Een warm (familie)bed.

Met mijn gat in de boter. Ik kan het niet beter omschrijven als het over mijn schoonfamilie gaat. Als je hier al eens iets leest, had je vermoedelijk wel al door dat ik het groot lot gewonnen heb met mijn lief (sorry dames, hij zit hier!). Maar de vent kan nog zo geweldig zijn, je weet nooit welke aanhangsels automatisch meekomen.

De eerste keer dat ik hen ontmoette was best spannend, daar in dat restaurant in Brugge. Het was ongeveer zes weken nadat Tom op onze allereerste ontmoeting diep in mijn ogen hadden gekeken en we toen meteen hadden beslist om de rest van ons leven samen te blijven. We woonden in de praktijk toen ook al een week of vijf  samen, maar dat hebben we mogelijks niet zo duidelijk vermeld. (Oeps)

Mijn schoonzus had ik al eens eerder ontmoet. Ik had zelfs haar nummer al, en zij had me al gestuurd dat TOM HET ECHT WEL MEGASERIEUS MOEST MENEN WANT DAT HIJ NOG NOOIT IEMAND HAD MEEGEBRACHT. Beetje stress of ik wel de ideale schoondochter kon zijn. Maar tegelijkertijd toch ook wel zot geflatteerd dat ik blijkbaar wel belangrijk genoeg was voor die exclusieve vuurdoop.

Ik heb een heerlijke schoonzus. Ze is een fantastische meter voor onze oudste sloeber, een geweldige tante voor allebei, een vriendin, een topzus. Het grappige is dat mensen heel vaak denken dat wij echt zussen zijn. De “amai ja, dat is je zus, dat zie je echt duidelijk”-uitspraken kunnen we niet meer op één hand tellen. Ik lijk dus meer op mijn schoonzus dan op mijn eigen zus. Raar, maar ook wel grappig. Evi heeft trouwens ook voor een toffe schoonbroer gezorgd. Hij heeft meer anciënniteit dan ik. En een trouwring *insert tonguitstekende + knipogende emoticon*.

Om te weten hoe mijn lief er over een jaar of dertig zal uitzien, moet ik gewoon een blik werpen op mijn schoonpa. Het is misschien wel de allerliefste man die ik ken. Hij is ongelooflijk met ons begaan. Ik ben niet zeker wie de wedstrijd ‘het snelst je zakdoek moeten bovenhalen van ontroering’ zou winnen, we maken allebei kans. Ik besef dat het een ongelooflijke geluk is om te kunnen zeggen dat ik nog een extra vader cadeau gekregen heb, maar zo voelt het echt wel. Ik heb een vake (de mijne) en een papa (die van Tom). En onze jongens hebben een heerlijke opa.

Tom is de loper. Opa de supporter.

Tom is de loper. Opa de supporter.

En dan zijn we bij de laatste schakel. Ik luister naar vreselijke verhalen van boze schoonmoeders van vriendinnen, waarna ik helemaal niks kan zeggen. Meestal stamel ik gewoon dat ik een geweldige schoonmoeder heb, wat helemaal waar is. Naast mijn eigen moeke (mijn moeder), heb ik ook nog een mama (die van Tom). En als je aan Felix vraagt naar wie hij gaat bellen met zijn speelgoedtelefoon, is het antwoord steevast: oma. (TIP: CHECK dat filmpje)

 

Het is een geweldige madam, met wie ik goed overeenkom. Nu ik erover nadenk, we zouden eigenlijk wat vaker een date met ons drietjes (dochter, (schoon)moeder en schoondochter) moeten doen. Want die keer dat we samen naar de show van So You Think You Can Dance zijn geweest, is al veel te lang geleden.

Het leuke is dat ze meestal zegt wat ze denkt. Zo weet ik dat ik ze helemaal niets begrijpt van mijn voorliefde voor retrospullen uit de 60s en 70s. Het woord lelijk is zelfs al een paar keer gevallen. Maar dat is helemaal niet erg. Want tegelijkertijd is ze dolgelukkig dat ik over the moon ben met de schatten van haar zolder. Ik heb het al gehad over onze heerlijke boekenkast en ik moet het nog hebben over de geweldige nachtkastjes en commode in onze slaapkamer, maar ik wou vooral eens tonen in wat voor een prachtig bed Felix mag slapen. Voor mijn komst in de familie waren deze schatjes misschien op het containerpark beland, maar nu zijn we allebei zot content dat ze een tweede leven krijgen. Prachtig bed, waar ik via facebook ook nog een fantastisch nachtkastje bij gescoord heb.

Moest ik niet zo graag naast mijn toplief liggen, ik zou zelf elke nacht in dat bed kruipen. Ben er helemaal verliefd op.

Maakt dat nu mee. Eigenlijk wou ik in deze blog alleen maar iets vertellen over het grote bed van Felix. Het ging een interieurblog worden. Maar plots werd het een ode aan mijn fantastische schoonfamilie. Kan gebeuren zeker? #sorrynotsorry.

Groetjes van Sofie – queen of meligheid – Verschueren.

Posted in Liefde, Thuis en al | 8 Comments

Op je gezondheid! (Sofie leest 30 DAGEN ZONDER ALCOHOL)

Het is geen geheim dat ik geen alcohol drink. Ik heb daar heel persoonlijke redenen voor, maar bovenal vind ik het ook gewoon degoutant slecht. Misschien dat ik mezelf onbewust aangeleerd heb om zo’n gevaarlijk spul vies te vinden, maar het resultaat blijft hetzelfde. Ik vind het jakkie, het smaakt naar rot fruit.

Ik heb me hier ook al eens boos gemaakt over hoe moeilijk dat wel niet is, om niet te drinken. Ik heb me er al duizend keer voor moeten verantwoorden, mensen hebben al evenveel keer geprobeerd om me toch te overtuigen en de voorgestelde alternatieven (vooral op officiële gelegenheden als recepties of zo) zijn doorgaans bedroevend.

Sinds kort staat er een nieuw boek in onze kast: 30 dagen zonder alcohol. Vreemde keuze misschien voor een geheelonthouder, maar eigenlijk ook niet.

Ten eerste: het boek is geschreven door mijn goeie vriendin Lien. Dus ik maak graag reclame! Waar ik bij haar eerste boek over het 5:2-dieet nog mocht opdraven, had ik over dit onderwerp bijzonder weinig niets te vertellen. Vanwege, tja, al meer dan 12.000 dagen zonder alcohol. Het boek heeft daardoor ook iets langer opzij gelegen, maar uiteindelijk heb ik het verslonden.

Want ten tweede: het is geweldig interessant. Ook voor mensen die geen alcohol drinken.

Ik wist al dat alcohol een zware drug is, maar ik ben toch nog een paar keer van mijn stoel gevallen. De effecten van alcohol worden luid, duidelijk en goed onderbouwd uitgelegd. En bij momenten vond ik het echt schokkend. Ik zou een paar mensen wel wat specifieke bladzijden onder de neus willen duwen. Enfin, als ik dat zou durven toch.

Initiatieven als Tournée Minérale – en vooral het succes ervan – maken duidelijk dat onze samenleving toch met een klein alcoholprobleem zit. En ook het verhaal van Lilith vond k megainterssant. Als het voor zoveel mensen een opgave is om deze drug ‘amper’ 30 dagen aan de kant te schuiven, dan is het tijd voor actie. Want de grens is heel dun, echt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het als geheelonthouder bijna niet snap dat zoiets moeilijk is, maar dankzij het boek heb ik daar veel meer begrip voor. En die zes weken dat ik chocolade (en andere dingen waar melk in zit) volledig heb laten staan om te testen of Felix melkallergisch was, leken mij eerst ook onoverkomelijk. Dus alcohol is misschien een beetje mijn chocolade?

Ik wil de glazen fruitsap op recepties al een paar jaar over de hagelwitte tafelkleden uitgieten, maar misschien is het dankzij dit boek niet meer nodig. Er zijn namelijk gigantisch veel lekkere alternatieven, die in het boek uitgebreid worden gedocumenteerd. Receptjes: ja! Snelle en uitgebreide manieren om lekkere dingen te maken: ja! Tips voor thuis, maar ook voor op restaurant.

Hier en daar is de euro al gevallen en staan er geweldige alternatieven op de kaart. Maar over het algemeen gesproken is er toch nog wat werk aan de non-alcoholische winkel. Of ‘iets anders’ voorzien de kip of het ei is in het sociaal probleem van alcohol (bij een feestelijke gelegenheid hoort een glaasje, toch?) laat ik in het midden. Maar meer variatie, daar vaart toch iedereen wel bij?

Op de boekvoorstelling van 30 dagen zonder alcohol in het fantastische l’Amuzette (een ontdekking, ik kende dat gewoon niet. Shame on me) was er bijvoorbeeld een pittige gemberlimade, een alcoholvrij biertje en zelfs wijn waar je niet zat van wordt. Over de overheerlijke hapjes hebben we het niet. Ook niet over het feit dat ik die samen met L. toch wel redelijk soldaat gemaakt heb. Gelukkig heeft Lien daarvoor al een ander boek, vasten en feesten.

Ik vind eigenlijk dat iedereen 30 dagen zonder alcohol moet lezen. En het liefst van al ook kopen natuurlijk. (Gratis tip van de dag: laat het daarna rondslingeren op je salontafel of gastentoilet) Om Lien te steunen (en te belonen voor al dat harde werk) en omdat er per verkocht boek 1 euro naar de Stichting Tegen Kanker gaat. Maar vooral, omdat het echt heel interessant is om eens anders naar alcohol te kijken. Zodat het gewoon af en toe iets lekkers en leuks is. Voor het iets gevaarlijks en problematisch wordt.

En blijkbaar heeft stoppen of minderen ook geweldig veel gezondheidsvoordelen. Moeilijk in te schatten voor iemand die nog nooit een kater heeft gehad natuurlijk. (En ik ga het ook maar niet proberen zeker?)  Maar bij de volgende “we-gaan-eens- op-je-gezondheid!-klinken”, ga je die gezondheid misschien wel anders bekijken.

Ondertussen: Geniet. Met mate. En schol!

(Dat kan ook met een pittige gemberlimonade. Je kan daar even hard mee tsjingen.)

Posted in Kokeneten | 5 Comments

Gezinsdraf

“Het is nogal een figuur he”, is iets wat we geregeld horen. Ik kan het ook niet ontkennen, onze jongste is inderdaad nogal een enthousiast exemplaar. Hij springt en vliegt door het leven.

Of huppelt, zoals toen we op de parking van de Ikea liepen. Huppelen, zoals een paardje. Na enige tijd kwamen daar ook hinnikende geluiden bij. Ik weet ook niet precies hoe het gebeurd is, maar op een bepaald moment was het hele gezin als een paardje naar de auto aan het huppelen.

In onze gezinsdraf kruisten we een ander koppel. En plots begon de man van het koppel ook te huppelen, compleet met een hinnikje.

Maar echt joh, van zo’n dingen gaan mijn hartje serieus in galop.

(En mijn lachspieren ook)

Posted in Kind en gezin | 9 Comments

De borstfigurant

Toen ik een tijdje geleden op mijn allereerste blogevenement was, omschreef een collega-blogger me als ‘die van de borstvoeding’. Ik heb met de bluts en de buil moeten ondervinden dat perception (helaas) heel vaak ook reality is, dus ik heb me niet verzet. Inderdaad, ik ben die blogster van de borstvoeding. (Voor alle mensen die nu al willen weglopen: ik schrijf ook over tal van andere onderwerpen die helemaal niets met baby’s, melk of tepelkloven te maken hebben. Dat is beloofd. Tot de volgende keer, groetjes van de firma!)

Nog tot 7 oktober is het internationale week van de borstvoeding. In mijn ideale wereld zou het zelfs niet nodig zijn om daarvoor een speciale week te organiseren, maar er staan nog wel meer onmogelijke dingen op mijn utopia-wishlist. Feit is dat borstvoeding wel een zetje kan gebruiken. Bijna 80% van de verse moeders start met borstvoeding, maar drie maanden later zijn die cijfers al teruggezakt naar 33%. Niet toevallig het moment waarop je weer op het werk verwacht wordt, natuurlijk.

Ik heb het al uitgebreid gehad over hoeveel er misgaat aan de basis. Ik heb mijn hart al uitgestort over het gebrek aan (juiste) info en omkadering. Over hoe duizend meningen van evenveel vroedvrouwen, artsen en lactatiekundigen – hoewel bijna altijd met een goede bedoeling – voor veel jonge ouders net de ondergang van hun borstvoeding betekenen. Compleet het tegenovergestelde effect dus. Laat ons zeggen dat het een oude koe is die nog geregeld uit de gracht gehaald moet worden. (En the guys van Kind&Gezin zijn daarbij niet altijd mijn beste vrienden geweest, maar iedereen verdient een tweede kans. Knipoog.)

Want vandaag heeft Kind&Gezin een positieve campagne gelanceerd rond borstvoeding: de borstfigurant. Hoera! Met de bedoeling om borstvoeding gewoon normaal te maken.  Want het is gewoon een deel van het leven. Niemand kijkt op van een flesje (wat fantastisch is), maar niemand zou ook mogen opkijken van een voedende moeder. Of nog erger, er aanstoot aan nemen. Of nog erger, vragen om het voeden te staken in het openbaar. Borstvoeding zou gewoon normaal moeten zijn, want dat is het ook.

Borstfigurant Iris

En tegelijkertijd ook niet. Er zijn genoeg incidenten van moeders die gevraagd zijn om ‘dit’ niet te doen in het openbaar. Terwijl borsten in de allereerste plaats –  en ik citeer hier graag Topdokter Koenraad van Landuyt in het gelijknamige fantastische programma op VIER – in de eerste plaats bedoeld zijn om een kind te voeden. Een diepe decollete is geen probleem, maar een voedende moeder wel? Komaan gasten, 2017. Laten we dat openbaar voeden gewoon even uit de taboesfeer halen, owkey?

En hoewel ik tijdens mijn postgraduaat radio en televisiejournalistiek geleerd heb om zo weinig mogelijk met baby’s en beesten te werken (de gevreesde B’s), ben ik oprecht blij dat een aantal televisieproducties (Familie! De Buurtpolitie! Zonen van Van As!) al hebben toegezegd om borstfiguranten in hun decor te zetten. Er is zelfs een speciale database voor borstfiguranten. Dus als je altijd al eens in het café van Jan Van den Bossche had willen zitten en je hebt toevallig een baby aan de borst: dit is je kans.

Ik ben trouwens wel benieuwd naar hoe dat dan zal gaan op de set. Want de belangrijkste job van figuranten is toch vooral om zo weinig mogelijk op te vallen (lees: stil te zijn indien nodig) en dat lijkt me wel een uitdaging met kleintjes. Moest mijn kleuter op gezette tijden willen drinken en daarbij zijn aandacht kunnen houden op mijn boezem (en het dus geen blotetettenshow zou zijn), ik blies mijn acteercarrière meteen nieuw leven in. Als borstfigurant.

Wij zouden toch perfect in kei veel decors passen.

Meer info vind je trouwens op www.borstfiguranten.be – en ze hebben zelfs een blits filmpje gemaakt.

Ik ben er nog niet helemaal uit of deze campagne oorzaak of gevolg is van veel dieperliggende problemen. Maar als we dat even vergeten (soms ben ik gewoon chill en probeer ik het allemaal los te laten, ik weet het, ge had het niet verwacht), dan kan ik meer borsten en meer baby’s op tv alleen maar toejuichen. Leve de borstfigurant.

En wie weet. Misschien wordt het ooit wel de borsthoofdrol. Ik was al aangenaam verrast dat er gevoed werd in de geweldige reeks #hetisingewikkeld. Tussen de vrijpartij en het plooien van de was, precies zoals in het echte leven.

Gewoon. Normaal.

Posted in Borstvoeding | 4 Comments

De kokosmelkpannenkoek. (Opgepast: deze post kan schadelijk zijn voor uw lijn)

Pannenkoeken zijn een rode draad in ons leven. Dat is eigenlijk een serieus understatement. De platte delicatesse is er volledig verantwoordelijk voor dat wat over-en-weer-mailen-met-vlinders een echte ontmoeting werd. Uiteraard op aangeven van i., die vond dat wij wel  eens de perfecte match konden zijn. En kijk, twee kinderen en bijna 7 jaar later heeft ze nog altijd groot gelijk.

Maar pannenkoeken dus. Als het goed gemaakt is, blijft het één van mijn lievelingsgerechten. Ik kan het op elk moment van de dag opsmikkelen. Het staat voor gezelligheid, liefde maar ook troost. En perfect dat betekent voor mij: lekker dun, goed van smaak en goudgeel gebakken. Eventueel met een hard stukje aan de kant. (Die harde stukjes zijn mijn favoriet. Yummie.)

Bij mijn mannen zijn de meningen verdeeld. Tom zal er wel al eens eentje meepikken, maar Basiel laat de pannenkoekenhype volledig aan zich voorbijgaan. Onze oudste is absoluut geen zoetebek, op een frangipanneke van Lotus na (dat is nogal specifiek ja – probeer niet met een huismerk af te komen want hij eet het_niet_op).

Bij Felix is het een ander verhaal. Als ik hem pannenkoeken voorschotel, volgt er doorgaans snel “nog eentje mama!”. Hij kan wat verzetten, onze benjamin.

Met zijn koemelkallergie moest ik dus op zoek naar een alternatief. Want ik kan niet altijd in den duik pannenkoeken staan bakken en eten. Ik heb wat geëxperimenteerd en geprobeerd, maar uiteindelijk werkt dit recept het beste voor ons. Ik bak nu eigenlijk nooit meer ‘gewone’ pannenkoeken, omdat ik ze veel lekkerder vind. Ze hebben een interne zoetheid, waardoor het zelfs niet meer nodig is om suiker of een andere calorierijke bedekking toe te voegen. Ik presenteer u de kokosmelkpannenkoek.

NODIG:

  • 1 liter kokosmelk (van Alpro of zo, niet het soort waarmee je een Thaise curry maakt)
  • 2 à 3 eieren (hangt er wat van af hoe groot de eieren zijn)
  • zelfrijzende bloem

WERKWIJZE:

Ik ben de grootste patisseriemislukking van de lage landen. Dat meten en afwegen niet mijn favoriete hobby is, heeft daar vast toe bijgedragen. Ik kan dus geen exacte maten meegeven, want ik maak het deeg altijd op gevoel.

Ik doe de kokosmelk volledig in een grote kom. Ik voeg wat bloem en de eieren toe en klop het tot een vlot geheel. Als het deeg nog te dun aanvoelt, doe ik er wat bloem bij en klop weer glad. Dat herhaal ik tot het deeg naar mijn gevoel goed zit. (Oh crap, aan zo’n vaag recept heb je niets zeker? Sorry.)

De juiste pan is ook van cruciaal belang. Het is een geweldige zoektocht geweest, maar uiteindelijk blijkt de pan van Berghoff die we met Carrefour-punten gespaard hebben, een schot in de roos. (Naar aanleiding van blogposts als deze  geef ik maar even mee dat deze post op geen enkele manier gesponsord is. Ik heb alles zelf betaald. Ik heb geen bijbedoelingen. Het is gewoon een toppan, die ik voor ongeveer alles gebruik.)

Ik gebruik ook bewust olie, omdat mijn oma dat ook altijd deed. Zij was absoluut geen culinair talent, maar haar rijstpap en pannenkoeken waren de allerbeste. Ik durf na het bakken de pannenkoek wel even af te deppen met keukenpapier. Gebruik geen olijfolie trouwens, want dat is niet geschikt voor zo’n hoge verhitting. Wel zonnebloemolie of arachide (dat laatste kan hier helaas ook niet gebruikt worden, vanwege de notenallergie van mijn lief).

Ik gebruik ook altijd dezelfde pollepel, die toevallig de perfecte maat deeg voor één pan bevat. De rest wijst zichzelf uit denk ik.

En zoals ik bij de maandelijke promotieboodschap voor de winkels van Ikea altijd mag inlezen (volgende maand trouwens hespenrolletjes met witloof. Graag gedaan deze primeur): SMAKELIJK!

Posted in Kokeneten | 7 Comments

Herfst.

Het is nooit mijn favoriete seizoen geweest. Herfst is voor mij een pijnlijk uitgesponnen boodschap dat de zomer haar biezen pakt. Een dagelijkse herinnering dat zoveel dingen doodgaan, waar ik helemaal geen afscheid van wil nemen.

Akkoord, het kleurenspel is prachtig. Maar als ik ‘s ochtends voel dat het te koud is om zonder jas buiten te stappen, kan elke schakering mij gestolen worden. Je kan ook argumenteren dat het zo gezellig is. Wie heeft er nu iets tegen een kom soep aan het haardvuur? Ik word er in ieder geval niet warm van, ik denk alleen maar aan kou en donker.

Eigenlijk zou ik het liefst van al een winterslaap houden. In mijn holletje kruipen op een mooie Indian Summerday (waar blijven die eigenlijk?) en weer wakker worden met de zon op mijn gezicht, als de bloemen ontluiken.

Herfst, het seizoen van de droefheid. Winter, het jaargetijde waarin geen enkele dag echt wakker lijkt te worden. Of ik niet wakker wil worden. Ik wil doorspoelen, zo snel mogelijk. Naar een nieuwe lente en zomer, die van mij eeuwig mogen duren. Zelfs de kwakkelende exemplaren brengen mij niet van de wijs.

Afgelopen weekend ging was de ochtendkilte hier te overweldigend. Plots was het gevreesde moment daar. Het echte einde van de zomer, dat moment waarop de chauffage voor de eerste keer weer aangaat.

Felix zat te spelen bij de radiator, die langzaam aan warmte won. Dat voelde hij bij een lichte botsing.

En hij begon te blazen. “Want het is wammer he mama”.

Zoals soep. Bij het haardvuur.

Gezellig.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Kind en gezin | 7 Comments

Vrijdagavond: Blogcocktail. (Een primeur voor mij en voor de blogacademie)

  • Ik ben vrijdagavond buiten geweest. Echt. Onder grote mensen, zelfs met een laagje make-up. In de zoektocht naar energie was dat verschrikkelijk lang geleden. Maar zodra Nina haar eerste evenement van de Blogacademie gelanceerd had, wilde ik graag gaan. Niet alleen om haar te steunen met haar nieuwe project (want het is gewoon een toffe madam!), maar ook omdat ik zoiets eigenlijk nooit doe. Volgende week bestaat Sofinesse 7,5 jaar (say what?!?) en ik ben eigenlijk nog nooit naar een echt bloggersevent geweest. Schandalig ja, ik vind het ook.

  • Er was eerst een lezing over blogpromotie door Kel Wouters van So Buzzy. Ik ben daar wat van mijn stoel gevallen. Want ja. Ik ben bijzonder geflatteerd door alle mensen die hier komen lezen en reageren, maar tegelijkertijd wel te lui om actief dingen te doen om die groep te vergroten. (Behalve zo leuk mogelijk schrijven dan, maar dat werd in de presentatie niet vermeld.) Blijkbaar zijn er dus allerlei internettools om lezers te genereren. Geweldig interessant, maar ik blijf er een licht wrang gevoel bij hebben. Het voelt gewoon allemaal een heel klein beetje much foefelare, ook al is het geweldig interessant. En hoewel ik de titel aandachtshoer met trots draag, misschien toch een stap te ver voor mij.

 

  • Ik had er onlangs ook een lieve discussie over met Liesellove , die daar wel helemaal haar weg in gevonden heeft. Geweldig voor haar! Als ik me er op zou toeleggen, zou het misschien ook betere cijfers kunnen opleveren. Voor mij is het een te grote inbreuk op de authenticiteit van deze blog (en ik ben ook echt te lui om me er serieus in te verdiepen – eerlijk is eerlijk). Maar we hebben daarna nog fijn gemaild en wie weet komt er binnenkort wel een koffie van!

 

  • Dat was trouwens sowieso de max aan de Blogcocktail: kei veel toffe bloggers bij elkaar. Naast de gezellige carpool met Sofie, heb ik eindelijk ook een paar mensen ontmoet die ik al een hele tijd van op afstand volg: zoals Renilde en (de in het echt veel grotere dan verwacht) Lieselotte. En Tiny. En ook wat nieuwe mensen en wat oude bekenden. Gezellig! Ik had daar echt nog uren kunnen blijven, maar het was ook niet de bedoeling om de zon te zien opkomen. (Dit is trouwens officieel de post met de meeste links naar andere bloggers. Strookt weer niet helemaal met de regels die we geleerd hebben vrijdag. Sorry, ik ben niet zo goed met regels.)

  • Ik ben trouwens verantwoordelijk voor het tekeningetje rechts bovenaan met naakt kuisen. Als je het verhaal daarachter wil kennen, had je er maar moeten bij zijn. Al kunnen we natuurlijk altijd eens koffie gaan drinken (of iets anders, want eigenlijk lust ik helemaal geen koffie). En ik zal mijn kleren aanhouden, dat is beloofd.

 

  • Conclusie: het was gezellig. Ik moet dat vaker doen. Goodiebags zijn tof. Er bloggen te weinig mannen (maar echt joh!). Maar vooral: ik vind bloggen nog altijd heel plezant. Ook al is het met ups and downs. De aandachtige bezoeker kan moeilijke tijden achter de schermen misschien tussen de lijnen lezen. Maar sommige dingen vallen niet te vertellen, dat is gewoon zo. Het tempo kan niet altijd even hoog liggen. Het kan er niet altijd even boenk op zitten. Ik vind dat helemaal ok.

  • Dus ik ga gewoon blijven verder doen zoals ik bezig ben, als dat goed is voor jou?
Posted in Rapporteren, Want zo ben ik | 21 Comments

Winkeltje.

In mijn leven wordt er op dit moment heel veel opgeruimd. Op verschillende manieren, maar ook letterlijk. Ik probeer mijn innerlijke Marie Condo zoveel mogelijk uit te laten. Er moet dus het een en ander buiten.

Je kent de regel met kleren. Als ze een heel seizoen onaangeraakt in de kast hebben gehangen, dan moeten ze weg. Ik ga meestal voor twee seizoenen onaangeraakt, want kleren weggooien vind ik heel moeilijk. Af en toe gebeurt het ook dat ik iets herontdek dat weer bovenaan de stapel komt. Maar eerlijk is eerlijk, ik heb eigenlijk nog nooit een kledingstuk gemist dat ik weggedaan heb.

Indien mogelijk, probeer ik het altijd een nieuw leven te geven. Sommige dingen gaan rechtstreeks naar de kringloopwinkel. Er is er eentje in onze achertuin, dat is echt the shizzle. Ik draag dingen gewoon naar de poort en klaar. Helaas (toch als ik mijn lief zijn gezicht bekijk) draag ik ook geregeld dingen weer ons huis binnen, alhoewel. Soms is dat gigantisch raak, of ben je dit schot in de roos al vergeten?

Ik ga heel graag shoppen en ik heb heel graag leuke kleren, dat maakt me echt gelukkig. De stijl hangt helemaal af van het moment en de emotie van de dag, wat maakt dat ik op vakantie mijn halve kleerkast moet meesleuren om me comfortabel te voelen. Mijn lief vindt dat minder tof en ik probeer compacter te pakken, maar voorlopig met weinig succes. Lang verhaal kort: deze dingen mogen weg. Allemaal merkkledij, allemaal mini-prijsjes. Af te halen in Gent, op te sturen of regio Brugge/Mechelen/Antwerpen – via andere oplossingen tot bij jou te krijgen.

Misschien niet het ideale moment om zomerkledij te scoren, maar er komen sowieso nog warme dagen. Misschien niet meer in deze september, maar zeker volgende zomer!

Zomerkleedjes:

Allebei Who’s That Girl. De rode versie maat L, de lichte is een M. Maar het is een rekbare stof en past eigenlijk sowieso. Prijs: 7 euro per stuk.

De groenblauwe zomerknaller is van Wow To Go (Medium) en mag weg voor 5 euro. Het half gebloemde kleed is van hetzelfde merk, en ook een Medium. De bloemen zijn niet rekbaar, het blauwe gedeelt wel. Valt heel flatterend. Zeker voor 5 euro!

Het kan ook iets kouder worden, de volgende exemplaren zijn perfect voor herfst en mits wat extra aankleding (en dan bedoel ik niet per se thermisch ondergoed) ook geschikt voor winterse dagen. Jurken voor elk seizoen:

Het groene kleed is Who’s That Girl, maat S, rekbare stof. Ik kan er vlotjes in, dus het moet wel een rekbare stof zijn. Met de juiste lingerie is het ook extreem flatterend voor de boezem. En voor 8 euro is het van jou. Het bovenste rode kleedje komt met dezelfde prijs, van hetzelfde merk en in dezelfde maat. De stof is een beetje steviger, waardoor het eventuele oneffenheden makkelijk camoufleert. Het onderste rode kleedje is van WTG, maat M. Het is eerder T-shirt stof, maar valt lekker ruim. En het is een koopje: 4 euro!

We verlangen allemaal naar een Indian Summer. Je kan bij de pakken blijven neerzitten, of gewoon thuis rondlopen alsof het 30 graden is. Ik stem voor het laatste en heb toevallig de perfecte outfit in de aanbieding voor deze gelegenheid: een prachtig playsuit van Zoë Loveborn, maat 40. Batje, want slechts 5 euro! Het jumpsuit is perfect draagbaar in de zomer, maar ook in andere seizoenen. Er zit een kleine glitter in. Ik doe het eigenlijk met spijt in het hart weg, maar het past me helaas niet helemaal perfect. Het is van Esprit, maat M. Rekbaar en eigenlijk echt heel mooi. Prijs: 15 euro.

 

Er zijn ook een aantal broeken die iets te lang hebben stilgelegen. Voor 5 euro wisselen ze met plezier van eigenaar. Als ik een betere marketeer was, was ik vast met het strijkijzer over de broeken gegaan. Maar daar ben ik helaas even te lui voor. Een zwarte broek van Bella Ragazza (XL), een print van Esprit (M) en een petroleumblauwe broek van Magdalena. Maat onbekend, maar ik schat een 40.

Je kan dus perfect een hele outfit samenstellen, want ik heb ook bovenstukken in de etalage.

De lichtblauwe T-shirt is een L, heel aangenaam stofje. De donkerblauwe is een M van WTG. Voor 3 euro is het van jou. Het vestje/gilet/golfke (regionaal verschillende woordenschat, maar we hebben het over hetzelfde.) is maat M en heeft een zacht prijskaartje van 10 euro.

Stel dat je alles zou willen kopen, dan kunnen we uiteraard een leuke totaalprijs afspreken. Maar als (deze) kleding helemaal niets voor jou is, heb ik ook nog boeken in de aanbiedingen. Wereldliteratuur eigenlijk. We kunnen voor deze kleppers wel makkelijk een zacht bedrag verzinnen, lijkt mij.

Dus voilà, het winkeltje is open. Je kan hieronder roepen in de comments, maar ook mailen naar sofie@sofinesse.be. Alles is bespreekbaar, ik ben echt een heel flexibel winkeltje.

Veel shopplezier!

 

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 3 Comments

Wiesheimwee.

Ik heb het geleerd op school. Dat is van veel dingen te verwachten (of te hopen), maar misschien minder van wiezen. Ik heb Latijn-Wiskunde met Duits gedaan in de derde graad, maar dat stuk Duits is een beetje misgelopen. De leerkracht was bijna twee jaar afwezig waardoor we vooral oefeningen kregen die we voor de helft van het lesuur al hadden afgewerkt. En toen waren er drie gasten die voor de andere helft van het lesuur een vierde man nodig hadden. Ik kan nog steeds geen Duits, maar ze hebben me wel leren kaarten.

Ze hebben zich dat even beklaagd denk ik, want het ging niet vanzelf. Het heeft even geduurd voor ik – hoe zal ik het zeggen – op dreef was. Maar uiteindelijk: wieskampioen.

Letterlijk ook, want op mijn vaste vakantiejob (Kraanbedrijf Sarens langs de A12, waar ik toch vijf jaar de receptie heb bemand) omvatte tijdens de middagpauze ook een wiescompetitie. Dat was heel serieus, daar werd niet mee gelachen. Af en toe mocht ik zelfs de competitieplaats innemen van iemand die op vakantie was. Met verve, want over mijn miserie op tafel terwijl het dubbel was, wordt nog altijd gebabbeld.

Op elk vrij moment dat we hadden, werd het kaartspel op het Sint Ursula Instituut bovengehaald. Ik vond het geweldig om one of the guys te zijn, maar ik vond het spelletje op zichzelf minstens even plezant. Wiezen is gewoon geweldig.

Ondertussen is het jammer genoeg jaren geleden. Je moet met vier wiezers zijn, er moet een boek kaarten zijn, iedereen moet goesting hebben. Ik heb op dit moment gewoon niet genoeg vrienden die het wiezen onder de knie hebben. Mijn West-Vlaams team kan alleen maar manillen en dat is dan weer eentje die ik moet laten passeren.

Maar afgelopen zomer was het prijs. Met onze zeevrienden legden we vroeger al eens een kaartje. Hun oudste dochter, de ouders en ik. Zo hebben we veel uren doorgebracht op het strand, afgewisseld met een zwempartij of een pauze met een Luikse van Wafelhuis Annie.

De zeevrienden zitten er nog altijd. En wij zetten ons nog altijd bij hun windscherm. Mijn moeder neemt mijn kinderen nu mee naar de plek waar ik zelf de helft van mijn zomerjeugd heb doorgebracht. En in het weekend schuif ik zelf mee aan.

 

Op een warme dag in augustus waren we bijna toevallig nog eens compleet. De hele zeebende van vroeger. Ouders en kinderen, met ondertussen ook wat kleinkinderen. We hebben de kaarten nog eens bovengehaald, for good old times. Een heerlijke potje liggen wiezen, daar in het opgespoten zand van Wenduine.

Het was jaren geleden, maar ik was snel weer mee. Dit is echt een pleidooi om wat meer te kaarten. Alleen zoekt deze vierde man nog drie andere wiezers.

(Sollicitaties kunnen hieronder worden achtergelaten. Ambiance! Abondance!)

 

Posted in Er zijn zo van die dingen | 12 Comments

We zullen ze eens een poepje laten ruiken. (Ofwel: het zindelijkheidsmonster en eerste schooldagen)

De eerste schoolweek is halfweg. Spannende tijden, want ons kleinste patatje is vrijdag ook gestart. Geen kinderen meer in de crèche, maar twee kleuters. Ge gaat het misschien niet geloven, maar ik heb daar – voorlopig toch – nog geen traan om gelaten. And you are talking to Miss Dramatische Pitta nochtans.

Vrijdag vond hij het allemaal spannend en leuk, maandag was het al een pak minder en dinsdagmorgen zaten we met absoluut dieptepunt. Lees: krijsen, roepen dat ie naar de crèche wilde en zich vastklampen. Vandaag kwamen we de school binnen en riep ie spontaan dat ie wilde blijven. Keertje zwaaien aan het raam en klaar. Ik voel het, tegen morgen gaat ie niet meer mee naar huis willen.

We kennen de school al, dus het was iets minder spannend dan bij de andere eerste schooldag. Maar toch ook wel verschillend: een andere juf, een grote broer die mee een oogje in het zeil houdt en deze keer (en ik verdien hiervoor geen vuistje) WEL een (semi-)zindelijk kind.

Hij gaat al een hele tijd succesvol op het potje, volledig op eigen vraag. Bijna een jaar voor zijn broer enig teken vertoonde van blaasrijpheid, zette Felix zich op het potje en vulde het. Sinsdien is het potje een deel van ons meubilair.

Omdat hij bijna altijd wakker werd met een droge pamper en kleine boodschapjes geregeld placeerde op de daarvoor voorziene faciliteiten, gooide ik de pamper aan het begin van de grote vakantie buiten. Ik was thuis met de kindjes en gewapend met goed wat kuisproducten, meer heb je dan even niet nodig.

Eigenlijk is dat heel vlot gegaan. Meteen cold turkey, op geen enkel moment een pamper meer om geen verwarring te creëren. Ook niet ’s nachts, ook niet bij de dutten. Dat betekende meteen ook een verhuis naar een groot bed. Want als je pipi moet doen en je ligt in een spijlenbed, dan is dat sowieso a recipy for disaster. (Remind me dat ik het nog eens over het retrobed moet hebben dat mijn schoonouders daarvoor tevoorschijn getoverd hebben. Maar eerst moet het spijlenbed nog weg – auw mijn hart – en moet er nog wat aankleding komen. En dan, beloofd.)

We zijn twee maanden verder en de situatie is als volgt: het bed is nog altijd kurkdroog. We hebben veel pipi-wasjes gedraaid maar niks buitensporigs en we zitten met een kakprobleem.

Aan grotejongensarrogantie alvast geen gebrek.

Inderdaad, de grote boodschap volgt de logica niet. Ik dacht, we geven het wat tijd, komt wel vanzelf. Maar ondertussen zijn we toch dik negen weken later en staan we nog steeds bijna elke dag stoelgang uit een boxerschortje te schrapen. Pas op, we zien het wel aankomen. Als ik zie dat hij ergens een rustig plek opzoekt en op zijn hurken gaat zitten, kan je er geld op zetten dat er even later een bobbel tussen zijn pistoletjes verschijnt. Daardoor zitten we vaak (een stevig remspoor aside) wel op tijd op het potje, maar op school is dat natuurlijk anders.

Ik zal niet in detail treden. Maar stel je voor dat je op de speelplaats iets in je broek legt, dat het ding bij het weer naar binnen wandelen uit je megaschattig klein onderbroekje valt en dat ongeveer de halve klas vervolgens vrolijk je grote boodschap over de gang verspreidt. Want het zou kunnen dat zoiets gebeurd is en dat onze zoon verantwoordelijk is voor een mental kakabreakdown bij de juf. Sorry!

We hebben nu dus afgesproken dat hij voor de speeltijd een pamperbroekje aankrijgt, zodat we de jaarvoorraad aan poetsgerief van de school er niet al in de maand september doorjagen. Na de speeltijd gaat het broekje weer uit.

En hey, gisterenavond hadden we een vlekkeloze drolinterventie. Zelf zijn broekje afgedaan, gaan zitten en het juiste ding gedaan met de sluitspier. Dus voilà, misschien zijn we wel echt helemaal vertrokken. In combinatie met dat vrolijk zwaai manoeuvre aan het raam vanmorgen, zitten we helemaal op eerstekleuterklaskoers.

Iedereen doet het in de zee, toch?

Maar echt, het is toch wat met die zindelijkheid. Ik begrijp dat het voor kleuterjuffen een absolute pest is, maar ik vrees dat het een beetje een prijs is die we betalen voor onze geëmancipeerde maatschappij. We zijn veel mobieler (thuis is zonder broek lopen is iets makkelijker dan op een ander), we zitten niet meer aan de haard (Thank god! en tegelijkertijd toch ook een beetje Damn! soms) en het is in onze jachtige maatschappij gewoon echt oprecht moeilijker om dat tegen 2,5 jaar gefikst te krijgen. Moeder/vader moet gaan werken weet je wel, want de economie moet blijven draaien. Mijn excuses daarvoor, en tegelijkertijd ook niet.

Het is niets om je schuldig over te voelen, als je het geprobeerd hebt. Basiel was bijna 3 toen het pas echt lukte, daarvoor had het kind geen enkele klik. Bij Felix kwam de waterleiding veel sneller en gemakkelijker, maar de rest gaat wat minder vlot mee. Kak en pis is redelijk shit (_ de woordspeling, gasten_) , maar ook niets om slaap voor te laten.

Ik zeg niet dat het ok is dat kinderen later zindelijk zijn, but we can’t have it all. Al mijn respect voor de juffrouwen en andere zorgverleners. En een hart onder de riem voor alle ouders die er mee sukkelen.

Pakt u allemaal een koekske. Ik zeg maar wat, een brownie of zo.

 

PS: Stel dat hier ooit nog een derde komt, dan ga ik toch eens de methode van dit boek proberen. Eerlijk is eerlijk, ik heb lange tijd niet genoeg energie gehad om een engelstalig boek uit te lezen (een nederlandstalig eigenlijk niet) ook als het is blijkbaar enorm grappig geschreven. De energie komt met mondjesmaat terug, dus wie weet. Oh crap, Potty Training van Jamie Glowacki. (Ja, ik vind dat onwaarschijnlijk grappig dat een zindelijkheidsexpert een naam heeft die een beetje lijkt op cloaca, ja)

Posted in Felix, Kind en gezin | 16 Comments