De festivalmaagd gaat naar Werchter Boutique.

Ik keek met mijn lief naar het nieuws, er was een verslag van Werchter. Ik zei tegen Tom dat het toch jammer was dat ik nog nooit naar een festival was geweest, want op je 33ste kan je daar ook moeilijk mee beginnen.

Ok, ik ben geen zuivere festivalmaagd. Want uiteraard ben ik elk jaar te vinden op het Nostalgie Beach Festival. Voor editie 2017 kan je me op zaterdag 12 augustus komen strelen op het festivalpark in Middelkerke. Kom af joh, dat is echt kei gezellig. Ik heb daar al een paar keer de benen van onder mijn lijf gelopen, maar altijd al werkend. Dat is heel plezant, maar natuurlijk een totaal andere ervaring dan echt als toerist. Om helemaal snob te klinken: ik heb al meer artiesten in de backstage gezien, dan dat ik er ooit heb zien optreden.

Mijn lief begon mij onmiddellijk uit te lachen toen ik zei dat ik wel eens naar Werchter wou, waarna ik volgende facebookstatus op het internet knalde:

“Daar zijn kei veel mensen, iedereen drinkt alcohol en de muziek staat kei luid. Jij zou gewoon beginnen wenen.” – mijn lief ontraadt mij #RW17

Long story short: twee dagen later had ik een ticket voor Werchter Boutique. Een week later stond ik met vriendin Barbara klaar aan de poort.

Dit hebben we geleerd:

*Ik wist dat het een gigantisch evenement was, maar ik had niet ingeschat dat er heelder straten voor worden afgesloten. Heelder huizen achter Heras worden gezet. Ik hoop dat zij op zijn minst gratis naar het festival mogen gaan.

*Indrukwekkend ook als die hele mensenmassa zich huiswaarts begeeft. Ik keek naar een gigantische zee van mensen en dacht. Damn, als ik “goeiemorgen” zeg op de radio, dan praat ik tegen zoveel mensen!

*Ik ben nu met de fiets gegaan van bij een vriendin, waar ik ook mocht blijven crashen (Merci I.!) . Maar ik weet nu dat het eigenlijk nog net te doen is om met de fiets te gaan van bij mijn ouders, dus dat is een optie de volgende keer. (Hoor ik daar een volgende keer? Hell yeah.)

*Ik vond het ticket zijn geld meer dan waard. Voor 86 euro kregen we een geweldige affiche, met geweldige shows. En ik begrijp dat er veel inkomsten gehaald worden uit drank en eten, maar 3 euro voor een drankje en 6 euro voor een frietje – dat was toch elke keer gigantisch slikken. (Maar niet geweend. Ik heb niet geweend.)

*Volgende keer een dekentje meenemen. Bij mooi weer is dat ideaal om te chillen tijdens de optredens, want ik voel niet graag beesten in mijn T-shirt kruipen. Bovendien kan je zo een beetje terrein afbakenen voor als je naar de wc moet.

*Niks dan lof over de wc’s. Na 4 dagen zou ik sowieso wel moeten afrekenen met zware constipatie, maar dat ligt aan mij. Nooit moeten aanschuiven en deftige toiletten, voor zover dat kan op een festivalterrein.

*Ik weet niet of ik het in de regen ook tof zou vinden. Maar ja, dat weet je natuurlijk nooit op voorhand. Misschien moet ik toch weer eens catchoue botten kopen.

*Na een halfuur voelde ik me helemaal thuis en heb ik geweldig genoten. De mensen op de dekentjes rondom ons hebben zeker gedacht dat ik de nodige alcohol binnen had (meezingen. dansen. giechelen) – maar ik heb het uiteraard volledig op water en cola zero gedaan. (Aan 3 euro het stuk, auch wel echt)

*Geen kat die gemerkt heeft dat ik eigenlijk nog maagd was. Ik paste perfect in het plaatje. (Op de gewone Werchter zou ik misschien wat als oud gezien worden, maar op Boutique was ik eerder jong en veel beschaafder dan het middelbare koppel dat een paar dekentjes achter ons gewoon vol lag te vozen)

*Hartjes voor Niels en Stan, die zo oprecht zelf onder de indruk waren van het feit dat ze daar mochten staan. Ik zal de “Werchter ik ben met de velo gekomen en gelle?”-opkomst van Stan niet gauw vergeten. En een vette high five voor Robbie Williams. Hij heeft elke letter van Let me entertain you waargemaakt.

 

*Hartjes ook voor Barbara. Dankzij haar is mijn festivalbloempje geplukt. Het heeft geen pijn gedaan en het smaakt naar meer.

 

 

Posted in Rapporteren, Trippen, Want zo ben ik | 12 Comments

Het interview.

Een hele tijd geleden vroeg Nina van missbliss of ze me mocht komen interviewen. Ze timmert hard aan een blogacademie en wou me wat vragen stellen over bloggen. Ten slotte ben ik al zeven jaar bezig (say whut?) en ben ik toch een bekende blogger (zei Nina). Bwaaaaaa denk ik bij dat laatste, maar ik was uiteraard geflatteerd.

Die namiddag was Nina te vroeg en ik te laat met kinderen ophalen, dus ging ze gewoon mee. Voor het interview maakten we dus al een gezellige wandeling, met een gezellige babbel. Maar dat was allemaal off the record natuurlijk (ge wou er graag blij zijn, ik snap dat. Zotte geheimen verteld ook.)

Om een beetje rustig te kunnen praten heb ik mijn kinderen kei professioneel voor ROX geparkeerd tijdens het interview, en mogelijks ook wat meer snoepjes gegeven dan gezondheidsgoeroes voorschrijven. Ondertussen is het gaatje in Basiel zijn tand gevuld en heeft hij tijdens de werken geen kick gegeven. Stoerder dan stoer, die oudste van mij.

De man van Nina kwam even later ook binnen, samen met zijn fototoestel. Hij nam onder andere deze geweldige foto van Felix:

copy Bert Huysentruyt

copy Bert Huysentruyt

Het was de bedoeling om foto’s van mij te nemen. Maar toen Felix zich vol overgave op zijn portie soyayoghurt stortte, kon het fototoestel zich blijkbaar niet inhouden. Ik ben blij dat ik niet de enige ben die dat snoetje niet kan weerstaan.

Je kan de rest van de foto’s bekijken EN het interview hier nalezen. Grappig wel, meestal stel ik de vragen, maar het was heel fijn om eens aan de andere kant te zitten. (Om maar te zeggen: ik zou kei hard ja zeggen als  kranten/magazines/boekskes me zouden vragen.)

En als jij nog vragen zou hebben voor mij, daarvoor zijn comments uitgevonden he!

(Laat je gaan he, wie weet kan ik daar dan een post van maken. Het is ten slotte vakantie,. Dus als jullie al de helft van het werk doen, dat zou wel ideaal zijn. By the way: prettige zomer!)

 

 

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 3 Comments

Het verhaal van twee kindjes, een fles en twee borsten.

“Oh ja funky danser: 11 maanden”

Elke maand krijg ik een soortgelijk smsje van vriendin K. Bij haar eerste kindje is de borstvoeding snel en pijnlijk geëindigd . Ik had niet durven hopen dat ze het nog eens wilde proberen bij haar tweede zoon, maar zei toch maar dat ik paraat stond langs de kant indien nodig. (Ik werk aan mijn stilte, echt waar) En sindsdien krijg ik elke maand een smsje, omdat er nog een maand borstvoeding is bijgekomen. Ik heb K. gevraagd om haar verhaal eens neer te schrijven. En dat heeft ze enthousiast gedaan:

“I’ve looked at life from both sides”

Zo zingt Joni Mitchell het in 1 van haar wondermooie nummers.  Zij heeft het over  beseffen dat er nog zoveel dingen zijn die je niet begrijpt, zelfs met tonnen levenservaring op zak. Mijn ‘beide zijden’ zijn iets minder filosofisch. Sommigen zouden ze beperken tot liggen op de linker- of rechterzij  om te voeden, maar ik zie het eerder als de fles versus de borstkant van het hele voedingsverhaal.

Onze oudste zoon kreeg 3 weken borstvoeding, onze tweede drinkt nu nog bij mij. Hij is bijna jarig. De jongens zijn uiterlijk elkaars evenbeeld, maar verder loopt de vergelijking mank: horrorbevalling versus ‘uit de boekskes’, doodbrave jongen versus schelm eerste klas, vlotte doorslaper versus ‘na 8 maanden dacht hij er aan om nu en dan een nachtje door te slapen’, verlegen en bescheiden (papa) versus erelid van team drama (euhm ja, zoals de mama). Wanneer ik dat lijstje in mijn  hoofd overloop, komt er jammer genoeg toch nog een gelijkenis naar boven: ik kreeg bij mijn beide kinderen ontzettend veel commentaar over ‘het voeden’. En als ik het drukke verkeer op sociale media mag geloven, ben ik zeker niet de enige.

(Ik onderbreek even, onze goeie slaper vindt een dut van 18 minuten blijkbaar ruim voldoende.)

Nummer 1 was een helse klant aan de borst, hij dronk zo gulzig dat mijn boezem na amper een week pijnscheuten door heel mijn lichaam zond wanneer zoonlief een schreeuw om voedsel gaf. Met alles wat hij kon aan liefde en talloze afgekolfde flessen stond mijn betere helft me bij. Het zou nog 2 pijnlijke weken duren voor de vroedvrouw mij aan een afbouwschema kreeg met de wijze woorden “Als ge nu niet stopt, krijgt een eventueel tweede kind nooit een druppel moedermelk van u, ge maakt uzelf doodongelukkig.” Het zou nog bijna 2 maanden duren voor alle overproductie was stopgezet en pas rond de leeftijd van 3 maanden had L. onze diepvriezer leeggedronken.

Wanneer ik na een tijdje over dat stoppen met borstvoeding vertelde, kreeg ik zo vaak goedbedoelde steun over hoe ik het wel had gekund als ik het anders had aangepakt, over hoe ik moest doorzetten en soms zelfs de boodschap “dat het niet voor iedereen weggelegd was omdat je wel even moest kunnen doorbijten’. Het leven was geen competitie volgens al deze orakels en het was best ok  dat ik had gefaald.  Het aantal mensen dat ik in die periode fysiek geweld wou aandoen is niet op 2 handen te tellen. (Noot: Die hormonen bij de borstvoeding, man, man, kunnen ze vrouwen daar alstublieft iets meer voor waarschuwen? En hun partners ook?)

Tijdens de controle op 3 maanden bij Kind en Gezin durfde ik voor het eerst van mij afbijten toen de verpleegster mij weemoedig aankeek en zei “dat het toch wel jammer was dat ik had opgegeven, zeker nu de winter er aankwam en de zoon dus geen antistoffen meer zou krijgen”. (Vergis u niet, ik ben – in tegenstelling tot de charmante hostess van deze blog- een grote fan van onze Kind en Gezin in Ternat, daar werken geweldige dokters en grappige madammekes van de weeg en intussen heerlijke verpleegsters. Maar tussen gepensioneerde E. en mij komt het nooit meer goed.)

En toen?

Toen waren we 2 jaar verder en diende hartveroverende huileman H. zich aan. En wat niemand had verwacht (behalve mijn echtgenoot, miljaar die kent mij echt beter dan ik mezelf ken), wel dat gebeurde: ik waagde mij opnieuw aan borstvoeding. Mijn directe omgeving begreep er niets van gezien de ellende en pijn die ze zich allemaal nog konden herinneren. Ik stond zoveel steviger in mijn schoenen en besloot: gaat het niet, dan is het gedaan.

En wonderwel: hij dronk. Nummer 2 deed niets zo vlot als ons oudste wonder, behalve dat drinken. Op dat vlak verwees hij het werk van zijn broer linea recta naar de schuif der amateurs.  Uiteraard was er nog veel hormonaal gebleit, maar wat hielp het om te weten dat zoiets normaal was. Hoe fijn was het om dezelfde kraamverzorgster en vroedvrouw aan mijn zijde te hebben. En ja: ik liep te glunderen van geluk wanneer mensen me oprecht vertelden hoe fijn ze het vonden dat het deze keer wel gelukt was. (Al bleef dat woord op zich de herinnering oproepen aan zogenaamd mislukken  de eerste keer.)

En het bleef vlot lopen, ook toen ik terug ging werken na 5 maanden (lang leve het kunnen nemen van onbetaald verlof), ook na de kaap van 6 maanden. En nu nog. We mixen poeder en borst door elkaar (kolven doe ik niet meer) en dat werkt prima. Perfect verhaal, hoor ik u denken. Uiteraard. Maar toch ook niet. Want zo rond 5 maanden kwam steeds vaker de vraag  ‘Hoe lang ik dat nu nog ging doen?’ ‘Of onze vreetkoning wel genoeg had met die borstvoeding?’ ‘Of ik dat nu nog niet beu was?’.

Toen zag ik dus de andere kant: geen applaus meer (voor alle duidelijkheid: dat was niet nodig), wel veel vragen, blikken vol ongeloof en zelfs behoorlijk wat achterdochtigheid. Mijn nabije omgeving heeft het gelukkig allemaal een plaatsje gegeven en daar ben ik hen dankbaar voor, want meer heb ik niet nodig om vrolijk verder mijn zin te doen.

Steeds vaker vraag ik mij af wat het is dat ons bezielt om ouders (of ze nu hun eerste, tweede of vijfde kind krijgen doet er niet toe) te gaan analyseren en becommentariëren wanneer het over hun kinderen gaat.  Natuurlijk denk ik ook elke week weleens “dat zou ik nooit zo aanpakken” wanneer ik een vader of moeder met zijn of haar kind bezig zie, maar om die mensen dan even vrolijk mijn pedagogisch perspectief door de strot te gaan rammen? Neen, vriendelijk bedankt.

Die woordkeuzes: doorzetten, opgeven, kunnen, doorbijten. En 2 jaar later hetzelfde thema (‘bezorgdheid’ en ‘goede raad’) met wat variatie (‘Zo lang borstvoeding geven, dat kan toch niet goed zijn?): waar is dat voor nodig? Natuurlijk kan je opperen dat we als ouder maar emotioneel sterk genoeg moeten zijn om ons daardoor niet te laten uit ons lood slaan; maar wees eerlijk: welke prille ouder heeft daar de energie voor? En, meer nog, waarom een situatie creëren waar moeders en vaders dan moeten ‘boven staan’, wanneer die situatie perfect kan vermeden worden?

Hoe? Door simpelweg  te zwijgen. Zwijgen, het is niet mijn grootste kwaliteit, maar ik nam mij ten stelligste voor om moeders en vaders vooral gerust te laten. Geen analyses van een Engelse studie die dit zegt, geen samenvatting van de gouden raad van een groottante, geen sprekende blikken of uitleg met handen en voeten tot ik ook mijn idee eens heb kunnen poneren. Leve de stilte. De stilte kent alle talen, laten we ze massaal leren wanneer het om ouderschap draait.

Ik ben veranderd van een onzekere, alles moet helemaal vastliggen, om de 2 uur een propere pamper, hij kan alleen slapen in zijn eigen bedje-moeder in een meestal zelfzekere, we zien wel wat de dag brengt, die wasbare luier kan nog wel een rondje mee en desnoods slaapt hij in de fietskar een half uurtje-moeder. (Als ik het zo lees: ik ben klaar om een bakfiets te kopen en in Gent te gaan wonen, Sofie! ) Dat verschil heeft niets met borst of fles te maken en al helemaal niets met de bakken ongevraagde wijze raad die ik over me heen kreeg (en soms nog krijg). Wel met tijd, rust en veel stilte.  En met het feit dat die oudste zoon van bijna 3 ook een eigen wil heeft en zich niet aan een planning houdt. Dat ook. En toch komt de koningin van de keukenschema’s nu en dan nog eens naar boven en wil ik alles tot in detail plannen, niets aan te doen.

En als ik kijk naar die both sides  van mezelf, dan zie ik dat ze zijn allebei een goeie moeder zijn voor mijn kinderen. En meer moet dat niet zijn.

(Noot aan alle zwangere vrouwen in mijn omgeving: Als ik mij toch schuldig maak aan een gebrek aan stilte: sla maar, ik had het vaker moeten doen.)

 

Posted in Borstvoeding | 8 Comments

Flinterdun.

De verjaardagsfeestjes van mijn lief zijn een traditie geworden. Bepaalde exemplaren hebben ondertussen een legendarische status, om propere en minder propere redenen. Een paar jaar geleden was er naast de traditionele kater ook een gelukzalig gevoel. Mijn lief liep de hele day after op wolkjes, omdat totaal onverwacht een oude vriend was opgedoken.

De eerste stap zetten na een verwaterd contact is niet gemakkelijk. Tom zou het misschien nooit gedurfd hebben, maar Benjamin (die per mail de uitnodiging was blijven krijgen) was gewoon binnen gewandeld alsof er nooit iets gebeurd was. Het mooiste verjaardagscadeau. Mijn lief zei het vaak maar ik zag het ook, dat maakte hem echt heel blij. Sinds die dag trokken ze weer naar elkaar.

Niet vaak, want met kleine kinderen/jobs/allerhande verplichtingen is het jammer genoeg niet eenvoudig om uren te stelen om op café te gaan hangen. Maar af en toe gingen ze eentje drinken, of samen iets eten, of pokeren met nog wat vrienden. Zelfs de kinderen samen zetten in de tuin terwijl de moeders met andere dingen bezig  waren, behoorde tot de mogelijkheden.

Waar vrouwen elkaar de zotste details en gevoelens vertellen, is dat bij mannen vaak toch nog een beetje anders. Maar bij Benjamin kon hij zijn verhaal kwijt, en omgekeerd. Tussen de flauwe grapjes door, of course. Maar toch heel waardevol, hij keek er altijd naar uit. Naar Benjamin. En elk woord over hem was met bewondering en warmte.

Die zaterdagochtend was ik al voor het krieken van de dag beneden, omdat ik me niet goed voelde. De kindjes en de wereld sliepen nog, toen ik Tom naar beneden hoorde komen. Ik liep de trap op, om hem wakker te knuffelen. Zijn blik was glazig, hard, koud en vol ongeloof. Hij zei alleen maar: Benjamin is dood.

We hebben daar op de trap gehuild. Dan nog een keer in de zetel. Aan de keukentafel. In bed. In de auto. Op heel veel verschillende momenten overviel ons het ongeloof en verdriet. Nog steeds.

Zaterdag hebben we afscheid genomen van Benjamin. In een bomvolle zaal mensen, met een prachtige viering. Met applaus, met tranen, met een glimlach, met warmte, met liefde. Alles is liefde. Er is niks schoner dan mensen graag zien en niks is schoner dan graag gezien worden door mensen, maar er is ook niets dat je zo kwetsbaar maakt.

Tom gaat hem enorm missen, maar wij staan nog op een zekere afstand. Er is zijn vrouw, er zijn hun twee kindjes, hun ouders, familie. Hun verdriet achtervolgt mij al dagen. De afscheidsviering voelde alsof een vlijmscherpe bijl door je hart wordt gekatapulteerd terwijl datzelfde hart ook in een bedje van watten en warme handen ligt. Zo dubbel, zo hard, zo rauw, zo intens. De grens tussen leven en dood is flinterdun, net als de grens tussen verdriet en geluk.

We kunnen niet meer vooruit kijken, samen met Benjamin. We kunnen wel achteruitkijken, naar een prachtig mens.

Eigenlijk kijken we wel vooruit, maar anders samen.

So long Benjamin.

Posted in Liefde | 15 Comments

Jaarbrief – 5

Ik zeg het al een tijdje, dat jij (ongeveer) 5 jaar bent. Meestal gevolgd door een boze blik van jou, want je kan toch niet een jaar ouder zijn zonder op de verjaardagsstoel te zitten in de klas? Zonder een verjaardagsfeestje met al je liefsten?  Zonder cadeautjes open te maken? Moeder toch, waar zit jij met je hoofd (insert oogrol).

Ik val bij elke jaarbrief gigantisch in herhaling, maar jij hebt het voorbije jaar echt een ongelooflijke weg afgelegd. In de hoogte, want er is op een schooljaar een slordige 20 cm bijgekomen. (Jij groeit dus sneller dan ik online kleren kan bijbestellen.) In je openheid, want je bent steeds minder het stille, teruggetrokken jongetje dat alleen maar zijn decibels verhoogt als ie helemaal op zijn gemak is. In je taal, want we kunnen uren babbelen, filosoferen en grappen. En dansen, we kunnen ook zo heerlijk dansen.

Papa is altijd je grootste held, maar wij hebben het afgelopen jaar ook onze momentjes opgebouwd. Omdat mama op een onchristelijk uur uit haar nest moet, hebben wij dezelfde bedtijd. Nadat we professioneel zijn ingestopt door je papa en je broer, kruipen wij nog even bij elkaar. Soms kijken we stiekem nog een heel (echt maar een heel) klein beetje tv, vaak toon jij me nog wat trucjes met je spinner, meestal overlopen we de dag of de komende week. Af en toe ben je eerlijk met eigen vermoeidheid en sluit je bijna meteen je ogen. Mijn geluk kan niet op als je daarbij mijn hand zoekt en we zo samen in slaap vallen.

Volgende week mag jij al zwemmen voor je 25m-brevet, want juf Monique vindt dat je er klaar voor bent. Meestal probeer ik ook wat beweging mee te pakken terwijl jij baantjes trekt, soms zet ik me in de cafetaria en trek stiekem foto’s (Jaja, ik weet dat het niet mag. En ik vind het een beetje flauw, maar ik zal het nooit meer doen). Vol overgave stort je je op kikker-vliegtuig-potlood in de woeste baren van de Rooigem. Af en toe zoek je mijn blik, om te checken of ik wel nog aan het kijken ben hoe flink jij wel niet bezig bent. Je bent zo flink bezig lieverd, ik zwel permanent van trots.

Ik ben het afgelopen jaar bijna omver gevallen van vermoeidheid, waardoor mijn lontje misschien wat korter was dan ik wilde. Maar ik heb me ook in bochten gewrongen om je zoveel mogelijk in de klas op te halen, wat jij meestal onthaalde met een dikke knuffel. Gevolgd door een droge “maar je was wel niet eerst, mama, want de mama van –insert kind – was wel eerder”. Ik kan het je niet kwalijk nemen, vijf jaar is nog heel jong om te beseffen dat het niet draait om ‘eerst zijn’.

Ik herken niet veel van mezelf in jou, je bent echt een kopie van je vader. Jullie kunnen je samen verliezen in lego bouwen, lachen om dezelfde tekenfilms en spelen gepassioneerd gezelschapsspelletjes. Alleen het dramaqueen-stukje waarbij je heel boos kan worden als iets niet meteen gaat zoals je wil, zou ik best in mijn eigen kraam gaan zoeken. En god ja, die lelijke tenen heb je ook eerder van mij.

Maar jij mag vooral jezelf zijn. Dat gebeurt elke dag een beetje meer, je bent steeds meer Basiel. Voor ons in een oogwenk veranderd van een mormeltje van 3,8kg in een stoere beer van 1 meter 20. Je weet wat je wil, hoe je het wil en wanneer. Je bent graag thuis, maar gaat ook graag logeren bij mensen die je graag zien. Je bent de meest fantastische grote broer. Ik moet dagelijks mijn moederhart opdweilen als jij hem Felixje noemt terwijl je zijn schoenen helpt uit te doen. Ik kan mijn geluk niet op als jullie na een dag gemis naar elkaar hollen en knuffelen. Daarna wordt er wel eens ruzie gemaakt om een spinner of wie er in de buggy mag zitten, maar meestal is het grote liefde.

Je draait doorgaans je hoofd als ik een foto wil nemen. Maar toen we vrijdag (toen je verjaardag op school gevierd werd) naar huis wandelden met je kroon, riep je spontaan ‘spaghetti’ iedere keer dat ik mijn camera vastnam.

Niet toevallig in het jaar waarop we -eindelijk- ook saus op de spaghetti mogen doen “en ik ga ook de groentjes opeten hoor mama, want ik lust dat!”. Een dikke proficiat met je vijfde verjaardag. Ik ben apetrots op jou en ik zie je graag.

Dikke kus,

Je mama.

Posted in Basiel | 11 Comments

De bult van Zwijndrecht.

Ik ga het gewoon zeggen zoals het is: ik rij niet graag met de auto. Elke verplaatsing van A naar B die via dit voertuig moet gebeuren, is er mij eentje te veel. Eigenlijk zou ik het liefst altijd met de fiets of te voet gaan, maar dat blijkt niet zo praktisch.

Mijn woon-werkverkeer is op dat vlak een noodzakelijk kwaad. Ik heb het van achter naar voor bekeken en ook al is het een gigantische hap uit ons gezinsbudget: de auto is de beste, zelfs de enige oplossing. In de halve nacht kost die 58km mij nooit meer dan 45 minuten, de terugreis duurt doorgaans een klein beetje langer. Ik ben er niet trots op dat ik bijna 120km per dag in de auto zit, maar ik wil absoluut niet verhuizen. Gent is onze droomstad, onze kinderen worden hier groot, ons hart is hier. Bovendien werkt mijn lief wel achter de hoek. En er zijn maar een handvol radio’s in ons land. En er is maar één Nostalgie natuurlijk, waar ook een stuk van mijn hart ligt.

Pas op, er zijn ook voordelen aan de auto. Je kan er behoorlijk gemakkelijk kinderen en grote boodschappen in vervoeren. En het beste van al: je kan zo heerlijk ongestoord naar de radio luisteren. Dat is misschien beroepsmisvorming, maar ik kan daar echt van genieten. Het verzacht het rijden waar ik zo tegenop zie.

Ik doe dan ook al negen jaar dezelfde route, saai is dus een understatement. Maar mijn dagelijkse rit werd toch elke dag opgefleurd door de bult van Zwijndrecht. Zonder overdrijven: het hoogtepunt van mijn rit.

Ik leg het even uit, want u bent vermoedelijk niet vertrouwd met de bult van Zwijndrecht. De bewuste verhoging in het wegdek ligt op de afrit Zwijndrecht (want de afrit Lochristi ging nogal vreemd zijn in dit verhaal) als je op de E17 richting Antwerpen rijdt. Als je die afrit meteen bij het begin van de onderbroken strepen neemt, dan rijdt je over het bultje. Dat is meestal nog aan een deftige snelheid, waardoor je auto een heerlijk wipje maakt.

Ik wip nogal graag, dus je begrijpt dat de bult van Zwijndrecht een absoluut orgasme was op mijn ochtendrit.

Ik zeg WAS. Ik ben in diepe rouw, want de bult van Zwijndrecht is niet meer. (insert uitbundig gehuil)

Ik wist meteen hoe laat het was toen er een paar weken geleden om 4u50 ‘smorgens een mobiele werkplaats stond – exact op de plaats van de bult. Mijn bult, mijn streepje zon in het ochtendhumeur, mijn dagelijkse glimlachmomentje – omdat ik dan bijna op Nostalgie ben. Maar vooral om het wipje natuurlijk, dat heerlijke gevoel waarbij je poep heel even wordt gelicht. Mogelijks op goeie dagen zelfs voorzien van een klein kreetje.

Ze hebben hem gelijk getrokken. Er is gewoon geen verhoging meer. Ik vind dat bijzonder flauw. RIP de bult van Zwijndrecht.

(Ik heb dan maar een verkeersblok op de parking van Nostalgie meegesleurd vrijdagavond. Vervolgens heb ik drie dagen – samen met mijn verzekeraar – gedacht dat ik niet omnium verzekerd was, wat uiteraard tot de nodige tranen heeft geleid. Ge begrijpt dat ik gek werd van vreugde toen dat vanmorgen een vergissing bleek en ik toch omnium verzekerd ben.)

Ik werd er bijna even gelukkig van als van een wipje.

Posted in Uncategorized | 7 Comments

Slapen in het Loonsche Land, wakker worden in de Efteling.

Wat zou jij doen als ze je vroegen of je zin had om het gloednieuwe hotel Het Loonsche Land in de Efteling te komen testen? Inderdaad – vragen “Wanneer?”.

Vorig weekend trokken wij onze met onze valies en een grote knapzak richting Kaatsheuvel (Sandwiches met omelet, dat is toch verplichte kost op excursie?) Basiel en Felix waren door het dolle heen, moeder eigenlijk ook. Papa bewaart immer zijn cool. (Ook als je met de Pagode honderd meter boven de grond hangt)

In mijn kleuterherinnering was het Sprookjesbos een magische plek. Toen we in september op familieweekend ook naar de Efteling zijn geweest, bleek de helft van het Marerijk (want dat is de officiële naam van het Sprookjesbos) helaas gesloten. De boel was nu helemaal gerenoveerd en heeft alle verwachtingen ingelost. Basiel spreekt nog altijd over de sprekende boom, voor hem een absoluut hoogtepunt.

Kleine tip trouwens als je van je kind de populairste dude van het park wil maken: neem wat oud papier mee en positioneer je bij Holle Bolle Gijs. Blijkbaar is papiertjes gooien in de mond van iemand die “papier hier” roept, een geweldig interessante bezigheid.

Toen we een paar uur later het treintje richting Hotel Loonsche Land namen (niet dat het ver is, park en hotel liggen vlak bij elkaar – gewoon een extra service én belevenis), was ik blij dat we niet meer in de auto hoefden. En dolgelukkig dat we de volgende ochtend opnieuw naar het park konden. Want zelfs op een lange namiddag, hebben we niet alles kunnen doen wat er te beleven valt. Onze hotelkamer bleek trouwens een even grote attractie als de Efteling zelf. In de familiekamer zijn er twee bedden met een ladder en gordijntjes. Felix en Basiel vonden het geweldig. Ze zijn nog nooit zo vlot gaan slapen. (En dat was niet alleen omdat ze doodop waren van zich te amuseren in het park)

Voor je begint te twijfelen aan de oprechtheid van mijn verslag, er zijn toch ook een paar minpuntjes in het verhaal. Het hotel is nog maar net open en dat voel je, ze zijn nog een klein beetje zoekende. Ik begrijp nog steeds niet waarom wij in de namiddag al moesten beslissen wanneer we precies zouden komen ontbijten de volgende ochtend. Dat tast het vakantiegevoel toch een beetje aan – zeker wanneer in de drie aangeboden tijdsslots nooit meer dan de helft van de tafels bezet was. Het ontbijt was in buffetvorm (Hoera! I like that!), dus ik snap het probleem niet echt. Ook aan het avondeten is nog een beetje werk. De kaart is klein, maar dat kan ik wel appreciëren. Maar als ik “kabeljouw met rauwkost en remouladesaus” bestel, dan verwacht ik niet echt een portie fish&chips. Maar ik geef ze nog wat krediet, dat komt uiteindelijk helemaal goed.

Als je logeert in de Efteling, mag je trouwens de volgende ochtend een halfuur vroeger in het park. Die wildcard kan je gebruiken om als eerste in een zotte attractie te gaan waar je anders heel lang voor moet aanschuiven, maar je kan het ook gebruiken om vier keer achter elkaar in deze autootjes te gaan. (Wat wij dus gedaan hebben. Dollen.)

Ik zou je nog kunnen spammen met honderd foto’s want ons hele gezin heeft zo genoten dat ik geregeld met mijn camera stond te zwaaien om die momenten vast te leggen. Gelukkig ben ik nog duizend keer vaker vergeten om hem boven te halen, omdat het zo leuk was.

Ik heb wel redelijk kwijlend zitten kijken naar de nieuwe paalvakantiewoningen die naast het Hotel in de Loonsche Duinen liggen. Moeten die ook niet dringend getest worden, allerliefste Efteling?

Posted in Rapporteren, Trippen | 5 Comments

Een week in de kleerkast van Sofie.

Je zou kunnen denken dat er een systeem in zit, maar het is volledig toevallig dat ik nog eens goesting had om een #myweeklyfashion te doen. Ik was zelf geschrokken toen ik in mijn archief ging kijken en zag dat het bijna exact een jaar geleden is dat ik er nog eens eentje heb gedaan. En ook wel confronterend weer, want op een jaar gebeurt er zoveel. En nu ik vlotjes heb zitten vitten op de hipstertrends van het moment, is het echt wel het ideale moment om eens te tonen wat ik dan wel draag.

Day 1: Maxi skirt

Het lijkt wel alsof we al eeuwen in de zomer zitten, wat ik persoonlijk heerlijk vind. In een vorig leven was ik zeker een Spaanse palmboom of zo, want in de lente en zomer voel ik me helemaal opleven. Ik hou ook veel meer van mijn kleerkast in deze tijd van het jaar, het zit gewoon allemaal beter als je geen kou hebt. En voor je twijfelt: er zijn ook hipstertrends waar ik grote fan van ben. De maxi-trend bijvoorbeeld. Hier draag ik een maxirok met een indrukwekkende split als ik wandel, een simpele donkerblauwe top en sandalen. Zo zou ik altijd kunnen rondlopen. Alleen iets minder geschikt om mee te fietsen heb ik gemerkt. De mensen die ik ben tegengekomen op de fiets denken daar misschien anders over, maar die hebben dan ook allemaal mijn onderbroek gezien.

Dag 2: Play(suit) hard

Tropische dagen, dat vraagt om tropische outfits. Ik begrijp niet dat er mannen zijn die niet in korte broek mogen gaan werken, ik vind daar helemaal niets onfatsoenlijk aan. En op zich zou ik het best ‘durven’ om zo te gaan werken, maar de naam playsuit vraagt misschien om huiselijke sfeer. Een ideale weekendoutfit als het heet is, en het is tegenwoordig vaak heet in het weekend. Ik kan dat gewoon worden.

Day 3: Streep ahoy

Ik denk niet dat er een week voorbij gaat, zonder dat ik streepjes uit de kast haal. Ik ben echt een enorme streepjesfan. Er zijn bepaalde kleren die ik alleen maar kan dragen als ik in een bepaalde mood ben, maar streepjes kunnen eigenlijk altijd. Ik word er gewoon blij van. Onlangs vertelde een collega dat ze in de winkel stond te twijfelen om een streepjesitem te kopen, maar dat ze het uiteindelijk had teruggelegd. “Want niemand draagt zo goed streepjes als jij”. Ik bloos er nog van.

Day 4: Short citytripke

Er zit geen chronologische volgorde in de outfits, omdat ik er simpelweg niet elke dag aan gedacht heb om een foto te trekken. En bepaalde kleren weer uit de wasmand halen, ze aantrekken en er een foto van maken: dat vond IK er zelfs over. Ik zie mijn blog heel graag, maar ik ben al zot genoeg. Op familieweekend hebben we serieus veel rondgewandeld in Roubaix (als stad geen aanrader, maar we hadden wel een heerlijk airbnb-huis en geweldig gezelschap). Een sportieve outfit was ideaal. Ik merk dat veel mensen geen short durven te dragen, maar ik ben daar eigenlijk wel fan van. En tegenwoordig heb je ook al modelletjes die zeker in de categorie fashion kunnen vallen. Deze heb ik op de kop getikt bij Sissy Boy. En sorry, het zijn weer streepjes. De T-shirt was een paar zomers in de vergetelheid geraakt, maar ligt nu weer in mijn parate kast. Want ik ben pro kleur op tijd en stond.

Day 5: Mijn nieuwe lievelingsbroek

Toen mijn lief en ik onverwacht een kinderloos dagje hadden, zijn we de stad ingetrokken. Ik heb toen deze outfit gepast, teruggelegd en we zijn naar huis gegaan. Toen ik er een uur later nog altijd mee in mijn hoofd zat, ben ik maar teruggefietst om het alsnog te gaan kopen. De baas van de winkel heeft me persoonlijk advies gegeven, dus toen kon ik het al helemaal niet meer laten liggen. En nog geen moment spijt van gehad. Ik voel me wreed hip en goed in de outfit. Zeker toen mijn collega Stefan er nog een complimentje bijplakte.

Day 6: De alweer-geen-hakken-onder-een-kleedje-look

Ik heb hier nu al zes outfits op het internet gegooid en de eerste hakken moeten nog komen. Er was een tijd dat ik het not done vond om sneakers onder een rokje of kleedje te dragen, maar die tijden zijn gelukkig veranderd. Wat een verademing! Misschien dat de lezende mannen het jammer vinden dat er geen stiletto’s aan te pas komen, maar ik kan het steeds minder opbrengen pijn te lijden voor hoge hakken. Ik vind die schoenen nog steeds prachtig, ik vind dat ik er bij momenten ook prachtig mee sta en dat het mijn benen echt een geweldige boost geeft – maar. Pijn, pijn, pijn. Ook al geeft het een instant sexy gevoel, het is de pijn niet waard. Dus ik hoop dat de sneakertrend nooit meer verdwijnt. Net als de jeansvest trouwens, die werkelijk overal bij past. Mijn donkerder exemplaar gaat al een decennium mee, deze lichtere versie is nieuw in mijn lentegarderobe. Maar even grote fan. Ik heb trouwens een geldig klote-excuus voor de sneakers tegenwoordig: een vette peesontsteking.

Day 7: Multifunctionele jeansjurk for the win

Misschien moet ik wat vaker met mijn lief gaan shoppen, want hij was er ook bij toen ik deze hemdjurk kocht. Ik vind het vooral een zalig stuk, omdat ik het op verschillende manieren kan dragen. Hier draag ik het als een kleedje (wel opletten als je met de knoopjes ergens blijft achterhaken, want dan sta je al gauw in je halve pure – been there, done that), maar ik draag het ook vaak als lange vest. Met een skinny broek en top is het met de knoopjes open een ideale overgooier. Jeans staat bovendien altijd, dus dit jurkje kan weinig misdoen. Het is ook goed van lengte, behalve als je kei hard staat te springen en alles te geven op Ik leef niet meer voor jou van Marco Borsate, zoals vanmorgen in de studio. Maar verder: top.

Voila, een week in mijn kleerkast. Eigenlijk zou ik voor de aardigheid eens moeten doorgaan om te zien hoeveel kleren ik eigenlijk wel niet heb. Veel te veel volgens mijn lief, veel te weinig volgens mijzelf (vooral op hormonale dagen). Ik probeer geregeld een stevige opkuis te doen en alles wat meer dan een twee jaar niet uit de kast is geweest, een andere bestemming te geven. Dat lukt eigenlijk steeds beter en beter. Ik probeer er ook beter op te letten dat wat ik bijkoop, makkelijk te combineren valt.

Maar hey. Ik ben ook maar een vrouw. En ik hou echt van leuke kleren. Het is misschien geweldig materialistisch en oppervlakking, maar die kunnen mijn humeur echt serieus aantasten of boosten.

Nu ik er zo over nadenk. Ik ben elke week vijftien uur live op televisie (via ZES, elke ochtend van 6u tot 9u) – waarom staan hier nog altijd geen kledingssponsors aan de deur te kloppen?

(Maar voor serieus he.)

Posted in Rapporteren, Want zo ben ik | 7 Comments

Ondertussen

hebben we een abonnement bij de NKO-arts. Want na Felix blijkt nu ook Basiel een ‘productiefout’ aan zijn oren te hebben. Hij is geboren met een klein worstje aan zijn rechteroor, maar dat is vier dagen na de geboorte al weggehaald. (Inderdaad, stel het u voor, een baby van 4 dagen op een operatietafel, heartbreaking). Vorige week dinsdag zaten we in Jan Palfijn voor een vlotte operatie. Hij heeft dat schitterend gedaan en maar een klein beetje mijn hart gebroken door te kiezen voor papa als begeleider tot aan de operatiezaal. Maar vooral: het gehoorverlies is al fel verbeterd.

Net zoals mijn psoriasis guttata, die is er ook geweldig op vooruit gegaan. Ik moest op vakantie gaan naar de zon van de dermatoloog. Dat stuk vakantie is mislukt, maar de zon hebben we de laatste weken gratis cadeau gekregen. En dat heeft echt geweldig gewerkt, ik ben er zelfs bijna vanaf.

Je kan het zien aan mijn geweldige benen, waaraan een medaille van de Gentste stadsloop hangt te blinken. Toen voelde ik al dat er ergens iets niet goed zat in mijn rechtervoet, maar ik heb het toch vlot uitgelopen (1u03′ en een veel beter gevoel dan in Brugge). Ondertussen ben ik officieel geblesseerd: peesontsteking in de voet en de diepliggende kuitspier. Ik baal als een stekker, want ondertussen kan ik al een week niet lopen. Een week. Een volle week. En er is nog geen nieuwe startdatum. Nooit gedacht, maar ik ben echt enorm verslingerd geraakt aan dat lopen.

Ik ben dus maar weer in bed gekropen toen de andere jeugd van de familie een looptoertje ging maken in Roubaix. Ik kon toch moeilijk zitten wenen in een hoekje? Het was al de vijfde editie van het Brutin-weekend, en het was weer geweldig. Roubaix is geen plek die je absoluut gezien moet hebben, maar we hebben ons wel fantastisch geamuseerd.

Wij kunnen dan ook geweldig goed feesten. En de laatste weken zijn er meer dan genoeg gepasseerd. Communiefeesten, lentefeesten, opa 60… Meestal in combinatie met heerlijk weer en blote benen.

Op familiefeesten is er helaas niet zoveel networking. Jammer, want ik zou anders vlotjes mijn verse visitekaartjes kunnen uitdelen. De hele nieuwe huisstijl van Sofinesse heeft heel lang op zich laten wachten, maar eindelijk kan het nieuwe logo voorstellen. De hele site gaat nog een makeover krijgen, maar alles op zijn tijd. In het logo zit een microfoon, pen en hart verwerkt – onder het motto: schrijven en spreken uit het hart.

Maar blijkbaar zijn er heel wat mensen die er borsten en een vagina in zien.

You dirty minds.

Posted in Basiel, Er zijn zo van die dingen, Felix, Kind en gezin, Want zo ben ik | 5 Comments

Vijf hipstertrends die ik niet begrijp.

Er moet me iets van het hart. Ik zie steeds vaker in het straatbeeld dingen verschijnen waarvan ik niet anders kan dan denken: nee. Nee, jongens, nee. Ik wil echt mijn best doen om mee te zijn met de mode, met de trends, met de hippe dingen. Maar als het lelijk en on-flatterend wordt, dan haak ik echt af. Ziehier vijf dingen die ik echt niet begrijp. En waarvan mijn ogen een klein beetje spontaan gaan rollen:

  1. De Choker-ketting

De naam alleen doet mij al weglopen van de schrik. Waarom zou je iets willen dragen dat stik/wurg-ketting heet? Toegegeven, ik ben wel een speciale op kettinggebied. Ik kan dat alleen maar verdragen als het echt maxi is. Iets wat mijn nek/hals raakt, speel ik binnen de vijf minuten uit omdat ik effectief het gevoel heb dat ik ga stikken. Ik vind dat vaak jammer, want er zijn heel mooie kettingen die daardoor uitgesloten zijn. Maar de choker-ketting mis ik niet. Dat doet toch iets vreemds met je proportie lijf-nek-gezicht, wat bij de meeste mensen het volgende effect heeft: je wordt er minder mooi van (ook wel lelijker genoemd).  Sorry (of niet?)

2. De lelijke jeansbroek

Ik begrijp dat alles terugkomt, zo werkt mode al een paar decennia. Op dit moment zijn de 80s weer helemaal terug. En hoewel ik bepaalde dingen zeker kan smaken, vind ik het wel moeilijk dat sommige dingen die 3 jaar (en 30 jaar!) geleden nog fouter dan foutst waren, nu plots hip zijn. Ik heb het onder andere over de lelijke jeansbroek. De jeansbroek die je buurman misschien nog liggen heeft van in de jaren 80 en waarmee hij niet meer onder de mensen mag komen van je buurvrouw, omdat het er echt niet meer uitziet. En echt niet meer van deze tijd is. Die hij mogelijks afgeknipt heeft om mee in de hof te werken. Awel. Die broek, in dat fout jeansstofje, is helemaal terug. Zelfs in de afgeknipte versie. Zelfs met die belachelijke hoge taille die alleen past als je een megaplatte buik hebt. (En dan hebben we het nog niet over de eventueel geborduurde tekenfilmfiguurtjes die er soms op zitten. Ja, inderdaad, die dingen die je moeder op je broek naaide omdat er een gat in was)

3. Het Instagramhertje

Het is een ongelooflijke hit, dus ik ga waarschijnlijk op zere tenen trappen. Maar die app waarmee je van je gezicht een hert of een poes of een ikweetnietwelkanderschattigdier kunt maken, kunnen we nu wel parkeren zeker? Ik snap dat dat voor een keertje grappig is. En ik mag niet spreken, want ik ben ook een Instagramspammer, maar ik heb liever echte hertjes.

4. Hoge neksluitingen

Het kan volledig aan mij liggen. Maar zo van die T-shirts/topjes die hoog aansluiten, maken mensen bijna altijd minder mooi (ook wel lelijker genoemd). Modetrends allemaal goed en wel, maar het is toch altijd de hoofdbedoeling om er flatterend uit te zien? En ik ben nog niemand tegengekomen die er beter uitziet door zijn nek af te snijden met een hoog aansluitende top. Maar echt, niemand. Vaak hebben diezelfde dingen dan ook nog eens een blote buik. Dat is misschien tof voor tieners, maar serieus gasten? Dit is nochtans geen pleidooi voor decolleté (al heb ik daar helemaal niks tegen), maar gewoon voor het optisch mooier maken van jezelf. Afgesproken?

5. Ribbel/plateauschoenen/schoeisel 

Weet je nog dat we allemaal Buffalo’s wilden dragen? Ik heb er nooit gekregen van mijn ouders en hoewel ik daar in de 90s geweldig boos om was, ben ik nu blij. Want hoe vreselijk lelijk zijn Buffalo’s? Dat zeggen we nu nog net, maar ik voel het, we zijn er heel dichtbij. Ze gaan terugkomen. De hipsterschoenen van het moment zitten al volledig in dezelfde familie. Plateauzolen: check. Ribbels in de plateauzool: check. Onflatterend: dubbel check. Als je nu echt objectief kijkt, kan je toch niet besluiten dat zoiets elegant, mooi of flatterend is? Ik vind het echt heel lelijk, het spijt me.

Bon. Nu ik dat allemaal heb durven te zeggen, kunnen we besluiten dat ik oud word zeker? Geen smaak heb? Niet mee ben met de nieuwste trends?

Ik voel niet de drang om een tafelkleed te dragen.

Ik ben wel mee, maar ik vind ze extreem onflatterend en lelijk. Dus ik draag ze gewoon niet. Ben ik de enige?

(En de hamvraag: zal ik ooit wel overstag gaan, tegen de tijd dat het niet meer hip is? Ik bedoel, ik was vroeger ook tegen sneakers onder rokjes/kleedjes en zie mij nu!)

Posted in Uncategorized | 18 Comments