De wereld van neonatologie.

Bij de eerste kriebeling van de herfst veranderde ons leven in een vingerknip. Ik ben nooit fan geweest van het meest sombere seizoen van het jaar, maar de aanblik is nu nog zwaarder.

We stapten ongewild een wereld binnen die je nooit van dichtbij wil kennen: de neonatalogie.

Ongeveer twee uur na haar geboorte rolde Tom mijn rolstoel de meest intensieve zaal van neo binnen, zaal A. Ik kon het nauwelijks verdragen. Couveuses en zieke kindjes op elkaar gepakt, enorm veel beangstigende geluiden, een bijna tropische temperatuur, heel druk.

Maar daar lag onze dochter. Ik vond de omgeving zo verschrikkelijk en de aanblik van dat veel te kleine meisje afschuwelijk. Ik werd getrokken naar mijn dochter, wilde haar bijna eigenhandig weer in mijn veilige buik duwen maar kon tegelijkertijd de prikkels van haar omgeving niet verdragen. Ik moest daar weg.

De eerste dag ging ik een paar keer, maar ik vond het verschrikkelijk moeilijk om daar te zijn. Hooguit een paar minuten, langer kon ik het niet trekken. Ondertussen zijn we bijna een week verder en kan ik zeggen dat het went. Ik had het niet verwacht, maar je wordt het echt gewoon. Ik vind het niet meer eng en ondraaglijk, het is gewoon waar zij nu woont om aan te sterken. Er is geen andere keuze, ze is daar in de allerbeste handen.

Vrij snel werden we verplicht om te helpen bij de verzorging. Ook daar treedt gewenning op. De eerste keer durfde ik dat broze meisje nauwelijks aan te raken, ondertussen kan ik al zelf een ieniemienie pampertje verversen. Vandaag had ze trouwens heel flink kaka gedaan, iets wat bij mij een spontane vreugdekreet ontlokte.

De dagen zijn wisselend. Gisteren heb ik ongeveer de hele dag gehuild, vandaag gaat het iets beter. Een etmaal bestaat uit fietsen naar het UZ, alles regelen rond kolfblokjes van twee à drie uur, zorgen voor de jongens, proberen het huishouden recht te houden, zoveel mogelijk proberen op twee plaatsen tegelijk te zijn met mijn hoofd en mijn hart. So far, geen seconde rust.

Onze diepvries en koelkast zit ondertussen wel propvol met warmte, gebracht door mensen die we van ver en dichtbij kennen. Dat is fantastisch en draagt ons een beetje.

Maar het is godverdomme een wereld waar je niet wil zijn. Het is er hard, we zagen al vreselijke dingen gebeuren onder onze neus.

Ik zit ook helemaal in de knoop met mijn lichaam, dat zo hard verlangt om nog zwanger te zijn. Ik probeer te snappen dat ik echt bevallen ben, ook al ben ik daarin zeven stappen overgeslagen met grote mijlslaarzen. Geen arbeid, geen verlossing. Een hoofd dat niet meewil met een lichaam dat precies nooit zwanger is geweest, terwijl het derde trimester eigenlijk nog moest beginnen. Afscheid van iets waar ik naar verlangde en wat nooit meer zal komen.

De dagen zijn wisselend. Ik tel elk uur. Met ergens heel ver in ons achterhoofd een uitgerekende datum, met angst en hoop in het vizier.

Ze doet het goed gezien de enorme prematuriteit. Maar in de wereld van neo kan alles heel snel veranderen. Toen ze gisteren een mindere dag had, geraakte mijn tranen niet opgedroogd. En we zitten nog minstens een maand of drie op deze rollercoaster voor ze heel misschien ooit naar huis mag. Om dan pas aan de kraamtijd te beginnen, ook geen lachertje. Het is allemaal enorm fucked up, ik heb er geen andere woorden voor.

Maar ze is zo mooi. Als we mogen skinnen, verdwijnt de hele wereld even. Liefde geven en energie tanken, om er dan weer heel even tegen te kunnen.

Ik weet niet voor hoelang, want ik weet echt niet hoe sterk ik ben. En dat is bovenmenselijk eng.

Maar ze is zo mooi.

Posted in Dotje | 7 Comments

Hoe Rosalie plots toch ter wereld kwam.

00u

Vaste baxtertijd. Echt goed heb ik nooit geslapen in die week observatie, maar meestal was ik wel even ingedommeld voor dit moment. Ik probeerde die nacht tijdens het aankoppelen verder te slapen, maar dat lukte niet echt. Ik viel toch in slaap, met de gedachte dat we toch weer een dag verder waren.

3u30

Ik schiet plots wakker. Ik voel een klein beetje pijn onderaan de linkerkant van mijn buik. Helemaal niet erg, maar toch ook niet leuk. Ik draai op mijn linkerzij, maar dat maakt het eigenlijk erger. Ik draai op mijn rechterzijde en probeer verder te slapen. Het trekt ook maar een beetje, nauwelijks voelbaar.

6u

De nachtverpleegster brengt een nieuwe baxter. Ik vraag meteen om hem ook nog te komen afkoppelen voor de wissel van de shift, omdat ik daarvoor al een paar dagen heel lang had moeten wachten om verlost te worden. En ik voel wat getrek in mijn buik, dus ik moet waarschijnlijk gewoon naar het toilet? Toch?

6u45

De baxter is net afgekoppeld. Ik zeg tegen Tom (die godzijdank was blijven slapen, normaal gezien de laatste nacht) dat ik wat buikpijn heb, en dat ik het eigenlijk niet helemaal vertrouw. We besluiten te bellen. De vroedvrouw zegt dat ze meteen met de monitor zal komen, dat stond toch al gepland in de ochtendroutine. Ik word aangesloten.

7u

Na een week ervaring met hartfilmpjes hebben we meteen door dat dit er helemaal anders uitziet. Waar we ons daarvoor zorgen maakte over “gaat dat nu niet een paar slagen te hoog”, zien we nu heel sterke dalingen. Net op het moment dat ik een heel klein beetje meer pijn voel, ook al zegt de monitor dat er geen wee te bespeuren is. We bellen opnieuw. Het was meteen de assistent van wacht, die na het bekijken van hartfilmpje snel de echomachine ging halen. Hij deed een echo en voelde even, zei dan dan plots dat de voetjes er al uit hingen. Shock.

7u15

In allerijl werd ik van de monitor gehaald. Mijn bed werd in volle vaart naar het verloskwartier gerold. Tom liep mee, ik ging het OK binnen. Ondertussen werd er rondgebeld en neo klaargemaakt. Ik werd nog snel gesondeerd, kreeg de melding dat een sectio geen optie meer was (het ene geluk bij dit ongeluk) en dat ik moest duwen voor mijn leven. Ik trilde, huilde, verging van angst. Maar toen ze even later zeiden dat ik moest persen, duwde ik met alles wat ik in mijn lijf had. Zonder enige perswee, zonder enige wee zelfs.

Tom riep na een minuut dat ze er was, dat haar lichaam er al was. De arts zei dat haar hoofdje er nu snel uitmoest. Dus ik duwde, het geheel duurde niet langer dan twee minuten. Ik brulde van de pijn, maar gebruikte al mijn kracht om haar het leven te geven.

7u22

Rosalie wordt geboren, maakt geen geluid. Voor ik mijn ogen open gedaan heb na het hoofdje, wordt ze al verzorgd in de kamer naast het OK. Niet veel later mag Tom gaan kijken, terwijl de gynaecologen zich bekommeren om mijn placenta. Die moet wat losgeweekt worden, wat ook nog een pijnlijk verhaal is. Maar op dat moment kan het me allemaal niet schelen, wat er met mij gebeurt is niet meer van tel.

Tom kwam terug en zei dat ze er zo groot uitzag, groter dan verwacht. Niet veel daarna kwamen ze zeggen dat ze het voor haar situatie heel flink was. Toen we samen naar buiten werden gerold, konden we elkaar even ontmoeten. Daarna werd ik naar een verloskamer gebracht om af te kolven, zij werd ondertussen geïnstalleerd op neonatalogie. Na een bevalling van ongeveer zeven minuten. Geen arbeid. Geen tijd om te wennen aan iets.

Het begin van een hele nieuwe, maar even onzekere situatie.

De heftigheid en snelheid is overweldigend. Het hele verhaal is zo fucking niet normaal.

Het neerschrijven en vertellen helpt hopelijk een beetje in de verwerking, want ergens lijkt het alsof ik helemaal niet bevallen ben.

Nu is het aan ons meisje. Ik vecht voor elke druppel colostrum, zij voor haar leven. Het is opnieuw uur per uur, dag per dag. Geen idee hoe we die ziekenhuistijd gaan combineren met onze twee jongens. Zoveel vragen. Maar ook zoveel hoop.

Oh Rosalie.

Welkom in de wereld, welkom in de tijd.

We zien je nu al zo graag.

Posted in Borstvoeding, Dotje, Liefde, Rapporteren | 40 Comments

Het is donderdag.

De dag die op zaterdag onhaalbaar leek.

De dag die ons ontslaat van de zware mentale last om over leven en dood te beslissen.

De dag die staat voor de mijlpaal van 26 weken zwanger.

Ik lig hier nog, dat is op zich een wonder. Uit de berichten die we zaterdag en zondag hoorden, sprak weinig hoop. Maar blijkbaar hebben we 48 cruciale uren overleefd zonder in arbeid te schieten, dat was belangrijk. De conclusie blijft hetzelfde: elke dag is een dag gewonnen. Elke dag dat ze in mijn buik blijft, is een extra kans op (goed) overleven.

De steun, de berichtjes, de online kaarsjesbrigade die op gang is gekomen doet ons zo-veel deugd. Ik geloof ook echt dat het ons tot deze donderdag heeft gebracht, al die duimen. Het voelt alsof we een klein beetje gedragen worden. Het blijft allemaal verschrikkelijk moeilijk en onzeker, maar ik houd zo lang mogelijk vol.

Want niemand weet wat de toekomst brengt. Terwijl ik dit schrijf, ben ik stabiel, maar dat kan elk moment omslaan. Een aantal parameters zijn daarbij belangrijk: het vruchtwater verlies dat ik heb is helder, geen bloedverlies, geen weeën, geen infectiewaarden en een baby die het goed doet op de monitor. Dat is de definitie van stabiel. Zodra daar iets mee gebeurt, verandert de situatie onmiddellijk.

Zou het kunnen dat ik hier nog weken op deze manier lig? Dat zou een mirakel zijn, maar dat zou wel echt kunnen. Dus stop aub niet met duimen en hopen, want elke dag brengt ons zoveel dichter bij Dotje.

Ik ben nog niet aan vervelen toegekomen, daarvoor is de situatie veel te heftig. De emoties vliegen nog veel te fel de ziekenhuiskamer rond. Ik probeer de zorgen van me af te zetten: werk en toekomst, hoe het thuis draait, wat dit financieel betekent, wat een impact het heeft op onze geweldige jongens. Maar er wordt goed voor ons gezorgd.

Elke nacht slaapt er iemand bij ons thuis, zodat Tom hier kan slapen of direct weg kan als er ’s nachts iets zou gebeuren. Dat is een puzzel die we dag per dag leggen, want niemand weet hoe ver in de toekomst we mogen kijken. In het beste geval nog enkele weken. Maar het doet zelfs raar om dat uit te spreken. We leven op hoop, maar ook met enorme angst.

Ik mag uit bed ‘voor de was en de plas’. Ik mag dus naar het toilet gaan (wat elke keer een horrormoment van angst is om wat je in je broek gaat vinden), ik mag mij af en toe douchen. Mijn vliezen zijn toch al gebroken, dus dat kunnen we helaas niet meer tegenhouden. Ik mag ook bezoek ontvangen, maar alleen als dat gezond is. Geen snottebellen dus, om alle infectiegevaar te vermijden.

Dit is heel vreemde situatie, maar ik denk dat we hier in de best mogelijke handen zijn. Ik begin al wat gezichten te kennen, we beginnen de routines van de dag en zelfs de week te kennen. We kunnen alleen maar hopen dat ik hier over een paar weken nog altijd lig en mezelf stront verveel.

Ondertussen moet ik vooral rustig blijven. Alle stress vermijden. De wereld is heel klein geworden, het draait echt alleen nog maar om mij en Dotje. Ik moet zelfs mijn andere kinderen redelijk hard uit handen geven, dat is fucking moeilijk. Maar het is ook geen keuze, alles voor hun kleine zus.

Het is al donderdag.

De dag die onhaalbaar leek.

De dag die het deurtje naar de hoop een klein beetje verder open zet.

Meestal gewoon de dag na woensdag, maar voor nu altijd een mijlpaaldag.

Op naar morgen. In de verte dromen we zelfs al van volgende donderdag.

Bedankt allemaal, voor het medeleven. Van ons allemaal.

Posted in Dotje | 46 Comments

De schommel van hoop en angst.

Het is allemaal heel onwerkelijk. Maar schrijven is altijd een uitlaatklep geweest, dus wil ik nu ook even uitleggen wat er precies gebeurd is. Hoe we totaal onverwacht in deze moeilijke situatie geraakt zijn. Alweer een onmogelijke situatie. Ik dacht dat het niet erger kon dan de shit van 2018, maar blijkbaar is 2019 ons ook niet goed gezind.

Ik had vrijdag een lastige dag, alles ging moeizaam. Ik had veel pijn, maar dat was ook niet de eerste keer. En niet trunten weetwel, want het hoort er gewoon allemaal bij. Maar een derde zwangerschap, een full time job én een gezin met twee kinderen is toch echt wel niet te onderschatten soms.

Ik was ‘s avonds wat bloed verloren. Niet veel, niet meteen ongerust. Ik belde met de vroedvrouw en omdat ik veel beweging voelde en het niet veel was, gingen we toch gewoon slapen. Maar toen er de volgende ochtend opnieuw bloed was, wilde ik toch naar het ziekenhuis. Het blijft een speciale zwangerschap met de Asherman, dus better safe than sorry.

Omdat we zo snel geen opvang konden regelen, namen we de jongens mee. De harttonen waren goed, dat was al een geruststelling. Maar nadat de vroedvrouw mijn inlegkruisje had meegenomen, werd er toch bijkomend onderzoek aangevraagd. We mochten wachten in de bevallingskamer op de gynaecoloog, want het was natuurlijk zaterdagvoormiddag. Anderhalf uur later begonnen de onderzoeken, en toen begon de waas. Tom was net met de kindjes naar buiten, toen ze binnenkwamen werden de kindjes vakkundig weggeleid door een stagiaire. Wij kregen te horen dat het absoluut niet goed was.

Mijn vliezen bleken uitpuilend en ik verloor vruchtwater. Ik mocht niet meer bewegen en er was een ambulance onderweg om mij naar het UZ Gent te brengen, omdat Jan Palfijn dit niet aankon. Shock.

Tom bracht de kinderen naar huis, waar zijn ouders ze kwamen ophalen. Ik werd ondertussen weggevoerd in de vreselijkste ambulancerit ooit en naar het verloskwartier van het UZ gebracht. Toen ik daar een sonde kreeg om te plassen, braken mijn vliezen volledig. Zwangerschapsduur: 25 weken en 2 dagen.

Toen Tom uiteindelijk arriveerde, volgden gesprekken met gynaecologen en kinderarts. Ze kwamen meteen to the point: we zitten in de grijze zone. Voor 24 weken worden kindjes die levend geboren worden sowieso niet behandeld, tussen 24 en 26 weken moeten de ouders beslissen wat ze doen. Vanaf 26 weken neemt de wet het over en krijgen kindjes sowieso intensieve zorgen toegediend.

We kregen een heel zwart-wit-verhaal. Dat er ten eerste 50% kans was dat het de eerste uren al niet zou overleven, dat er daarna 80% kans was dat het kindje zwaar gehandicapt zou zijn. Dat overleven en levenskwaliteit niet hetzelfde zijn. Dat was allemaal luttele uren nadat alles nog heel rooskleurig leek. We maakten de afweging dat we dat haar én de rest van ons gezin niet wilde aandoen, een mensonwaardig leven. We moesten ook echt onmiddellijk een keuze maken, voor actief of passief beleid.

Bij passief beleid zouden ze gewoon de natuur haar gang laten gaan. Als de weeën kwamen zou ik bevallen en zou Dotje in de arbeid of daarna in onze armen overlijden. Bij actief beleid zou ik longrijping krijgen en babymonitoring, een sectio als de arbeid zich aandient of als zij/ik door infectie in nood kwamen. We kozen passief beleid. We probeerden afscheid te nemen van het wriemelend wonder in mijn buik.

De nacht passeerde. Zonder slaap, maar met veel twijfels. Ik werd overspoeld met verhalen van kindjes die op die leeftijd geboren waren en het goed deden. Die zelfs al afgestudeerd waren ondertussen. En dat ze al zoveel konden en blabla. Ik besef dat de minder goede verhalen ons waarschijnlijk minder bereiken, maar de twijfel sloeg toe.

We vroegen nieuwe gesprekken aan. Dit keer was er een andere gynaecoloog en dat gesprek liep beter. Ook de kinderarts bracht een genuanceerder verhaal. We twijfelden ons kapot. Het voelde alsof we onze dochter haar doodvonnis zouden tekenen, ook al deden we dat omdat we het beste met haar en onszelf voorhebben. We huilden, praatten, huilden, stelden de meest harde vragen. Ik had een nacht zonder weeën overleefd, over 4 dagen zou deze beslissing niet meer in onze handen liggen maar in die van de wet. Dan zou Dotje sowieso intensieve zorgen krijgen bij de geboorte.

‘s Nachts had ik geprobeerd om met haar contact te maken. Om te vragen wat zij wilde, wat zij dacht dat ze nog kon. Of we er samen zouden voor gaan, om nog zo lang mogelijk samen te blijven. De hele nacht lagen mijn handen op mijn buik. Soms die van Tom erbij, soms onze handen helemaal verstrengeld.

We konden het niet. Na heel lang praten, beslisten we over te stappen naar actief beleid. Wel met de afspraak dat er een heel grote eerlijkheid zou zijn, dat haar eerste dagen cruciaal zouden zijn en dat we haar echt zo comfortabel mogelijk zouden laten gaan, als bleek dat ze niet sterk genoeg zou zijn. Levenskwaliteit voorop. Niet nodeloos pushen.

Dat was gisteren. Op 25 weken en 3 dagen. Vandaag zijn we 1 dag verder. Nog steeds geen arbeid, wel verhoogde infectiewaarden. Er wordt nog vruchtwater aangemaakt, maar haar beschermende bubbel is natuurlijk weg. Ik krijg dus om de 6u antibiotica, de longrijping is toegediend en zodra ik in arbeid schiet, krijg ik ook weeënremmers. Met heel veel geluk halen we donderdag. Met nog veel meer geluk (het is uitzonderlijk, maar het gebeurt) doen we daar stelselmatig nog een dag bij. Elke dag dat ik haar langer bij mij kan houden, is een enorme stap vooruit.

Dat is de situatie. Alles is verschrikkelijk onzeker en moeilijk. Op deze leeftijd spreken ze zelfs niet van prematuur, maar van immatuur. Voor donderdag is Dotje nog een foetus, daarna wordt ze pas een baby. Al is ze in ons hart natuurlijk gewoon onze dochter, voor altijd.

We slikken de tranen weg en laten ze stromen. We zoeken steun bij elkaar en het netwerk dat voor ons in werking schiet. We twijfelen elke seconde. Over elk scenario.

Als ze het niet haalt, dan nemen we afscheid van een droom. Dan krijgen we nog een verlies te verwerken op een enorm beschadigd zieltje. Ik zei gisteren tegen Tom dat ik al zoveel kastjes energie had opengetrokken om te blijven rechtstaan, maar dat ik nu echt wel denk dat de kastjes op zijn. Leeg.

Als ze het wel haalt, staat ons een verschrikkelijk onzekere weg te wachten. Een heel lang ziekenhuisverhaal, in het beste geval met een goede afloop. Of een met een zorgenkind misschien, waar we ons nu al schuldig over voelen. Maar sowieso een moeilijke, lange, trage weg.

Er zijn zorgen. Over Basiel en Felix. Over mijn werk. Financieel. Wat gebeurt er allemaal? Hoe is alles nu geregeld? Hoe gaan wij hier ooit doorkomen? Hoe lang kan ik thuis blijven? Is er tijd?

Tegelijk kunnen we alleen uur per uur denken, verslingerd tussen angst en hoop. Dag per dag. Ik weet dat er enorm wordt meegeleefd en kaarsjes branden, dat is fantastisch. Ik hoop dat het ook echt helpt, we hopen het zo vurig.

We hebben elkaar. De liefde is zo intens dat ik het zelfs niet meer kan beschrijven. Voor elkaar, voor heel ons gezin, voor Dotje.

Ik weet niet wat morgen zal brengen. Zelfs niet hoe het over een uur zal zijn. We kunnen alleen maar hopen.

Hoop je met ons mee?

Posted in Liefde, Rapporteren | 78 Comments

Hartig(er).

Vroeger (laat ons zeggen een jaar of vijf geleden) ging ik met plezier voor- en hoofdgerecht overslaan om me volledig op het dessert te kunnen storten. Het vooruitzicht van een dessertenbuffet zorgde al dagen van tevoren voor opwarmspeeksel. Je kon me geen groter plezier doen dan met een uitgebreid ontbijt, uiteraard met de nodige zoetigheid. Zo een echt uitgebreid ontbijt (I am talking buffet!), van het soort waar ook pannenkoeken bij horen.

Dat mensen ooit konden twijfelen over de keuze tussen voorgerecht en dessert, was me een raadsel. Of course dat laatste! Op restaurant ging ik ook altijd eerst naar de desserts kijken. Menigmaal teleurgesteld toen bleek dat er een aparte kaart was die je pas NA het hoofdgerecht in handen kreeg.

Er kwam de eerste keer een kink in de zoete kabel tijdens de zwangerschap van Basiel. Het was Tom die suggereerde om toen een test te doen, want ik had het pak pannenkoeken in onze frigo al een hele week niet aangeraakt. Wat voor deze pancake-addict toch heel speciaal was, maar de gedachte alleen al deed me toen kokhalzen.

Bij Felix was ik ook behoorlijk misselijk, maar had ik niet speciaal een afkeer van zoet. De geur van havermout en soyayoghurt lag wat gevoeliger, maar voor de rest viel het wel mee. Beide zwangerschappen ook doorgekomen zonder echte cravings, al heb ik ten tijde van Basiel wel serieus veel croque monsieurs met curry ketchup naar binnen gewerkt.

Ik moet ook eerlijk zijn, ik ben nooit een gemakkelijke eter geweest. Veel mensen worden lyrisch als het over hun studententijd gaat, ik vond het vooral heerlijk dat ik op kot eindelijk niet meer hoefde te eten wat de pot schafte. Het beroemde Florbertusstraat-dieet bestond begin jaren 2000 uit cornflakes, pudding met speculoos en soms een pasta-tonijn.

Nu is er de laatste jaren toch iets veranderd. Dat hartige komt er steeds meer ingeslopen. Als er gekozen moet worden tussen voor- en nagerecht, is dat tegenwoordig echt een dilemma. Een uitgebreid ontbijtje kan ik op tijd en stond nog wel eens appreciëren, maar je moet niet meer proberen om me op een doordeweekse dag ‘s ochtends zoetigheid te serveren. Ontbijten gebeurt ten vroegste rond 10u (of helemaal niet) en ik durf aan een buffet de minikoffiekoekjes zelfs laten passeren! Ik heb zelf al eens aan de warme, zoute dingen gezeten ‘s ochtends. Echt mens! Wie ben je en wat heb je met Sofie gedaan?

Dotje doet er nog een schepje bovenop. De eerste maanden kreeg ik echt geen zoete hap door mijn keel (ook andere happen ging moeilijk, daar niet van). Nu gaat dat stuk gelukkig beter, maar chocolade is bijvoorbeeld nog altijd een no go.

Ik ben benieuwd wat er zal gebeuren als Dotje geboren is. Maar zelfs voor deze zwangerschap was het al overduidelijk: ik word steeds hartiger.

Ik kan nu kwijlen over kaas en olijven, terwijl ik daar vroeger in een grote boog omheen liep. Ik kan vandaag bewust dessert overslaan en daar geen slagroomtraan om laten. Ik weet niet hoe het gebeurd is, maar ik ben van zoet naar zout aan het gaan.

Misschien nog een klein geheimpje om af te sluiten: Toen ik een paar maanden geleden op restaurant was met Barbara, heb ik mijn dame blanche zelfs laten wisselen voor een extra portie frieten!

(En om het helemaal loco te gaan: ik eet daar nu zelfs mayonaise bij, iets wat de eerste dertig jaar van mijn leven altijd vakkundig van mijn bord werd verwijderd. Echt joh, goeie mayonaise dat is toch to die for?)

Nog mensen die van kamp zijn gewisseld?

Posted in Kokeneten, Want zo ben ik | 9 Comments

De kracht van een versopgemaakt bed.

Ik wil niet weten hoe lang de lakens al op Tom zijn bed lagen, toen ik daar voor de allereerste keer bleef slapen. Maar ik vermoed dat het eerder in maanden dan in weken uit te drukken was. En hij had nog wel een wasmachine op zijn appartement! Iets waar ik op dat moment alleen van kom dromen. Gelukkig maakt liefde blind.

Aangezien ik ongeveer de week daarna al bij hem ben ingetrokken, heeft het hele appartement wel een stevige beurt gekregen. De living die opgebouwd was rond computers en bureau, werd ook wat huiselijker gemaakt. The end of an era, de start van ons leven samen.

Sindsdien verschoon ik elke week het bed. Er zullen wel eens omstandigheden zijn waardoor het iets langer duurt, maar na zeven dagen begin ik echt te verlangen naar frisgewassen lakens. Daarom ben ik ook zo fan van de zomer, met wat uurtjes buiten op het wasrek zijn ze meteen droog.

Ik ben ook fan van mijn bed, slapen is heerlijk. Het is de plek waar ik me helemaal kan wentelen in zelfmedelijden (zelfspot included), waar ik kan huilen om grote en kleine dingen, waar we de pannen van het dak vrijen, waar ik naar breinloze tv-programma’s lig te gapen, waar ik verliefd en dolblij over mijn buikje wrijf, waar ik in de armen van mijn lief kan verdwijnen, waar ons hele gezin op weekendochtenden vaak in beland.

Het is ook de plek waar ik nu wakker word van de pijn aan mijn heupen of het brandend maagzuur. Voor het eerste ga ik naar de osteopaat, voor het tweede probeer ik mijn maaltijden heel klein te houden en ’s avonds niet meer te eten. Ik heb van veel roepende mensen geleerd dat het niet erg beleefd is om te praten over kwaaltjes tijdens de zwangerschap, want het is kwetsend voor wensouders.

Naast mijn frisgewassen bed is ook de badkamer, alwaar de weegschaal staat die op een moeilijke ochtend zorgde voor tranen. Ik worstel al heel mijn leven met mijn gewicht en de aanblik van 2 extra kilo’s op 3 dagen tijd (die later van de hitte en constipatie bleken te zijn), zorgde voor hormoontranen. Twee uur later kon ik daar zelf al mee lachen, want ik noemde het “kommer en kwel”. Wat je over echt erge dingen uiteraard nooit zou zeggen.

Ik heb in datzelfde bed – dat daardoor soms wat minder vaak versopgemaakt was – ook heel vaak liggen huilen omdat ik zelf een wensouder was. Of omdat mijn broer voor de dood had gekozen. Of omdat ik op een rotte manier van mijn passie ben beroofd. Of om nog andere redenen die ik me niet allemaal herinner, maar die zacht en hard konden drukken op een geest die uitgeput was/is van de pijn en een lichaam dat uitgehold was/is van het verdriet.

Ik heb tussen lakens met nog een restje zand van Wenduine liggen herlezen wat ik allemaal geschreven heb op dit – mijn – platform. Ik heb mijn feed uitgepluisd. Gezocht naar de verwijten, die ik daar alvast niet kon vinden. Ik kan natuurlijk niet hetzelfde doen, leunend op mijn Ikea-kussen, voor iets wat bedoeld is om maar 24 uur te blijven staan. Die dingen verdwijnen zoals het de bedoeling is. Maar ik heb wel gemerkt dat de flinke laag humor die daar doorgaans over ligt, niet altijd zo wordt gepercipieerd.

Gisterenavond lag ik naast mijn lief te snikken. Het is tijd voor versgewassen lakens, om de vervelende huidschilfers af te schudden. Eventueel wat bed bugs kwijt te raken. Maar tegelijk zijn het mijn lievelingslakens die op liggen, dus altijd een beetje moeilijk om afscheid te nemen.

Ik ga zo meteen de lakens verversen. De heerlijke geur, het krakende gevoel, de frisheid gaat langs mijn huid wandelen en in mijn neus kruipen.

Misschien zal ik een beetje stil zijn in bed. Misschien niet. Misschien een pauze nemen. Misschien niet. Ik weet het allemaal niet zo goed. Want mijn rustplek voelde de laatste dagen soms als een spijkerbed. Weliswaar ook enorm gezalfd door heel veel lieve mensen, maar het zijn die spijkers die je blijft voelen natuurlijk.

Maar mijn bedje is niet gespreid. Het is er meestal real life onopgemaakt.

(Maar laten we die vuile lakens in de was doen. En het er verder niet meer over hebben.)

Posted in Want zo ben ik | 37 Comments

Het kleine pijntjes / grote pijntjes – taboe.

Wow, ik zit al flink in het tweede semester! Ik ben ondertussen zo zichtbaar zwanger dat ik soms zelfs de angst vergeet. Hoe dichter we bij een doktersafspraak komen, hoe meer die weer komt opzetten, maar uiteindelijk is dat getrappel in mijn buik elke dag wel een enorme (en heerlijke) geruststelling.

Komen we bij een ander punt. Blijkbaar is het not done om iets te zeggen over de negatieve kanten van een zwangerschap. Want je mag toch alleen maar superblij zijn dat het toch gelukt is met dat wondertje. Want er zijn mensen die al jaren proberen en helemaal geen kinderen kunnen krijgen. Want je moet toch gewoon dankbaar zijn om wat je hebt en voor de rest je mond houden om anderen niet te kwetsen.

Kijk, ik ga daar kort over zijn. Het leven is wat het is. Er is altijd iets dat erger is, er is altijd iemand die zich mogelijk gekwetst zal voelen bij dingen die op geen enkele manier zo bedoeld zijn. Je kan daar onmogelijk altijd rekening mee houden. Want wat het juiste is voor de ene, is dan misschien exact het foute voor de andere. En er gaan altijd mensen dood, het ergste van het ergste. Ik weet dat, ik voel namelijk elke dag een leegte en groot verdriet.

Wil dat dan zeggen dat we de kleine pijntjes niet meer mogen uitspreken? Nee toch?

Ik gooi mijn veel op mijn stories, vaak zoals het komt/gebeurt/door mijn hoofd schiet. Misschien vind je me zagen, klagen of een regelrechte trut. Dat is jouw goed recht. Maar ik heb het nog al gezegd, je hoeft het helemaal niet mee te lezen. En ondanks alles probeer ik met de nodige humor en kracht in het leven te staan. Het lijkt allemaal vergeten, maar verwerken doe je dit allemaal niet. Overleven wel, zoals Manu Keirse zegt. Of dat toch proberen.

Ik ben nu zwanger: 23 weken en 5 dagen. Ik vind het fantastisch, want ik heb ongelooflijk hard naar dit kleine mensje verlangd. We zijn ongelooflijk dankbaar voor dit lichtpuntje in een extreem donker jaar.

Maar ik ben niet akkoord dat ik dan maar al de rest er zomaar – zonder morren – moet bijnemen. Weet je, de eerste dagen na de dood van mijn broer, heb ik niets gegeten. Eten viel serieus van de prioriteitenlijst en ik voelde ook geen honger. Maar toen ik uiteindelijk iets in mijn mond stak, kon ik wel nog altijd zeggen of dat lekker was of niet. De boterkoek die ik at, was eigenlijk al een dag of twee te oud. Mag je dat soort dingen niet meer voelen of zeggen omdat er iets ergers is gebeurd? Ik dacht het niet. Weet je dat er in het grootste verdriet vaak ook veel gelachen wordt? In elke situatie zit humor, ook als je hoofd ontploft van de tranen.

Dus ja, dat zwanger zijn is soms lastig. Ondanks het feit dat ik dit helemaal wilde.

Er is namelijk voor de derde keer deze zomer een officiële hittegolf. Om maar iets te zeggen. Lastiger met een dikke buik, feit.

Ik word dikker en ik weet dat dat de bedoeling is, maar ik vind dat toch niet gemakkelijk. Als ik plots op 3 dagen tijd 1,5kg ben bijgekomen, dan voel ik me daar niet goed bij. Ik eet absoluut niet voor twee, integendeel, want eten bezorgt me nog altijd heel erg veel last. Maar ik heb mijn lijf altijd te dik gevonden (wat volgens de BMI waarden ook helemaal klopt, echt een feit). Als ik me door de hitte nog logger voel dan anders en ik spreek dat uit, dan maakt me dat geen ondankbaar onmens. Maar gewoon een mens.

(Ik weet ook dat bijkomen erbij hoort. Maar er zijn toch mensen die nauwelijks een paar kg dikker worden en er zijn er die een hele cementzak bijkomen. Dus het hoort er gewoon niet voor iedereen bij, dat is gewoon zo.)

Ik kan maar weinig voedsel echt goed verdragen. Bijna alles wat ik eet, moet ik me daarna bekopen. Met zuuraanvallen, met misselijkheid, met nog amper kunnen bewegen omdat ik al dagen niet meer naar de wc ben kunnen gaan. Dat hoort erbij, maar ik spreek het ook even uit. En ik ga me daarvoor niet excuseren.

Ik fiets en trein naar mijn werk, met een zware rugzak. Ik ben er zo hard als ik maar kan na een heerlijke vakantie weer ingevlogen. Ik ben niet ziek, maar ik ben wel zwanger. En het is verdorie niet evident om met een bolle buik alle taken af te handelen die thuis en op het werk van mij verwacht worden. (Zeker niet in een hittegolf) Maar ik doe het. En soms helpt het wel een keertje om daarover te zagen. Of eens extra hard te zuchten. Ik heb een druk semester voor de boeg op school, in combo met een lijf dat zich in redelijk tot heel zwangere toestand bevindt. Het is niet omdat ik dit kindje wilde, dat ik de vermoeidheid niet voel.

(By the way: Ik zou het verschillende mannen wel eens willen zien doen, haha. Misschien dat er dan eindelijke betere regelingen geboren zouden worden? Als mannelijke politici een zwangerschap ook eens aan de lijven zouden ondervinden, je zou nogal eens iets zien)

Ik kan nog wel even doorgaan met kleine kwaaltjes (ik.zeg.niks.over.aardbeien), maar ik weet dat ik die even snel weer vergeten zal zijn als ze gekomen zijn. Maar is het soms zwaar om nu zwanger te zijn? JA! Ben ik daar een halve seconde minder dankbaar om? NEE! Heb ik het recht om dat uit te spreken? JA.

Het is ook niet omdat die baby ongelooflijk gewild is, dat er geen pittige periode aankomt he. De kraamtijd, met nog twee andere gastjes, dat zal vermoedelijk niet van de poes zijn. De opstart van de borstvoedingen, de nachten zonder slaap. Beware voor nog meer gezaag. Insert knipoog.

Ik zal het opnieuw uitspreken. Want dat is het leven. Relativeren is gezond, en doe ik al elke dag met hopen. Want er zal altijd iets zijn dat erger is. Maar dat betekent niet dat de kleine pijntjes onder de mat geveegd moeten worden.

Want het leven schakelt constant tussen klein en groot(s).

Sorry not sorry.

Posted in Mens erger je niet!, Want zo ben ik | 111 Comments

Tattoo or not?

Het spijt me verschrikkelijk voor iedereen die al op zijn lijf heeft laten tekenen, maar ik vind tattoos (meestal) echt afschuwelijk. Ik begrijp de beweegredenen én ik vind het op zich een echte kunstvorm, alleen vind ik dat lichamen er doorgaans veel lelijker van worden.

Dat weet ik uit heel dichte ervaring bij mijn allerliefste. Hij heeft namelijk ook een tattoo, op de zijkant van zijn romp. Gelukkig dat ik het naar die proportie heb kunnen terugbrengen, want hij droomt al zijn ganse leven van een sleeve. Maar met een sleeve zou ik hem echt zo-veel minder aantrekkelijk vinden, ik zou me daar maar heel moeilijk kunnen overzetten vrees ik. Bij elke blik op zijn tattoo denk ik nu al elke keer, zo verschrikkelijk jammer. Ik wou dat er een ‘volledig naakt’ lijf naast mij lag. (Maar het is ook maar een tattoo hoor, ik weet het)

Pas op, dit is geen veroordeling he of zo. Er zijn mensen die waarschijnlijk supergeil worden van tattoos. Of die zich geen leven zonder kunnen voorstellen. Of die dat wel geweldig sexy vinden. Dat kan allemaal, maar ik hou er echt niet van. Het maakt voor mij een lijf bijna altijd ‘minder mooi’. Het is ook zo geweldig permanent (alle laserbehandelingen ten spijt). Als je het ooit beu wordt, ben je gewoon gejost.

Al zijn er natuurlijk wel verschillen. Van die subtiele, fijnelijntekeningen vind ik meestal wel iets hebben. Vaak zit er ook een verhaal achter dat ik helemaal begrijp. Het zijn ook subtiele juweeltjes, ipv de vaak schreeuwerige gigantische tekeningen die veel plaats innemen.

Ik heb het bijzonder moeilijk met gezichten, dieren, grote tekeningen en kleur. Maar nogmaals, les goûts et les couleurs. Ieder zijn ding (maar denk toch aub na voor je je nek laat tatoeëren, wie wil er nu bewust onflatterend uitzien voor de rest van zijn leven 😉?)

Enfin. Not a fan. Not at all. Integendeel.

En toch overweegt deze notoire tattoo-hater een tattoo. Wuk? Are you crazy?

Ja.

Het zit zo, mijn broer heeft een heel lange handgeschreven brief achtergelaten, meerdere pagina’s langs. Hij sluit dat af met de woorden die ook op zijn doodsprentje stonden:

“Bedankt, ga verder, inspireer, respecteer.”

Die woorden zinderen bij mij sindsdien door mijn hoofd. Ze zoemen langs mijn dagelijks leven, en ik probeer ze als leidraad te gebruiken. Ik probeer daar echt naar te luisteren, en daar een soort van kracht uit te halen. Hoe gek en belachelijk dat misschien ook wel klinkt. Op de een of andere manier zijn die woorden al bij mij, maar zou ik ze nog iets dichter willen? Met zijn handschrift, zoals ze nu ook al op zijn grafsteen staan.

Tegelijk wil helemaal nergens een tattoo op mijn lijf. Dus ja, dat is wel moeilijk. En stel dat ik het toch zou doen, dan wil ik dat ergens op een plek die je eigenlijk zelden of nooit ziet. Een plaats die het silhouet van je lichaam ook helemaal niet verandert. Ik dacht daarom bijvoorbeeld aan de binnenkant van mijn voet, maar voeten zijn nu niet bepaald de meest mooie lichaamsdelen. Eventueel de binnenkant van mijn bovenarm, maar dat vind ik dan alweer te opvallend. Misschien wel ergens op een plek waar bijna altijd een kledingstuk zit (zijkant bil, zo waar je onderbroek ongeveer over schuift?), maar daar heb je meestal niet bepaald strakke huid.

Enfin. Ik weet het niet. Misschien moet ik het ook maar gewoon loslaten en de woorden in mijn hoofd meedragen. Maar ergens….

Enfin. Wat is jouw gedacht? (En waar dan?)

Posted in Er zijn zo van die dingen | 44 Comments

“Skatepark Wenduyne”

Het hangt, het is eindelijk thuis.

Sinds gisteren hebben wij zowaar kunst in onze living. Een echt schilderij van een echte kunstenaar. De heel trouwe lezers hebben een dik jaar geleden misschien deze blog gelezen over hoe ik compleet van de kaart was na het zien van een schilderij. Als dat niet zo is, sinds gisteren hangt “Skatepark Wenduyne” te blinken aan de muur.

Een jaar geleden gingen wij (op uitnodiging) naar de opening van de galerij van Gilles Van Schuylenberg, ik wandelde buiten met een schilderij in mijn hoofd. Totaal onverwacht, want ik was van mijn hele leven nog nooit naar een vernissage geweest. Ik heb niet eens echt iets met kunst of zo. Maar ik was halsoverkop verliefd geworden op een prachtig ding, met een verhaal dat volledig bij ons past maar tegelijk ook met een stevig prijskaartje voor jonge, verbouwende ouders. Al waren we toen nog rustig in de planningsfase, er was nog geen steen uitgebroken. Ik had mijn moeder (even grote Wenduinezot) overtuigd om ook eens te gaan kijken, en die kreeg ook de tranen in haar ogen bij de eerste aanblik.

We hebben getwijfeld en nagedacht, maar konden het echt niet loslaten. Uiteindelijk hebben we ons hart gevolgd en het gewoon gekocht. Daarop werden we uitgenodigd bij Lynn en Gilles thuis, om onze aankoop te vieren met een happeke en een drankje.

Dat was enorm gezellig en ook raar. Hadden wij nu echt een schilderij gekocht? Dat was wel ongeveer het laatste waaraan ik gedacht had geld uit te geven. Maar ja, het was echt zo. Omdat het kunstwerk nog even daar moest blijven voor een tentoonstelling en omdat wij daarna volop in camping living zaten, hebben we het even veilig in de galerij gelaten. Maar sinds kort is onze living weer een echte living, met een lege muur die smachtte naar “Skatepark Wenduyne”.

We beklonken een datum (zoiets speciaals moet ook echt professioneel opgehangen worden), spraken af om onze kinderen ineens ook nog eens samen te gooien en er opnieuw wat hapjes en eten tegenaan te gooien. Dat was gisteren.

De dagen daarvoor was ik een paar keer in de zetel gaan zitten, om te checken of het toch wel echt op de juiste plaats terecht zou komen. Het was ook al een jaar geleden dat we het hadden gezien, dus heel fris zat het niet meer in ons geheugen. De juiste muur zoeken, daar ga je niet licht over.

De laatste nacht sliep het schilderij toevallig in Wenduine, wat ik toch wel een zotte symbolische extra vind. Gilles heeft het natuurlijk ook niet toevallig gemaakt, onze gezinnen hebben allebei een enorme band met die badplaats (waar verder eigenlijk niet speciaal veel te beleven valt). In het moeilijke afgelopen jaar is dat zelfs nog erger geworden, het is een plek waar we nog meer verbinding vinden. Een soort happy place, waar we echt tot rust komen.

Waar de wind verdriet soms iets gemakkelijker wegblaast, waar de zee tranen soms iets gemakkelijker meeneemt, waar de zon soms nog net iets meer innerlijke warmte geeft.

Het toeval wil ook nog dat Basiel en Felix deze zomer voor het eerst ook echt compleet wild gegaan zijn in het skatepark waarop het schilderij gebaseerd is. Daarvoor waren ze nog te klein of niet geïnteresseerd, maar deze zomer hebben ze er echt genoten.

Het voelt nog meer dan vorig jaar alsof het echt zo moest zijn. Alsof Gilles dat echt voor ons gemaakt heeft. Alsof het nergens anders kon hangen dan in onze living.

Want als wij in Wenduine zijn, voelt dat altijd een beetje als thuis. Maar nu is het ook echt altijd een beetje thuis (in ons huis) in Gent. Het hangt prominent omhoog en het ziet er geweldig uit, maar tegelijk geeft het ook een soort van kracht. Door het hele verhaal. Door de geweldig fijne mensen die Gilles en Lynn zijn.

Welkom thuis “Skatepark Wenduyne”. We gaan goed voor je zorgen. Jij zorgt nu al goed voor ons.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Thuis en al, Want zo ben ik | Tagged , | 3 Comments

De badkamer door een roze bril.

Jaja, ik weet het. Ik heb u op instagram en andere kanalen al serieus gespamd met foto’s van onze roze badkamer. Maar dit is ook een beetje mijn eigen persoonlijke archief, dus wil ik hier toch graag ook nog even die roze badkamer spammen. En misschien ineens van de gelegenheid gebruik maken om te vertellen hoe die precies roze is geworden. En the making of zo een beetje.

Het begon met de zoektocht naar een vintage meubel. Misschien heb ik te veel afleveringen van House Rules Australa gezien, want daar maken ze er een sport van om oude kasten tot prachtige “vanities” om te toveren. Ik zit daar vaak met kwijlende ogen naar te kijken. Het moest en zou een vintage meubel worden (want ja, als ik iets in mijn hoofd heb, dan zit het niet in mijn gat)

Na wat opzoekwerk en welgemikte tips (waarvoor dank!) belandde ik bij Sixtyfruits. Een heerlijke winkel die precies doet waar ik van droomde. Het enige wat ze toen nog niet deden (ondertussen wel!) is ook een extra blad maken op de kasten. Die zijn weliswaar behandeld tegen vocht, maar deze extra toegevoegde waarde had ik er misschien nog wel graag bij gehad.

Het meubel moest wel aan een aantal voorwaarden voldoen, vooral de afmetingen waren een uitdaging. Aangezien de muren nog gebouwd moesten worden was er wel een paar centimeter speling, maar het moest er echt knal in passen. Uiteindelijk werd het na lang wikken en wegen deze topper. Ik vond het eerst duur, maar toen ik de prijzen voor badkamermeubels in ‘gewone’ sanitairwinkels zag, bleek dat allemaal goed mee te vallen. Het ding heeft van half februari tot half juli bij mijn ouders in de garage gestaan, dat was nagelbijten. Jammer dat ik de uiteindelijke unboxing heb gemist, die eer is naar loodgieter JP gegaan terwijl wij in Frankrijk zaten.

Het was ergens half december dat we de boodschap kregen om tegels te gaan kiezen. Dat vond ik veruit het moeilijkste. Ik ben op zich geen gigantische tegelfan, het ziet er gewoon zo vaak oersaai en lelijk uit. In onze badkamer beneden hebben we witte metrotegels. Dat vind ik nog altijd heel mooi, maar ik wou dat wel geen tweede keer. Ik schuimde wat winkels af, maar vond absoluut mijn goesting niet. Ik zocht tegels zo dicht mogelijk bij het Pinterestfotootje dat ik eerst in mijn hoofd had, want bleken helaas niet vormvast te zijn (ik had daar ook nog nooit van gehoord, maar dat is gene winner naar ‘t schijnt)

De dag na mijn baarmoederoperatie trokken we naar Gedimat. Ik kon eigenlijk nauwelijks stappen, maar we moesten toch maar eens de knoop doorhakken. We kozen uiteindelijk groenige tegels, hoewel ik toen al volop naar de roze exemplaren van dezelfde tegels zat te loeren. Het was niet echt het groen van mijn dromen, maar we hadden toch iets deftigs gevonden.

Onderweg naar huis zei ik tegen mijn lief dat ik eigenlijk liever de roze versie wilde. Ik had in geen honderd jaar verwacht dat hij daar ook echt mee akkoord zou gaan. Kwam het door de zieligheid en pijn van de operatie? Of door de recente gebeurtenissen die het kiezen van tegels tot een belachelijk banale activiteit maakte? Ik weet het niet. Maar we keerden terug en veranderden de bestelling. Het plaatje in mijn hoofd begon te kloppen.

De tegels op de grond zijn een tint lichter dan die in de douche. Het is geen grote ruimte, dus de rest is bewust wit. Want kleine bekentenis: eigenlijk hou ik helemaal niet zo van tegels. Ik vrees dat het trauma te wijten is aan de enorme dosis afschuwelijk lelijke exemplaren die op de markt zijn. Ik ben ook een klein beetje allergisch aan de stijlvolle tegels die je nu honderd keer in een dozijn ziet, maar dat had je vast al door. Deze badkamer mocht een statement piece worden en dat is ook gelukt (ja joh, ik ben zelf niet meer bescheiden).

Ik weet dat heel wat mensen hun hart vasthielden tijdens the making of, want het was meteen nogal in your face met dat roze. Zonder voegen zag het er ook nog helemaal anders uit. Pas op, ik vond het zelf ook spannend. Want hoe goed ik me ook dingen op papier ruimtelijk kan voorstellen, voor grote en kleurvlakken is dat toch een uitdaging. Maar goed gegokt en gewonnen wat mij betreft!

De inbouwdouchekraan, opbouwkraan aan de lavabo en zwarte radiator komen van Sax. Het was de bedoeling om daar ook de lavabo te bestellen, want ik weet dat loodgieters zo een deel van hun welverdiende loon binnenhalen. Maar ik kon het echt niet over mijn hart krijgen om 300 euro te betalen voor een model dat Ikea ook verkoopt voor 80 euro. Helaas was het juiste model in België niet meer beschikbaar, maar de fantastische Els van Maison HB heeft dat opgelost door voor ons eentje in Lille te halen. Nog eens merci!

Onze loodgieter was een klein beetje grumpy eerst (we hadden ook al het meubel daar niet besteld), maar moest achteraf toegeven dat we nooit het resultaat had kunnen behalen met wat er bij Sax te verkrijgen was. Moeilijke oefening, want het is ook belangrijk om werkmannen te vriend te houden en te geven waar ze recht op hebben. Maar met een beetje geven en nemen kom je al ver.

De ronde spiegel had ik maanden geleden al gekocht bij Sanitairwinkel in Merksem (ook na een lange zoektocht) en is daar opgehaald door een collega van Tom. We waren nog geen twee uur terug van vakantie of hij hing al omhoog (“Ik dacht, ik doe dat meteen, want anders ga jij toch blijven zagen”, zei hij). Ik trok daarna meteen naar de winkelstraat om het geheel van de nodige decoratie te voorzien. Over de kleur van de handdoeken is enorm gedebatteerd online, maar ik ben er content mee. Aangezien de handdoeken van de badkamer beneden ook bijna aan vervanging toe zijn, kunnen deze eventueel doorgesluisd worden als het toch blijkt te vloeken (want beneden past alles, met witte metrotegels/hout/zwarte accenten). En dan ga ik nog eens wild in een of andere handdoekenwinkel.

Ik heb me gigantisch geamuseerd met het ontwerpen van deze badkamer. Ik bespaar jullie het verhaal van het lek. Wij kregen het ook pas te horen toen het al opgelost was, maar ik heb de loodgieter telefonisch echt moeten troosten.

Bottom line: het was zalig om het plaatje dat ik in mijn hoofd had, helemaal te zien samenkomen. Ik word echt enorm gelukkig van met interieurshizzle bezig te zijn. Maar vooral: zot content met het resultaat. (En ja, ik wil daar precies op de een of andere manier meer mee doen, want ik word er kei gelukkig van. Iemand een idee?)

De bovenste verdieping van ons huis is nu helemaal van ons. Master bedroom parent suite. Met een slaaphoek, een gigantische ingemaakte kastenwand, een bureauhoek en sinds twee weken ook een Pinterest-waardige badkamer.

Echt vent, elke keer lijkt het alsof ik een megasjieke hotelbadkamer binnenwandel. Alleen de roomservice werkt nog niet zo goed.

Posted in Thuis en al | 7 Comments