Jaarbrief – 5

Ik zeg het al een tijdje, dat jij (ongeveer) 5 jaar bent. Meestal gevolgd door een boze blik van jou, want je kan toch niet een jaar ouder zijn zonder op de verjaardagsstoel te zitten in de klas? Zonder een verjaardagsfeestje met al je liefsten?  Zonder cadeautjes open te maken? Moeder toch, waar zit jij met je hoofd (insert oogrol).

 

Ik val bij elke jaarbrief gigantisch in herhaling, maar jij hebt het voorbije jaar echt een ongelooflijke weg afgelegd. In de hoogte, want er is op een schooljaar een slordige 20 cm bijgekomen. (Jij groeit dus sneller dan ik online kleren kan bijbestellen.) In je openheid, want je bent steeds minder het stille, teruggetrokken jongetje dat alleen maar zijn decibels verhoogt als ie helemaal op zijn gemak is. In je taal, want we kunnen uren babbelen, filosoferen en grappen. En dansen, we kunnen ook zo heerlijk dansen.

Papa is altijd je grootste held, maar wij hebben het afgelopen jaar ook onze momentjes opgebouwd. Omdat mama op een onchristelijk uur uit haar nest moet, hebben wij dezelfde bedtijd. Nadat we professioneel zijn ingestopt door je papa en je broer, kruipen wij nog even bij elkaar. Soms kijken we stiekem nog een heel (echt maar een heel) klein beetje tv, vaak toon jij me nog wat trucjes met je spinner, meestal overlopen we de dag of de komende week. Af en toe ben je eerlijk met eigen vermoeidheid en sluit je bijna meteen je ogen. Mijn geluk kan niet op als je daarbij mijn hand zoekt en we zo samen in slaap vallen.

 

Volgende week mag jij al zwemmen voor je 25m-brevet, want juf Monique vindt dat je er klaar voor bent. Meestal probeer ik ook wat beweging mee te pakken terwijl jij baantjes trekt, soms zet ik me in de cafetaria en trek stiekem foto’s (Jaja, ik weet dat het niet mag. En ik vind het een beetje flauw, maar ik zal het nooit meer doen). Vol overgave stort je je op kikker-vliegtuig-potlood in de woeste baren van de Rooigem. Af en toe zoek je mijn blik, om te checken of ik wel nog aan het kijken ben hoe flink jij wel niet bezig bent. Je bent zo flink bezig lieverd, ik zwel permanent van trots.

Ik ben het afgelopen jaar bijna omver gevallen van vermoeidheid, waardoor mijn lontje misschien wat korter was dan ik wilde. Maar ik heb me ook in bochten gewrongen om je zoveel mogelijk in de klas op te halen, wat jij meestal onthaalde met een dikke knuffel. Gevolgd door een droge “maar je was wel niet eerst, mama, want de mama van –insert kind – was wel eerder”. Ik kan het je niet kwalijk nemen, vijf jaar is nog heel jong om te beseffen dat het niet draait om ‘eerst zijn’.

 

Ik herken niet veel van mezelf in jou, je bent echt een kopie van je vader. Jullie kunnen je samen verliezen in lego bouwen, lachen om dezelfde tekenfilms en spelen gepassioneerd gezelschapsspelletjes. Alleen het dramaqueen-stukje waarbij je heel boos kan worden als iets niet meteen gaat zoals je wil, zou ik best in mijn eigen kraam gaan zoeken. En god ja, die lelijke tenen heb je ook eerder van mij.

Maar jij mag vooral jezelf zijn. Dat gebeurt elke dag een beetje meer, je bent steeds meer Basiel. Voor ons in een oogwenk veranderd van een mormeltje van 3,8kg in een stoere beer van 1 meter 20. Je weet wat je wil, hoe je het wil en wanneer. Je bent graag thuis, maar gaat ook graag logeren bij mensen die je graag zien. Je bent de meest fantastische grote broer. Ik moet dagelijks mijn moederhart opdweilen als jij hem Felixje noemt terwijl je zijn schoenen helpt uit te doen. Ik kan mijn geluk niet op als jullie na een dag gemis naar elkaar hollen en knuffelen. Daarna wordt er wel eens ruzie gemaakt om een spinner of wie er in de buggy mag zitten, maar meestal is het grote liefde.

Je draait doorgaans je hoofd als ik een foto wil nemen. Maar toen we vrijdag (toen je verjaardag op school gevierd werd) naar huis wandelden met je kroon, riep je spontaan ‘spaghetti’ iedere keer dat ik mijn camera vastnam.

Niet toevallig in het jaar waarop we -eindelijk- ook saus op de spaghetti mogen doen “en ik ga ook de groentjes opeten hoor mama, want ik lust dat!”. Een dikke proficiat met je vijfde verjaardag. Ik ben apetrots op jou en ik zie je graag.

Dikke kus,

Je mama.

 

 

Posted in Basiel | 4 Comments

De bult van Zwijndrecht.

Ik ga het gewoon zeggen zoals het is: ik rij niet graag met de auto. Elke verplaatsing van A naar B die via dit voertuig moet gebeuren, is er mij eentje te veel. Eigenlijk zou ik het liefst altijd met de fiets of te voet gaan, maar dat blijkt niet zo praktisch.

Mijn woon-werkverkeer is op dat vlak een noodzakelijk kwaad. Ik heb het van achter naar voor bekeken en ook al is het een gigantische hap uit ons gezinsbudget: de auto is de beste, zelfs de enige oplossing. In de halve nacht kost die 58km mij nooit meer dan 45 minuten, de terugreis duurt doorgaans een klein beetje langer. Ik ben er niet trots op dat ik bijna 120km per dag in de auto zit, maar ik wil absoluut niet verhuizen. Gent is onze droomstad, onze kinderen worden hier groot, ons hart is hier. Bovendien werkt mijn lief wel achter de hoek. En er zijn maar een handvol radio’s in ons land. En er is maar één Nostalgie natuurlijk, waar ook een stuk van mijn hart ligt.

Pas op, er zijn ook voordelen aan de auto. Je kan er behoorlijk gemakkelijk kinderen en grote boodschappen in vervoeren. En het beste van al: je kan zo heerlijk ongestoord naar de radio luisteren. Dat is misschien beroepsmisvorming, maar ik kan daar echt van genieten. Het verzacht het rijden waar ik zo tegenop zie.

Ik doe dan ook al negen jaar dezelfde route, saai is dus een understatement. Maar mijn dagelijkse rit werd toch elke dag opgefleurd door de bult van Zwijndrecht. Zonder overdrijven: het hoogtepunt van mijn rit.

Ik leg het even uit, want u bent vermoedelijk niet vertrouwd met de bult van Zwijndrecht. De bewuste verhoging in het wegdek ligt op de afrit Zwijndrecht (want de afrit Lochristi ging nogal vreemd zijn in dit verhaal) als je op de E17 richting Antwerpen rijdt. Als je die afrit meteen bij het begin van de onderbroken strepen neemt, dan rijdt je over het bultje. Dat is meestal nog aan een deftige snelheid, waardoor je auto een heerlijk wipje maakt.

Ik wip nogal graag, dus je begrijpt dat de bult van Zwijndrecht een absoluut orgasme was op mijn ochtendrit.

Ik zeg WAS. Ik ben in diepe rouw, want de bult van Zwijndrecht is niet meer. (insert uitbundig gehuil)

Ik wist meteen hoe laat het was toen er een paar weken geleden om 4u50 ‘smorgens een mobiele werkplaats stond – exact op de plaats van de bult. Mijn bult, mijn streepje zon in het ochtendhumeur, mijn dagelijkse glimlachmomentje – omdat ik dan bijna op Nostalgie ben. Maar vooral om het wipje natuurlijk, dat heerlijke gevoel waarbij je poep heel even wordt gelicht. Mogelijks op goeie dagen zelfs voorzien van een klein kreetje.

Ze hebben hem gelijk getrokken. Er is gewoon geen verhoging meer. Ik vind dat bijzonder flauw. RIP de bult van Zwijndrecht.

(Ik heb dan maar een verkeersblok op de parking van Nostalgie meegesleurd vrijdagavond. Vervolgens heb ik drie dagen – samen met mijn verzekeraar – gedacht dat ik niet omnium verzekerd was, wat uiteraard tot de nodige tranen heeft geleid. Ge begrijpt dat ik gek werd van vreugde toen dat vanmorgen een vergissing bleek en ik toch omnium verzekerd ben.)

Ik werd er bijna even gelukkig van als van een wipje.

Posted in Uncategorized | 6 Comments

Slapen in het Loonsche Land, wakker worden in de Efteling.

Wat zou jij doen als ze je vroegen of je zin had om het gloednieuwe hotel Het Loonsche Land in de Efteling te komen testen? Inderdaad – vragen “Wanneer?”.

Vorig weekend trokken wij onze met onze valies en een grote knapzak richting Kaatsheuvel (Sandwiches met omelet, dat is toch verplichte kost op excursie?) Basiel en Felix waren door het dolle heen, moeder eigenlijk ook. Papa bewaart immer zijn cool. (Ook als je met de Pagode honderd meter boven de grond hangt)

In mijn kleuterherinnering was het Sprookjesbos een magische plek. Toen we in september op familieweekend ook naar de Efteling zijn geweest, bleek de helft van het Marerijk (want dat is de officiële naam van het Sprookjesbos) helaas gesloten. De boel was nu helemaal gerenoveerd en heeft alle verwachtingen ingelost. Basiel spreekt nog altijd over de sprekende boom, voor hem een absoluut hoogtepunt.

Kleine tip trouwens als je van je kind de populairste dude van het park wil maken: neem wat oud papier mee en positioneer je bij Holle Bolle Gijs. Blijkbaar is papiertjes gooien in de mond van iemand die “papier hier” roept, een geweldig interessante bezigheid.

Toen we een paar uur later het treintje richting Hotel Loonsche Land namen (niet dat het ver is, park en hotel liggen vlak bij elkaar – gewoon een extra service én belevenis), was ik blij dat we niet meer in de auto hoefden. En dolgelukkig dat we de volgende ochtend opnieuw naar het park konden. Want zelfs op een lange namiddag, hebben we niet alles kunnen doen wat er te beleven valt. Onze hotelkamer bleek trouwens een even grote attractie als de Efteling zelf. In de familiekamer zijn er twee bedden met een ladder en gordijntjes. Felix en Basiel vonden het geweldig. Ze zijn nog nooit zo vlot gaan slapen. (En dat was niet alleen omdat ze doodop waren van zich te amuseren in het park)

Voor je begint te twijfelen aan de oprechtheid van mijn verslag, er zijn toch ook een paar minpuntjes in het verhaal. Het hotel is nog maar net open en dat voel je, ze zijn nog een klein beetje zoekende. Ik begrijp nog steeds niet waarom wij in de namiddag al moesten beslissen wanneer we precies zouden komen ontbijten de volgende ochtend. Dat tast het vakantiegevoel toch een beetje aan – zeker wanneer in de drie aangeboden tijdsslots nooit meer dan de helft van de tafels bezet was. Het ontbijt was in buffetvorm (Hoera! I like that!), dus ik snap het probleem niet echt. Ook aan het avondeten is nog een beetje werk. De kaart is klein, maar dat kan ik wel appreciëren. Maar als ik “kabeljouw met rauwkost en remouladesaus” bestel, dan verwacht ik niet echt een portie fish&chips. Maar ik geef ze nog wat krediet, dat komt uiteindelijk helemaal goed.

Als je logeert in de Efteling, mag je trouwens de volgende ochtend een halfuur vroeger in het park. Die wildcard kan je gebruiken om als eerste in een zotte attractie te gaan waar je anders heel lang voor moet aanschuiven, maar je kan het ook gebruiken om vier keer achter elkaar in deze autootjes te gaan. (Wat wij dus gedaan hebben. Dollen.)

Ik zou je nog kunnen spammen met honderd foto’s want ons hele gezin heeft zo genoten dat ik geregeld met mijn camera stond te zwaaien om die momenten vast te leggen. Gelukkig ben ik nog duizend keer vaker vergeten om hem boven te halen, omdat het zo leuk was.

Ik heb wel redelijk kwijlend zitten kijken naar de nieuwe paalvakantiewoningen die naast het Hotel in de Loonsche Duinen liggen. Moeten die ook niet dringend getest worden, allerliefste Efteling?

Posted in Rapporteren, Trippen | 5 Comments

Een week in de kleerkast van Sofie.

Je zou kunnen denken dat er een systeem in zit, maar het is volledig toevallig dat ik nog eens goesting had om een #myweeklyfashion te doen. Ik was zelf geschrokken toen ik in mijn archief ging kijken en zag dat het bijna exact een jaar geleden is dat ik er nog eens eentje heb gedaan. En ook wel confronterend weer, want op een jaar gebeurt er zoveel. En nu ik vlotjes heb zitten vitten op de hipstertrends van het moment, is het echt wel het ideale moment om eens te tonen wat ik dan wel draag.

Day 1: Maxi skirt

Het lijkt wel alsof we al eeuwen in de zomer zitten, wat ik persoonlijk heerlijk vind. In een vorig leven was ik zeker een Spaanse palmboom of zo, want in de lente en zomer voel ik me helemaal opleven. Ik hou ook veel meer van mijn kleerkast in deze tijd van het jaar, het zit gewoon allemaal beter als je geen kou hebt. En voor je twijfelt: er zijn ook hipstertrends waar ik grote fan van ben. De maxi-trend bijvoorbeeld. Hier draag ik een maxirok met een indrukwekkende split als ik wandel, een simpele donkerblauwe top en sandalen. Zo zou ik altijd kunnen rondlopen. Alleen iets minder geschikt om mee te fietsen heb ik gemerkt. De mensen die ik ben tegengekomen op de fiets denken daar misschien anders over, maar die hebben dan ook allemaal mijn onderbroek gezien.

Dag 2: Play(suit) hard

Tropische dagen, dat vraagt om tropische outfits. Ik begrijp niet dat er mannen zijn die niet in korte broek mogen gaan werken, ik vind daar helemaal niets onfatsoenlijk aan. En op zich zou ik het best ‘durven’ om zo te gaan werken, maar de naam playsuit vraagt misschien om huiselijke sfeer. Een ideale weekendoutfit als het heet is, en het is tegenwoordig vaak heet in het weekend. Ik kan dat gewoon worden.

Day 3: Streep ahoy

Ik denk niet dat er een week voorbij gaat, zonder dat ik streepjes uit de kast haal. Ik ben echt een enorme streepjesfan. Er zijn bepaalde kleren die ik alleen maar kan dragen als ik in een bepaalde mood ben, maar streepjes kunnen eigenlijk altijd. Ik word er gewoon blij van. Onlangs vertelde een collega dat ze in de winkel stond te twijfelen om een streepjesitem te kopen, maar dat ze het uiteindelijk had teruggelegd. “Want niemand draagt zo goed streepjes als jij”. Ik bloos er nog van.

Day 4: Short citytripke

Er zit geen chronologische volgorde in de outfits, omdat ik er simpelweg niet elke dag aan gedacht heb om een foto te trekken. En bepaalde kleren weer uit de wasmand halen, ze aantrekken en er een foto van maken: dat vond IK er zelfs over. Ik zie mijn blog heel graag, maar ik ben al zot genoeg. Op familieweekend hebben we serieus veel rondgewandeld in Roubaix (als stad geen aanrader, maar we hadden wel een heerlijk airbnb-huis en geweldig gezelschap). Een sportieve outfit was ideaal. Ik merk dat veel mensen geen short durven te dragen, maar ik ben daar eigenlijk wel fan van. En tegenwoordig heb je ook al modelletjes die zeker in de categorie fashion kunnen vallen. Deze heb ik op de kop getikt bij Sissy Boy. En sorry, het zijn weer streepjes. De T-shirt was een paar zomers in de vergetelheid geraakt, maar ligt nu weer in mijn parate kast. Want ik ben pro kleur op tijd en stond.

Day 5: Mijn nieuwe lievelingsbroek

Toen mijn lief en ik onverwacht een kinderloos dagje hadden, zijn we de stad ingetrokken. Ik heb toen deze outfit gepast, teruggelegd en we zijn naar huis gegaan. Toen ik er een uur later nog altijd mee in mijn hoofd zat, ben ik maar teruggefietst om het alsnog te gaan kopen. De baas van de winkel heeft me persoonlijk advies gegeven, dus toen kon ik het al helemaal niet meer laten liggen. En nog geen moment spijt van gehad. Ik voel me wreed hip en goed in de outfit. Zeker toen mijn collega Stefan er nog een complimentje bijplakte.

Day 6: De alweer-geen-hakken-onder-een-kleedje-look

Ik heb hier nu al zes outfits op het internet gegooid en de eerste hakken moeten nog komen. Er was een tijd dat ik het not done vond om sneakers onder een rokje of kleedje te dragen, maar die tijden zijn gelukkig veranderd. Wat een verademing! Misschien dat de lezende mannen het jammer vinden dat er geen stiletto’s aan te pas komen, maar ik kan het steeds minder opbrengen pijn te lijden voor hoge hakken. Ik vind die schoenen nog steeds prachtig, ik vind dat ik er bij momenten ook prachtig mee sta en dat het mijn benen echt een geweldige boost geeft – maar. Pijn, pijn, pijn. Ook al geeft het een instant sexy gevoel, het is de pijn niet waard. Dus ik hoop dat de sneakertrend nooit meer verdwijnt. Net als de jeansvest trouwens, die werkelijk overal bij past. Mijn donkerder exemplaar gaat al een decennium mee, deze lichtere versie is nieuw in mijn lentegarderobe. Maar even grote fan. Ik heb trouwens een geldig klote-excuus voor de sneakers tegenwoordig: een vette peesontsteking.

Day 7: Multifunctionele jeansjurk for the win

Misschien moet ik wat vaker met mijn lief gaan shoppen, want hij was er ook bij toen ik deze hemdjurk kocht. Ik vind het vooral een zalig stuk, omdat ik het op verschillende manieren kan dragen. Hier draag ik het als een kleedje (wel opletten als je met de knoopjes ergens blijft achterhaken, want dan sta je al gauw in je halve pure – been there, done that), maar ik draag het ook vaak als lange vest. Met een skinny broek en top is het met de knoopjes open een ideale overgooier. Jeans staat bovendien altijd, dus dit jurkje kan weinig misdoen. Het is ook goed van lengte, behalve als je kei hard staat te springen en alles te geven op Ik leef niet meer voor jou van Marco Borsate, zoals vanmorgen in de studio. Maar verder: top.

Voila, een week in mijn kleerkast. Eigenlijk zou ik voor de aardigheid eens moeten doorgaan om te zien hoeveel kleren ik eigenlijk wel niet heb. Veel te veel volgens mijn lief, veel te weinig volgens mijzelf (vooral op hormonale dagen). Ik probeer geregeld een stevige opkuis te doen en alles wat meer dan een twee jaar niet uit de kast is geweest, een andere bestemming te geven. Dat lukt eigenlijk steeds beter en beter. Ik probeer er ook beter op te letten dat wat ik bijkoop, makkelijk te combineren valt.

Maar hey. Ik ben ook maar een vrouw. En ik hou echt van leuke kleren. Het is misschien geweldig materialistisch en oppervlakking, maar die kunnen mijn humeur echt serieus aantasten of boosten.

Nu ik er zo over nadenk. Ik ben elke week vijftien uur live op televisie (via ZES, elke ochtend van 6u tot 9u) – waarom staan hier nog altijd geen kledingssponsors aan de deur te kloppen?

(Maar voor serieus he.)

Posted in Rapporteren, Want zo ben ik | 7 Comments

Ondertussen

hebben we een abonnement bij de NKO-arts. Want na Felix blijkt nu ook Basiel een ‘productiefout’ aan zijn oren te hebben. Hij is geboren met een klein worstje aan zijn rechteroor, maar dat is vier dagen na de geboorte al weggehaald. (Inderdaad, stel het u voor, een baby van 4 dagen op een operatietafel, heartbreaking). Vorige week dinsdag zaten we in Jan Palfijn voor een vlotte operatie. Hij heeft dat schitterend gedaan en maar een klein beetje mijn hart gebroken door te kiezen voor papa als begeleider tot aan de operatiezaal. Maar vooral: het gehoorverlies is al fel verbeterd.

Net zoals mijn psoriasis guttata, die is er ook geweldig op vooruit gegaan. Ik moest op vakantie gaan naar de zon van de dermatoloog. Dat stuk vakantie is mislukt, maar de zon hebben we de laatste weken gratis cadeau gekregen. En dat heeft echt geweldig gewerkt, ik ben er zelfs bijna vanaf.

Je kan het zien aan mijn geweldige benen, waaraan een medaille van de Gentste stadsloop hangt te blinken. Toen voelde ik al dat er ergens iets niet goed zat in mijn rechtervoet, maar ik heb het toch vlot uitgelopen (1u03′ en een veel beter gevoel dan in Brugge). Ondertussen ben ik officieel geblesseerd: peesontsteking in de voet en de diepliggende kuitspier. Ik baal als een stekker, want ondertussen kan ik al een week niet lopen. Een week. Een volle week. En er is nog geen nieuwe startdatum. Nooit gedacht, maar ik ben echt enorm verslingerd geraakt aan dat lopen.

Ik ben dus maar weer in bed gekropen toen de andere jeugd van de familie een looptoertje ging maken in Roubaix. Ik kon toch moeilijk zitten wenen in een hoekje? Het was al de vijfde editie van het Brutin-weekend, en het was weer geweldig. Roubaix is geen plek die je absoluut gezien moet hebben, maar we hebben ons wel fantastisch geamuseerd.

Wij kunnen dan ook geweldig goed feesten. En de laatste weken zijn er meer dan genoeg gepasseerd. Communiefeesten, lentefeesten, opa 60… Meestal in combinatie met heerlijk weer en blote benen.

Op familiefeesten is er helaas niet zoveel networking. Jammer, want ik zou anders vlotjes mijn verse visitekaartjes kunnen uitdelen. De hele nieuwe huisstijl van Sofinesse heeft heel lang op zich laten wachten, maar eindelijk kan het nieuwe logo voorstellen. De hele site gaat nog een makeover krijgen, maar alles op zijn tijd. In het logo zit een microfoon, pen en hart verwerkt – onder het motto: schrijven en spreken uit het hart.

Maar blijkbaar zijn er heel wat mensen die er borsten en een vagina in zien.

You dirty minds.

Posted in Basiel, Er zijn zo van die dingen, Felix, Kind en gezin, Want zo ben ik | 5 Comments

Vijf hipstertrends die ik niet begrijp.

Er moet me iets van het hart. Ik zie steeds vaker in het straatbeeld dingen verschijnen waarvan ik niet anders kan dan denken: nee. Nee, jongens, nee. Ik wil echt mijn best doen om mee te zijn met de mode, met de trends, met de hippe dingen. Maar als het lelijk en on-flatterend wordt, dan haak ik echt af. Ziehier vijf dingen die ik echt niet begrijp. En waarvan mijn ogen een klein beetje spontaan gaan rollen:

  1. De Choker-ketting

De naam alleen doet mij al weglopen van de schrik. Waarom zou je iets willen dragen dat stik/wurg-ketting heet? Toegegeven, ik ben wel een speciale op kettinggebied. Ik kan dat alleen maar verdragen als het echt maxi is. Iets wat mijn nek/hals raakt, speel ik binnen de vijf minuten uit omdat ik effectief het gevoel heb dat ik ga stikken. Ik vind dat vaak jammer, want er zijn heel mooie kettingen die daardoor uitgesloten zijn. Maar de choker-ketting mis ik niet. Dat doet toch iets vreemds met je proportie lijf-nek-gezicht, wat bij de meeste mensen het volgende effect heeft: je wordt er minder mooi van (ook wel lelijker genoemd).  Sorry (of niet?)

2. De lelijke jeansbroek

Ik begrijp dat alles terugkomt, zo werkt mode al een paar decennia. Op dit moment zijn de 80s weer helemaal terug. En hoewel ik bepaalde dingen zeker kan smaken, vind ik het wel moeilijk dat sommige dingen die 3 jaar (en 30 jaar!) geleden nog fouter dan foutst waren, nu plots hip zijn. Ik heb het onder andere over de lelijke jeansbroek. De jeansbroek die je buurman misschien nog liggen heeft van in de jaren 80 en waarmee hij niet meer onder de mensen mag komen van je buurvrouw, omdat het er echt niet meer uitziet. En echt niet meer van deze tijd is. Die hij mogelijks afgeknipt heeft om mee in de hof te werken. Awel. Die broek, in dat fout jeansstofje, is helemaal terug. Zelfs in de afgeknipte versie. Zelfs met die belachelijke hoge taille die alleen past als je een megaplatte buik hebt. (En dan hebben we het nog niet over de eventueel geborduurde tekenfilmfiguurtjes die er soms op zitten. Ja, inderdaad, die dingen die je moeder op je broek naaide omdat er een gat in was)

3. Het Instagramhertje

Het is een ongelooflijke hit, dus ik ga waarschijnlijk op zere tenen trappen. Maar die app waarmee je van je gezicht een hert of een poes of een ikweetnietwelkanderschattigdier kunt maken, kunnen we nu wel parkeren zeker? Ik snap dat dat voor een keertje grappig is. En ik mag niet spreken, want ik ben ook een Instagramspammer, maar ik heb liever echte hertjes.

4. Hoge neksluitingen

Het kan volledig aan mij liggen. Maar zo van die T-shirts/topjes die hoog aansluiten, maken mensen bijna altijd minder mooi (ook wel lelijker genoemd). Modetrends allemaal goed en wel, maar het is toch altijd de hoofdbedoeling om er flatterend uit te zien? En ik ben nog niemand tegengekomen die er beter uitziet door zijn nek af te snijden met een hoog aansluitende top. Maar echt, niemand. Vaak hebben diezelfde dingen dan ook nog eens een blote buik. Dat is misschien tof voor tieners, maar serieus gasten? Dit is nochtans geen pleidooi voor decolleté (al heb ik daar helemaal niks tegen), maar gewoon voor het optisch mooier maken van jezelf. Afgesproken?

5. Ribbel/plateauschoenen/schoeisel 

Weet je nog dat we allemaal Buffalo’s wilden dragen? Ik heb er nooit gekregen van mijn ouders en hoewel ik daar in de 90s geweldig boos om was, ben ik nu blij. Want hoe vreselijk lelijk zijn Buffalo’s? Dat zeggen we nu nog net, maar ik voel het, we zijn er heel dichtbij. Ze gaan terugkomen. De hipsterschoenen van het moment zitten al volledig in dezelfde familie. Plateauzolen: check. Ribbels in de plateauzool: check. Onflatterend: dubbel check. Als je nu echt objectief kijkt, kan je toch niet besluiten dat zoiets elegant, mooi of flatterend is? Ik vind het echt heel lelijk, het spijt me.

Bon. Nu ik dat allemaal heb durven te zeggen, kunnen we besluiten dat ik oud word zeker? Geen smaak heb? Niet mee ben met de nieuwste trends?

Ik voel niet de drang om een tafelkleed te dragen.

Ik ben wel mee, maar ik vind ze extreem onflatterend en lelijk. Dus ik draag ze gewoon niet. Ben ik de enige?

(En de hamvraag: zal ik ooit wel overstag gaan, tegen de tijd dat het niet meer hip is? Ik bedoel, ik was vroeger ook tegen sneakers onder rokjes/kleedjes en zie mij nu!)

Posted in Uncategorized | 18 Comments

Gastblog: op zoek naar Borstvoedings-Utopia (in Australië)

Lang geleden deed ik stage bij Radio 2 Oost-Vlaanderen. Daar leerde ik Eveline Masco kennen. Dankzij de wondere wereld van facebook zijn we in contact gebleven, zelfs toen zij vier jaar geleden samen met haar man naar Australië verhuisde. Ze had al eens laten vallen dat ze het hele borstvoedingsverhaal Down Under helemaal anders heeft ervaren, en dat ze dat verhaal heel graag eens wilde vertellen. Voor de allereerste keer leen ik mijn blog dus uit, en geef ik het woord aan Eveline. 

Mijn man en ik wonen sinds vier jaar in Perth, Australië. Begin dit jaar mochten wij onze kleine meid Emma verwelkomen. Dit is ons borstvoedingsverhaal, zoals wij het ervaren.

Hier in Perth wordt borstvoeding heel sterk gepromoot, maar dan wel op een manier die ouders die kiezen voor formula niet in het verdomhoekje duwt. Er zijn hier naar mijn gevoel twee elementen die je als ouders aangeboden krijgt, die essentieel zijn om het borstvoedingsverhaal een eerlijke kans te geven: sterke omkadering, en tijd.

Omkadering

Al van voor de bevalling wist ik het zeker: ik zou borstvoeding een ruime kans geven. Meer dan dat zelfs, ik zou er alles aan doen om het te doen slagen. Mijn vastberadenheid werd gevoed door een uitgebreide achtergrondkennis, die we al tijdens de zwangerschap ingelepeld kregen (over de gezondheidsvoordelen voor moeder en kind). Bovendien is er hier een bijzonder sterke omkadering voor wie wil borstvoeden maar struikelblokken ondervindt.

Laat me beginnen bij het begin. Tijdens de zwangerschap kan je met je partner naar de babyles: een aantal avonden voor toekomstige ouders in het ziekenhuis, waar je alles te horen krijgt over hoe de bevalling kan verlopen. Je krijgt er alle ins en outs over opening, epidurale verdoving, keizersnedes en véél persen. Maar we kregen er ook uitgebreid te horen over de gezondheidsvoordelen van borstvoeding voor kind én moeder, over hoe belangrijk de steun van je partner is, en er werd ook benadrukt hoe belangrijk het eerste contact met je baby is om de borstvoeding op gang te helpen. We kregen er ook een hele lijst mee van instanties die je na de bevalling kunnen ondersteunen als je struikelblokken ondervindt: de Breastfeeding Circle (waar verschillende mama’s tegelijk een lactatiedeskundige zien; gratis), een privéconsultatie bij een deskundige in het ziekenhuis (in veel gevallen terugbetaalbaar via je private ziekteverzekering), en de wekelijkse bijeenkomsten van de Mothers Group. Daar kan je mama’s ontmoeten die rond dezelfde tijd bevallen zijn in hetzelfde ziekenhuis. Een vroedvrouw leidt de discussies (die niet uitsluitend over borstvoeding gaan, maar over alle facetten van kinderen opvoeden), en er zijn ook verschillende lactatiedeskundigen aanwezig die je kan aanspreken (die bijeenkomsten zijn ook gratis, en gebeuren tot je baby 9 maanden is). Dat is wat het ziekenhuis aanbiedt. Maar er is meer.

Daarnaast heb ik me tijdens mijn zwangerschap ook aangesloten bij de Australian Breastfeeding Association (ABA). Die vereniging bestaat sinds 1964 en heeft als doel borstvoeding opnieuw cultureel aanvaardbaar te maken. Ik heb hun boek van voor naar achter gelezen, hun website doorploegd, en het nummer van hun hulplijn (bevrouwd door vrijwilligers) op onze koelkast gehangen.

Ik ben ook naar enkele van hun bijeenkomsten geweest, dikke buik en al. Daar leidt een mama-borstvoedingsconsulente de discussie en delen andere borstvoedende mama’s hun ervaringen. Aanvankelijk had ik wat reserves: ik dacht in een groep geitenwollen sokken-types te zullen terechtkomen. Niets was minder waar. Deze vrouwen stonden met hun beide voetjes in de wereld. Met een kind aan de borst. En eerlijk: voor mij was het de eerste keer dat ik vrouwen van dichtbij borstvoeding zag geven. In onze familie zijn geen kleine kindjes meer, en borstvoeding was voor mij iets onbekends en veraf.
Mijn man is ook meegeweest naar een halve dag cursus van ABA over borstvoeding. Wat hij het opmerkelijkste vond, was dat er op een bepaald moment een mama vooraan plaats nam met haar twee maanden oude baby, en toonde: kijk, zo geef ik borstvoeding. Wat ik het opmerkelijkste vond, was dat alle vrouwen rondom haar gingen staan om eens van dichtbij te kijken, en alle mannen heel beleefd op afstand bleven. Haha!

Verder is er ook nog hulp en informatie beschikbaar via je huisarts, via de Child Health Nurse (de lokale Kind en Gezin zeg maar) en zo veel vriendinnen voor wie borstvoeding als eerste keuze geldt. Borstvoeding alom dus!

En dan komt de grote dag van de bevalling. En plots, na negen maanden, gaat alles razendsnel en ligt er plots een warm, nat, klein wezentje op je borst. Onze baby! Meteen werden de eerste bouwstenen voor borstvoeding gelegd: veel skin-to-skin contact, en ook vrijwel meteen een kind aan de borst. En o wat een zalig gevoel: dit kindje wist precies wat ze moest doen!

Wat volgde, is vast herkenbaar voor alle nieuwe ouders: lange avonden en nachten, voedingssessies van een uur, en nog geen twee uur later opnieuw. Of clusterfeeden van 6 tot middernacht waarbij de baby nauwelijks van de borst komt. Mijn borsten waren niet opgewassen tegen dit plotse zeer intensieve gebruik. Gevolg: kloven en pijn. Veel pijn. Het soort waarvan de tranen in je ogen springen en je tenen gaan krullen. Ik dacht terug aan een zin uit mijn ABA boek: “Breastfeeding should not hurt beyond initial attachment.” Tarara! Ondanks alles wat ik gehoord en gelezen had, was ik niet op deze pijn voorbereid.

Op dag vier, de dag na onze thuiskomst uit het ziekenhuis, overviel me een diepe angst: “Als dit zo blijft, zal ik binnen de 24 uur mijn kind geen eten meer kunnen geven.” Die gedachte, in combinatie met de beruchte hormonen meltdown van dag 4 , leidden bijna tot een paniekaanval. Ik heb twee uur zitten huilen, kind aan de borst, tot mijn man thuis kwam. Hij was zoals gezegd meegeweest naar een sessie over borstvoeden en kwam meteen met een heel praktische oplossing op de proppen: we konden een borstpomp huren voor een paar dagen en daarna terug de draad opnemen. Ik weet nog dat ik dacht: “Never!”
Dus dan maar naar de hulplijn van ABA gebeld. En daar luisterde de vrijwilligster heel rustig naar mijn verhaal (dat ze wellicht al honderden keren van andere jonge moeders had gehoord). En we kwamen met een actieplan op de proppen: dat we een borstpomp zouden huren (weer nam ik me voor wat vaker naar mijn man te luisteren), dat ik op consultatie zou gaan bij de lactatiedeskundige in het ziekenhuis, en dat ik altijd terug mocht bellen voor meer tips. De dagen erna werd er dus gekolfd. En kreeg onze dochter een paar flesjes afgekolfde melk, net voldoende om mijn arme borsten een adempauze te geven. Die rustpauze, samen met veel lanoline en de steun van mijn man, hebben ervoor gezorgd dat mijn borsten na een paar dagen miraculeus waren genezen. En sindsdien hebben we niet meer achterom gekeken.

Eveline en Emma

Fast forward vier maanden en waar staan we vandaag?

We zijn heel blij met onze keuze voor borstvoeding, en dankbaar dat het zo vlot mag gaan. Onze pijnlijke start was maar een peulenschil in vergelijking met de verhalen die ik soms van andere mama’s hoor. Maar als we niet de voorkennis en omkadering hadden gehad, hadden we het misschien ook sneller opgegeven.

Vier maanden gaat baby waar mama gaat, en ik vind dat prima zo. Scrupules over borstvoeding geven in het openbaar hebben we al lang niet meer. En de andere mama’s in mijn Mothers Group ook niet. Bovendien is het er ons ingehamerd dat borstvoeding een wettelijk recht is. Maar ik heb nog nooit enige tegenprutteling ervaren van andere mensen. Onze dochter eet overal: op restaurant, in de bibliotheek, in het park. We hebben altijd ons picknickdeken onderin de buggy liggen en als er geen bankjes in de buurt zijn, installeren we ons daar op. Het helpt natuurlijk dat het hier vrijwel altijd mooi weer is en we niet in de modder op de grond moeten gaan liggen! En als we naar een evenement in de openlucht gaan, gaat een kampeerstoel mee onderin de buggy. Zo kunnen we altijd en overal borstvoeding geven.

Er zijn twee vragen waarvan ik het soms op de heupen krijg – en toegegeven, alleen maar hoor aan Vlaamse kant – niet hier in Perth:

Op nummer één: Heeft ze weeral honger? Ja. Moedermelk is nu eenmaal lichte kost. En het is haar eten én drinken. En deze Australische zomerbaby heeft dorst. Hoe zou je zelf zijn bij 36 graden (of meer)?

En op nummer twee: Hoe lang ga je borstvoeden? Zo lang onze baby het wil. Zes maanden? Minstens. Een jaar? Graag! En dat brengt me tot de tweede essentiële component voor een geslaagd borstvoedingsverhaal: tijd.

Tijd

Ik weet dat veel mama’s in Vlaanderen na 3 maanden borstvoeding (moeten) stoppen, wanneer ze terug aan het werk gaan. De logistiek van kolven tijdens het werk is nu eenmaal geen kinderspel (pardon the pun). In Perth ligt dat anders. Hier blijven veel vrouwen na de bevalling tot 12 maanden thuis. Als dat financieel kan, is dat uiteraard een luxesituatie. Maar nog los van het financiële, is er geen druk op werkende mama’s om snel weer aan de slag te gaan. Om hun kind als een ‘tussendoortje’ te beschouwen, zoals jij het in je blog noemt.

Sofie, je schreef dat je op zoek was naar je Utopia. Ik denk dat wij daar mogen wonen.

 

Posted in Uncategorized | 4 Comments

(Bekende) schoonzusshizzle: Saracino.

Je denkt waarschijnlijk dat ik binnen mijn familie de persoon ben die het meest naar het BV-schap ruikt. Ik begrijp dat, ik presenteer ten slotte een ochtendshow op de radio met een icoon als Stefan Ackermans naast mij. Maar stel dat we zouden vragen aan 100 Vlamingen (JA! Laten we Familieraad spelen!) wie Sofie Verschueren is, dan denk ik dat er geen twee mensen weten wie ik ben.

Maar stel dat je aan 100 Vlamingen zou vragen wie Saartje Vandendriessche is, dan gaat ongeveer iedereen weten over wie we het hebben. Dringend tijd dus om een bommetje te droppen: Saartje is mijn SCHOONZUS!

Hier was Saartje op bezoek in De Goeie Morgen

Ik weet het, je had het niet zien aankomen. Maar sinds anderhalf jaar (of zo, ik turf niet op de kalender) zitten wij samen op familiefeestjes omdat zij het lief is van mijn broer Thomas. Dus voila, nu je weet dat het familie is mag ik schaamteloos reclame maken.

De linkse is dus mijn broer.

Het ware volledig logisch geweest dat ik reclame zou maken voor het boek dat ze onlangs heeft uitgebracht. Want dat heet “Altijd energie. Nooit meer moe en futloos. Hoe doe je dat?” – maar hoewel het geweldig interessant is, staat er helaas geen oplossing in voor niet-doorslapende kinderen en een wekker om 3u40. Ik wil dus even reclame voor iets anders: haar sportlijn.

Want als ge dacht dat ik al goed bezig was met sportief zijn (10.000 stappen per dag – 1 keer per week zwemmen – 2 keer lopen), dan verbleken die prestaties helemaal bij wat mijn schoonzus presteert. Mijn broer (=haar lief) is al helemaal een topsporter, daar hebben we het zelfs niet over.

Tot een paar maanden geleden vond ik niet dat ik het verdiende om mezelf te verwennen met mooie loopkledij. Maar ondertussen loop ik al een vol jaar, werk ik afstanden af tot 16km en bind ik trouw twee keer per week mijn loopschoenen aan. Voor moederdag heb ik een loophorloge gekregen, wat ook geen overbodige luxe is omdat mijn trainingen op hartslag werken. En ja, ik zie er graag goed uit. Dus wat extra loopkledij mag ook.

Bij lange afstanden krijg ik gemakkelijk last van schuurwonden (klinkt even dramatisch als het is, this baby wants a huge thy gap please), dus driekwartsbroeken zijn – helaas – mijn redding. Jammer voor het bronzeren van de bovenbenen en het gevoel (ik draag het liefst van al een korte short), maar open liggen tussen de benen (de.woordspeling.) heeft geen zin.

Het was de bedoeling dat ik afgelopen zondag de Stadsloop in Saracino-outfit ging afwerken, maar mijn bestelling is helaas net niet op tijd toegekomen. Ik heb me (samen met kilo’s vaseline en anti-frictionzalf) dus toch maar gewaagd aan een korte broek:

Flatterende loopfoto’s zijn moeilijk te vinden. Maar ik ben blij dat ik toevallig op deze foto sta (tweede van rechts)

Maar zodra deze hittegolf voorbij is, kun je mij tegenkomen in deze stijlvolle kniebroek en top. En weet dat ik extra punten kan krijgen voor sfeer en gezelligheid op familiefeesten, als jij ook iets zou kopen van Saracino *knipoog*. Niet dat ik druk wil zetten, maar het ziet er echt goed uit, Saartje heeft er hard aan gewerkt en het zit lekker.

En voor je het vraagt: het is niet gesponsord, ik heb alles netjes zelf betaald. Al mag Saartje mij nu wel een keer trakteren. Of een vette kado met Nieuwjaar, daar kan ik ook mee leven.

 

Posted in Bewegen | 11 Comments

De baas.

Je kent dat wel. Af en toe vliegen er van die boutades rond in een gezin, omdat het gewoon soms het enige is wat je nog kan bedenken. Wie nog nooit “DAAROM!” heeft geroepen op een kritiek moment, heeft het ouderschap waarschijnlijk alleen nog maar van op afstand bekeken.

Anywayz, tijdens het eten weken onze jongens nogal heel ver af van wat onder tafelmanieren wordt verstaan. Op een bepaald moment zei mijn lief op kordate toon:

Zeg, wie is hier eigenlijk de baas? Mama en papa zijn de baas, en jullie moeten luisteren!

(Of zoiets, het waren misschien niet de exacte woorden maar je kan je er iets bij voorstellen)

Basiel  zei daarop droogweg:

Papa, dat is eigenlijk wel niet waar he. Eigenlijk is mama wel de baas hoor.

Hmmm. What can I say?

 

Posted in Basiel, Kind en gezin, Want zo ben ik | 7 Comments

Dwars door Brugge. Dwars met mezelf.

Ik zal beginnen met de feiten. Ik heb gisteren meegedaan aan Dwars door Brugge, een loopwedstrijd van 15km in Zwevezele (nee grapje, in Brugge natuurlijk). Een jaar geleden kon ik niet eens vijf minuten aan één stuk lopen, nu heb ik er 1 uur en 39 minuten over gedaan. (Wat dus betekent dat ik net iets langer dan vijf minuten aan één stuk gelopen heb, grinnik). En bovendien zes minuten sneller dan voorzien op de planning, dus proficiat voor mezelf en al.

Ik ben trots op deze prestatie. Het is de eerste keer dat ik loop zonder blessures en dat ik echt iets kan opbouwen. Het afgelopen jaar heb ik afstand opgebouwd, nu ga ik verder werken aan mijn snelheid dankzij het trainingsschema van SmartSport. Vijftien kilometer is al een deftige afstand, de meeste mensen pakken voor minder de auto.

Allemaal vrolijk en geweldig, dus niemand begrijpt waarom ik zo boos, teleurgesteld en verdrietig ben. Maar dat ben ik dus wel. Drie minuten na de start zonk de moed me in de schoenen en vandaag blijft dat rotgevoel al de hele tijd hangen. Ik wou dat ik niet had meegedaan, precies om dit gevoel te vermijden.

Eigenlijk is het allemaal de schuld van mijn zenuwachtige blaas. Ik moest voor de start nog een stresspipi’ke doen, maar er waren veel te weinig toitoidixi’s. De rij was gigantisch, waardoor Lien en ik pas om 13u58 in het startvak konden gaan staan. Dat was dus na 3000 andere mensen, en dat was te laat.

Het kan wel 10 minuten duren tussen het vertrek van de eerste en de laatste lopers, waardoor ik meteen in de staart van de wedstrijd vertrokken ben. Ik had op voorhand afgesproken met Lien dat zij niet bij mij zou blijven, want ik wilde echt mijn eigen wedstrijd lopen, op mijn eigen tempo. Zij loste mij dus meteen (Lien heeft tonnen meer ervaring en snelheid).  Maar toen we na 100m een U-turn maakten, zag ik meteen dat er nog amper mensen achter mij liepen.

Precies waar ik op voorhand bang voor was geweest. Precies wat ik echt niet wilde. Precies waar ik helemaal geen zin in had: bij de laatste zijn. Omdat ik dat echt niet zag zitten, had mijn lief de tijden van vorige edities bekeken en vergeleken met mijn streeftijd. Ik ging ZEKER NIET bij de laatste zijn, want er waren vorig jaar nog mensen die een halfuur later waren binnen gekomen.

Toen het bij het begin van de wedstrijd meteen wel gebeurde, was ik heel boos. Heel verdrietig, heel opstandig, heel teleurgesteld. Ik moest bijna meteen tegen tranen vechten, en zo ging het de volgende 15 kilometer verder. Het was één lang gevecht met mezelf.

Ik hield mooi mijn tempo aan. Ik wilde ook niet sneller gaan, omdat ik mezelf niet wilde verbranden. En ik had ook al mijn energie nodig om boos te zijn *lacht groen*. Ik had de hele tijd het gevoel dat de wedstrijd achter mij werd opgeruimd, het parcours werd op sommige plaatsen zelfs niet meer vrijgehouden voor ons (laatste) lopers en toen er op een bepaald moment in het midden van het parcours een auto stond en daar een seingever instapte, had ik bijna de organisatoren voor de rechter gesleept. In mijn loopoutfit, ja.

Toen ik de tweede keer mijn fantastisch supportersteam tegenkwam, hebben zij het serieus moeten ontgelden. Hartjes voor hen (zooo blij dat ze uiteindelijk toch aan de finish stonden ook al was dat niet voorzien) en hartjes voor de lopende dame die me toen bemoedigend toesprak. “Och, en als we de laatste zijn, dan is dat toch zo. Je moet supertrots zijn op jezelf. Je doet mee, je gaat straks 15km gelopen hebben, dat op zich is geweldig.”

Die dame sprak natuurlijk wijze woorden en ze heeft overschot van gelijk. Maar ik heb elke seconde van die 99 minuten gehaat. Het was verschrikkelijk, het was de hel van Brugge, het was één lange strijd met mezelf.

Dwars door Brugge, dwars met Sofie.

(Ik heb eventjes het gevoel dat ik nooit meer wil meedoen, maar ik heb me nu toevallig al ingeschreven voor de Stadsloop van volgende week zondag in Gent. Ik zal maar meedoen zeker?)

(En ik heb van mijn lief een fantastisch moederdagcadeau gekregen, een Garmin35 loophorloge. Dat moet toch renderen zeker?)

Posted in Bewegen, Want zo ben ik | 33 Comments