Hashtag newjob.

Ik krijg heel vaak dezelfde vraag: “En hoe is het nu op je nieuwe job?” – Dringend tijd dus om daar eens op te antwoorden. Ik had het zelf niet durven dromen maar ik kan vol overtuiging zeggen: GOED!

Eigenlijk is er maar één groot nadeel: dat ik geen radio meer kan maken. Dat steekt echt enorm. Ik mis het om in de studio te stappen en de fader omhoog te schuiven. Ik mis the buzz die rond het radiomaken hangt. Ik mis de drive van een live uitzending. Ik mis het spelen met mijn stem. (Maar ik blijf uiteraard wel beschikbaar voor stemopdrachten!) – ik mis…de radio.

Maar dit gezegd zijnde: bijna alle andere dingen zijn een grote verbetering. Ik kan zelfs een aantal zaken opnoemen die spectaculair veranderd zijn:

  • De mobiliteit: eindelijk ben ik verlost van dat vervelende autorijden. Vreugdedansje! De auto vliegt trouwens echt buiten binnenkort, hij is verkocht. Nochtans had ik gezworen alleen nog in Gent te werken én ben ik eigenlijk even lang onderweg als vroeger, maar het voelt totaal anders. Het fiets-trein-fiets-verhaal is echt een stuk aangenamer.
  • De vergoeding: ik vind het een geweldige verademing om met openbare barema’s te werken. Het is officieel, het is voor iedereen hetzelfde. Dat hele spelletje in de privé waarbij het geheim is hoeveel je verdient, dat paste gewoon niet bij mijn (open) persoonlijkheid. Hier is het bijvoorbeeld niet mogelijk om dingen te verzilveren waar je geen recht op hebt, gewoon omdat je een goede onderhandelaar bent (wat in de privé vaak wel zo is). Voor mij werkt dit veel beter. Ik ben er gewoon heel content mee.
  • De vakantie: Jeej! Laten we daar niet onnozel over doen, want die zijn er dus wel (meervoud, yeah baby). Ook al ben ik er nu al achter dat die periodes echt wel gebruikt worden om voor te bereiden: ik ben wel thuis. Ik heb officieel vakantie. En pak meer dan vroeger zelfs. Dankuwel.
  • De collega’s: Er zijn een paar mensen van mijn vorige job(s) die heel diep in mijn hart zitten (die weten dat ook), maar het is toch een enorme bevrijding om niet constant in een concurrentiesfeer te zitten. Komt daar nog eens bij dat ik toevallig ook in het allertofste team van heel Howest terechtgekomen ben. Dat is iets met een gat en boter, denk ik.
  • Thuiswerken: dat was natuurlijk praktisch redelijk onmogelijk op mijn vorige job, maar hier heb je recht op 1 thuiswerkdag (of 2 halve dagen). Dit blijkt zo goed te werken voor mij, dat ik er nog een aparte blog over ga maken. Een ode aan het thuiswerken. Want hallelujah.

Iedereen is blijkbaar ook heel blij dat ik niet meer in het midden van de nacht uit mijn bed moet. Ik kan niet zeggen dat het onaangenaam is om heel wat dagen tot 6u of 6u30 te kunnen slapen, maar eigenlijk heb ik het er wel moeilijk mee. Ik kon de voorbije jaren (door mijn belachelijk vroege vertrekuur) vaak aan de schoolpoort staan, en dat lukt nu niet meer. (Ik kan Basiel en Felix nu wel soms brengen, maar eerlijk is eerlijk, dat vind ik minder leuk.) Ik ben gewoon een ochtendmens, dat zal niet meer veranderen. Lesgeven tot 17u45 vraagt veel van mij. Ik kom tegenwoordig vaak pas binnengewipt als zij al aan het tanden poetsen zitten, en ja, ik vind dat best lastig. Maar gelukkig wordt dat gecompenseerd met de nodige vakantie (*steekt tong uit*)

En dan heb ik het nog niet over het allermooiste: die jonge gasten. Die bende die aan het begin staat van zoveel. Die naast de typische studentenkwaaltjes ook echt barsten van het talent, de humor, goesting en ambitie. Niet allemaal, maar toch (*knipoog*). Het is fantastisch om hen warm te maken voor het werkveld en mijn bagage door te geven. Ik loop hier nog maar een paar weken rond, maar die studenten zitten toch al in mijn hart.

Lap, ik ben weer mensen in mijn hart aan het stoppen. Dat is geen goed idee zekers?

Posted in Want zo ben ik, Werk | 7 Comments

Wij gingen naar PLAY in Kortrijk (en zouden heel graag een repeat doen)

Of wij niet eens naar PLAY in Kortrijk wilden gaan? – Het was lang geleden dat er een vraag in de Sofinesse-mailbox zat waar ik zo gretig op in wilde gaan. Maar ja dus! Heel graag!

Want ik had het al bij heel wat mensen zien passeren (oooh, the joy of instastories) én eigenlijk alleen nog maar lovende commentaren gehoord. Bovendien vertoef ik sinds een paar weken toch minstens vier dagen per week in Kortrijk. Omdat ik voorlopig alleen nog maar van station naar campus en terug gefietst ben, wilde ik heel graag ‘mijn’ nieuwe stad ontdekken. Komt daar nog bij dat wij – nog maar eens – een stevige slag gekregen hebben vorige week, waardoor terugplooien op mijn familiecocon het enige is wat ik kan doen. De perfecte timing dus voor een gezinsuitstap in de buitenlucht.

PLAY is een stadsfestival in Kortrijk, dat sinds eind juni het centrum van de stad verovert met hedendaagse kunstwerken. Op verschillende locaties in de Guldensporenstad kan je artistieke creaties bewonderen en bekijken maar ook bespringen, bespelen, ontdekken en voelen. Want de rode draad is spelen (PLAY!), dus mag moet er ook echt gespeeld worden.

Er zijn verschillende routes, maar wij kozen de Kids-versie. Je kan een pakketje kopen in het 1302-museum en ook alle speciale opdrachten doen (maar een gewone (gratis) wandeling is minstens even leuk). Het kids-parcours is uitgedokterd voor 3-plussers, maar zeker ook geschikt voor andere leeftijden. Wij (= de ouders) hebben alles gewoon meegedaan en ons minstens even hard gejeund. (Ik gebruik bewust een West-Vlaams werkwoord, omdat het gewoon echt de moeite is om voor dit festival naar West-Vlaanderen af te zakken). Ik zet hier even de toppertjes op een rijtje:

Springen uit de Broeltorens

Ik was al uitvoerig gewaarschuwd dat we zeker eens uit de Broeltorens moesten springen. Dus gingen we na onze lunch bij Kaffee Damast ongeveer meteen daar naartoe. Het was zalig! Ik had trouwens nooit verwacht dat Basiel zo vlot naar beneden zou duiken, maar hij is verschillende keren gesprongen. En moeder wilde uiteraard niet achterblijven:

De ballonnenkamer

In dezelfde toren zit ook de ballonnenkamer. Als ik ‘s avonds aan de jongens vroeg wat ze het leukst vonden, dan kozen ze allebei voor deze installatie. Het was beklemmend en fantastisch tegelijkertijd, maar dat is ook absoluut de bedoeling van het kunstwerk. En zeker ook grappig, we kregen onze gasten daar amper buiten.

Niet de meest scherpe foto’s. Maar check die smoeltjes, ze vonden het echt fantastisch.

Het bed

Eigenlijk geldt dat voor bijna elke installatie. We hebben meer dan eens moeten roepen dat ze NU ECHT NAAR BENEDEN MOESTEN KOMEN, want dat we ook nog andere dingen wilden zien. Misschien is dat mijn enige commentaar, het is bijna te veel om in één namiddag te zien. Op de Grote Markt staat trouwens een “bed” waar je kei hard op mag springen. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken zeker?

Het confetti-festijn

Als je naar PLAY gaat, is het echt de bedoeling om je inner child volledig los te laten. Wij hebben dat vooral gedaan in de Academie. Tot op het punt dat we zelfs vandaag nog confetti tegenkomen op vreemde plaatsen. Hoe dat daar geraakt is? ZO:

Ik denk dat er hier nog lang gepraat zal worden over het confettihuisje. Ik zou kunnen zeggen dat de jongens volledig wild gingen in die 150 kg confetti, maar wij hebben minstens even hard ons best gedaan. Want dat is echt wat PLAY doet, je speelsheid triggeren en activeren.

Toen we ‘s avonds op de trein naar huis zaten, was het vat volledig af. Achteraf bekeken hadden we misschien beter hun loopfiets en step meegenomen, want je doet toch wel een serieuze wandeling als je overal naartoe gaat. Perfect voor ons, maar misschien net te veel voor kleuterbenen die ook nog eens op een reuzebed de ziel uit hun lijf springen.

Het was echt geslaagd. Eigenlijk zou ik zelfs nog eens willen teruggaan, als onze agenda het toelaat. Je kan nog tot 11 november gratis naar dit fantastisch festival waar kunst en plezier elkaar voluit kussen. Ik zal het u zeggen, ge gaat het u niet beklagen.

(Ge gaat wel nog een paar weken confetti vreten)

Posted in Kind en gezin, Trippen | 2 Comments

Geknipt.

Ik hou niet van het verkiezingssfeertje. Ik vind het persoonlijk doodjammer dat er zoveel middelen en moeite gaat naar het strelen van ego’s, het binnenhalen van postjes, het likken van ijdelheid, het (her)bemachtigen van posities. Het is waarschijnlijk naïef, maar stel dat politiek gewoon stond voor het land zo goed mogelijk besturen. Wat een fantastische wereld zou dat niet zijn?

Onze buurt is een stuk van de inzet van de verkiezingen in Gent. Bijna alle partijen willen het circulatieplan in de Brugse Poort terugdraaien. Als bewoner kan ik zeggen dat de knip voor ons een zegen is. Er zijn uiteraard uitdagingen, maar dat is zo met elke verandering. Ik geloof er sterk in dat we meer en meer zullen evolueren naar een stadskern zonder auto’s, maar dat vraagt een mentaliteitsverandering én een investering in alternatieven. Pas als de blinde vinken zullen snappen dat de mobiliteit zo uiteindelijk vooruit zal gaan voor iedereen, komen we hopelijk ooit eens ergens.

Ik word een beetje misselijk van het egoïstische ‘maar ik kan nu niet meer op mijn oprit vertrekken en parkeren voor de deur van de winkel waar ik naartoe wil’. Of het ‘maar de stad is dood, alle economie gaat kapot!’. Pas op, ik geloof dat er inderdaad schade is toegebracht door de perceptie te creëren dat Gent onbereikbaar is geworden (bedankt oppositie!). Terwijl dat eigenlijk op geen enkele manier klopt. De stad is net zo bereikbaar als vroeger, alleen circuleert het verkeer anders. Maar goed, toen we plots niet meer mochten roken op de trein/op het werk/op café waren ook veel mensen boos. Terwijl iedereen nu toch blij is dat ie niet meer naar asbak stinkt.

Het is ook te gemakkelijk geworden om zomaar alles op het circulatieplan te steken. De Carrefour Market die in de Bevrijdingslaan de deuren sloot, moest zogezegd dicht door het circulatieplan. Terwijl ook lang voor het plan in voege was, amper iemand met de auto naar die winkel kwam. Maar dat de slechte cijfers iets te maken zouden hebben met hoe vuil de winkel was, hoe onaantrekkelijk en hoe er niet altijd de meest verse producten werden geëtaleerd, zal waarschijnlijk te veel hand in eigen Carrefourboezem zijn. Hetzelfde voor de elektrozaak verderop die maar geen overnemer vindt, uiteraard door het circulatieplan. Natuurlijk heeft dat ook absoluut niets te maken met e-commerce, een nette Krefel een halve kilometer verder of een rommelige winkel vol toestellen die nog nooit een AAA-label van dichtbij hebben gezien. Neenee, dat komt omdat er veel minder voorbijrijdend verkeer is. Mensen kopen nu eenmaal geregeld een wasmachine op den bots.

Feit is: de Brugse Poort is een wijk met uitdagingen. Mensen van buiten de stad begrijpen vaak niet waarom wij daar zijn gaan wonen, en al helemaal niet waarom we het daar leuk vinden. Tussen de allochtonen, met een gigantische woondruk, met heel wat ‘problemen’, soms valt zelfs de term getto – daar wil toch niemand wonen?

Oh jawel. De buurt heeft inderdaad wat problemen, maar dat lijkt me pure wiskunde. De Brugse Poort is de dichtst bevolkte wijk van de stad, dus is het maar normaal dat daar wel eens problemen van komen. En exponentieel zal dat inderdaad meer zijn dan in een tuinwijk vijf gemeentes verderop waar de buurman achter de brede haag van zijn gigantische tuin met dito oprit én garage heel veel open ruimte inneemt.

Maar tegelijkertijd is het ook een fantastische plek om te wonen. Met een prachtig historisch centrum op vijf minuten fietsen, met heerlijke plekjes, met fijne eetgelegenheden, met alles binnen handbereik.

Een plek met een (Turkse) buurman die ziet dat je auto niet start en meteen ‘maten’ optrommelt om met startkabels te komen. Een buurman die al snel merkt dat de batterij kapot is, de volgende dag met een nieuwe aan je deur staat en die ook nog eens installeert. Als blijkt dat er dan nog iets niet klopt, met jou even naar ‘de garage van een maat’ rijdt en het daar ’s avonds laat oplost. “Want daar zijn buren toch voor.”

Ik ben er nog niet goed van, van zoveel warmte en hulp. Voor gisteren zeiden we gewoon vriendelijk goeiendag tegen elkaar, nu ken ik zijn halve levensverhaal. En zeg ik I., en weet ik dat altijd op hem kan rekenen. En dat zij ook altijd bij ons mogen aankloppen.

En dat is dus ook de Brugse Poort. De geknipte plek om te wonen, wat ons betreft.

Posted in Gent | 15 Comments

Panta Rhei

Een halfjaar geleden droomde ik hardop. Een nieuwe wind door mijn vertrouwde werkomgeving, dat kon alleen maar deugd doen. Tijd om wonden te helen, tijd om enthousiast voor een semi-nieuw project te gaan. Ik opende mijn armen voor de nieuwe vibe, vol goede moed en met bergen goesting.

De slag was ongemeen hard. De wonde is nog steeds gapend en op bepaalde momenten gutst het bloed eruit. Het werd totaal zwart voor mijn ogen, maar gelukkig kleurde mijn gezin en omgeving de dag. Telkens weer.

Het was vroeg om zo hard voor een nieuwe uitdaging te gaan. Je energie openstellen terwijl je nog volop bloed aan het deppen bent, is niet gemakkelijk. Maar tegelijk hoef je daardoor niet constant aan de pijn te denken.

Ik zou kunnen zeggen dat een universumstem fluisterde dat ik deze kans moest grijpen, maar er werd veel luider geroepen.

Een halfjaar later is het leven totaal anders. Warm opgenomen in een nieuwe omgeving. Hard uit mijn comfortzone getrokken. Intellectueel uitgedaagd. Nieuwe zijden aan mijn parallellogram ontdekt.

De wind waait door mijn leven. De luchtstroom kriebelt, duwt, stuurt, vecht tegen en streelt. Ik weet niet naar welke windstreek.

Vandaag is nu. En nu sta ik vandaag hier. Met open armen, met volle teugen. Met trots. Met studenten. Morgen zal ik er weer staan. Maar ik weet nog niets over volgend jaar. Wind kan draaien, of gaan liggen.

Het is waar. Als er ergens een deur toeslaat, gaat er elders een raam open.

Met een open raam voel je met wat geluk de wind op je gezicht.

Misschien zelfs wat zon.

Posted in Want zo ben ik, Werk | 13 Comments

Kinderpraat.

Eigenlijk zou ik het altijd willen opschrijven. Maar in de praktijk geraakt nog geen 5% in mijn blogboekje. Ruwe schatting, want het kan ook minder zijn. Op zich is het al een serieuze vooruitgang dat ik überhaupt een boekje HEB waarin ik die dingen kan opschrijven, maar er gaat ook veel verloren. Ach, zolang het een doos met warme herinneringen is in de kelder/zolder van mijn brein, kan ik daar mee leven.

Gelukkig zijn er af en toe uitspraken die wel in mijn boekje geraken. Zo kom ik aan deze bloemlezing:

  • “Mama, als ik op jouw buik lig, dan vind ik jou heel zacht.” – Het is duidelijk dat het concept BMI nog niet tot Felix is doorgedrongen. En maar goed ook.

 

  • We liggen allemaal samen in het grote bed en Basiel moet serieus hoesten. Hij klinkt ook een beetje nasaal. Dus ik zeg: “Amai Basiel, jij bent wel serieus verkouden.” Waarop Felix zijn hand op Basiel zijn buik legt en zegt: “Nee hoor mama, Basiel is niet verkouden, hij heeft warm.”

 

  • “Kijk mama! Een zomerauto!” – Tegen elke cabrio die we in de zomer van 2018 zijn tegengekomen.

 

  • Er was ook die keer dat we aan het rode licht stonden te wachten. Het was zwoel, alle raampjes van onze niet-zomerautode waren opengedraaid. Naast ons stond een oude bestelwagen, met daarin een papa met zoon. Plots schreeuwt Felix – het was echt hèèèèèl luid – naar die gasten: “Hallo! Wie ben jij? Ik ben Felix!” – Iedereen ging plat, ook in de camionette.

 

  • Op een van de eerste schooldagen vertelde Felix dat ze liedjes hadden gezongen in de klas. Hij zei er nog bij dat hij helemaal niet zo leuk vond. Ik was verwonderd en zei hem dat ook, want zingen is normaal toch een van zijn favoriete bezigheden (for real, die dude denkt soms dat ons huis een musicalpodium is en kan al zingend naar de confituur vragen). Jij vindt dat normaal toch heel leuk om liedjes te zingen? “Bwaaa, mama, ik zing liever met een micro.” (Zoon van zijn moeder zeg je? Kei hard.)

 

  • Ook jammer dat Felix zijn flappers nu niet meer kan dragen. Dat is een woord dat hij zelf heeft uitgevonden voor zijn flipflops met rekker. Samentrekking tussen flipflop en slipper denken wij, maar vooral geweldig goed gevonden. En ondertussen helemaal ingeburgerd in ons gezin. Misschien zelfs een kanshebber voor het woord van het jaar?

 

  • Er was ook die filosofische avond toen Basiel vroeg waar dromenland precies lag. Hij was al helemaal ondergestopt, dus ik nestelde me naast hem en begon een hele uitleg over slapen, fantasie, dromen en avonturen. Waarop mijn 6-jarige met zijn ogen rolde en zei “Nee mama, niet dàt dromenland maar die waar je speelgoed kan kopen. Is dat ver van hier?” – Het antwoord is 500 meter, jongen.

 

  • “Hoeveel dagen in de auto is dat?” – Ah ja, wij hebben ook onze eigen lengtemaat uitgevonden. Basiel heeft een enorme aandacht voor landen tegenwoordig. Hij kent ondertussen ongeveer alle kentekens van auto’s en als er iemand op vakantie gaat, vraagt hij dus hoe lang dat met de auto rijden is. Zijn meter zit op dit moment in Canada, dat was gene gemakkelijke. Serieus geteld.

 

En had ik al gezegd dat meneer Boma naar de vrouwtjes gaat? Nee? Kijk, dan weet ge het nu. “Boma gaat graag naar de vrouwtjes en dan is Goedele boos, mama.”

Het is gebeurd. We zitten in de fase dat ze FC De Kampioenen grappig vinden.

(Gelukkig zitten we ook in de fase dat wij onze kinders grappig vinden.)

(Meestal toch)

Posted in Basiel, Felix, Kind en gezin | 5 Comments

Hoe wij dinnerstress compleet buitengooiden: met de foodbag.

“Mama, ik wil een boterhammetje met banaan en chocolade. En ook een beetje cornflakes met zonder melk!”

Het zijn vaak de eerste woorden van Felix, die aan eten denkt het moment dat zijn kleine teen onder het donsdeken vertrekt. In grote tegenstelling tot zijn broer, die het liefst van al zou overleven op appels, rijstwafels en melk.

Gezien mijn BMI én problemen met diëten gaat het waarschijnlijk raar klinken maar toch is het zo: eten interesseert mij niet. Ik kan heel erg genieten van lekkere dingen, ik ben een giga-snoeper, maar echte maaltijden: bwaaa. Hoeft niet.

In het dagelijks leven vind ik dat echt een enorme belasting om eten op tafel te moeten toveren. En als het even kan, liefst ook gezond. (Ik kwam onlangs iemand tegen uit mijn studententijd en die herinnerde mij als ‘die van de cornflakes’. Om maar te zeggen, ik heb mijn hele studententijd amper een warme maaltijd gegeten. Ik heb ongeveer 4 jaar overleefd op Fitness van Nestlé en Special K. En dat smaakt mij nog altijd.)

Mijn lief beweert dan weer “de gemakkelijkste eter van de wereld” te zijn, maar trekt toch heel geregeld zijn neus op voor mijn harde werk.  Dat zou natuurlijk aan mijn abominabele kookkunsten kunnen liggen, maar het is evenveel (of meer) een kwestie van zijn goesting van de dag. Het is gewoon moeilijk om die te voorspellen, en heel veel dingen zijn per defintie uitgesloten omdat hij die “niet graag eet”.

Ik zeg gewoon eerlijk dat ik dingen niet lust en/of niet eet, maar dat vindt hij veel te onbeleefd. Terwijl ik daar geen spel van maak. Ik vind het helemaal niet erg om (iets) niet te eten, misschien daarmee? Maar ik kan wel eens gek worden van zijn “pfff, gaan we dat eten?” en gezucht en gesteun aan tafel. Toegeven, er is vooruitgang. Hij eet sinds kort zelfs rode kool!

De oplossing heeft een paar jaar voor de hand gelegen: de kinderen eten op warm op school (HALLELUJAH!) en ik nam een tupperware pot mee naar het Mediahuis. Ik at daar ‘s middags warm en ’s avonds kreeg Tom de microgolfversie voorgeschoteld. Op dagen dat hij het zijn goesting van de dag niet was (ik stuurde de menu op voorhand door), maakte hij zijn all time favourite: boomstammetjes met rijst en erwtjes en worteltjes of spaghetti.

Maar nu moesten we het hele verhaal echt herdenken. Ook al omdat ik de laatste jaren doorgaans op een heel deftig uur thuis was (wegens op een heel onkatholiek uur opgestaan), maar die tijden zijn voorbij. Mijn wekker loopt niet meer vroeger af dan 6u15, maar er zijn dus wel dagen dat ik pas om kinderbedtijd door de voordeur val.

Na een eerdere slechte ervaring met HelloFresh (rotte dingen in de doos, agressieve marketing) en wat tips van vrienden, besloten we voor Foodbag te gaan. Omdat we ook graag gezonder (en lichter) door het leven willen gaan, kozen we de eerste week voor de box van Sandra Bekkari. De week daarna gingen we voor ‘Veggie’ en nu zitten we al aan de tweede ‘Original’ box.

Ik ga daar niet om liegen, de eerste dag heb ik gehuild. De box werd pas iets voor acht geleverd en ik had de hele dag gevast. Toen bleken de recepten niet te kloppen én was ik al bij voorbaat een geslacht lam. Hangry, moe, emotioneel: geweend. Toen daarbovenop ook nog eens bleek dat ik het helemaal niet lekker vond én de keuken ontploft was, heb ik geweend. Sorry Sandra.

Maar na de startdip ging het beter. Ik had de bereidingswijze eindelijk door (wat je met de ingrediënten moet doen staat dus bij de ingrediëntenlijst en niet bij het recept, dat is verwarrend) en had ik meer structuur. En bovenal: het was lekker! Hoera! En met kei veel groeten: Jochei!

Dus ik kan het wel even als volgt samenvatten:

VOORDELEN

  • Niet moeten nadenken over ‘wat gaan we eten’ is ZALIG. (Maar echt, dat neemt zoveel stress weg, niet normaal).
  • Geen boodschappen moeten doen is bijzonder welkom met twee full time werkende ouders waarvan één ouder (tijdelijk?) niet kan autorijden om medische redenen.
  • Geen impulsaankopen meer, we hoeven eigenlijk tijdens de week niet meer naar de supermarkt. Zeker als we nog net iets beter gaan plannen in het weekend.
  • We eten veel meer groenten dan voorheen.
  • De porties zijn heel correct.
  • Je hebt de keuze uit: Easy Dinner, Original, Veggie en Sandra Bekkari. Wij bekijken gewoon per week het menu en kiezen daaruit wat we het lekkerste vinden. Behalve Easy Dinner, dat is te weinig ‘gezond’.
  • Je steunt de lokale economie. Foodbag is Belgisch, maar ook de producten die er in zitten zijn zoveel mogelijk lokaal. Zo hebben we al de heerlijkste Belgische geitenkaas leren kennen (om maar iets te noemen).

Uiteraard is het niet alleen een positief verhaal. Want zoals iedereen weet, ik klaag graag 😉

NADELEN

  • De tijdsslots zijn niet altijd goed combineerbaar met drukke full time werkende mensen, want je moet dus wel thuis zijn om het te ontvangen. Ik weet niet of een afhaalpunt zou helpen, want dan kan je natuurlijk bijna even goed boodschappend doen. Maar anderhalf uur hongerig zitten te wachten op maandag én daarna nog moeten beginnen aan de kookjob, is geen winner. Ik begrijp dat het niet anders kan, maar dat is lastig. Ik hoor dat veel mensen daarom pas dinsdag uit de box beginnen te koken, maar ja, wat eten we maandag dan he ;)?
  • Het is duur, daar moeten we niet onnozel over doen. Maar zoals gezegd geven we voor de rest wel minder uit en wordt het wel aan je voordeur geleverd. En eigenlijk valt het ook wel goed mee. De original box kost bijv. 65 euro voor 4 dagen voor 2 personen – Dat is 8pp voor een aan huis geleverde, gezonde maaltijd.
  • De bereidingstijd is niet altijd correct. Het snijden van alle groenten wordt niet meegerekend denk ik.
  • Je moet voor de volgende week bestellen voor woensdag. Maw: goed bij de zaak blijven, of we zijn het vergeten. Je kan ook automatisch laten doorlopen, maar als je zou willen wisselen van ‘smaak’ moet je dat wel op tijd aanvinken natuurlijk. Je kan ook kiezen voor 3 of 4 dagen (afhankelijk van de box), dus wij krijgen het meestal wel ingepast in de week.

De kinderen eten natuurlijk nog altijd warm op school, dat scheelt. Maar voor hen zou het sowieso te laat zijn om ’s avonds nog warm te eten. Tegen dat ik er aan kan beginnen, loert hun bedtijd vaak al om de hoek. Bovendien zorgt stad Gent voor gezonde en evenwichtige maaltijden en proeven ze daar veel meer dan thuis (thanks groepsdruk).

Ik heb nog steeds een grondige hekel aan koken. Maar ik vind het steeds gemakkelijker om te beginnen aan de foodbox. Geen stress meer over het eten, ik vind dat een ongelooflijk groot gemak.

En zo terug beginnen werken na een aantal maanden thuis, je inwerken in een compleet nieuwe job: het is allemaal niet van de poes. Dus ik ben ongelooflijk blij met deze oplossing voor ons eeuwige ‘Wat gaan we eten vanavond?’-probleem.

Merci foodbag. En smakelijk!

(Deze post is trouwens op geen enkele manier gesponsord. Al hebben we na deze post misschien wel ne keer een gratis doos verdiend ;))

Posted in Kokeneten, Want zo ben ik, Werk | 6 Comments

‘t Is weer (bijna) voorbij die mooie zomer (dus laten we een giveaway doen om de pijn te verzachten)

Wij hebben een hoop lijstjes hier in huis. Sommige to do’s zijn alleen voor mij (en vaak in Sofietaal waar niemand anders iets van begrijpt), andere zijn voor wie er het eerst toe komt. Sommige lijstjes zijn dringend en andere slingeren al eeuwen rond in de hoop _ooit_eens gerealiseerd te worden. Ge kent dat wel.

Ik had ‘smartphoto’ al een hele tijd op mijn lijstje staan. Want niet veel na de geboorte van Basiel heb ik een fotoboekje gemaakt van zijn eerste maanden en de jongens kijken daar vaak in. Ze vroegen zich af waarom Felix eigenlijk niet zo’n boekje had, en ik vond dat wel een terechte opmerking. Het stond dus al eventjes op de planning om voor Felix ook zo’n geboorteboek te maken. Daarna kreeg ik het idee om ook al die Instagramfoto’s eens per jaar in een boek te gieten. Zo wat tastbare herinneringen gelijk in de nineties, ik zag dat helemaal zitten.

Maar bon, verder dan een plek op mijn to-do-lijstje was het nog niet gekomen.

Toen kreeg ik een mail van Smartphoto (hallo! universum!) of we niet nog eens konden samenwerken. We hebben dat in het verleden al eens gedaan, maar ik heb ook al een keer of drie ‘nee’ gezegd. Omdat het gewoon niet het juiste moment was en/of omdat ik allergisch ben aan van die acties die dan bij vijf bloggers tegelijkertijd verschijnen (sorry, niemand is perfect). Maar ik wilde mijn to-do-lijst niet NOG langer negeren én ik werk oprecht graag met smartphoto. Want:

  • Ze hebben veel mogelijkheden om een fotoboek te maken. Je vindt daartussen sowieso je ding.
  • Als je geweldig creatief bent en heel veel tijd, dan kan je ook helemaal zelf designen (maar hahahahahaha, niet van toepassing in dit huis)
  • Er is ook een zalige oplossing voor luie mensen: de ‘smartphoto doet het al werk voor jou-tool’. Jij moet alleen de foto’s selecteren – toegegeven, als je zoveel foto’s neemt als ik dan kan dat wel een hele klus zijn – daarna worden die vanzelf ingevuld in het gekozen design. Uiteraard kan je nog naar believen aanpassen. Ook tekst toevoegen is een optie.
  • Als er een fout gebeurd is (ook als het je eigen stommiteit is!), krijg je gratis een herdruk toegestuurd.

Ondertussen hebben we hier al een arsenaal aan fotoboeken, gsm-hoesjes (die gaan bij mij ongeveer 6 maanden tot een jaar mee, daarna ben ik ze beu of zijn ze een beetje stuk) en forex wanddecoratie. Ik ben nog nooit teleurgesteld. Als een foto wat minder goed uitkomt in een boek, dan is dat doorgaans mijn eigen schuld. Het systeem waarschuwt me namelijk dat de foto niet goed genoeg is van kwaliteit, maar ik zet ‘em er koppig toch bij.

Maar ik heb dus ‘ja’ gezegd tegen deze samenwerking. Het was de sjot onder mijn gat die ik dringend nodig had om eindelijk die fotoboeken te maken. En omdat ik jou ook graag een sjot onder je gat bezorg, mag ik zelfs wat shopkrediet bij smartphoto weggeven.

De zomer loopt op haar laatste benen en dat maakt mij heel erg droef. Ik hou echt niet van herfst en winter, dat is een noodzakelijk kwaad waar voor mij geen enkel voordeel in te ontdekken valt. Ik ga in mijn hoofd dus heel veel mijmeren naar afgelopen zomer. Doe je mee?

Als jij graag 25 euro shopkrediet wil winnen bij smartphoto, dan nodig ik je uit om eventjes terug te gaan naar die warme zomer. Beschrijf in de comments jouw favoriete vakantiefoto van 2018 of het moment dat je had willen vastleggen. Als je zo’n foto hebt, kan je ook meedoen via IG. Vergeet dan niet @sofinessetje en @smartphoto te taggen, anders geraak je niet in de pot.

Ik maak op zaterdag 22 september de winnaar bekend op de facebookpagina van Sofinesse. Uiteraard krijg je ook persoonlijk een berichtje. Veel succes! 

(Hieronder alvast een paar van mijn favoriete vakantiefoto’s van 2018)

(C: In de fotoboeken zitten foto’s van Dries Renglé, Bert van Nina en Steve De Brock)

 

Posted in Kind en gezin, Weggeef | 27 Comments

Pendelpret.

Een nieuwe job, het is toch nogal wat. Een nieuwe omgeving, nieuwe mensen, een totaal nieuwe inhoud, van “de privé” naar het (hoger) onderwijs, van Antwerpen naar West-Vlaanderen…Het is pittig, dat kan ik u wel zeggen. Gelukkig ben ik terecht gekomen in het allerliefste team en in een supertoffe opleiding (ter info: inschrijven kan nog! Journalistiek Howest!)

Ook mijn mobiliteit is grondig veranderd. Ik droom er al jaren van om met de fiets te gaan werken, maar helaas is Kortrijk-Gent net te ver, zelfs met een elektrische fiets. Ik geloof dat ik op mijn sollicitatiegesprek al gevraagd heb of de verbinding ook vlot met de trein te doen was. Want ik wil onze tweede auto – die de laatste jaren voor 95% voor woon-werk-verkeer werd gebruikt – heel graag buiten sjotten.

Mijn traject ziet er ongeveer zo uit:

1.Thuis – station Gent: ongeveer 3km (fiets)

2.Gent – Kortrijk: halfuurtje trein

3.Station Kortrijk – campus The Square: ongeveer 3km (fiets)

En wat hebben we heleerd na twee weken treinen? (Heleerd he, want ik werk nu in West-Vlaanderen)

  • Alle clichés over de NMBS zijn waar. Ik mocht al kennis maken met twee afgeschafte treinen en verschillende (lichte) vertragingen. Niet slecht op twee weken, waarvan ook twee thuiswerkdagen.
  • Ik ben langer onderweg dan met de auto MAAR ik krijg daar wel veel voor in de plaats:
  • Op de trein kan ik werken, lezen, dromen, instagrammen…Dat halfuurtje vliegt voorbij. Ik ben ook echt absoluut geen autofan. Omdat Tom (voorlopig) niet kan autorijden met zijn kapotte arm, vallen alle ‘verplichte’ ritten op mij. Ik ben zo blij als een klein kind dat ik nu voor mijn werk niet meer hoef te rijden. Hemels! (Ik mis alleen de radio onderweg, maar daar zijn natuurlijk wel oplossingen voor)
  • Werkpuntje: overvolle spitstreinen én onwelriekende medepassagiers. Dat is echt niet geestig.
  • Op de fiets kan ik FIETSEN. Hoera! Fietsen ontspant mij zo hard, dus die 12km per dag doen echt deugd. Vier keer per dag een kwartiertje fietsen: de max. (En uiteraard gaat er nog drash en sneeuw en wind aan te pas komen, maar ik ben niet van plastic. Ik kan daar tegen) – Ik hoop uiteraard dat strakke bil-, bekkenbodem- en kuitspieren wel snel zullen volgen.

  • Ik moet wel dringend fietstassen kopen, want mijn rugzak is handig en mooi maar geeft me ook een zweetrug én pijn. Het staat op de to-do-list.
  • Want het enige nadeel vind ik: sleuren met je gerief. Dat is gewoon ambetant.

  • Maxi-rokken zijn trouwens een potentieel moordwapen op de fiets. Er is een exemplaar gesneuveld toen dat verstrikt raakte tussen de rem. Ik heb het uiteindelijk moeten losscheuren, for real. (Maar beter dan in mijn onderbroek op de trein, dat wel)
  • Ik heb het vestimentair drama uitgebreid gedeeld op mijn IGstories en volgende oplossingen zijn aangereikt: 1. Rok vastmaken met een rekker tijdens het fietsen (optie) – 2.Fietsen met een broek en switchen bij aankomst (maar dat is dus nog meer bagage) – 3. Nooit meer maxi-rokken dragen/overschakelen op comfy kleren (zijde zot?!)

  • Ik heb de app van de NMBS meteen geïnstalleerd. Ik moet nu nog leren om er effectief naar te kijken.
  • De dubbeldekfietsrekken in Gent St Pieters zorgen voor menig blauwe kunstwerken op mijn lijf. So far al zwaar gestoten aan: hoofd, voet, kuit en arm.
  • Gesprekken afluisteren van andere mensen is gewoon tof. Ik ga daar niet onnozel over doen.

Maar ge wilt nu natuurlijk weten of mijn Opel Corsa al te koop is?

Het is absoluut het plan om op termijn die tweede auto weg te doen, maar voorlopig mag hij nog eventjes blijven. Ook al staat hij redelijk werkloos voor de deur, zo’n grote beslissing moet grondig geëvalueerd worden. Ik heb voorlopig maar een jaarcontract, de verzekering én belastingen zijn net betaald én het schooljaar is nog niet echt begonnen (er zijn nog geen studenten bedoel ik) – even een academiejaartje afwachten dus. Maar uiteindelijk is dat absoluut het plan.

Ik frustreer mij wel elke dag over het concept fietsslot. Het ligt waarschijnlijk aan mijn lompigheid, maar het kan soms vijf minuten duren voor ik dat openkrijg. Kunnen ze zo niets verzinnen dat ik gewoon kan ‘biepen’?

Allez, ge weet wel, zoals bij een auto.

 

 

Posted in Want zo ben ik, Werk | 33 Comments

Glijden.

Je glijdt weg.

Ik zie het, want mijn ogen branden als ik bij de wekker op de lichtknop moet duwen om mijn teen niet te stoten aan het donkerte.

Ik voel het, want er hangt steeds vaker een jeansvest rond mijn schouders. Of zelfs – godbetert – een jas.

Ik hoor het, want de straten zijn stil als de zon aan de andere kant is. De terrasjes zijn na de dagval alleen nog maar gevuld als er ofwel fleecedekentjes zijn, ofwel kankerstokken.

Ik ruik het, want de zweetvoeten zitten weer weggestopt in gesloten schoenen. Alleen de dappersten stappen nog koppig in sandalen.

Ik zeg het, want ik vind het vreselijk. Het zou zelfs als zagen bestempeld kunnen worden hoe ik opzie tegen die vreselijk tijd die staat te trappelen. Maanden die alle lichtheid uit het leven nemen.

Zelfs de prachtige na-dagen die je soms nog uit je mouw schudt, duwen op mijn hart. Ze zijn een uitvergroting van je afscheid. Met hun kille start, hun koele doving en mijn lijf dat nooit meer plakt en douche snakt.

Oh zomer.

Je glijdt weg.

(Mag ik meeglijden? Zo tot maart ongeveer?)

Posted in Er zijn zo van die dingen | 8 Comments

Bur-oooooooh.

Ik heb nog niet veel verteld over de grote verbouwingen die hier gepland staan, maar we hebben dus zotte dingen in ons hoofd (ook al op papier trouwens). Vertrokken vanuit de grote nood aan een tweede toilet (en badkamer) én een verwarmingstekort, uitgekomen bij een redelijk ‘deftig’ project. Ik heb het er nog wel eens over, sowieso.

Als de plannen van de architect ooit allemaal gerealiseerd zijn, zal onze huidige bureauruimte een slaapkamer worden. Onze nieuwe werkkamer komt dan op de nieuwe OUDERVERDIEPING (aha! Een verdieping k.n.t.!). Maar ge hoort de ‘als’ en voelt ‘verre toekomst’ in mijn zin en ondertussen moet er natuurlijk ook wel gewerkt worden.

Het onderwijs-cliché zegt dat leerkrachten heel veel werk verzetten als ge het niet ziet. Thuis, als de rest van de wereld aan het ontspannen is.

Ik weet nog niet zeker of ik een wandelend onderwijspromobord ga worden, maar feit is dat ik hier veel ga zitten en dat onze bureau wel wat liefde kon gebruiken. Al te vaak is het een ruimte waar alles wat op een hoop wordt gegooid. Waar de was staat te drogen. Waar rommel wordt gedropt die niet meteen een ander plaatsje vindt.

Jammer eigenlijk, want het is één van mijn favoriete kamers. Het is ook één van de enige ruimtes die qua styling wel al in een vergevorderd stadium zitten. Niet qua afwerking helaas (zelfs geen vasthangende plinten), maar ge kunt ook niet alles hebben.

Ik wou dus gewoon eventjes zeggen dat ik de boel heb opgeruimd. Ons bureau is nu officieel klaar voor een spannend jaar. Voor een nieuw leven. (Ik had beter ook een before-foto genomen, maar dat was te schaamtelijk. Of eerlijker: ik ben dat gewoon vergeten)

Ik ben een geweldig slechte interieurfotograaf, maar het is ook niet mogelijk om iedereen hier uit te nodigen om eens in real life te komen kijken. Daarom heb ik een filmpje gemaakt. Ik weet het, zotte shit zo eind augustus (zeker omdat ik het helemaal zelf gedaan heb, zonder de hulp van mijn teerbeminde IT’er). Maar het ziet er dus ongeveer zo uit:

Om af te sluiten heb ik nog een boodschap voor alle studenten die binnenkort het internet gaan uitpluizen om alles over hun nieuwe docent radio te weten te komen: hier zit ik dus uw examens te verbeteren.

Posted in Thuis en al | 11 Comments