Sofie en Tom gaan verbouwen.

We gaan dus verbouwen. Nogal stevig zelfs. Ook al was dat eigenlijk helemaal niet het plan.

Maar goed, het begon met de winterkoude. Toen had 75% van ons gezin eens buikgriep (echt serieus, dat is drama met maar één toilet). Daarna hadden we wilde gezinsplannen. En als we alles optelden, bleek het huis waar we zo graag wonen niet meer helemaal te kloppen.

Op de eerste verdieping hebben we op dit moment twee slaapkamers. Een vrij grote master bedroom en een bureauruimte. Op deze verdieping is (nog) geen verwarming geïnstalleerd. Voor de slaapkamer geen ramp, maar voor het bureau wel. In de winter kan je daar niet werken. Niet. De zolderverdieping is op dit moment voor onze jongens, met twee kinderkamers en een zolderberging.

Dit is het lijstje van de issues:

  • grote nood aan een tweede toilet (en bij voorkeur ook een extra badkamertje)
  • verwarming nodig op de eerste verdieping
  • lelijke reliëfbezetting op de grote slaapkamer (zo van het soort waar je je zwaar aan kan verwonden)
  • een slaapkamer tekort voor onze gezinsplannen (enfin, dit ‘probleem’ heeft zichzelf helaas opgelost :/)
  • onvoldoende isolatie op de zolderkamers (wat belachelijk is, want de vorige eigenaar had ze nog maar net vernieuwd. Onbegrijpelijk, maar goed. Koud)

Dus wij zochten een architect, vonden haar (www.idalievens.be) en gaven carte blanche met de bovenverdiepingen. Als we binnen budget met de volgende zaken zouden achterblijven:

  • drie kinderslaapkamers + 1 ouderslaapkamer
  • 1 badkamer (douche + lavabo)
  • extra (gasten)toilet
  • bureauruimte
  • zoveel mogelijk bergruimte

Ze kwam met een heel tof plan. Waarbij de zolderverdieping onze mastersuite wordt, met een badkamer, bureauruimte en gigantische kast tot in de nok. De eerste verdieping wordt het domein van de kinderen en kan – als er een wonder zou gebeuren – nog opgedeeld worden in drie kinderkamers. Het gastentoilet komt na veel problemen (al ooit moeten zoeken naar de sceptische put? Wij wel) onder de trap op het gelijkvloers.

Het budget werd redelijk snel bijgesteld, uiteindelijk beslisten we zelfs om naar de bank te stappen. En ik vrees dat we uiteindelijk nog duurder gaan uitkomen, want zo gaat dat nu eenmaal met verbouwingen. En ik heb nog niet eens deze tegels gevonden voor de nieuwe badkamer.

(foto Pinterest)

(foto Pinterest)

Vanaf januari wonen wij dus minstens drie maanden met ons hele gezin in de woonkamer. Ons bed wordt in de living geplaatst, de kindjes op matrassen daarnaast. Samen slapen doen we meestal al, maar er er zal geen enkele andere ruimte zijn om naartoe te ‘vluchten’ (behalve de badkamer). Dat wordt pittig, maar wij gaan dat kunnen. Ook als we allemaal om 19u30 moeten gaan slapen.

Ik probeer het budget heel scherp in de gaten te houden. Maar ondertussen werd onze verwarmingsketel ook nog eens afgekeurd. Kan er nog wel bij hoor, kan er nog wel bij.

Enfin. Ge begrijpt dat de rode kast helaas nog een aantal jaren rood zal blijven.

Posted in Thuis en al | 23 Comments

(Niet) minder erg.

Het is moeilijk, ja. Tranen komen op de meest onverwachte momenten. Maar we lachen ook veel. Het leven gaat door. De vakantie doet deugd.

Er zijn heel veel lieve mensen. Er zijn mensen die lieve berichtjes sturen, mailtjes, zelfs kaartjes. Er zijn ook ongelooflijk veel mensen die echt meevoelen. Dichtbij, maar ook ver weg en onbekend. Dat is echt fijn. We moeten met z’n allen meer praten over miskramen en onvervulde kinderwensen, echt. Een dikke knuffel voor iedereen die het nodig heeft.

Maar er moet me toch iets van het hart. Ik begrijp niet goed waarom verdriet afgemeten moet worden?

“Jaja, erg en al. Maar er zijn wel ergere dingen hoor.”

Echt gehoord. Meer dan één keer. Zelfs van een dokter.

Uiteraard beseffen wij heel goed dat wij twee gezonde kinderen hebben. Uiteraard beseffen wij dat dat een geweldig groot geluk is. Een permanent kapotte arm is ook geen drama. Het moeten afgeven van je passie is niet onoverkomelijk. Er gaan inderdaad geen mensen dood. Er zijn uiteraard ergere dingen. Er zijn _altijd_ergere dingen.

Maar ik ben echt enorm verdrietig. Er is ongelooflijk veel op ons afgekomen de laatste maanden. Klappen die diep inhakken zonder ruimte om ze te verwerken. Het gaat ook niet over erger of minder erg. Het gaat over verdriet. On-afgemeten verdriet.

Een derde kind heeft toch ook niet minder waarde dan een eerste, een tweede of een achtste? Een kind is een mens, daar staat geen rangorde op. Het ‘verlies’ daarvan is snoeihard op dit moment. Daar hoeft niemand over te oordelen.

Ja. Wij koesteren elke dag. Intens. Maar het snijdt ook door merg en been, want het voelt niet compleet.

Het gaat echt niet over erg, erger of minder erg.

Het gaat over verdriet.

Posted in Mens erger je niet!, Want zo ben ik | 23 Comments

Mis.

Dagen gingen voorbij na het eerste lichte bloedverlies. Veegjes angst, met elk toiletbezoek dichter bij de akelige waarheid. Eerst was het niet alarmerend, de dokter bleef positief. Maar net toen mijn armplooi kapot geprikt was, kwam er slecht nieuws. Ik was kalm, want zo flink van de natuur. Kan gebeuren.

Ik moest niet wenen.

De nuchterheid was sterk. Ik dacht vooral praktisch. Ik zuchtte dat het allemaal weer maanden zou opschuiven. Ik voelde vooral een planning in elkaar stuiken,  minder een vruchtzakje.

Opgelucht dat de natuur weet dat ‘dit’ het niet kan halen. Ik zeg ‘dit’, want ik probeerde van in het begin om me er niet heel erg aan te hechten. Want je weet dat het kan gebeuren, je moet daar in je achterhoofd altijd rekening mee houden.

Ik moest niet wenen.

Tot ik het zag. Tot bleek dat het er allemaal nog zat, maar nog geen aanstalten maakte om mijn lijf te verlaten. Ik wilde het kwijt, want ik wilde vooruit. Dit was toch gewoon een klein omweg?

Ik moest wenen.

Heel traag, in de gangen van het ziekenhuis. Alleen, terwijl ik hoopte dat ik niemand zou tegenkomen. Alleen, terwijl ik hoopte dat ik iemand zou tegenkomen.

In verwachting zijn is veel dingen. In verwachting van een droom, een hoop, een verlangen, een plan, een datum. Of van baarmoederweefsel met een dood vruchtje, dat weinig zin heeft om het huisje te verlaten.

Ik moest wenen.

En ook niet. Ik probeerde vooral om het aan niemand te tonen  (behalve mijn lief en twee vriendinnen), omdat ik niet wilde dat iemand wist dat we voor een derde kindje zouden gaan.

Zou dat er nu wel nog komen? Zou ik het nog kunnen? Zou mijn lichaam nog in staat zijn een kindje te dragen? Was dit een teken dat we het toch niet moesten doen?

Het voelde koud, en heel warm. Er waren altijd de troostende doch nuchtere armen van mijn lief. Het voelde leeg. Het voelde tranen tegen ratio. Het voelde pech. Het voelde boos. Het voelde oneerlijk. Het voelde raar.

Het was mis.

Misleid. Misbakken. (On)misbaar. Miscalculatie. Miserabel. Misgaan. Misgunnen. Miskennen. Mislopen. Mismeesterd. Misnoegd. Mispakt. Misrekend. Mistig. Miskraam.

Het was mis.

Ik voelde vooral (het) niets. En tranen.

 

*Het miskraam viel samen met mijn ontslag, wat de slag nog veel groter maakte.

**Vandaag kregen we te horen dat door een zeldzame complicatie na de curettage, we onze kinderwens best kunnen opbergen. We worden nog doorgestuurd naar een ander ziekenhuis, maar de kans op zwangerschap is heel erg klein. Er zijn absoluut geen garanties. Ik heb altijd geprobeerd om te zwijgen over dit hele verhaal, maar nu lukt het niet meer. Ik heb al veel schrijfsels klaarstaan, ik deel ze wanneer de tijd daar rijp voor is. 

Posted in Kind en gezin, Liefde | 50 Comments

Hashtag newjob.

Ik krijg heel vaak dezelfde vraag: “En hoe is het nu op je nieuwe job?” – Dringend tijd dus om daar eens op te antwoorden. Ik had het zelf niet durven dromen maar ik kan vol overtuiging zeggen: GOED!

Eigenlijk is er maar één groot nadeel: dat ik geen radio meer kan maken. Dat steekt echt enorm. Ik mis het om in de studio te stappen en de fader omhoog te schuiven. Ik mis the buzz die rond het radiomaken hangt. Ik mis de drive van een live uitzending. Ik mis het spelen met mijn stem. (Maar ik blijf uiteraard wel beschikbaar voor stemopdrachten!) – ik mis…de radio.

Maar dit gezegd zijnde: bijna alle andere dingen zijn een grote verbetering. Ik kan zelfs een aantal zaken opnoemen die spectaculair veranderd zijn:

  • De mobiliteit: eindelijk ben ik verlost van dat vervelende autorijden. Vreugdedansje! De auto vliegt trouwens echt buiten binnenkort, hij is verkocht. Nochtans had ik gezworen alleen nog in Gent te werken én ben ik eigenlijk even lang onderweg als vroeger, maar het voelt totaal anders. Het fiets-trein-fiets-verhaal is echt een stuk aangenamer.
  • De vergoeding: ik vind het een geweldige verademing om met openbare barema’s te werken. Het is officieel, het is voor iedereen hetzelfde. Dat hele spelletje in de privé waarbij het geheim is hoeveel je verdient, dat paste gewoon niet bij mijn (open) persoonlijkheid. Hier is het bijvoorbeeld niet mogelijk om dingen te verzilveren waar je geen recht op hebt, gewoon omdat je een goede onderhandelaar bent (wat in de privé vaak wel zo is). Voor mij werkt dit veel beter. Ik ben er gewoon heel content mee.
  • De vakantie: Jeej! Laten we daar niet onnozel over doen, want die zijn er dus wel (meervoud, yeah baby). Ook al ben ik er nu al achter dat die periodes echt wel gebruikt worden om voor te bereiden: ik ben wel thuis. Ik heb officieel vakantie. En pak meer dan vroeger zelfs. Dankuwel.
  • De collega’s: Er zijn een paar mensen van mijn vorige job(s) die heel diep in mijn hart zitten (die weten dat ook), maar het is toch een enorme bevrijding om niet constant in een concurrentiesfeer te zitten. Komt daar nog eens bij dat ik toevallig ook in het allertofste team van heel Howest terechtgekomen ben. Dat is iets met een gat en boter, denk ik.
  • Thuiswerken: dat was natuurlijk praktisch redelijk onmogelijk op mijn vorige job, maar hier heb je recht op 1 thuiswerkdag (of 2 halve dagen). Dit blijkt zo goed te werken voor mij, dat ik er nog een aparte blog over ga maken. Een ode aan het thuiswerken. Want hallelujah.

Iedereen is blijkbaar ook heel blij dat ik niet meer in het midden van de nacht uit mijn bed moet. Ik kan niet zeggen dat het onaangenaam is om heel wat dagen tot 6u of 6u30 te kunnen slapen, maar eigenlijk heb ik het er wel moeilijk mee. Ik kon de voorbije jaren (door mijn belachelijk vroege vertrekuur) vaak aan de schoolpoort staan, en dat lukt nu niet meer. (Ik kan Basiel en Felix nu wel soms brengen, maar eerlijk is eerlijk, dat vind ik minder leuk.) Ik ben gewoon een ochtendmens, dat zal niet meer veranderen. Lesgeven tot 17u45 vraagt veel van mij. Ik kom tegenwoordig vaak pas binnengewipt als zij al aan het tanden poetsen zitten, en ja, ik vind dat best lastig. Maar gelukkig wordt dat gecompenseerd met de nodige vakantie (*steekt tong uit*)

En dan heb ik het nog niet over het allermooiste: die jonge gasten. Die bende die aan het begin staat van zoveel. Die naast de typische studentenkwaaltjes ook echt barsten van het talent, de humor, goesting en ambitie. Niet allemaal, maar toch (*knipoog*). Het is fantastisch om hen warm te maken voor het werkveld en mijn bagage door te geven. Ik loop hier nog maar een paar weken rond, maar die studenten zitten toch al in mijn hart.

Lap, ik ben weer mensen in mijn hart aan het stoppen. Dat is geen goed idee zekers?

Posted in Want zo ben ik, Werk | 9 Comments

Wij gingen naar PLAY in Kortrijk (en zouden heel graag een repeat doen)

Of wij niet eens naar PLAY in Kortrijk wilden gaan? – Het was lang geleden dat er een vraag in de Sofinesse-mailbox zat waar ik zo gretig op in wilde gaan. Maar ja dus! Heel graag!

Want ik had het al bij heel wat mensen zien passeren (oooh, the joy of instastories) én eigenlijk alleen nog maar lovende commentaren gehoord. Bovendien vertoef ik sinds een paar weken toch minstens vier dagen per week in Kortrijk. Omdat ik voorlopig alleen nog maar van station naar campus en terug gefietst ben, wilde ik heel graag ‘mijn’ nieuwe stad ontdekken. Komt daar nog bij dat wij – nog maar eens – een stevige slag gekregen hebben vorige week, waardoor terugplooien op mijn familiecocon het enige is wat ik kan doen. De perfecte timing dus voor een gezinsuitstap in de buitenlucht.

PLAY is een stadsfestival in Kortrijk, dat sinds eind juni het centrum van de stad verovert met hedendaagse kunstwerken. Op verschillende locaties in de Guldensporenstad kan je artistieke creaties bewonderen en bekijken maar ook bespringen, bespelen, ontdekken en voelen. Want de rode draad is spelen (PLAY!), dus mag moet er ook echt gespeeld worden.

Er zijn verschillende routes, maar wij kozen de Kids-versie. Je kan een pakketje kopen in het 1302-museum en ook alle speciale opdrachten doen (maar een gewone (gratis) wandeling is minstens even leuk). Het kids-parcours is uitgedokterd voor 3-plussers, maar zeker ook geschikt voor andere leeftijden. Wij (= de ouders) hebben alles gewoon meegedaan en ons minstens even hard gejeund. (Ik gebruik bewust een West-Vlaams werkwoord, omdat het gewoon echt de moeite is om voor dit festival naar West-Vlaanderen af te zakken). Ik zet hier even de toppertjes op een rijtje:

Springen uit de Broeltorens

Ik was al uitvoerig gewaarschuwd dat we zeker eens uit de Broeltorens moesten springen. Dus gingen we na onze lunch bij Kaffee Damast ongeveer meteen daar naartoe. Het was zalig! Ik had trouwens nooit verwacht dat Basiel zo vlot naar beneden zou duiken, maar hij is verschillende keren gesprongen. En moeder wilde uiteraard niet achterblijven:

De ballonnenkamer

In dezelfde toren zit ook de ballonnenkamer. Als ik ‘s avonds aan de jongens vroeg wat ze het leukst vonden, dan kozen ze allebei voor deze installatie. Het was beklemmend en fantastisch tegelijkertijd, maar dat is ook absoluut de bedoeling van het kunstwerk. En zeker ook grappig, we kregen onze gasten daar amper buiten.

Niet de meest scherpe foto’s. Maar check die smoeltjes, ze vonden het echt fantastisch.

Het bed

Eigenlijk geldt dat voor bijna elke installatie. We hebben meer dan eens moeten roepen dat ze NU ECHT NAAR BENEDEN MOESTEN KOMEN, want dat we ook nog andere dingen wilden zien. Misschien is dat mijn enige commentaar, het is bijna te veel om in één namiddag te zien. Op de Grote Markt staat trouwens een “bed” waar je kei hard op mag springen. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken zeker?

Het confetti-festijn

Als je naar PLAY gaat, is het echt de bedoeling om je inner child volledig los te laten. Wij hebben dat vooral gedaan in de Academie. Tot op het punt dat we zelfs vandaag nog confetti tegenkomen op vreemde plaatsen. Hoe dat daar geraakt is? ZO:

Ik denk dat er hier nog lang gepraat zal worden over het confettihuisje. Ik zou kunnen zeggen dat de jongens volledig wild gingen in die 150 kg confetti, maar wij hebben minstens even hard ons best gedaan. Want dat is echt wat PLAY doet, je speelsheid triggeren en activeren.

Toen we ‘s avonds op de trein naar huis zaten, was het vat volledig af. Achteraf bekeken hadden we misschien beter hun loopfiets en step meegenomen, want je doet toch wel een serieuze wandeling als je overal naartoe gaat. Perfect voor ons, maar misschien net te veel voor kleuterbenen die ook nog eens op een reuzebed de ziel uit hun lijf springen.

Het was echt geslaagd. Eigenlijk zou ik zelfs nog eens willen teruggaan, als onze agenda het toelaat. Je kan nog tot 11 november gratis naar dit fantastisch festival waar kunst en plezier elkaar voluit kussen. Ik zal het u zeggen, ge gaat het u niet beklagen.

(Ge gaat wel nog een paar weken confetti vreten)

Posted in Kind en gezin, Trippen | 3 Comments

Geknipt.

Ik hou niet van het verkiezingssfeertje. Ik vind het persoonlijk doodjammer dat er zoveel middelen en moeite gaat naar het strelen van ego’s, het binnenhalen van postjes, het likken van ijdelheid, het (her)bemachtigen van posities. Het is waarschijnlijk naïef, maar stel dat politiek gewoon stond voor het land zo goed mogelijk besturen. Wat een fantastische wereld zou dat niet zijn?

Onze buurt is een stuk van de inzet van de verkiezingen in Gent. Bijna alle partijen willen het circulatieplan in de Brugse Poort terugdraaien. Als bewoner kan ik zeggen dat de knip voor ons een zegen is. Er zijn uiteraard uitdagingen, maar dat is zo met elke verandering. Ik geloof er sterk in dat we meer en meer zullen evolueren naar een stadskern zonder auto’s, maar dat vraagt een mentaliteitsverandering én een investering in alternatieven. Pas als de blinde vinken zullen snappen dat de mobiliteit zo uiteindelijk vooruit zal gaan voor iedereen, komen we hopelijk ooit eens ergens.

Ik word een beetje misselijk van het egoïstische ‘maar ik kan nu niet meer op mijn oprit vertrekken en parkeren voor de deur van de winkel waar ik naartoe wil’. Of het ‘maar de stad is dood, alle economie gaat kapot!’. Pas op, ik geloof dat er inderdaad schade is toegebracht door de perceptie te creëren dat Gent onbereikbaar is geworden (bedankt oppositie!). Terwijl dat eigenlijk op geen enkele manier klopt. De stad is net zo bereikbaar als vroeger, alleen circuleert het verkeer anders. Maar goed, toen we plots niet meer mochten roken op de trein/op het werk/op café waren ook veel mensen boos. Terwijl iedereen nu toch blij is dat ie niet meer naar asbak stinkt.

Het is ook te gemakkelijk geworden om zomaar alles op het circulatieplan te steken. De Carrefour Market die in de Bevrijdingslaan de deuren sloot, moest zogezegd dicht door het circulatieplan. Terwijl ook lang voor het plan in voege was, amper iemand met de auto naar die winkel kwam. Maar dat de slechte cijfers iets te maken zouden hebben met hoe vuil de winkel was, hoe onaantrekkelijk en hoe er niet altijd de meest verse producten werden geëtaleerd, zal waarschijnlijk te veel hand in eigen Carrefourboezem zijn. Hetzelfde voor de elektrozaak verderop die maar geen overnemer vindt, uiteraard door het circulatieplan. Natuurlijk heeft dat ook absoluut niets te maken met e-commerce, een nette Krefel een halve kilometer verder of een rommelige winkel vol toestellen die nog nooit een AAA-label van dichtbij hebben gezien. Neenee, dat komt omdat er veel minder voorbijrijdend verkeer is. Mensen kopen nu eenmaal geregeld een wasmachine op den bots.

Feit is: de Brugse Poort is een wijk met uitdagingen. Mensen van buiten de stad begrijpen vaak niet waarom wij daar zijn gaan wonen, en al helemaal niet waarom we het daar leuk vinden. Tussen de allochtonen, met een gigantische woondruk, met heel wat ‘problemen’, soms valt zelfs de term getto – daar wil toch niemand wonen?

Oh jawel. De buurt heeft inderdaad wat problemen, maar dat lijkt me pure wiskunde. De Brugse Poort is de dichtst bevolkte wijk van de stad, dus is het maar normaal dat daar wel eens problemen van komen. En exponentieel zal dat inderdaad meer zijn dan in een tuinwijk vijf gemeentes verderop waar de buurman achter de brede haag van zijn gigantische tuin met dito oprit én garage heel veel open ruimte inneemt.

Maar tegelijkertijd is het ook een fantastische plek om te wonen. Met een prachtig historisch centrum op vijf minuten fietsen, met heerlijke plekjes, met fijne eetgelegenheden, met alles binnen handbereik.

Een plek met een (Turkse) buurman die ziet dat je auto niet start en meteen ‘maten’ optrommelt om met startkabels te komen. Een buurman die al snel merkt dat de batterij kapot is, de volgende dag met een nieuwe aan je deur staat en die ook nog eens installeert. Als blijkt dat er dan nog iets niet klopt, met jou even naar ‘de garage van een maat’ rijdt en het daar ’s avonds laat oplost. “Want daar zijn buren toch voor.”

Ik ben er nog niet goed van, van zoveel warmte en hulp. Voor gisteren zeiden we gewoon vriendelijk goeiendag tegen elkaar, nu ken ik zijn halve levensverhaal. En zeg ik I., en weet ik dat altijd op hem kan rekenen. En dat zij ook altijd bij ons mogen aankloppen.

En dat is dus ook de Brugse Poort. De geknipte plek om te wonen, wat ons betreft.

Posted in Gent | 15 Comments

Panta Rhei

Een halfjaar geleden droomde ik hardop. Een nieuwe wind door mijn vertrouwde werkomgeving, dat kon alleen maar deugd doen. Tijd om wonden te helen, tijd om enthousiast voor een semi-nieuw project te gaan. Ik opende mijn armen voor de nieuwe vibe, vol goede moed en met bergen goesting.

De slag was ongemeen hard. De wonde is nog steeds gapend en op bepaalde momenten gutst het bloed eruit. Het werd totaal zwart voor mijn ogen, maar gelukkig kleurde mijn gezin en omgeving de dag. Telkens weer.

Het was vroeg om zo hard voor een nieuwe uitdaging te gaan. Je energie openstellen terwijl je nog volop bloed aan het deppen bent, is niet gemakkelijk. Maar tegelijk hoef je daardoor niet constant aan de pijn te denken.

Ik zou kunnen zeggen dat een universumstem fluisterde dat ik deze kans moest grijpen, maar er werd veel luider geroepen.

Een halfjaar later is het leven totaal anders. Warm opgenomen in een nieuwe omgeving. Hard uit mijn comfortzone getrokken. Intellectueel uitgedaagd. Nieuwe zijden aan mijn parallellogram ontdekt.

De wind waait door mijn leven. De luchtstroom kriebelt, duwt, stuurt, vecht tegen en streelt. Ik weet niet naar welke windstreek.

Vandaag is nu. En nu sta ik vandaag hier. Met open armen, met volle teugen. Met trots. Met studenten. Morgen zal ik er weer staan. Maar ik weet nog niets over volgend jaar. Wind kan draaien, of gaan liggen.

Het is waar. Als er ergens een deur toeslaat, gaat er elders een raam open.

Met een open raam voel je met wat geluk de wind op je gezicht.

Misschien zelfs wat zon.

Posted in Want zo ben ik, Werk | 13 Comments

Kinderpraat.

Eigenlijk zou ik het altijd willen opschrijven. Maar in de praktijk geraakt nog geen 5% in mijn blogboekje. Ruwe schatting, want het kan ook minder zijn. Op zich is het al een serieuze vooruitgang dat ik überhaupt een boekje HEB waarin ik die dingen kan opschrijven, maar er gaat ook veel verloren. Ach, zolang het een doos met warme herinneringen is in de kelder/zolder van mijn brein, kan ik daar mee leven.

Gelukkig zijn er af en toe uitspraken die wel in mijn boekje geraken. Zo kom ik aan deze bloemlezing:

  • “Mama, als ik op jouw buik lig, dan vind ik jou heel zacht.” – Het is duidelijk dat het concept BMI nog niet tot Felix is doorgedrongen. En maar goed ook.

 

  • We liggen allemaal samen in het grote bed en Basiel moet serieus hoesten. Hij klinkt ook een beetje nasaal. Dus ik zeg: “Amai Basiel, jij bent wel serieus verkouden.” Waarop Felix zijn hand op Basiel zijn buik legt en zegt: “Nee hoor mama, Basiel is niet verkouden, hij heeft warm.”

 

  • “Kijk mama! Een zomerauto!” – Tegen elke cabrio die we in de zomer van 2018 zijn tegengekomen.

 

  • Er was ook die keer dat we aan het rode licht stonden te wachten. Het was zwoel, alle raampjes van onze niet-zomerautode waren opengedraaid. Naast ons stond een oude bestelwagen, met daarin een papa met zoon. Plots schreeuwt Felix – het was echt hèèèèèl luid – naar die gasten: “Hallo! Wie ben jij? Ik ben Felix!” – Iedereen ging plat, ook in de camionette.

 

  • Op een van de eerste schooldagen vertelde Felix dat ze liedjes hadden gezongen in de klas. Hij zei er nog bij dat hij helemaal niet zo leuk vond. Ik was verwonderd en zei hem dat ook, want zingen is normaal toch een van zijn favoriete bezigheden (for real, die dude denkt soms dat ons huis een musicalpodium is en kan al zingend naar de confituur vragen). Jij vindt dat normaal toch heel leuk om liedjes te zingen? “Bwaaa, mama, ik zing liever met een micro.” (Zoon van zijn moeder zeg je? Kei hard.)

 

  • Ook jammer dat Felix zijn flappers nu niet meer kan dragen. Dat is een woord dat hij zelf heeft uitgevonden voor zijn flipflops met rekker. Samentrekking tussen flipflop en slipper denken wij, maar vooral geweldig goed gevonden. En ondertussen helemaal ingeburgerd in ons gezin. Misschien zelfs een kanshebber voor het woord van het jaar?

 

  • Er was ook die filosofische avond toen Basiel vroeg waar dromenland precies lag. Hij was al helemaal ondergestopt, dus ik nestelde me naast hem en begon een hele uitleg over slapen, fantasie, dromen en avonturen. Waarop mijn 6-jarige met zijn ogen rolde en zei “Nee mama, niet dàt dromenland maar die waar je speelgoed kan kopen. Is dat ver van hier?” – Het antwoord is 500 meter, jongen.

 

  • “Hoeveel dagen in de auto is dat?” – Ah ja, wij hebben ook onze eigen lengtemaat uitgevonden. Basiel heeft een enorme aandacht voor landen tegenwoordig. Hij kent ondertussen ongeveer alle kentekens van auto’s en als er iemand op vakantie gaat, vraagt hij dus hoe lang dat met de auto rijden is. Zijn meter zit op dit moment in Canada, dat was gene gemakkelijke. Serieus geteld.

 

En had ik al gezegd dat meneer Boma naar de vrouwtjes gaat? Nee? Kijk, dan weet ge het nu. “Boma gaat graag naar de vrouwtjes en dan is Goedele boos, mama.”

Het is gebeurd. We zitten in de fase dat ze FC De Kampioenen grappig vinden.

(Gelukkig zitten we ook in de fase dat wij onze kinders grappig vinden.)

(Meestal toch)

Posted in Basiel, Felix, Kind en gezin | 5 Comments

Hoe wij dinnerstress compleet buitengooiden: met de foodbag.

“Mama, ik wil een boterhammetje met banaan en chocolade. En ook een beetje cornflakes met zonder melk!”

Het zijn vaak de eerste woorden van Felix, die aan eten denkt het moment dat zijn kleine teen onder het donsdeken vertrekt. In grote tegenstelling tot zijn broer, die het liefst van al zou overleven op appels, rijstwafels en melk.

Gezien mijn BMI én problemen met diëten gaat het waarschijnlijk raar klinken maar toch is het zo: eten interesseert mij niet. Ik kan heel erg genieten van lekkere dingen, ik ben een giga-snoeper, maar echte maaltijden: bwaaa. Hoeft niet.

In het dagelijks leven vind ik dat echt een enorme belasting om eten op tafel te moeten toveren. En als het even kan, liefst ook gezond. (Ik kwam onlangs iemand tegen uit mijn studententijd en die herinnerde mij als ‘die van de cornflakes’. Om maar te zeggen, ik heb mijn hele studententijd amper een warme maaltijd gegeten. Ik heb ongeveer 4 jaar overleefd op Fitness van Nestlé en Special K. En dat smaakt mij nog altijd.)

Mijn lief beweert dan weer “de gemakkelijkste eter van de wereld” te zijn, maar trekt toch heel geregeld zijn neus op voor mijn harde werk.  Dat zou natuurlijk aan mijn abominabele kookkunsten kunnen liggen, maar het is evenveel (of meer) een kwestie van zijn goesting van de dag. Het is gewoon moeilijk om die te voorspellen, en heel veel dingen zijn per defintie uitgesloten omdat hij die “niet graag eet”.

Ik zeg gewoon eerlijk dat ik dingen niet lust en/of niet eet, maar dat vindt hij veel te onbeleefd. Terwijl ik daar geen spel van maak. Ik vind het helemaal niet erg om (iets) niet te eten, misschien daarmee? Maar ik kan wel eens gek worden van zijn “pfff, gaan we dat eten?” en gezucht en gesteun aan tafel. Toegeven, er is vooruitgang. Hij eet sinds kort zelfs rode kool!

De oplossing heeft een paar jaar voor de hand gelegen: de kinderen eten op warm op school (HALLELUJAH!) en ik nam een tupperware pot mee naar het Mediahuis. Ik at daar ‘s middags warm en ’s avonds kreeg Tom de microgolfversie voorgeschoteld. Op dagen dat hij het zijn goesting van de dag niet was (ik stuurde de menu op voorhand door), maakte hij zijn all time favourite: boomstammetjes met rijst en erwtjes en worteltjes of spaghetti.

Maar nu moesten we het hele verhaal echt herdenken. Ook al omdat ik de laatste jaren doorgaans op een heel deftig uur thuis was (wegens op een heel onkatholiek uur opgestaan), maar die tijden zijn voorbij. Mijn wekker loopt niet meer vroeger af dan 6u15, maar er zijn dus wel dagen dat ik pas om kinderbedtijd door de voordeur val.

Na een eerdere slechte ervaring met HelloFresh (rotte dingen in de doos, agressieve marketing) en wat tips van vrienden, besloten we voor Foodbag te gaan. Omdat we ook graag gezonder (en lichter) door het leven willen gaan, kozen we de eerste week voor de box van Sandra Bekkari. De week daarna gingen we voor ‘Veggie’ en nu zitten we al aan de tweede ‘Original’ box.

Ik ga daar niet om liegen, de eerste dag heb ik gehuild. De box werd pas iets voor acht geleverd en ik had de hele dag gevast. Toen bleken de recepten niet te kloppen én was ik al bij voorbaat een geslacht lam. Hangry, moe, emotioneel: geweend. Toen daarbovenop ook nog eens bleek dat ik het helemaal niet lekker vond én de keuken ontploft was, heb ik geweend. Sorry Sandra.

Maar na de startdip ging het beter. Ik had de bereidingswijze eindelijk door (wat je met de ingrediënten moet doen staat dus bij de ingrediëntenlijst en niet bij het recept, dat is verwarrend) en had ik meer structuur. En bovenal: het was lekker! Hoera! En met kei veel groeten: Jochei!

Dus ik kan het wel even als volgt samenvatten:

VOORDELEN

  • Niet moeten nadenken over ‘wat gaan we eten’ is ZALIG. (Maar echt, dat neemt zoveel stress weg, niet normaal).
  • Geen boodschappen moeten doen is bijzonder welkom met twee full time werkende ouders waarvan één ouder (tijdelijk?) niet kan autorijden om medische redenen.
  • Geen impulsaankopen meer, we hoeven eigenlijk tijdens de week niet meer naar de supermarkt. Zeker als we nog net iets beter gaan plannen in het weekend.
  • We eten veel meer groenten dan voorheen.
  • De porties zijn heel correct.
  • Je hebt de keuze uit: Easy Dinner, Original, Veggie en Sandra Bekkari. Wij bekijken gewoon per week het menu en kiezen daaruit wat we het lekkerste vinden. Behalve Easy Dinner, dat is te weinig ‘gezond’.
  • Je steunt de lokale economie. Foodbag is Belgisch, maar ook de producten die er in zitten zijn zoveel mogelijk lokaal. Zo hebben we al de heerlijkste Belgische geitenkaas leren kennen (om maar iets te noemen).

Uiteraard is het niet alleen een positief verhaal. Want zoals iedereen weet, ik klaag graag 😉

NADELEN

  • De tijdsslots zijn niet altijd goed combineerbaar met drukke full time werkende mensen, want je moet dus wel thuis zijn om het te ontvangen. Ik weet niet of een afhaalpunt zou helpen, want dan kan je natuurlijk bijna even goed boodschappend doen. Maar anderhalf uur hongerig zitten te wachten op maandag én daarna nog moeten beginnen aan de kookjob, is geen winner. Ik begrijp dat het niet anders kan, maar dat is lastig. Ik hoor dat veel mensen daarom pas dinsdag uit de box beginnen te koken, maar ja, wat eten we maandag dan he ;)?
  • Het is duur, daar moeten we niet onnozel over doen. Maar zoals gezegd geven we voor de rest wel minder uit en wordt het wel aan je voordeur geleverd. En eigenlijk valt het ook wel goed mee. De original box kost bijv. 65 euro voor 4 dagen voor 2 personen – Dat is 8pp voor een aan huis geleverde, gezonde maaltijd.
  • De bereidingstijd is niet altijd correct. Het snijden van alle groenten wordt niet meegerekend denk ik.
  • Je moet voor de volgende week bestellen voor woensdag. Maw: goed bij de zaak blijven, of we zijn het vergeten. Je kan ook automatisch laten doorlopen, maar als je zou willen wisselen van ‘smaak’ moet je dat wel op tijd aanvinken natuurlijk. Je kan ook kiezen voor 3 of 4 dagen (afhankelijk van de box), dus wij krijgen het meestal wel ingepast in de week.

De kinderen eten natuurlijk nog altijd warm op school, dat scheelt. Maar voor hen zou het sowieso te laat zijn om ’s avonds nog warm te eten. Tegen dat ik er aan kan beginnen, loert hun bedtijd vaak al om de hoek. Bovendien zorgt stad Gent voor gezonde en evenwichtige maaltijden en proeven ze daar veel meer dan thuis (thanks groepsdruk).

Ik heb nog steeds een grondige hekel aan koken. Maar ik vind het steeds gemakkelijker om te beginnen aan de foodbox. Geen stress meer over het eten, ik vind dat een ongelooflijk groot gemak.

En zo terug beginnen werken na een aantal maanden thuis, je inwerken in een compleet nieuwe job: het is allemaal niet van de poes. Dus ik ben ongelooflijk blij met deze oplossing voor ons eeuwige ‘Wat gaan we eten vanavond?’-probleem.

Merci foodbag. En smakelijk!

(Deze post is trouwens op geen enkele manier gesponsord. Al hebben we na deze post misschien wel ne keer een gratis doos verdiend ;))

Posted in Kokeneten, Want zo ben ik, Werk | 6 Comments

‘t Is weer (bijna) voorbij die mooie zomer (dus laten we een giveaway doen om de pijn te verzachten)

Wij hebben een hoop lijstjes hier in huis. Sommige to do’s zijn alleen voor mij (en vaak in Sofietaal waar niemand anders iets van begrijpt), andere zijn voor wie er het eerst toe komt. Sommige lijstjes zijn dringend en andere slingeren al eeuwen rond in de hoop _ooit_eens gerealiseerd te worden. Ge kent dat wel.

Ik had ‘smartphoto’ al een hele tijd op mijn lijstje staan. Want niet veel na de geboorte van Basiel heb ik een fotoboekje gemaakt van zijn eerste maanden en de jongens kijken daar vaak in. Ze vroegen zich af waarom Felix eigenlijk niet zo’n boekje had, en ik vond dat wel een terechte opmerking. Het stond dus al eventjes op de planning om voor Felix ook zo’n geboorteboek te maken. Daarna kreeg ik het idee om ook al die Instagramfoto’s eens per jaar in een boek te gieten. Zo wat tastbare herinneringen gelijk in de nineties, ik zag dat helemaal zitten.

Maar bon, verder dan een plek op mijn to-do-lijstje was het nog niet gekomen.

Toen kreeg ik een mail van Smartphoto (hallo! universum!) of we niet nog eens konden samenwerken. We hebben dat in het verleden al eens gedaan, maar ik heb ook al een keer of drie ‘nee’ gezegd. Omdat het gewoon niet het juiste moment was en/of omdat ik allergisch ben aan van die acties die dan bij vijf bloggers tegelijkertijd verschijnen (sorry, niemand is perfect). Maar ik wilde mijn to-do-lijst niet NOG langer negeren én ik werk oprecht graag met smartphoto. Want:

  • Ze hebben veel mogelijkheden om een fotoboek te maken. Je vindt daartussen sowieso je ding.
  • Als je geweldig creatief bent en heel veel tijd, dan kan je ook helemaal zelf designen (maar hahahahahaha, niet van toepassing in dit huis)
  • Er is ook een zalige oplossing voor luie mensen: de ‘smartphoto doet het al werk voor jou-tool’. Jij moet alleen de foto’s selecteren – toegegeven, als je zoveel foto’s neemt als ik dan kan dat wel een hele klus zijn – daarna worden die vanzelf ingevuld in het gekozen design. Uiteraard kan je nog naar believen aanpassen. Ook tekst toevoegen is een optie.
  • Als er een fout gebeurd is (ook als het je eigen stommiteit is!), krijg je gratis een herdruk toegestuurd.

Ondertussen hebben we hier al een arsenaal aan fotoboeken, gsm-hoesjes (die gaan bij mij ongeveer 6 maanden tot een jaar mee, daarna ben ik ze beu of zijn ze een beetje stuk) en forex wanddecoratie. Ik ben nog nooit teleurgesteld. Als een foto wat minder goed uitkomt in een boek, dan is dat doorgaans mijn eigen schuld. Het systeem waarschuwt me namelijk dat de foto niet goed genoeg is van kwaliteit, maar ik zet ‘em er koppig toch bij.

Maar ik heb dus ‘ja’ gezegd tegen deze samenwerking. Het was de sjot onder mijn gat die ik dringend nodig had om eindelijk die fotoboeken te maken. En omdat ik jou ook graag een sjot onder je gat bezorg, mag ik zelfs wat shopkrediet bij smartphoto weggeven.

De zomer loopt op haar laatste benen en dat maakt mij heel erg droef. Ik hou echt niet van herfst en winter, dat is een noodzakelijk kwaad waar voor mij geen enkel voordeel in te ontdekken valt. Ik ga in mijn hoofd dus heel veel mijmeren naar afgelopen zomer. Doe je mee?

Als jij graag 25 euro shopkrediet wil winnen bij smartphoto, dan nodig ik je uit om eventjes terug te gaan naar die warme zomer. Beschrijf in de comments jouw favoriete vakantiefoto van 2018 of het moment dat je had willen vastleggen. Als je zo’n foto hebt, kan je ook meedoen via IG. Vergeet dan niet @sofinessetje en @smartphoto te taggen, anders geraak je niet in de pot.

Ik maak op zaterdag 22 september de winnaar bekend op de facebookpagina van Sofinesse. Uiteraard krijg je ook persoonlijk een berichtje. Veel succes! 

(Hieronder alvast een paar van mijn favoriete vakantiefoto’s van 2018)

(C: In de fotoboeken zitten foto’s van Dries Renglé, Bert van Nina en Steve De Brock)

 

Posted in Kind en gezin, Weggeef | 27 Comments