Weg. De (langverwachte) podcast.

Van de ene dag op de andere werd verlies een thema in ons leven. Het begon met een miskraam, meteen daarna volgde ontslag, Tom had een ongeval met een enorme nasleep, mijn broer stapte uit het leven, ik kreeg de diagnose syndroom van Asherman (en onvruchtbaarheid), ik werd toch zwanger en beviel zonder ooit één voet in het derde trimester van de zwangerschap te hebben gezet. Heel veel verlies, op heel korte tijd.

Radio is al eeuwen een grote liefde. Eentje die me zonder al te veel uitleg bruusk ontnomen werd, wat me nog altijd enorm veel pijn doet. Maar met meer dan een decennium op de teller, ook een warme herinnering in mijn hart. De deur ging toe en een poort ging open, want op een manier maak ik nog altijd radio. Aan de andere kant wel. Maar het is heerlijk om jonge, hongerige mensen te begeleiden bij hun eerste radiostapjes.

Iedereen maakt tegenwoordig podcasts, dus waarom zou ik proberen om daar nog iets aan toe te voegen? Je gaat het misschien niet geloven, maar lang geleden wilde ik iets maken rond ouderschap. Maar toen kwam Kristien Wollants met haar fantastische Radio Mama en ging dat idee logischerwijs in de vuilnisbak. Ergens in mijn achterhoofd wilde ik altijd al een podcast maken. Radio waarbij er geen regels zijn, maar wel tijd. Helaas was het leven lange tijd te intens én te moeilijk om er echt voor te gaan.

Tegelijkertijd voel ik al een hele tijd dat ik echt nog eens iets moet doen voor mezelf. De creatieve en artistieke Sofie wordt al lang niet meer gevoed, en dat is eigenlijk wel een probleem. Die speciale energie heb ik nodig, om de rest aan te kunnen. De laatste jaren stonden in het teken van neergeslagen worden en weer recht krabbelen, in het teken van heel erg zorgen voor mijn gezin maar minder voor mezelf. Alle vrije ruimte die over was, ging naar werk.

Het is een lang proces geweest, met heel veel uitstellen door een of ander belachelijk virus. Mijn eerste concept is nog altijd een goed idee, maar bleek in postproductie onhaalbaar in combinatie met een full time job en drie kinderen. Misschien was het wel net goed dat die eerste opnames niet helemaal waren zoals ik het wou, want het leidde me naar wat het vandaag geworden is.

Eigenlijk heb ik vooral gestript. Het werd steeds puurder, duidelijker, naakter. Elke aflevering is nu een gesprek met één persoon, over verlies. Dat thema wordt enorm ruim ingevuld, wat mijn hart dan weer vervult. Want ik merk elke dag hoeveel taboe er hangt rond verlies, en rond rouw. Zeker over zaken waar we als maatschappij totaal niet bij stilstaan.

Het is dus mijn bedoeling om dat taboe te doorbreken. Om er over te praten, om misschien te zoeken hoe we wel met rouw kunnen omgaan. Want we kunnen onze ogen sluiten, maar de dood hoort kei hard bij het leven. Rouw hoort bij het leven. We zijn precies verleerd hoe we er mee kunnen omgaan. Maar wegkijken en zwijgen is geen optie, vind ik.

Weg is een podcast die begint, omdat zoveel dingen eindigen.

Op een nacht voelde ik dat het ding WEG moest heten. Want dat woord omvat zoveel dingen. Wat je verliest, is weg. Rouwen is een weg die je moet afleggen. Het klopte voor mij.

Ondertussen ben ik echt vertrokken. In uiterst veilige omstandigheden zijn er ondertussen al wat gesprekken opgenomen. Met een bang hartje ga ik voor Kerstmis drie afleveringen op de wereld loslaten. Om daarna met mondjesmaat nieuwe thema’s aan te snijden en mensen hun verhaal te laten vertellen. Ik ben de interviewer, met zelf een grote verliesrugzak. Ik was vergeten hoe fijn ik interviewen wel vind. Hoeveel er het er zullen worden weet ik niet, want het is zonder businessplan (haha, podcasts zijn gratis) maar gewoon op een haalbaar ritme voor mezelf.

Het is dus bijna zover. Volgende week deze tijd ga ik kapot gaan van de zenuwen. Omdat ik benieuwd ben naar de reacties. Omdat ik bang ben voor de reacties. Omdat ik bang ben dat er misschien niemand gaat luisteren. Omdat ik mezelf toch wel blootgeef. Omdat zoveel, maar fuck al die redenen.

Ik doe dit echt voor mezelf, voor mijn eigen weg. Maar ook voor iedereen die een beetje verloren loopt met zijn verlies. Om de weg te snoeien en vrij te maken zodat er weer een open blik is. Om de weg te delen.

Ik heb een paar dagen geleden de trailer losgelaten (te vinden via Spotify en Apple Podcasts) en heb daar enorm fijne reacties op gekregen. Er zijn ook mensen die bang zijn van de zwaarte, wat ik volledig begrijp. Maar als je me een beetje kent, weet je dat ik het geen uur volhoud zonder een vleugje humor. Er mag dus ook gelachen worden, want rouwen is niet alleen een weg van tranen en zakdoeken.

Enfin. Weg dus, volgende week. Mijn eigen podcast. Ik ben trillend trots. En blij. En zenuwachtig. Mij doet het deugd, ik hoop uit de grond van mijn hart dat jij er ook iets aan zal hebben.

(Allez, ik ben dan weg he)

Posted in Want zo ben ik | 8 Comments

Wereldprematurendag, 1 jaar later.

Ik kan het me nog levendig voorstellen hoe het was om een volledige seizoen door te brengen in het ziekenhuis. Elke dag opnieuw naast het bedje van onze veel te vroeg geboren dochter, uiteindelijk 82 dagen lang. Een najaar op neonatologie in plaats van een herfst met dikke buik.

Ik kan het me nog levendig voorstellen hoe de onzekerheid je opvreet. Hoe je je heel voorzichtig vastklampt aan de kleinste stapjes. Hoe je niet vooruit kan kijken, want je weet helemaal niet naar wat. Niemand had kunnen voorspellen wat voor een belachelijk bizar jaar 2020 zou worden, maar helaas zijn er heel veel parallellen te trekken tussen ouder worden van een extreem prematuur én een wereldwijde coronapandemie.

Je vraagt je elke dag af wanneer ze naar huis mag, zoals je je elke dag afvraagt wanneer het nu eindelijk echt voorbij is. Je wil weten wanneer je weer een normaal leven kan leiden zonder ziekenhuisprotocollen, zoals je je afvraagt wanneer je weer zonder coronaregels je zin kan doen. Je vraagt je af hoe ze hier gaat doorkomen, zoals je je afvraagt of er blijvende schade zal zijn voor mens en maatschappij. Je hebt financiële zorgen, angst over je job, angst over de wereld en het leven. Ik wou dat het niet zo was, maar de vergelijking is te treffend. Alleen ging het gevoel met corona van onze bubbel naar wereldschaal.

Gelukkig stopt de vergelijking als we naar de cijfers kijken. Rosalie doet het uitzonderlijk goed. Maar echt, buiten alle verwachting goed. Dat kind is het allerbeste scenario van een diepverschrikkelijke start. Het is bijna niet te geloven hoe goed ze het doet, dat zeggen ook alle dokters die haar tegenkomen.

Soms voel ik me daar bijna schuldig over. Want omdat zij het zo fantastisch doet en misschien een klein beetje een ‘bekende’ prematuur is , lijkt een (extreem) prematuur voor de buitenwereld iets waar je gewoon in de ziekenhuistijd door moet. Laat mij daar duidelijk over zijn: dat is het niet. Absoluut niet.

We zijn elke dag gigantisch onder de indruk van onze straffe madam.

Wat ze motorisch presteert, is met geen woorden te beschrijven. In het laatste trimester van de zwangerschap heeft een baby eigenlijk te weinig plaats in de baarmoeder. Maar dat heeft een belangrijke functie, zo bouwt een kind onder andere spierspanning op. Ieder kind legt op zijn eigen tempo het motorische parcours af, ook voldragen kinderen. Maar voor de meeste prematuren gaat het motorisch echt een pak trager. Rosalie heeft heel wat mijlpalen sneller bereikt dan haar grote broers, dat zijn dingen waar zelfs de bobath kinesist met 20 jaar ervaring geen woorden voor had.

Ook haar immuniteit overtreft de verwachtingen. Ze mist dat interne immuunsysteem dat in het derde trimester van de zwangerschap wordt opgebouwd, en hoewel we al eens een weekje met een met een longontsteking in het ziekenhuis hebben gelegen, is ze verbazend sterk. Ik heb er natuurlijk geen rechtstreekse bewijzen voor, maar ik neem aan dat de borstvoeding daar toch wel een handje helpt.

Voor zover we weten zijn ook haar ogen in orde (het toedienen van zuurstof kan schadelijk zijn voor de oogontwikkeling), hoort ze prima (onlangs tijdens haar diabolo-operatie hebben ze ook een speciale gehoortest gedaan onder narcose) en begrijpt ze wat een baby van 11 maanden moet begrijpen. Als er iets op de grond valt, zoekt ze het. Ze speelt graag kiekeboe en weet dat je dan niet definitief weg bent. Als ze goesting heeft, zwaait ze bij het afscheid. Ze doet heel enthousiast bravo en danst als er muziek te horen is. Als je haar ziet, denk ik oprecht niet dat je haar kan onderscheiden van een normale baby van 11 maanden.

Zijn we er dan? Allerminst. We nemen het nog steeds dag voor dag, zeker in winter- en coronamaanden. Ze doet het goed op de opvang (toch een virus en bacteriefestijn), maar we zijn ook nog maar drie maanden bezig. Haar longen blijven we met veel voorzichtigheid benaderen, want die zijn compleet onrijp op de wereld gekomen. Dat blijft dus afwachten, maar ze wordt normaal wel elk jaar sterker op dat vlak.

Zijn we er dan? Allerminst. Want de grote vraag blijft natuurlijk wat er met haar hersenen gebeurd is. Ze heeft gelukkig geen hersenbloedingen gedaan (wat schering en inslag is bij extreem prematuren), maar hersenen zijn ook een orgaan. Een superbelangrijk orgaan dat veel te vroeg zonder baarmoeder is gevallen, op een moment dat de ontwikkeling nog in volle gang was. We hebben geen idee wat dat voor schade heeft opgeleverd, maar we moeten sowieso rekening houden met leerstoornissen en concentratieproblemen. Een baarmoeder is een buffer met de buitenwereld. Een dienst intensieve zorg waar het gonst van de alarmen en het fel licht, is compleet het tegenovergestelde. We weten nog niet wat voor schade dat heeft opgeleverd, mogelijks komt dat ook pas echt aan het licht als ze naar de (lagere) school gaat. In ons achterhoofd is dat een sluimerende angst, maar het heeft ook geen zin om ons hoofd daarover te breken. We nemen het gewoon dag per dag.

Zijn we er dan? Ik denk het niet, maar toch ook wel. Ik heb me gigantisch veel zorgen gemaakt om hechting, want 82 dagen in een koud ziekenhuisbedje in plaats van onder mijn hartslag, is een aanslag op zoveel dingen. Maar ik geloof ook wel dat we een deel daarvan hebben ingehaald. Door de borstvoeding, door het samen slapen, door het vele maanden 24/7 beschikbaar zijn voor haar (en nog steeds). Mijn moederschapsrust is verlengd met de ziekenhuisperiode, maar dat is eigenlijk echt het absolute minimum om dat hechtingsprobleem aan te pakken. Er wordt in ons land helaas altijd op korte termijn gedacht, zelden op lange termijn want dan is er misschien een andere partij of politicus die met de pluimen gaat lopen. Het is nochtans zo belangrijk, die start. Ik ben zo dankbaar dat ik haar zodra ze thuis was, wel heb kunnen geven wat ze nodig had. Ik ben ervan overtuigd dat het haar ontwikkeling ook echt deugd heeft gedaan. Maar ik zal me eeuwig schuldig voelen over die drie maanden ziekenhuis. Al die nachten zonder mij, dat zal ik mezelf nooit vergeven. Ook al kon ik er niks aan veranderen.

Maar dit moet een positief verhaal zijn. Want wij zitten met een geweldig fantastische kers op de taart. Elk kind is een wonder, maar Rosalie kan toch wat extra zaken afvinken op de mirakellijst. We zijn dus vooral enorm dankbaar. Merci Roosje om er zo heerlijk te zijn.

We zijn ook dankbaar voor wat zoveel mensen voor ons gedaan hebben. De mensen in het ziekenhuis, de honderden kaartjes die hier zijn toegekomen, de stroom aan eten, de cadeautjes, de warmte, de liefde, de kaarsjes en de regenbogen. Het deed toen zoveel deugd en ik zal nooit iedereen genoeg kunnen bedanken. Maar echt, wow wow wow. Dankuwel!

Mijn hart gaat ook uit naar iedereen die in dezelfde situatie zit. Nu lijkt het me nog een pak moeilijker, door die verdomde corona. Mijn hart gaat uit naar iedereen die uiteindelijk geen kindje meer naar huis kon nemen, maar misschien alleen een foto of een voetafdrukje.

Maar mijn hart gaat ook uit naar mezelf. Want het trauma is er. De ziekenhuistijd heeft een plaats gekregen, maar het verlies van de zwangerschap niet. Dat hakt er zo hard in op sommige momenten, dat blijft voor altijd een wonde die ik met zachtheid moet behandelen. Niet iedereen rondom mij is even lief voor dat verlies, maar je moet het echt meemaken om het te snappen (denk ik). Gelukkig heb ik nog de zwangerschappen van Basiel en Felix, anders ging ik helemaal kapot. Al is het ook net daardoor dat ik weet wat ik gemist heb. Een sluimerende pijn, waar ik echt voor moet opletten.

Prematuurtjes worden vaak helden genoemd, of vechtertjes. Ik vind dat niet eerlijk tegenover kindjes die het niet halen. Ze moeten heel wat doorstaan, dat is waar. Maar van de ouders wordt toch ook wel wat heldenmoed gevraagd. Wij hebben een held in huis: mijn fantastische lief.

Ik kan nog steeds niet begrijpen hoe hij in die periode elke dag eerst ging werken, om daarna zijn avond buidelend met Rosalie door te brengen. Elke dag de jongens naar school brengen terwijl ik al in het ziekenhuis was. Mij ondersteunen en de jongens, en toch zijn humor niet verliezen. Hoeveel uren hij bij dat kleine meisjes heeft gezeten, terwijl hij toch heel erg lang getwijfeld heeft of er nog plaats was voor een kindje in ons gezin. Uiteindelijk heeft het onze hele wereld op zijn kop gezet en is niets gegaan zoals het moest. Maar zoals mijn gynaecoloog zei toen ik langskwam voor een controle, “Ze moest er echt zijn, Sofie. Zie haar daar nu zitten, ze hoort echt bij jullie.”

Bedankt liefje, jij bent echt een held. Bedankt Rosalie, jij bent de meest fantastische dochter van de wereld. Bedankt Basiel en Felix, jullie zijn de beste grote broers die iemand zich kan inbeelden. Bedankt vrienden en familie, voor alle ondersteuning, ver en dichtbij. Bedankt onbekenden, om zo met ons mee te leven.

Vorig jaar was er op 17 november taart in de ouderlounge van neonatologie, voor wereldprematurendag.

Vandaag is er vooral liefde en warmte, en dat is nog beter dan chocolade en slagroom.

Posted in Uncategorized | 5 Comments

Hutsepot.

Ik schrijf dit terwijl de trein van Kortrijk naar Gent rijdt, de smartphone leunend op mijn rechterpink. Ondertussen is daar zelfs al een klein omgekeerd boogje.  Ik schrijf dit terwijl de trein van Kortrijk naar Gent rijdt, omdat het ongeveer het enige moment is dat ik zit en weinig andere dingen kàn doen. Ik kan hier niet snel een mand was plooien of soep maken, ik moet gewoon wachten tot de trein zijn bestemming bereikt. 


De wagon is het nieuwe vol, want er zijn geen lege plekjes meer vrij die in 2020 in de categorie “coronaveilig” vallen. Ik zit alleen op een duoplek, mijn zware rugzak en kolftas als buddy. 


De gedachten razen voorbij, net als de lintbebouwde achtertuintjes. Het is vol, het is veel. 
Steeds vaker kan ik niet geloven dat we echt in deze situatie zitten. Dat we bij elke beweging moeten nadenken of dat wel kan. Of dat wel mag. Dat we moeten afwegen voor wie we onze voordeur nog kunnen en mogen openen. Dat we minder dan een hand nodig hebben om de mensen te tellen die nog in onze armen mogen. Dat we moeten tellen.


Het zijn hier zware jaren geweest. Dat zindert nog na, dat is zeker. Maar nu is het voor iedereen zwaar. Ik weet soms niet of ik nu net sterker of zwakker in mijn schoenen sta door alles wat er gebeurd is. Want ik blijf vrij hard doorlopen, maar soms ben ik bang van het traumamijnenveld waarop mijn run zich voltrekt. 


Ik wil er helemaal zijn voor mijn kinderen, want zij waren stuk voor stuk een heel bewuste keuze. Hun fundamenten worden nu gelegd. Er is een warm nest (dat durf ik echt te zeggen), maar er is ook veel gehol en gedoe. Het kaartenhuisje heeft soms maar een kleine tik nodig (één kindje ziek en niet naar de opvang, help) om eventjes in elkaar te storten. 


De work life balance komt mijn oren uit. Want het ligt niet aan mijn werk, of mijn drie kinderen, of de onderbroken nachten, het ontplofte huishouden, de verbouwingen of het vallen van de bladeren. Het ligt aan de hutsepot. Het ligt aan de combinatie van dat alles. Het zijn veel ingrediënten voor een beperkte kookpot. Soms dicht bij het kookpunt. 


Ik ben gefrustreerd omdat ik er niet kan zijn voor mijn kroost op de manier dat ik zou willen. Ik ben gefrustreerd omdat mijn eigen projecten als eerste sneuvelen. God weet hoe lang ik al een podcast probeer te maken, maar hoe dat gewoon niet ingepast geraakt. Jezusmina hoe hard droom ik er van om eindelijk dat boek te schrijven, en daar dan ook nog een uitgever voor te vinden. Om in de verte nog maar te zwijgen van de lokroep van het podium. Theater, microfoons, camera’s. Ik mis het. 


Ik zou ook heel graag eens even met mijn lief verdwijnen. Ik zou me graag verliezen in een vrijpartij of een ochtendknuffel, zonder altijd die extra waakzaamheid op te zetten. Of zonder gestoord te worden. Maar tegelijk vind ik die kleinste spruit nog veel te klein om uit te besteden. Dat is geen meerwaarde voor haar, alleen voor ons. En dat is niet eerlijk in mijn hoofd.

Zie je. Het is mijn schuld. Ik wil vast te veel. Ik ben geen baas over mijn eigen tijd, wat geweldig hip schijnt te zijn (maar ja, hip was ik toch nooit). Het probleem van mijn generatie, toch? Ik wil per se full time werken om per se dat huis afbetaald en verbouwd te krijgen. Ik wil per de drie kinderen waardoor het toch normaal is dat er voor mezelf geen gram (enfin, wel the instaGRAM, insert knipoog) meer overblijft. 


Ik weet het niet zo goed. Of dat nu allemaal mijn eigen schuld is, of toch niet helemaal. Ik weet niet of dat er toe doet. Ik weet ook niet, of ik nu eigenlijk goed bezig ben of net kei hard niet. Het hangt er vast van af vanuit welk (economisch?) standpunt je het bekijkt.

Wat ik wel zeker weet: ik ben niet zot van hutsepot.


Posted in Kind en gezin, Mens erger je niet!, Want zo ben ik | 26 Comments

Een verjaardag is feest.

Een verjaardag is feest. 

Het is de dag waarop je als moeder automatisch terugdenkt aan hoe het ging, dat ter wereld komen. Het is de dag die je echte aankomst in de tijd markeert. 
Het is de dag die vanaf dan elk jaar opnieuw een ijkpunt is, een bolletje op je eigen telraam. Want je gaat je eigen weg. Zonder verjaardag zou je misschien vergeten hoe snel en lang en kort die wel is. 


Een verjaardag is feest. 


Het is de dag die het bij jou niet had moeten zijn. Het is de dag in de maand die het niet had mogen zijn. Er moest nog een heel seizoen passeren voor jouw landing in de wereld. 
Het is de dag waarop ik alle grond onder mijn voeten verloor en tegelijkertijd een vat oerkracht opentrok. 


Een verjaardag is feest. 


Het is de dag waarop het geen feest was. Het was gitzwart. Ik wilde je nog heel lang in mijn buik houden, want eruit overheerste de angst om je voor altijd kwijt te raken. Ik wilde je vasthouden om je niet te verliezen. 
Het is de dag waaraan ik niet wil denken. Het was donker. Ik durfde niet van jouw fragiele lijfje te houden, maar toch was ik mijn hart al lang aan jou verloren. Je kneep in mijn hand en claimde daarmee definitief het dochtermoederschap dat veel te kort in mijn schoot was gegroeid. 


Een verjaardag is feest. 


Ook als het de dag is die gestoeld is op een diep trauma. Want het is de dag waarop jij in ons leven kwam. 
Ook al is het dag die het startschot was van een lange gescheiden lijdensweg. Want het is de dag waarop ellenlange knuffelsessies ons hoogtepunt werden. 


Een verjaardag is feest. 


Want het is de dag van jou. Van die pientere, guitige, straffe, krachtige, sterke, fantastische, ongelooflijke dochter van ons. 
Want het is een dag met cadeautjes. Niet met een strikje rond, maar met kleine druppels in mijn ooghoek omdat jij van zo ver komt en hier nu al staat. 


Vandaag is het feest. Want het is jouw dag. Want jij bent een cadeau. 
Want jij is jij. Want jij is de meest wijze dochter die een moeder zich kan inbeelden. Want jij is Rosalie. 


Gelukkige verjaardag liefje. Zoveel feest. 
Nog meer liefde.

Posted in (extreem) prematuur, Dotje, Liefde | 12 Comments

En toen ging ze naar de opvang, alsof ze nooit iets anders gedaan had.

Het is een moment dat ik bij al mijn kinderen zo lang mogelijk wilde uitstellen. Het liefst gewoon tot ik er zelf helemaal klaar voor was, al weet ik tegelijk niet zeker of dat moment dan ooit wel gekomen was. Bij Rosalie was het niet anders. En toch ook wel.  Ik zal altijd ergens het gevoel hebben dat ik die drie maanden ziekenhuis moet goedmaken, maar ik moet me er bij neerleggen dat ik die tijd nooit echt kan inhalen. Liefde is loslaten, op een bepaald moment moet dat ook met een extreem prematuur geboren kindje.

Foto Doula & Fotograaf Cynthia

Bij Basiel en Felix voelde de stap naar de werkvloer onmenselijk vroeg, dus ik was ik dolblij met de drie maanden extra (onbetaald) borstvoedingsverlof bij Rosalie. De lockdown breide daar nog een soort vervolg aan. Thuiswerken combineren met een baby is from hell and back, maar het voordeel was wel dat ze lekker dicht bij mij was. Door die lange tijd, voelde het wel iets makkelijker. Nog altijd te vroeg, maar niet meer elke dag huilen te vroeg.

Als je Rosalie ziet, zou je bijna vergeten hoe fragiel ze is. Maar ze is wel echt fragieler dan een voldragen kind. Iedereen moet een extern immuunsysteem opbouwen, wat automatisch gebeurt als je wordt overgeleverd aan de virusgalore van crèche of kleuterschool. Maar bij Rosalie is het toch nog anders, want zij mist een intern immuunsysteem. Dat is iets wat wordt opgebouwd in het derde trimester van de zwangerschap. Je weet wel, dat trimester dat zij in de couveuse heeft doorgebracht in plaats van in mijn buik. Dus ja, toch een pak fragieler. Geboren worden met onrijpe longen en weken zuurstof moeten krijgen, is een extra risicofactor. Doorgaans wordt aan premature ouders ook aangeraden om de stap naar kinderopvang zo lang mogelijk uit te stellen, precies om die reden. Rosalie is gestart een paar weken voor haar echte verjaardag.

We hadden onze voorzorgen genomen, want het is toch echt weer een grote stap. Normaal gezien neemt Tom een maand ouderschapsverlof in de grote vakantie, nu hebben we dat gespreid van half augustus tot half september. Op die manier kon ik mij concentreren op de heropstart op Howest, en Tom om op de start van Rosalie in de opvang.

Ik ben blij dat het op die manier rustig voor Roosje kan, maar toch ook een kleine steek in mijn hart dat ik het wentraject deze keer zelf niet kon doen. Ook heel opgelucht dat we opnieuw een plaatsje kregen in onze vertrouwde opvang, waar ook Felix heel gelukkig was. Vlak naast de school van de jongens trouwens, wat ook behoorlijk praktisch is in de ochtend- en avondrush. Dankzij het ouderschapsverlof van Tom blijft die gelukkig nog even uit. Het is ongelooflijk hoe relaxed het leven met kinderen is ALS er een ouder niet op het werk wordt verwacht, ALS een ouder altijd thuis kan zijn. Niet haalbaar helaas, maar wel stof tot nadenken.

Op maandag 17 augustus stapte Tom met mondmasker en gretige baby de opvang binnen. Het plan was om een uurtje te blijven, papa en dochter. Dat verliep heel vlot, dus de volgende dag mocht ze daar al heel even alleen blijven. Zo hebben we sindsdien uurtje per uurtje opgebouwd.

Maar eigenlijk was ze meteen vertrokken.

We waren allebei nogal in shock toen bleek dat ze daar de tweede dag zelfs al een dutje had gedaan. Het flesje afgekolfde melk was geen gigantisch succes, maar sinds ze het geven in een beker gaat het vlotter binnen. Ook de gemixte papjes vond ze maar niks, dus ze krijgt ook daar stukjes waar het kan. Het zakje reservekleren dat ik had meegegeven heeft daardoor al goed dienst gedaan. Een baby zelf laten eten is zalig, maar meestal wel een smeerboel. Bedankt uitvinder van de wasmachine!

Ondertussen zitten we al aan week drie. Ze is blij als we haar afzetten en ze is blij als we haar komen halen. Dus misschien was die kleine meid er wel meer klaar voor dan haar moeder.

Het is allemaal zo dubbel, want vorig jaar deze tijd waren de laatste zorgeloze dagen. Daarna stapten we op een vroeggeboortetrein, met een onbekend eindstation. We weten nog lang niet alles, maar voorlopig doet ze het zo verschrikkelijk goed. Uiteraard heeft ze wat snottebellen opgeraapt in de kinderopvang, maar daar blijft het voorlopig bij. We wachten met een heel bang hartje het winterseizoen af, maar weten ook dat ze dat sterker ingaat dan een jaar geleden.

Onze topdochter zit in de groep bij de Leeuwkes. Ideaal, want Rosalie is wel echt een leeuwin.

Posted in (extreem) prematuur, Dotje | 3 Comments

Maandbrief van (gecorrigeerd) een maand of 7, die maand waarin ze leerde kruipen.

Het eerste gesprek over haar kansen was in de verloskamer. Na een helse rit van Jan Palfijn naar UZ Gent, braken mijn vliezen bij aankomst. Ik was op dat moment 25 weken en 2 dagen zwanger. Ik lag daar helemaal kapot en angstig, Tom zat naast mij in mijn hand te knijpen. 


We vroegen de eerlijke waarheid en kregen die ook. De verwachting was dat ik die dag in arbeid zou gaan en dat Rosalie geboren zou worden. We moesten bijna meteen beslissen of we haar medische zorgen zouden toedienen, of laten sterven in onze armen. 


De eerlijke waarheid was dat kindjes van die zwangerschapstermijn zelden ongeschonden uit de rit komen. Als ze de eerste weken al zou overleven (dat was al heel 50/50), zou er daarna nog een lange rit volgen met heel wat uitdagingen. Meer dan waarschijnlijk zwaar gehandicapt, sowieso een zorgenkind. 


Het brak ons in duizend stukken, maar dat wilden we ons gezin niet aandoen. We deden dus het onmogelijke, ons voorbereiden op afscheid. We brachten de nacht in een verloskamer door. Ik op een verlosbed, Tom in een opklapbedje. Allebei zonder slaap. 
De volgende dag nieuwe gesprekken. Want ik was nog steeds niet in arbeid geschoten. Dezelfde arts stond opnieuw aan het voeteinde van mijn ziekenhuisbed. Meisjes zijn sterker. Als je 26 weken haalt, dienen we sowieso zorgen toe (dat is de wet), de meeste kindjes komen er niet ongeschonden uit. Maar er zijn een paar mirakels, ja. Met minimale schade. Komt bijna nooit voor, maar het bestaat.


Ik bespaar je even de ingewikkelde uitleg, en hoe we toch beslisten om daarna voor actief beleid te gaan. Ik neem je gewoon even mee naar vandaag. 


We zijn er nog niet, maar ik durf je wel al een wonderkind te noemen. 
Toen we vorige week aan zee waren, passeerde je de zeven maanden datum. Gecorrigeerd (en naar ontwikkeling) ben je zeven maanden. Die drie andere maanden in het ziekenhuis hadden echt buikmaanden moeten zijn. Maar toen we dus vorige week aan zee waren, begon je het appartement rond te kruipen. 


Ik kan het zelf amper geloven, ook al zie ik je continu op handen en knieën het huis verkennen. Je bent daar zelfs vroeger mee dan je voldragen broers, hoe geschift is dat? 
Ontwikkelingsachterstand, dat ging het zeker zijn. Eventueel in te halen tegen je derde verjaardag of zo, maar allemaal wat trager. Maar dan is daar Rosalie. Jij gaat als een speer. Motorisch ben je ongelooflijk snel. Je kruipt! Je begint op dingen te klimmen. Je maakt aanstalten om jezelf op te trekken! Zotte meid! 


Mentaal is het natuurlijk nog een groter vraagteken en kunnen er nog altijd dingen aan het licht komen. Je hersenen waren ook nog niet volgroeid toen je veel te vroeg ter wereld kwam. Maar voor een baby van 7 maanden, doe je te gekke dingen. Brabbelen, lachen, gieren, actie-reactie, je begint je armen uit te steken als je gepakt wil worden en ga zo maar door. Je drinkt aan de borst en eet alles wat we je voorschotelen met smaak en de juiste techniek op. Een heel normale baby, zo lijkt het wel. 

Je zou haast vergeten dat het echt een wonder is. Soms voelt het zelfs alsof jij andere prematuren oneer aandoet, aan alle ouders van prematuren die kei hard moeten vechten voor elke stap. Ook na de intense periode op neonatologie. Want dit is echt niet vanzelfsprekend. Dit is buiten verwachting. En een hart onder de riem van iedereen bij wie het anders loopt.


Ik zal dat eerste gesprek in de verloskamer nooit meer vergeten. Meer dan drie maanden voor je geboorte gepland was. En hoe ik daarna met mijn handen op mijn buik en mijn gedachten, jou probeerde te vragen om te blijven. Om ons mirakel te worden. Terwijl ik ondertussen met mijn tranen het hele droogteprobleem kon oplossen. 
Zoveel gehuild. Zoveel angst. Zoveel emoties. 


Je bent nog beter dan het best case scenario. Want je bent zo verschrikkelijk schattig, guitig, lief, nieuwsgierig, vrolijk, avontuurlijk (geen angst van gras of zand zoals je grote broers), innemend en straf. 


Vooral straf. Mijn god, wat ben jij een straffe madam! Ik heb er nauwelijks woorden voor. 


Dankjewel liefje. Toen mijn handen op jouw kapotte huisje lagen en de tranen stroomden, heb je goed geluisterd. Dat houden we dan nog vol tot je alleen gaat wonen he? 


Kus, 
Je mama. 

Posted in (extreem) prematuur, Dotje, Liefde | 10 Comments

Jaarbrief 8 – Basiel

Lieve Basiel, 

Je achtste verjaardag zag er anders uit dan gepland. Geen feestje waarbij ons huis te klein was voor alle familieleden en ook geen feestje met een hoop uitgekozen vriendjes. Op je verjaardag (24 juni al, sorry voor de vertraging van deze brief) mocht je zelfs niet naar school. 

Ik hoop dat je het toch een fijne dag vond. Jij mocht ongeveer alles kiezen. Je bestelde twee vriendjes om te komen spelen, ontbijt met hotelcake, ’s middags spaghetti en ’s avonds frietjes van de frituur. Als het een officiële optie was, zou je elke dag frietjes eten. Misschien kan je dat in je studententijd eens proberen, maar voorlopig blijf ik je koppig ook wat gezonde voeding voorschotelen. 

Ongelooflijk dat je al 8 jaar bent. Soms zie ik al een flits van de tiener die hier binnenkort zal rondlopen. Af en toe wordt er al eens met pre puberale ogen gerold, maar meestal vallen wij nog in de categorie ‘onvoorwaardelijke helden’. Soms weet je met die gevoelens amper blijf en kom je daarom wat onhandig op ons hangen. Soms spring je op ons. Soms wring je je ertussen. Dat is geweldig lief, maar die 27kg begint van tijd wel een beetje door te wegen. Waar is de tijd dat je 3,8kg woog en gewoon uren rustig op mij bleef liggen.

In het begin vond je de lockdown geweldig. Altijd in je favoriete bubbel vertoeven, constant gezelschapsspelletjes spelen en veel extra gezinstijd, dat was spek naar jouw bek. Maar gaandeweg werd het minder, tot er zelfs traantjes aan te pas kwamen als je oefeningen moest maken voor school. Op het einde werd het gebrek aan peer contact echt te zwaar. De schamele zes dagen school waren echt veel te weinig, maar wel de redding. 

De juf van zedenleer noemde jou een klompje goud. Dat is ook zo, je bent echt een geweldige kerel. Het doet me zoveel pijn om te zien dat je soms zo moeilijk kan zeggen wat er in je omgaat. Je worstelt af en toe met kleine en grote dingen, en blokkeert dan volledig. We hebben de juiste oplossing of ontlading nog altijd niet gevonden, maar blijven ondertussen geduldig nabijheid bieden. Naast je zitten. Of net afstand geven. Wat je op dat moment nodig hebt, ook al kan je het vaak niet benoemen.

Gelukkig is het meestal gewoon een comedyshow met jou. Op de laatste schooldag moest je voor alle klasgenoten een post-it maken. Op de 25 briefjes voor jou was er een constante: “je bent zo grappig Basiel” Dat merken we thuis natuurlijk ook. We zitten echt met een complementair komisch duo. Felix moet het hebben van zijn mimiek en knotsgekke uitspraken, jij bent meer van de droge humor. Stiller en rustiger, maar serieus raak als je iets zegt.

Je bent een broer uit de duizend. Al die coronamaanden waren jullie tot elkaar veroordeeld. Ik had het volledig begrepen als jullie elkaar op een bepaald achter het behang hadden willen plakken, maar de liefde bleef groot. Heel af en toe valt er wel eens een hard woord of is er even een uithaal, maar meestal loopt het gewoon goed. En dan heb ik het nog niet over hoe fantastisch je bent voor Rosalie. Zelfs een blinde kan de liefde tussen jullie twee zien stromen.

De superlatieven voor jou vloeien even rijkelijk als die liefde, want je bent ook een leeswonder. Je hebt het hoogste leesniveau behaald op school (avi plus) terwijl je nog maar in het tweede leerjaar zat én net maanden geen schoolbank had gezien. Sindsdien is er sprake van een lichte maar heel schattige Jommekesverslaving. Mijn gsm wordt al eens onderschept om whatsappjes te sturen naar familieleden én je leest ook vlot ondertitels mee op tv. Als we iets willen zeggen zonder dat kinderoren het kunnen verstaan, moeten we ook al opletten met Engels, want je pikt daar net iets te veel van mee naar mijn goesting.

Verder is er nog niets veranderd. Je lust nog steeds geen chocolade of pannenkoeken, je kan nog altijd perfect overleven op melk en rijstkoeken en je schakelt nog altijd je broer in om te vragen of jullie op de iPad of een snoepje mogen.

Wat ik vooral zo fantastisch vind aan jou, is hoe je mensen in je hart kan sluiten. Je komt soms een beetje traag op gang, maar eens je iemand binnenlaat is het echt met volle overgave.

Met volle overgave wens ik je ook een gelukkige verjaardag.

Dikke kus van je mama (diegene die zich altijd pijn doet uit lompigheid en waar jij dan zo hard mee moet lachen)

Posted in Basiel, Liefde | 4 Comments

Terug mezelf dankzij Fitbycharro. Een review.

Ik weet nog altijd niet wat er gebeurd is. Na de geboorte van Rosalie was ik bijna meteen weer op gewicht en dat bleef zo de hele ziekenhuisperiode lang. Op 6 december kwam ze (na drie maanden) naar huis en woog ik 76kg, ongeveer een kilo minder dan mijn “normale” gewicht. Op 24 december ging ik op de weegschaal staan en botste op dik 82kg . Op drie weken tijd was er meer dan 6kg bijgekomen.

Ik probeerde die kilo’s er af te krijgen met eerdere succesrecepten (intermittant fasten, 5:2, lopen en zo gezond mogelijk eten), maar er gebeurde niets. Helemaal niets. De weegschaal bleef staan op exact hetzelfde getal dat ik bereikt had toen ik op 26 weken plots beviel. Foute symboliek van mijn lijf.

De verklaring die ik het meeste hoorde was dat mijn lichaam na een lange periode van intense stress eindelijk weer in een ‘rustige’ toestand kwam (want Rosalie was thuis) en daardoor vanalles ging vasthouden. Kan zijn, maar ik ging er aan kapot. Wat het ook was, ik kon het niet verdragen. Het ging echt bergaf met mij. Ik voelde me niet meer thuis in mijn lichaam en na alle miserie kon ik dat er echt niet meer bijnemen. Ik wilde mijn lijf terug. Het lijf dat mij in de steek gelaten had tijdens de zwangerschap van Rosalie, liet me nu opnieuw in de steek. Elke extra kilo voelde echt als lood in mijn hoofd.

Enter Fitbycharro. Want uiteraard had ik via mijn stories op instagram (mijn persoonlijke psycholoog 😉) al uitvoerig geklaagd over mijn ontkoppelde lichaam. Ik kreeg Charro geregeld als tip en besloot ervoor te gaan. In volle lockdown (midden april) startte ik het programma van 12 weken. En omdat ik altijd eerlijk ben: aan halve prijs. Want ik ging er sowieso over vertellen en er zijn wel wat volgers op mijn favoriete platform (nog altijd niet genoeg om te kunnen swipen wel, haha)

Als je aan het programma begint, moet je eerst een gigantische boterham aan informatie verwerken. Er zijn filmpjes en teksten, er zijn regels en recepten, er is vanalles. Nog een portie eerlijkheid: de moed zakte me onmiddellijk in mijn schoenen. Ik heb de eerste 3 dagen een paar keer serieus geweend, ik had honger en ik dacht dat ik het helemaal niet kon. Sorry liefje voor mijn humeur die eerste dagen.

Maar toen veranderde er iets. Mijn lichaam paste zich aan, ik was ineens wel altijd verzadigd en het ging wonderwel (bijna) vanzelf. Het kostte me helemaal geen moeite om alle lekkers aan mij voorbij te laten gaan. Ook de bijhorende oefeningen gingen heel vlot. Die zijn belangrijk om ‘mooi’ af te vallen. Ik ben wel geen leek op workoutvlak. In de besloten facebookgroep van Charro hoor ik wel eens mensen die twee dagen niet meer van de trap kunnen, maar daar heb ik nooit last van gehad. De beste motivatie kwam na een week, toen de weegschaal al een kilo gezakt was.

Maar is het niet heel veel werk, krijg ik vaak als vraag. Het antwoord is simpel: niets gaat vanzelf. Uiteraard moet je er iets voor doen. De persoon die een dieet/gezondheidskuur uitvindt die geen enkele moeite kost, is binnen de kortste keren schatrijk. Zo werkt het helaas niet, point final.

Maar de lockdown was de ideale periode. Want als je de hele dag thuis bent, is het ook niet zo moeilijk om te koken. Dus ja, het kost wat moeite en voorbereiding. Maar met een goede boodschappenlijst kom je al heel ver. Ik heb bijna elke dag twee potjes gekookt, maar wel simultaan. Dus behalve wat extra afwas, viel dat wel mee. De lunch was soms wat meer werk voor mij dan een boterham smeren, maar uiteindelijk is dat ook vlot gelukt. En nog.

In het programma vind je een heleboel recepten, maar die heb ik eigenlijk niet echt gebruikt. Ik heb altijd mijn eigen ding gedaan binnen de vastgelegde regels. Mijn beste vriend daarbij: Albert Heijn. Daar vind je zo-veel dingen die je het fitbycharro-leven een stuk gemakkelijker maken: bloemkoolrijst, pompoenlasagnevellen, broccolirijst and so on. Echt een winner.

Uiteraard volgden ook al gauw de verwijten. “Ja maar, je mag geen koolhydraten eten dus uiteraard val je af”, “ja maar, zo kan je toch niet leven”, “ja maar, zo met shakes is ongezond hoor”, “ja maar die voor- en na foto’s zijn toch duidelijk getrukeerd”. Ik kan zo nog wel even doorgaan. De waarheid is, meestal komt dat van mensen die zelf graag gezonder zouden willen leven maar er de moed niet voor vinden. Ik begrijp dat, maar het is niet zo slim om kritiek te geven op wat je niet kent. Ik ben zelf gigantisch allergisch aan ongezonde diëten (zoals die ketoshizzle en consoorten), dus daar doe ik niet aan mee. Shakes zijn dikke zever, gezonde koolhydraten horen thuis in een gezond eetpatroon en alles is helemaal echt. Maar onthoud dat je ook niet je hele leven zo hoeft te leven, want je hoeft ook niet je hele leven af te vallen. Stabiel blijven kan ook met iets lossere teugels.

Ik ben elke morgen trouwens gestart met een kom yoghurt met granola van studio_simoons (hallo koolhydraten!) en heb ook kilo’s groenten en fruit opgesmikkeld die ook bomvol koolhydraten zitten. Het is dus niet koolhydraatvrij, wel koolhydraatarm. Het grootste verschil: ik heb veel puurder leren eten. Amper bewerkt voedsel, heel veel vertrekken van het basisproduct. Zien wat je eet. Weten wat je eet. Elk ingrediënt kunnen benoemen. Behalve dan de twee stukjes chocolade die je elke dag in je kas mag slaan, daar heb ik me verder geen vragen bij gesteld.

Na een moeilijke start ging het eigenlijk (bijna) vanzelf. Het heeft me nog nooit zo weinig moeite gekost om lekkernijen te laten passeren. Het is echt zo dat de drang enorm afneemt als je van de suiker afgekickt bent. De weegschaal wilde niet altijd mee, maar laat zich ook niet regisseren. Je lichaam maakt soms rare sprongen, maar uiteindelijk telt alleen het resultaat. En dat is vrij duidelijk.

Dat eindresultaat is wat mij betreft geweldig. Ik heb het programma helemaal aangepast aan mijn leven. Ik heb er een beetje mijn eigen draai aan gegeven, zonder de regels te overtreden. Ik heb geprobeerd om zo vaak mogelijk de workout te doen, maar ik was ook niet kwaad op mezelf als het eens niet lukte. Dat is geen reden om alles overboord te gooien. Integendeel.  Ik heb serieus wat ballen in de lucht te houden, dus ik mag al enorm fier zijn op mezelf dat dit gelukt is. Met onderbroken nachten, met borstvoeding, met 3 kinderen coronagewijs 24/7 en al-tijd onder mijn hoede, met de combinatie met thuiswerk, met huishouden, met de mentale rugzak. I dit it. Er zijn er die veel meer afvallen, maar so be it. Ik ben waar ik wilde zijn.

Dat is misschien wel de grootste verwezelijking. Ik heb de afgelopen 10 jaar altijd ongeveer 77kg gewogen en ik vond dat altijd veel te veel. BMI is achterhaald (want neemt geen spiermassa mee), maar het blijft officieel wel met overgewicht voor mijn 1m70. Ik was er nooit content mee. Ik ben blij dat ik nu kan zeggen dat het ok is. Voor de allereerste keer in mijn leven heb ik vrede met mijn lijf. Op mijn 36 en na drie kinderen mag het echt gezien worden.

In 12 weken ben ik 6,7 kg afgevallen en heb ik samengeteld 26 centimeter verloren op mijn taillen, heupen, billen en armen. Hoe dat eruitziet kan je zelf aanschouwen op de (niet getrukeerde, haha) voor- en na foto’s.

Ik ben dankbaar. Ik ben gelukkig. Ik kreeg al honderd keer de opmerking dat ik dat ook echt uitstraal, maar het is zo. Ik was mijn lijf kwijt, ik voelde me verschrikkelijk en ik heb het nu weer terug. Op een heel gezonde manier, met een stevige maar zeer draaglijke inspanning.

Ben ik dan alleen maar positief? Nee, eerlijk is eerlijk. Ik geloof niet echt in de thee die je moet drinken (heb ik ook niet gedaan, was me wel door Charro zelf afgeraden door de borstvoeding) en ik vind het redelijk duur. Ook al is een diëtiste ook niet gratis, het kost wel echt veel om alleen maar online begeleiding te krijgen. Daar wringt voor mij het grootste schoentje: je krijgt niet echt persoonlijke begeleiding. Tegelijk is de prijs ook de beste motivatie. De eerste dagen durfde ik niet op te geven, omdat ik zoveel geld betaald had. Dat bleef toch wel een goeie incentive om er echt voor te gaan.

Je krijgt een hoop informatie en je moet een wekelijkse tracking sheet invullen, maar er is geen persoonlijk contact. Veel mensen verwachten voor 297 euro dat je op zijn minst een keer een intake videocall hebt met Charro, maar dat zit er niet in. Als er problemen zijn kan je haar wel altijd contacteren, en helpt ze je zo snel en goed mogelijk verder. Maar weet dat als je er aan begint. Het is een kleine zelfstandige die het enorm druk heeft. Ze houdt je handje niet vast, maar ze is van op een afstand wel. Als je wat aanmoediging nodig hebt of vragen hebt, kan je wel altijd terecht in de besloten facebookgroep.

Alles wat je moet weten, zit wel enorm uitgebreid uitgelegd (met tekst en met video’s) in je pakket, maar je moet het echt zelf doen. Aangezien Hove nogal ver van Gent ligt, koos ik voor het online programma. Oh ja, met Covid-19 was er sowieso geen andere optie. Maar ik kan dus niet spreken voor het programma persoonlijk bij haar, want dat is er ook. Ik heb niet echt iets gemist, maar veel mensen die mij gevolgd zijn wel en ik begrijp die kritiek. Maar ik weet ook dat Charro er aan werkt. Rome is ook niet in één dag gebouwd, weetjewel.

Net als de weg naar mijn eigen lichaam. Dat vraagt geduld. Snel afvallen is natuurlijk leuk, maar ook niet echt de bedoeling. Terugkijkend ben ik gemiddeld een dikke halve kilo per week verloren en dat is prima. Want op 12 weken is dat dus wel bijna 7kg.

De grote uitdaging is natuurlijk om dit vast te houden. In mijn wildste dromen wil ik uiteraard nog wel wat kwijt, maar ik ga vooral proberen om zo te blijven. Bij mijn laatste weegmoment (afgelopen vrijdag) woog ik 75,75kg en het is van de weken na de dood van mijn broer geleden dat ik dat cijfer zag staan. Toen omdat ik van de shock gewoon dagen niet gegeten heb, dus not the good kind. Nu wel.

Ik sta meerdere keren per week op de weegschaal, maar hou vrijdag als mijn vaste weekdag. Als ik stabiel gebleven ben of iets afgevallen, mag het weekend ietsje losser zijn. In de week ga ik proberen de regels vast te houden, zonder te vergeten om te genieten. Ondertussen blijf ik lopen en planken ( dat laatste meestal voor televisie), en zien we wel waar dit eindigt.

Voor mij dus een enorm positief verhaal. Ik kan niet verklaren waarom het nu wel lukte en met mijn vroegere succesrecepten plots niet meer. Maakt ook niet meer uit, ik ben weer mezelf. En daarom zeg ik: dankuwel Charro.

En nog meer eerlijkheid: omdat ik zoveel klanten naar Charro gestuurd heb, heeft ze mijn entreegeld helemaal terugbetaald op de allerlaatste dag. Omdat ik volgehouden heb. Ik zeg het maar, omdat ik echt graag eerlijk ben. Maar aan iedereen die ik aangezet heb om mee te doen: wow, super! Ik hoop dat jullie even gelukkig eindigen als ik. Heel veel succes!

Tegen mezelf zeg ik: goed gedaan Sofie. Echt een dikke proficiat dat je dit hebt gedaan in moeilijke omstandigheden. Ik probeer weer van mijn lijf te houden, ook met een BMI van 26. Dat is me nog nooit gelukt en nu – na jaren – eindelijk wel. Dat is misschien wel de mooiste verwezenlijking.

Naast mijn stevig lekker kontje natuurlijk.

Posted in Bewegen, Borstvoeding, Want zo ben ik | 4 Comments

Een baby van (gecorrigeerd) een halfjaar. Of wat maandbrief 6 had moeten heten.

Een halfjaar. Een semester. Mijn studenten hebben dan ook meestal examens en toevallig kreeg jij vorige week 10/10. Dat was bij de bobathkinesist, die gelijk besliste dat het niet meer nodig was om te komen. Want je bent gecorrigeerd dan wel zes maanden, je staat motorisch al een klein beetje verder. Een dikke maand zelfs.

Dat lijkt misschien banaal en ieder kindje op zijn eigen tempo, helemaal mee akkoord. Maar als ik ook maar één seconde nadenk waar jij begonnen bent, dan is dat echt fenomenaal. Toen we 82 dagen naast jouw bedje in het ziekenhuis zaten, had niemand durven te hopen dat jij een paar maanden later helemaal op (gecorrigeerd) schema zou zitten. We rekenden op een achterstand, we rekenden op veel extra therapie, we rekenden op vanalles waar we geen weet van hadden. We hoopten op het beste, maar probeerden ons ook voor te bereiden op worst case.

En toen kwam jij. Een natuurtalent.

Een talent aan de borst, waardoor jij nu al 9 maanden groeit op wat mijn lichaam je serveert. Van de sonde naar de borst, zonder tussenstop. Ik moet het daar nog eens uitgebreid over hebben, maar dat is dus eigenlijk echt ongelooflijk zot. Zodra jij stevig vertrokken was, heeft mijn vastberadenheid het overgenomen. Dus we zijn vlotjes aan de gewenste hoeveelheid exclusieve borstvoeding geraakt.

Ik volg niet zo graag de regeltjes, ik kijk liever naar mijn kind. De laatste weken begon jij steeds meer tekenen te vertonen dat je klaar bent om nog iets meer te verkennen dan moeders melkfabriek. Dus krijg je nu af en toe een gestoomd stukje groente in je mega schattige handjes geduwd. Dat gaat vlotjes binnen, want had ik het al gezegd dat je een natuurtalent bent?

Dat geldt ook voor je mobiliteit. Het begon anderhalve maand geleden met een bijna accidentele rol van rug naar buik. Twee dagen later was je niet meer te stoppen. Je lag geen halve seconde meer op je rug, want hupsakee je was alweer gedraaid. Nog een paar weken later volgde ook de rol van buik naar rug (eigenlijk de gemakkelijkere versie, maar jij besloot om eerst voor het moeilijkste te gaan) en sindsdien rol je overal naartoe. Je geraakt overal, maar nog het liefst bij computerkabels en opladers.

We zijn dus ook niet meer gerust. Want je kan dan nog wel niet kruipen (hallokes, dat hoeft ook helemaal niet op zes maanden), je geraakt wel overal. De combinatie van rollen en pivoteren maakt dat je al de hele ruimte verkent. Wij laten je zoveel mogelijk experimenteren en zoeken, maar naast discipline, dedication and friendschap, trachten we toch ook de safety first niet uit het oog te verliezen. Er mogen dus geen legoblokjes meer blijven rondslingeren vanaf nu, waar mijn blote voeten ook bijzonder dankbaar om zijn.

Je bent meestal vrolijk, wat opmerkelijk is want je vindt dutjes overdag doorgaans maar een saai tijdverdrijf. Je maakt al eens een uitzondering als je in slaapt valt in mijn armen of wij jou een paar kilometer rondrijden met de buggy, maar verder wil je vooral niets missen. George Orwell zou – als hij nog bij leven en welzijn was – kunnen nadenken over een nieuwe bestseller, want het is hier absoluut Little Sister is watching you. (Al zijn de big brothers ook altijd goed bij de zaak)

Zitten gaat ook steeds vlotter. Met steun gaat het heel goed, maar af en toe zit je ook al eens eventjes alleen. Daarna klets je meestal op je gezicht, maar dat neem je er graag bij. Je zit dus bij ons aan tafel. Gestoomd groentje dabei, lekker gezellig. Dat gaat allemaal vlot binnen, waardoor ik soms wel even moet slikken. Hoe snel gaat dat ineens? Hoe kan het dat jij ooit maar 880 gram woog en hier nu vlot aan maatje 74 zit?

We hebben zo lang getwijfeld over je komst. We hebben daarna zo lang gedacht dat het onmogelijk was. We hebben dan zoveel bange uren, dagen, weken en maanden gehoopt dat jij ooit thuis bij ons zou kunnen zijn. Dat jij gelukkig zou worden.

Kijk nu, ik denk dat niemand hier op had durven te hopen. Wat doe jij het goed! Wat een wonder ben jij! We weten natuurlijk nog heel veel dingen niet (en ik weet dat veel mensen denken dat we nu volledig out of the woods zijn met jou, maar dat zullen we pas over een jaar of 10 echt kunnen uitspreken), maar wat jij nu al presteert is fenomenaal. Dat jij (voorlopig) gewoon evolueert zoals een normale baby, dat is een ongelooflijke prestatie. En een schitterend cadeau na onze miserietrein.

Je wordt op handen gedragen door je twee broers, die naar schatting 35 keer per dag zeggen “hoe schattig je wel niet bent”, die scherp in de gaten houden wat je doet en hoe, die je met veel plezier een paar keer per dag plat knuffelen en wel tien keer per uur vragen of “Roosje bij hen mag zitten”.

Alleen blijf jij niet meer zo goed stilzitten de laatste tijd. Jij wil de wereld verkennen en veroveren.

Die verovering van onze harten is alvast binnen, lieve schat.

Dikke kus,

Je mama

Posted in (extreem) prematuur, Borstvoeding, Dotje, Kind en gezin, Liefde | 3 Comments

Gelukkige verjaardag, broer.

Vandaag zou jij 33 worden. Maar je maakte de keuze om voor altijd 31 te zijn. Ik zwijg zo veel mogelijk, dat heb je ook gevraagd. Maar ook voor ons is het nog altijd overleven. De achterblijvers moeten het zien te redden en soms ben ik wel kwaad, dat jij daarover ook nog eisen stelt. Deze tekst schreef ik voor je uitvaart, en kwam ik toevallig weer tegen toen ik een ander document zocht. Corona gooit helaas roet in het eten van de traditie om vuur te maken op je verjaardag, met je maten. Maar er brandt hier sowieso heel vaak een kaarsje. Verdomme toch.

Nen dikke met een broske en een brilletje. Zo zullen veel mensen je misschien nog kennen. Als klein Thomasje. Toen al een figuur, ik zou misschien zelfs durven te zeggen, een legende.

“Ah, ben jij de moeder, nonkel, zus, lief, vriend…van Thomas Verschueren? Ja, natuurlijk, die ken ik” – Ik denk dat we die zin allemaal wel eens gehoord hebben. Je kan je het gezicht dat bij die zin hoorde, ook zo inbeelden. Zoveel mensen kenden jou, van naam en van reputatie. Ik denk dat we dat ook gewoon zien, aan hoeveel mensen hier vandaag samen zijn.

Het was met carnaval, ergens begin jaren ’90. Toen jij – serieus mollig, met een heel lelijk dik brilletje en een kapsel met zeven weerborstels – heel pertinent als ballerina verkleed wilde gaan. Ja echt, als ballerina, daar was geen speld tussen te krijgen. Dus naaide oma een roosblauwe tutu en jij stapte er in, met baskets eronder. Ik kan u zeggen, het was geen gezicht.

Misschien omdat die outfit ooit op de gevoelige plaat is vastgelegd, dat je daarna veranderd bent in een fashion koning. Want op je outfits was meestal niets aan te merken. Maar niet alleen een fashion koning, ook een koning in het organiseren van feestjes en evenementen, in het charmeren van meisjes van 5 tot 95 jaar, in het omgooien van iedereen zijn planning omdat er gevoetbald moest worden. (Meestal zelfs niet in één ploeg, maar in een paar), in het uithangen van de flauwe plezante. Dat is niet eerlijk, niet de flauwe plezante. Daarvoor was je humor veel te gevat.

Je bent de gangmaker. De trekker. Kijk, wat een ‘gang’ je hier op de been brengt. Je bent de maat waarmee je in de bossen van De Ardennen kon verdwalen, maar tegelijk geen moment schrik had, “want den Thomas is erbij”. De bossen van de Ardennen, jouw plek.

Do it with passion, or not at all. Zo ging je door het leven. Vurig en extreem, in alles. Je hield van vuur. Van worsten op de barbecue met maten, van er rond zitten en er blokken opgooien, van vurige liefde, van de haard in gang te houden. Van mensen die met vuur voor hun idealen gingen. Van vuur. Een paar weken geleden op familieweekend zat je nog een hele avond naast de vuurschaal in de tuin. En zoveel mensen gingen er naast zitten, met een luisterend oor.

Wij zagen allemaal dat het vuur in je ogen stilaan uitging. Je hebt zoveel mensen afgeblokt en verwaarloosd, je gleed weg, je zat vast in een tunnelvisie van passie en vuur. Er zijn zoveel helpende handen uitgestoken, maar je wilde ze niet. En wij hadden misschien niet door dat het vuur op zo een laag pitje stond.

Zoneke, Thomaske, Tommy, Jos, Boxer, Schuure, nonkel Thomas.

Je was extreem. Je was extreem in wat je deed, en hoe je het deed. Een fles wijn leegmaken tot een kot in de nacht (of een paar flessen), geen probleem. Maar wel op voorwaarde dat we de volgende dag een kilometer of vijftien gingen lopen. En eigenlijk het liefst ook nog 35 kilometer fietsen. En waarom niet, ook nog een matchke spelen.

Deze match is afgefloten, door jou. Wij kunnen alleen maar proberen om het te begrijpen. FC Thomas Verschueren heeft het op de spits gedreven. Je was altijd een speciale en vaak zelfs – laten we eerlijk zijn – nen ambetante, en dat zal je blijven. Je maakt het ons godverdomme ambetant, man. Je maakt van de rest van ons leven een bootcamp, we gaan nog serieus afzien en zweten.

De slogan van voetbalploeg FC Verschueren heb je zelf meegegeven. En wij zullen proberen om daar zoveel mogelijk naar te leven. Naar te spelen.

“Ga verder, inspireer, respecteer.”

Posted in Liefde | 5 Comments