard een voordeel, maar mentaal is dat echt zware koek. Allemaal voer voor een postnatale depressie, maar voorlopig gaat het wel.

Het is heftig, maar het is ook zalig. We zijn thuis! Thuis! Samen!

Eindelijk compleet, eindelijk verlost van de verscheurdheid in ons gezin. We kunnen gewoon samen zijn, we hoeven ons niet meer op te splitsen en in zeven bochten te wringen. De kraamtijd is begonnen.

Dat brengt een zekere stress met zich mee, want daarmee is de einde van mijn moederschapsrust ook bepaald. Twee maart volgens de wet, terwijl Rosalie ten vroegste in september naar de crèche kan (jaaaa! We hebben een plekje!), maar vooral medisch MAG. We lopen ondertussen nog gemiddeld één keer per week langs het ziekenhuis voor controles, en krijgen bezoek van onze heerlijke vroedvrouw. Voorlopig doet  ze het goed, maar ze is wel wat van haar curve gedonderd sinds de sonde-vetmesterij is gestopt. Maar voor de rest is ze alert, plast goed en drinkt als een natuurtalent. Ze heeft al wat vaccinaties overleefd en we voelen haar elke dag nog beter aan. En zij ons ook. Dus ja, het gaat goed.

Vandaag is de uitgerekende datum. We zouden een decemberbaby krijgen, maar zullen haar eerste verjaardag nu op de drempel van de zomer en de herfst vieren. We vechten om die hele periode achter ons te laten en met vertrouwen naar de toekomst te kijken. Zoals zij gevochten heeft om hier te zijn, bij ons.

12 weken ziekenhuis. 26 weken zwangerschap. 40 weken-datum. 2 weken thuis. 3 maanden Rosalie.

Maar vooral: compleet met ons vijven. Helemaal compleet.

Posted in Dotje | 24 Comments

Vier seizoenen.

Ik kreeg in de namiddag telefoon dat hij vermist was. Iedereen was ongerust, met een vreemd voorgevoel. Een paar uur later kwam het fatale nieuws. Hij was gevonden, maar tegelijk voor altijd verloren. 


De periode tussen die telefoon en de uitvaart kan ik alleen maar omschrijven als een haarscherpe waas. Sommige details kan ik seconde per seconde herbeleven, maar de chronologie is vaak weg. Net als bepaalde delen, die alleen nog een plekje hebben in mijn onderbewustzijn.


We zijn een jaar verder. Twaalf maanden. Vier seizoenen. We hebben alles doorlopen, we hebben alles voelen prikken en snijden. De roes is weg, maar voor de rest wordt de leegte alleen maar tastbaarder. Leger. Groter. 


Ondertussen is zijn huis leeg, zijn spullen verdeeld of blijven staan. Tom heeft bijvoorbeeld een paar kledingstukken overgenomen en het is een fijn gevoel om die gedragen te zien worden. Of ik ook iets wilde? 


Eigenlijk niet. Tot ik de oude nummerplaat zag staan, van onze gemeenschappelijke auto. Een vuurrode, toen al bejaarde Hyundai Scoupe. Met een officiële naam: “De Johnnycar”. Het enige dat we ooit echt gedeeld hebben, en veel ruzie om hebben gemaakt. Omdat ik hem altijd netjes voltankte met mijn studentenbudgetje, en jij hem altijd netjes leeg reed. 


Ik weet niet wie je bent. Ik weet niet wie je was. Ik weet niet waarom. Mijn beste en meest recente herinnering is het nieuwjaarsfeest richting 2018, waar we tot ‘s morgens bleven praten. Wij, de drie kinderen. Jij, mijn zus en ik met partners. En zeker 6 flessen rosé. Het was een soort van atypische avond, maar wel heel gezellig.


Ik weet niet waarom. Je hebt nochtans lange brieven geschreven, maar ik werd er niet wijzer van. Ik blijf de film afspelen, honderd en duizend en tienduizend keer opnieuw. Ik schend ook je vraag om hier niet over te schrijven, maar te zwijgen. 


Dat is lelijk, verkeerd, fout en vanalles van mij. Maar het is ook een overlevingsstrategie. Want ik ben wel zeker dat jij nooit hebt kunnen inschatten wat voor een ravage jouw stap zou aanrichten. Wij moeten voor de rest van ons leven brokken en puin ruimen. 

Dus nee, ik zwijg niet altijd.

Omdat ik ook moet overleven. Omdat ik de verantwoordelijkheid heb om er voor mijn kinderen te zijn, en dus ergens een coping mechanism nodig heb. Schrijven, ventileren, it keeps me straight. And up.


We zijn een jaar verder. Twaalf maanden. Vier seizoenen. We hebben alles doorlopen. Het prikt, het snijdt, het keelt, het wringt. De roes wordt harde realiteit, die in golven hamerhard toeslaat. 


De leegte wordt steeds tastbaarder. Groter. Zwaarder. De vragen worden steeds dieper en wanhopiger. De dagen zijn soms met zon, maar altijd met een donkere rand. 


Een jaar. Twaalf maanden. Vier seizoenen. 


Nog altijd even hard dood. 

Posted in Liefde, Want zo ben ik | 14 Comments

Wereldprematurendag.

Ik had er al van gehoord. Ik kende ook het facebookkadertje dat je die dag over je profielfoto kan schuiven. Ik ken van ver en iets dichterbij een aantal mensen met te vroeg geboren kindjes van-ergens-in-de-30-weken. Ik had wel al eens wat  gelezen en gezien over neonatologie, maar eigenlijk was het (gelukkig maar) een ver-van-mijn-bed-show.

Dat veranderde abrupt op 15 september, toen ik op twee minuten tijd een meisje op de wereld duwde dat eigenlijk nog drie maanden in mijn buik had moeten zitten. Nog maar net de grens gepasseerd dat er wettelijk sowieso zorgen worden toegediend aan een pasgeborene, met 26 weken en 3 dagen. 

Iedereen stapt ongewild de premature wereld binnen, want niemand wil zijn baby op een intensieve afdeling achterlaten in plaats van in je eigen veilige armen op materniteit of thuis. Maar vooral, het is niet zomaar een kwestie van “dan maar verder groeien buiten de buik.” Want elke dag langer in die topomgeving van een baarmoeder, is een dag gewonnen. Elke dag daarbuiten is er voor 37 weken dus ook eentje verloren.


Een baby is eigenlijk al heel snel “af”. Het tien-vingers-en-tien-teentjes-verhaal is nogal vlug  afgerond. Maar vanbinnen moet er op dat moment nog zoveel gebeuren! Bepaalde dingen daarvan kunnen nooit ingehaald worden bij een vroeggeboorte, of grote schade nalaten. Het is dus echt niet zomaar een kwestie van groeien, het onzichtbare bloeien is van nog veel groter belang. 


Rosalie is een extreme prematuur, haar longen waren nog lang niet klaar voor de wereld. Ik kreeg nog drie spuiten longrijping – gelukkig – maar dat volstaat uiteraard niet. Ze hebben ook hulpmiddelen uitgevonden, zoals beademing, CPAP, BPAP en een neusbril. Geweldig dat die dingen bestaan, maar er is ook een keerzijde. Want die toegediende zuurstof is nodig, maar heeft ook schadelijke effecten. Zo kan het haar ogen aantasten en maakt het haar tot chronisch longlijder. Met andere woorden: wij gaan nog lastige winters tegemoet. Onder andere.


Rosalie is een extreme prematuur, haar immuniteit is onbestaande. Dat wordt allemaal meegegeven in het derde trimester van de zwangerschap, iets wat zij volledig gemist heeft. Haar weg op neo is voorlopig vrij rechtlijnig, maar een stom verkoudheidsvirus heeft haar wel volledig onderuit gehaald begin oktober. Ze heeft drie weken nodig gehad om daarvan te herstellen en deed het ene alarm na het andere. Premature kindjes hebben geen immuunsysteem. Iets wat ik een beetje probeer te compenseren met borstmelk, maar dat blijft in haar geval een aanvulling op een onbestaand basissysteem. Met andere woorden: zij kan mogelijk het eerste jaar (of langer) niet naar de opvang. Onder andere.


Rosalie is een extreme prematuur, haar hersenen waren nog in volle ontwikkeling toen ze geboren werd. Die evolueren verder buiten de baarmoeder, maar geen mens weet hoe. Dat vind ik persoonlijk ook het moeilijkste vraagstuk: wat zal ze er mentaal aan overhouden? Een achterstand sowieso, maar eentje die ze nog kan inhalen of niet? Een leerstoornis, motorische problemen, zintuiglijke issues, autisme…Er is geen glazen bol, het is afwachten. Met andere woorden: onzekerheid op elk level. Onder andere.

Kan het ook zijn dat ze er helemaal niets aan overhoudt? In theorie kan dat, maar de statistieken werken wat tegen. Maar het kan echt en wij hopen daar heel erg op. Al is een prematuur sowieso enorm kwetsbaar en dat verhaal stopt helaas niet bij ontslag uit het ziekenhuis. Misschien begint het dan pas zelfs? De chille moeder die ik was, wordt linea recta naar de prullenbak verwezen want je mag haar gewoon niet behandelen als een ander kind. Ook als ze haar uitgerekende datum bereikt en er helemaal uitziet als een ‘normale’ baby, ze is dat niet. Ze zal dat nooit zijn.


Als je kindje op neo ligt, verdwijn je zelf van het toneel. Je wereld beperkt zich tot ziekenhuismuren. Als je op dat moment ook nog andere kinderen thuis hebt, hol je continu achter de feiten aan. 

Ik probeer het beste van mijzelf te geven aan de kolfmachine en sinds kort ook met mijn borsten in hoogsteigen persoon. We proberen allebei zoveel mogelijk om haar dicht bij ons hart te laten bloeien. Buidelen, kangoeroeën, knuffelen…hoe je het ook noemt – uit elk onderzoek komen gigantisch veel voordelen naar voren voor kind en ouders. Het is een ontwikkelingsboost, als we de wetenschap mogen geloven (and we do). 


Maar het went nooit, ook niet na 57 dagen, om je baby achter te laten in een koud ziekenhuisbedje. Om nooit meer met je hele gezin samen te kunnen zijn. Om altijd ergens tekort te schieten, omdat je jezelf niet in twee kan splitsen. Het is ook moeilijk om te begrijpen hoe het voelt als een zwangerschap veel te vroeg uit je schoot wordt gerukt. Maar ik zal het u zeggen: kei hard. Het is een recept voor postnatale depressie.


Ik had ook geen idee wat ouders van een prematuur (of dysmatuur of ziek) kindje moeten doorstaan. Maar het is de hel. Ik hoop met heel mijn hart dat je het nooit hoeft mee te maken. Het is fantastisch dat ze in de geweldige zorgen van het UZ Gent is , maar tegelijk is het zo moeilijk om niet ‘baas’ te zijn over je eigen kind. Om haar op twee maanden tijd nog maar een paar seconden zonder draden en buizen te hebben gezien. Om op je vingers getikt te worden als je als ouders samen nog even een derde bezoeker binnenbrengt. Want we worden al constant uit elkaar gerukt, in so many ways.


Rosalie is nu bijna 35 weken. Er wordt dus nog steeds geteld alsof ze in de buik zou zitten, waar ze eigenlijk nog altijd hoort. Dat blijft zo, er wordt nog jaren gerekend met haar gecorrigeerde leeftijd.  Dat is dus de leeftijd die ze zou hebben als ze gewoon op tijd geboren was. Gewoon.

Ondertussen tellen wij af naar een onbekend moment. Dat doen we in de armen van het fantastische NICU-personeel, gedragen door onze omgeving, verwarmd door de vele kaartjes, berichtjes, cadeautjes en ovenschotels die onze voordeur bereikt hebben. Maar het blijft nog altijd onzekerheid troef.

“Kunnen we iets doen?”, is een fijne veelgestelde vraag. Wij hebben enorm veel deugd van al die maaltijden, praktische hulp voor de kinderen, lieve woorden en zoveel meer. Maar je kan ook echt nog iets doen voor de mensen die na ons komen. Want hoe graag ik ook zou willen dat het nooit meer iemand zal overkomen, dat is helaas iets te utopisch gedacht. We hebben onderweg een aantal initiatieven leren kennen, die echt mooie dingen doen voor neokinderen en hun ouders.

  • vzw Kleine Held: zij zorgen voor een vrolijk pakketje op prematurenmaat met een speciaal rompertje, dekentjes, couveusevlaggetjes en een mutsje.
  • vzw Kleine Ella: zorgt voor een gratis fotoreportage op neonatologie van ouders en baby.
  • vzw Dappere B-engeltjes: dat is de vzw van UZ Gent zelf. Zij hebben onder ander de ouderlounge mogelijk gemaakt, waar je als neo-ouder heel even een klein beetje kan ontsnappen.
  • vzw Boven De Wolken: Legt vast wanneer je los moet laten. Fantastisch initiatief dat een fotoreportage aanbiedt bij kindjes die het niet halen. Op die manier heb je een blijvende herinnering, wat zo verschrikkelijk belangrijk is voor de toekomst na een sterrenkindje.
  • vzw Eleonoor: kookvrijwilligers leveren in de eerste week na het overlijden van je kindje simpele maaltijden aan huis, zodat je je daar niets van hoeft aan te trekken (rouwkost, dat verwarmt het hart echt)

Ik vergeet waarschijnlijk nog initiatieven, maar deze heb ik de laatste weken van iets dichterbij ‘mogen’ leren kennen. Het is mooi wat ze doen, het helpt echt op moeilijke momenten.

Ik weet dat de Warmste Week binnenkort stikt van de fantastische initiatieven die allemaal jouw steun kunnen gebruiken. Er zitten daar nog enorm veel dingen tussen die ik een warm hart toedraag, maar gezien de omstandigheden wil ik toch even ‘reclame’ maken voor de neo-initiatieven.

En tegelijk ook even voor Wereldprematurendag, op 17 november. Ik kan alleen maar hopen dat door ons verhaal te vertellen, er een klein beetje meer uitleg en begrip komt voor kindjes die veel te vroeg in het leven (moeten) stappen. Voor kindjes die het niet halen. Voor pasgeborenen die lang of kort te ver van hun ouders moeten verblijven.

Want geloof me, elke nacht is er eentje te veel voor een ouderhart. Wij zitten ondertussen aan nacht 58 en hebben nog geen zicht op een einddatum. We hopen en dromen, maar weten niets. Die onzekerheid is enorm slopend.

Dus denk op 17 november eens aan alle kwetsbare prematuren en hun even kwetsbare ouders en familie. En als het een ver-van-je-bed-show is, knijp dan gewoon eens even in je arm.

Want elke dag dat je pasgeboren kindje op neonatologie ligt, is er eentje te veel.

Posted in Dotje, Er zijn zo van die dingen, Kind en gezin, Liefde | 42 Comments

Zout.

Ik zat alleen in de auto. Dat op zich was al heel lang geleden, ik ging de jongens halen die een dagje bij vrienden waren geweest. De radio stond aan.  De muziek kwam binnen, hard.


Het is deels bewust, maar even goed half onbewust gebeurd. Ik heb muziek zachtjes uit mijn leven gebannen. Omdat het te pijnlijk was, omdat het zout in een open wonde was.


Omdat ik na twee noten weer mentaal in een radiostudio kan staan, waar ik altijd diegene was die tussendoor de volumeknop gigantisch open draaide om luidkeels mee te zingen. Ik kon me soms echt verlekkeren op mijn playlist, en had geen gespeeld enthousiasme nodig voor bepaalde nummers. Ik amuseerde me te pletter in de radiostudio. Maar toen dat van me werd afgenomen, doofde ik ook een beetje mijn liefde voor muziek. Ik haalde het zout uit de wonde. 


Omdat ik bij het horen van Spiegel van Tourist Le MC steevast de tranen over mijn wangen voel bengelen. Omdat hij zelf een muzieklijstje had meegegeven in zijn afscheidsbrief, en dat nummer – en de anderen – echt fysiek pijn doet om naar te luisteren. Om die toevallige klank- en tekstbotsingen te vermijden, ging ik muziek meer en meer ontwijken. Ik haalde het zout uit de wonde.


En daar zat ik in de auto, gepakt mee te zingen met Damian Rice. Hij heeft iemand bedrogen in de song, dus de tekst was zelfs niet van toepassing. Maar toch hakte die er in. Want misschien heb ik mezelf wel bedrogen door muziek te bannen?

 
Dat gaat ook nooit helemaal natuurlijk. Muziek is overal. En beide wonden zijn voor de buitenwereld niet eens meer zichtbaar, maar voor mij zelfs nog niet eens gestelpt. Maar misschien is het wel niet helemaal eerlijk om muziek in een hoekje te duwen. Misschien zijn de emoties die muziek kan losmaken, te belastend om ook nog op mijn rug te nemen. Misschien zoek ik excuses voor muziek. Want het is niet de dat de liefde voor muziek weg is.

Misschien is het tijd om er weer het zout op mijn patatjes van te maken.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 6 Comments

Stapelgesprek.

Ze moesten eigenlijk al slapen. Ik ging naar boven om was in de kast te leggen en was op de trap getuige van een geanimeerd broergesprek. Ze hadden mij en mijn wasmand niet gehoord, dus ik sloop stiekem nog wat dichterbij. 


Er gingen grapjes over en weer tussen het bovenste en het onderste stapelbed, maar plots ging het gesprek een serieuzere kant op.


Onze twee jongens hangen serieus aan elkaar, maar hebben helaas niet op hetzelfde moment speeltijd. Een schooldag is net te lang om elkaar te missen, dus proberen ze bij de wissel snel een dikke knuffel te stelen. Vooral Felix heeft daar een enorme nood aan en kan flink verdrietig zijn zonder die middagse omhelzing.  Die dag was het misgelopen. Dus bedachten ze samen een plan, voor als het knuffelmoment nog eens zou mislukken. Basiel vertelde dat Felix gewoon naar zijn klas mocht komen. 


“Nee, je moet echt geen schrik hebben. Dat zijn mijn vrienden. Die gaan je niet uitlachen.” 

“Weet je Basiel, E. die vindt mij zelfs schattig.” 


“Ja, en ook O., T. en D. vinden je heel lief. En de rest ook hoor. Kom de volgende keer gewoon naar mijn klas en dan geven we daar een knuffeltje?” 


Ik stond aan de deur te luisteren en mijn hart was veel te klein. Hun gezellige gebabbel was te schattig voor woorden, maar ook de inhoud was zo puur. Het zijn moeilijke tijden voor ons allemaal, ook voor hen. En ook al zijn ze nog maar 4,5 en 7, ze zoeken echt troost bij elkaar. Ze weten nu al dat nabijheid en knuffels een grote opladende kracht hebben. Slimme, warme kerels. 


Daar aan de deur van hun slaapkamer rolde er een traan over mijn wang, terwijl ik tegelijk probeerde om zo stil mogelijk te giechelen. 


Om mijn slimme, warme kerels. Die hopelijk ook plannetjes zullen beramen om hun kleine zusje (*ooit*) de nodige knuffels te bezorgen. 

Posted in Basiel, Felix, Kind en gezin, Liefde | 10 Comments

36.

Allerliefste,


Als alles anders was. 


Dan zouden wij nu je verjaardag vieren met een weekendje Leuven. Het zou een babymoon worden, om ons jaarlijks romantisch minitripje naar de zon te vervangen gezien mijn hoogzwangere toestand. Ik stelde me op voorhand voor dat we daar samen zouden gaan shoppen voor een allereerste outfit voor onze dochter. Die ongeveer twee maanden later zou komen. En gezellig gaan eten. Nog eens ongestoord genieten van elkaar.


Als alles anders was. 


Dan had ik een cadeautje voor jou. Maar nu zal je verjaardag een beetje verloren gaan in het ziekenhuis. Het is zoals het is liefje, het spijt me allemaal zo. Ook al besef dat ik er op zich niet veel aan kan doen, het is wel mijn lijf dat faalde en ervoor zorgde dat het huisje van Rosalie het begaf. Sorry.


Alles alles anders was. 


Dan zouden sommige dingen nog altijd hetzelfde zijn. 


Misschien zou ik ook wel geen echt cadeautje hebben om uit te pakken, omdat ik niet zo’n uitgekiend systeem heb om bij elke inval voor een geschikt presentje dat ook ergens bij te houden. 


Misschien zou ik dus ook alleen maar woorden hebben, zoals nu.

Misschien zou ik alleen maar liefde hebben, zoals nu. 


Dat verandert namelijk niet, ook als alles anders was. De liefde. De bakken, stromen, kilo’s liefde.  We gaan van orkaan naar storm naar windhoos. En altijd sta jij daar, als onze vuurtoren in wilde zee. Ik weet niet wat ik zonder jou moet beginnen. Ik steun en leun en verdrink in jou, maar hoop tegelijk ook dat ik hetzelfde voor jou kan zijn. Voor de entiteit.

Voor ons. Allemaal.
Voor jij en ik. Voor jarige jij. 


Ik heb eventjes alleen maar woorden liefje. En liefde, dieper dan de oceaan. 


Gelukkige verjaardag.


Je liefje 

Posted in Liefde | 9 Comments

(On)telbaar

2: Het aantal weken dat Rosalie niet meer in mijn buik zit. De tijd dat we ons verdelen tussen thuis en het ziekenhuis, tussen twee niet-verenigbare werelden. Tegelijk mag je niet zeggen dat ze twee weken oud is, want haar leeftijd is eigenlijk 28 weken + 3 dagen. Als alles anders en juist was geweest, had ze nog zeker 9 weken in mijn buik moeten zitten.

125: Zoveel keer heb ik so far het beste van mijzelf gegeven aan de Medela Freestyle of met de hand. Kolven, de activiteit die mijn leven sinds 15 september in blokjes van twee tot drie uur verdeelt en van mijn borsten don’t-touch-zone maakt. Telkens goed voor een halfuur tot drie kwartier, met afwassen en steriliseren bij. De afgelopen twee weken ben ik daar dus al ongeveer 70 uren mee zoet geweest, dag én nacht.

1: De belangrijke eerste kaap van 1kg die Rosalie deze week overschreden heeft, vooral dankzij bovenstaande krachtvoer. Voor mij is er absoluut geen andere weg, hoe zwaar dat kolven me ook valt. Elke vezel in mijn lijf wil gewoon een baby aanleggen, maar voor zo’n kleintjes is het onmogelijk om te slikken én ademen tegelijkertijd. Op dag twee begonnen we met 1ml colostrum via de maagsonde, ondertussen krijgt ze al 14ml moedermelk per keer (10 keer per dag). Vanmorgen stond de teller op 1060g, wat toch al 100g boven haar geboortegewicht is. Way to go girl!

48: Het aantal huilbuien die mij al overvallen zijn. Soms ontsnapt er een stille traan uit mijn ooghoek, maar vaker is het een complete overstroming. Onbedaarlijk, intens, hard en pijnlijk.

12: Zoveel keer konden we al knuffelen. Het is altijd het hoogtepunt van mijn dag als dat blote hoopje fragiele dochter op mijn borst wordt gelegd. We blijven minstens een uur, maar nog vaker veel langer gezellig liggen. Zij wordt er rustig van, mij geeft het meestal een energieboost. En papa is even enthousiast, die gaat ook dagelijks langs voor zijn portie skinnen. We proberen dan in onze cocon te verdwijnen, tussen alle schrijnende verhalen en rinkelende alarmen.

13: Het is een ruwe schatting, maar ik geloof dat er al minstens zoveel maaltijden in onze diepvries beland zijn. Meestal met liefde en gecoördineerd door i., of gewoon door babysits in de frigo gezet. Het lukt ons ook helemaal niet om te koken of daarmee mee bezig te zijn, want er lijkt voor helemaal niets ruimte. Dus bedankt voor deze troostkost, zonder hadden we echt alleen maar brol gegeten. Nu ook al veel, maar toch één maaltijd per dag dankzij al die lieve mensen van ver en dichtbij.

9: Zoveel nachten heb ik al in een ander gebouw moeten slapen dan mijn dochter. Vijf kilometer verder. Ik naast mijn lief, zij in een verwarmde couveuse tussen andere zieke kindjes. Ze krijgt daar de beste zorgen, maar je kind structureel achterlaten is iets wat helemaal niet went. Niet. Nooit.

6: Een impressie van de bloemenwinkel in onze living. De post die bijna elke dag arriveert, is een heerlijk lichtpuntje. Soms boeketten, soms kaartjes, soms kleine en grote cadeautjes. We ontvangen ze allemaal met open armen. Het is altijd even goed voor een aaitje over ons hart. Oooh internet, wat kunnen jullie zo warm zijn. Bedankt, bedankt, dankuwel.

245: De “ik zie je graag”s die hier over en weer vliegen. Het is donker en hard, maar we hebben elkaar. En ook twee jongens die voelen dat de situatie hier (alweer) heel zwaar is en ons zoveel mogelijk troosten. Tegelijk proberen wij het leven voor hen zo normaal mogelijk te laten verlopen. Maar normaal, wat is dat nog?

70: Zoveel fietskilometers heb ik al in de benen om mijn dochter te gaan bezoeken. Ik ben ook al eens met de tram geweest en de uitzonderlijke keren dat Tom en ik samen kunnen gaan, nemen we meestal de auto. Zodra de jongens naar school zijn, spring ik op mijn fiets voor een lange dag in het ziekenhuis. Eenzaam, maar ook dicht bij haar.

67: Harde euro’s die ik zaterdagavond in grote paniek in de Brico uitgaf aan muizenvallen. Een halfuur eerder had ik er eentje ontdekt in de badkamer beneden. Ik weet dat het beest me eigenlijk niets kan maken, maar toch ben ik panisch. Deze middag liep ze gelukkig eindelijk in de chocoladeval, en kan ik met een bang hartje opnieuw thuis naar het toilet gaan. (Hoe de afgelopen nacht is verlopen, dat wilt ge niet weten. Echt niet.)

115: Mijn handen liggen open van ze zo vaak te ontsmetten. Het infectiegevaar loert om elke hoek, dus moet je wassen, schrobben en ontsmetten. Verschillende keren per dag, bij elke handeling eigenlijk. Het is bijtend voor je vel, zoals de situatie bijtend is voor je hart.

3: Zoveel maanden is ze te vroeg geboren. Zoveel maanden zal ze nog minstens in het ziekenhuis moeten doorbrengen. Om dan – hopelijk – te mogen beginnen aan de echte maar meest onzeker kraamtijd van ons leven.

Ontelbaar: de hoeveelheid diepe liefde die we voelen voor onze dochter. Voor Rosalie. Voor ons Roosje. Voor de rest van ons gezin.

Posted in Borstvoeding, Dotje, Kind en gezin, Liefde, Rapporteren | 9 Comments