Winkeltje.

In mijn leven wordt er op dit moment heel veel opgeruimd. Op verschillende manieren, maar ook letterlijk. Ik probeer mijn innerlijke Marie Condo zoveel mogelijk uit te laten. Er moet dus het een en ander buiten.

Je kent de regel met kleren. Als ze een heel seizoen onaangeraakt in de kast hebben gehangen, dan moeten ze weg. Ik ga meestal voor twee seizoenen onaangeraakt, want kleren weggooien vind ik heel moeilijk. Af en toe gebeurt het ook dat ik iets herontdek dat weer bovenaan de stapel komt. Maar eerlijk is eerlijk, ik heb eigenlijk nog nooit een kledingstuk gemist dat ik weggedaan heb.

Indien mogelijk, probeer ik het altijd een nieuw leven te geven. Sommige dingen gaan rechtstreeks naar de kringloopwinkel. Er is er eentje in onze achertuin, dat is echt the shizzle. Ik draag dingen gewoon naar de poort en klaar. Helaas (toch als ik mijn lief zijn gezicht bekijk) draag ik ook geregeld dingen weer ons huis binnen, alhoewel. Soms is dat gigantisch raak, of ben je dit schot in de roos al vergeten?

Ik ga heel graag shoppen en ik heb heel graag leuke kleren, dat maakt me echt gelukkig. De stijl hangt helemaal af van het moment en de emotie van de dag, wat maakt dat ik op vakantie mijn halve kleerkast moet meesleuren om me comfortabel te voelen. Mijn lief vindt dat minder tof en ik probeer compacter te pakken, maar voorlopig met weinig succes. Lang verhaal kort: deze dingen mogen weg. Allemaal merkkledij, allemaal mini-prijsjes. Af te halen in Gent, op te sturen of regio Brugge/Mechelen/Antwerpen – via andere oplossingen tot bij jou te krijgen.

Misschien niet het ideale moment om zomerkledij te scoren, maar er komen sowieso nog warme dagen. Misschien niet meer in deze september, maar zeker volgende zomer!

Zomerkleedjes:

Allebei Who’s That Girl. De rode versie maat L, de lichte is een M. Maar het is een rekbare stof en past eigenlijk sowieso. Prijs: 7 euro per stuk.

De groenblauwe zomerknaller is van Wow To Go (Medium) en mag weg voor 5 euro. Het half gebloemde kleed is van hetzelfde merk, en ook een Medium. De bloemen zijn niet rekbaar, het blauwe gedeelt wel. Valt heel flatterend. Zeker voor 5 euro!

Het kan ook iets kouder worden, de volgende exemplaren zijn perfect voor herfst en mits wat extra aankleding (en dan bedoel ik niet per se thermisch ondergoed) ook geschikt voor winterse dagen. Jurken voor elk seizoen:

Het groene kleed is Who’s That Girl, maat S, rekbare stof. Ik kan er vlotjes in, dus het moet wel een rekbare stof zijn. Met de juiste lingerie is het ook extreem flatterend voor de boezem. En voor 8 euro is het van jou. Het bovenste rode kleedje komt met dezelfde prijs, van hetzelfde merk en in dezelfde maat. De stof is een beetje steviger, waardoor het eventuele oneffenheden makkelijk camoufleert. Het onderste rode kleedje is van WTG, maat M. Het is eerder T-shirt stof, maar valt lekker ruim. En het is een koopje: 4 euro!

We verlangen allemaal naar een Indian Summer. Je kan bij de pakken blijven neerzitten, of gewoon thuis rondlopen alsof het 30 graden is. Ik stem voor het laatste en heb toevallig de perfecte outfit in de aanbieding voor deze gelegenheid: een prachtig playsuit van Zoë Loveborn, maat 40. Batje, want slechts 5 euro! Het jumpsuit is perfect draagbaar in de zomer, maar ook in andere seizoenen. Er zit een kleine glitter in. Ik doe het eigenlijk met spijt in het hart weg, maar het past me helaas niet helemaal perfect. Het is van Esprit, maat M. Rekbaar en eigenlijk echt heel mooi. Prijs: 15 euro.

 

Er zijn ook een aantal broeken die iets te lang hebben stilgelegen. Voor 5 euro wisselen ze met plezier van eigenaar. Als ik een betere marketeer was, was ik vast met het strijkijzer over de broeken gegaan. Maar daar ben ik helaas even te lui voor. Een zwarte broek van Bella Ragazza (XL), een print van Esprit (M) en een petroleumblauwe broek van Magdalena. Maat onbekend, maar ik schat een 40.

Je kan dus perfect een hele outfit samenstellen, want ik heb ook bovenstukken in de etalage.

De lichtblauwe T-shirt is een L, heel aangenaam stofje. De donkerblauwe is een M van WTG. Voor 3 euro is het van jou. Het vestje/gilet/golfke (regionaal verschillende woordenschat, maar we hebben het over hetzelfde.) is maat M en heeft een zacht prijskaartje van 10 euro.

Stel dat je alles zou willen kopen, dan kunnen we uiteraard een leuke totaalprijs afspreken. Maar als (deze) kleding helemaal niets voor jou is, heb ik ook nog boeken in de aanbiedingen. Wereldliteratuur eigenlijk. We kunnen voor deze kleppers wel makkelijk een zacht bedrag verzinnen, lijkt mij.

Dus voilà, het winkeltje is open. Je kan hieronder roepen in de comments, maar ook mailen naar sofie@sofinesse.be. Alles is bespreekbaar, ik ben echt een heel flexibel winkeltje.

Veel shopplezier!

 

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 3 Comments

Wiesheimwee.

Ik heb het geleerd op school. Dat is van veel dingen te verwachten (of te hopen), maar misschien minder van wiezen. Ik heb Latijn-Wiskunde met Duits gedaan in de derde graad, maar dat stuk Duits is een beetje misgelopen. De leerkracht was bijna twee jaar afwezig waardoor we vooral oefeningen kregen die we voor de helft van het lesuur al hadden afgewerkt. En toen waren er drie gasten die voor de andere helft van het lesuur een vierde man nodig hadden. Ik kan nog steeds geen Duits, maar ze hebben me wel leren kaarten.

Ze hebben zich dat even beklaagd denk ik, want het ging niet vanzelf. Het heeft even geduurd voor ik – hoe zal ik het zeggen – op dreef was. Maar uiteindelijk: wieskampioen.

Letterlijk ook, want op mijn vaste vakantiejob (Kraanbedrijf Sarens langs de A12, waar ik toch vijf jaar de receptie heb bemand) omvatte tijdens de middagpauze ook een wiescompetitie. Dat was heel serieus, daar werd niet mee gelachen. Af en toe mocht ik zelfs de competitieplaats innemen van iemand die op vakantie was. Met verve, want over mijn miserie op tafel terwijl het dubbel was, wordt nog altijd gebabbeld.

Op elk vrij moment dat we hadden, werd het kaartspel op het Sint Ursula Instituut bovengehaald. Ik vond het geweldig om one of the guys te zijn, maar ik vond het spelletje op zichzelf minstens even plezant. Wiezen is gewoon geweldig.

Ondertussen is het jammer genoeg jaren geleden. Je moet met vier wiezers zijn, er moet een boek kaarten zijn, iedereen moet goesting hebben. Ik heb op dit moment gewoon niet genoeg vrienden die het wiezen onder de knie hebben. Mijn West-Vlaams team kan alleen maar manillen en dat is dan weer eentje die ik moet laten passeren.

Maar afgelopen zomer was het prijs. Met onze zeevrienden legden we vroeger al eens een kaartje. Hun oudste dochter, de ouders en ik. Zo hebben we veel uren doorgebracht op het strand, afgewisseld met een zwempartij of een pauze met een Luikse van Wafelhuis Annie.

De zeevrienden zitten er nog altijd. En wij zetten ons nog altijd bij hun windscherm. Mijn moeder neemt mijn kinderen nu mee naar de plek waar ik zelf de helft van mijn zomerjeugd heb doorgebracht. En in het weekend schuif ik zelf mee aan.

 

Op een warme dag in augustus waren we bijna toevallig nog eens compleet. De hele zeebende van vroeger. Ouders en kinderen, met ondertussen ook wat kleinkinderen. We hebben de kaarten nog eens bovengehaald, for good old times. Een heerlijke potje liggen wiezen, daar in het opgespoten zand van Wenduine.

Het was jaren geleden, maar ik was snel weer mee. Dit is echt een pleidooi om wat meer te kaarten. Alleen zoekt deze vierde man nog drie andere wiezers.

(Sollicitaties kunnen hieronder worden achtergelaten. Ambiance! Abondance!)

 

Posted in Er zijn zo van die dingen | 12 Comments

We zullen ze eens een poepje laten ruiken. (Ofwel: het zindelijkheidsmonster en eerste schooldagen)

De eerste schoolweek is halfweg. Spannende tijden, want ons kleinste patatje is vrijdag ook gestart. Geen kinderen meer in de crèche, maar twee kleuters. Ge gaat het misschien niet geloven, maar ik heb daar – voorlopig toch – nog geen traan om gelaten. And you are talking to Miss Dramatische Pitta nochtans.

Vrijdag vond hij het allemaal spannend en leuk, maandag was het al een pak minder en dinsdagmorgen zaten we met absoluut dieptepunt. Lees: krijsen, roepen dat ie naar de crèche wilde en zich vastklampen. Vandaag kwamen we de school binnen en riep ie spontaan dat ie wilde blijven. Keertje zwaaien aan het raam en klaar. Ik voel het, tegen morgen gaat ie niet meer mee naar huis willen.

We kennen de school al, dus het was iets minder spannend dan bij de andere eerste schooldag. Maar toch ook wel verschillend: een andere juf, een grote broer die mee een oogje in het zeil houdt en deze keer (en ik verdien hiervoor geen vuistje) WEL een (semi-)zindelijk kind.

Hij gaat al een hele tijd succesvol op het potje, volledig op eigen vraag. Bijna een jaar voor zijn broer enig teken vertoonde van blaasrijpheid, zette Felix zich op het potje en vulde het. Sinsdien is het potje een deel van ons meubilair.

Omdat hij bijna altijd wakker werd met een droge pamper en kleine boodschapjes geregeld placeerde op de daarvoor voorziene faciliteiten, gooide ik de pamper aan het begin van de grote vakantie buiten. Ik was thuis met de kindjes en gewapend met goed wat kuisproducten, meer heb je dan even niet nodig.

Eigenlijk is dat heel vlot gegaan. Meteen cold turkey, op geen enkel moment een pamper meer om geen verwarring te creëren. Ook niet ’s nachts, ook niet bij de dutten. Dat betekende meteen ook een verhuis naar een groot bed. Want als je pipi moet doen en je ligt in een spijlenbed, dan is dat sowieso a recipy for disaster. (Remind me dat ik het nog eens over het retrobed moet hebben dat mijn schoonouders daarvoor tevoorschijn getoverd hebben. Maar eerst moet het spijlenbed nog weg – auw mijn hart – en moet er nog wat aankleding komen. En dan, beloofd.)

We zijn twee maanden verder en de situatie is als volgt: het bed is nog altijd kurkdroog. We hebben veel pipi-wasjes gedraaid maar niks buitensporigs en we zitten met een kakprobleem.

Aan grotejongensarrogantie alvast geen gebrek.

Inderdaad, de grote boodschap volgt de logica niet. Ik dacht, we geven het wat tijd, komt wel vanzelf. Maar ondertussen zijn we toch dik negen weken later en staan we nog steeds bijna elke dag stoelgang uit een boxerschortje te schrapen. Pas op, we zien het wel aankomen. Als ik zie dat hij ergens een rustig plek opzoekt en op zijn hurken gaat zitten, kan je er geld op zetten dat er even later een bobbel tussen zijn pistoletjes verschijnt. Daardoor zitten we vaak (een stevig remspoor aside) wel op tijd op het potje, maar op school is dat natuurlijk anders.

Ik zal niet in detail treden. Maar stel je voor dat je op de speelplaats iets in je broek legt, dat het ding bij het weer naar binnen wandelen uit je megaschattig klein onderbroekje valt en dat ongeveer de halve klas vervolgens vrolijk je grote boodschap over de gang verspreidt. Want het zou kunnen dat zoiets gebeurd is en dat onze zoon verantwoordelijk is voor een mental kakabreakdown bij de juf. Sorry!

We hebben nu dus afgesproken dat hij voor de speeltijd een pamperbroekje aankrijgt, zodat we de jaarvoorraad aan poetsgerief van de school er niet al in de maand september doorjagen. Na de speeltijd gaat het broekje weer uit.

En hey, gisterenavond hadden we een vlekkeloze drolinterventie. Zelf zijn broekje afgedaan, gaan zitten en het juiste ding gedaan met de sluitspier. Dus voilà, misschien zijn we wel echt helemaal vertrokken. In combinatie met dat vrolijk zwaai manoeuvre aan het raam vanmorgen, zitten we helemaal op eerstekleuterklaskoers.

Iedereen doet het in de zee, toch?

Maar echt, het is toch wat met die zindelijkheid. Ik begrijp dat het voor kleuterjuffen een absolute pest is, maar ik vrees dat het een beetje een prijs is die we betalen voor onze geëmancipeerde maatschappij. We zijn veel mobieler (thuis is zonder broek lopen is iets makkelijker dan op een ander), we zitten niet meer aan de haard (Thank god! en tegelijkertijd toch ook een beetje Damn! soms) en het is in onze jachtige maatschappij gewoon echt oprecht moeilijker om dat tegen 2,5 jaar gefikst te krijgen. Moeder/vader moet gaan werken weet je wel, want de economie moet blijven draaien. Mijn excuses daarvoor, en tegelijkertijd ook niet.

Het is niets om je schuldig over te voelen, als je het geprobeerd hebt. Basiel was bijna 3 toen het pas echt lukte, daarvoor had het kind geen enkele klik. Bij Felix kwam de waterleiding veel sneller en gemakkelijker, maar de rest gaat wat minder vlot mee. Kak en pis is redelijk shit (_ de woordspeling, gasten_) , maar ook niets om slaap voor te laten.

Ik zeg niet dat het ok is dat kinderen later zindelijk zijn, but we can’t have it all. Al mijn respect voor de juffrouwen en andere zorgverleners. En een hart onder de riem voor alle ouders die er mee sukkelen.

Pakt u allemaal een koekske. Ik zeg maar wat, een brownie of zo.

 

PS: Stel dat hier ooit nog een derde komt, dan ga ik toch eens de methode van dit boek proberen. Eerlijk is eerlijk, ik heb lange tijd niet genoeg energie gehad om een engelstalig boek uit te lezen (een nederlandstalig eigenlijk niet) ook als het is blijkbaar enorm grappig geschreven. De energie komt met mondjesmaat terug, dus wie weet. Oh crap, Potty Training van Jamie Glowacki. (Ja, ik vind dat onwaarschijnlijk grappig dat een zindelijkheidsexpert een naam heeft die een beetje lijkt op cloaca, ja)

Posted in Felix, Kind en gezin | 16 Comments

Easy Like A Sunday Morning.

Het is zondagochtend. We horen wat gestommel op de verdieping boven ons, wat zacht gepraat. Niet veel later komen de twee jongens naar onze kamer afgezakt.

“Kom Felixje. Voorzichtig hier.”

Basiel zorgt altijd voor zijn broer. Even later komen we te weten dat hij eerst wakker was en Felix dan ook maar zachtjes uit zijn slaap heeft gehaald.

Ze kruipen bij ons. Basiel in de oksel van zijn vader, Felix in mijn armen. Zo blijven we allemaal nog even doorsoezen. Vertellen. Gewoon liggen. De zondag rustig laten binnenwandelen.

Het gebeurt niet meer elke dag, meer iets van elke week. Maar Felix hapt aan. De emoties van de eerste schooldag wegspoelen. Dat merk ik aan zijn drinkgedrag, dat plots weer veel hoger ligt. Ongelooflijk eigenlijk dat er melk blijft uitkomen, want we volgen op geen enkele manier nog de regels van de borstvoedingskunst.

Basiel vraagt de aandacht van Felix, die met zijn rug naar zijn grote broer ligt. Na een paar keer draait Felix zich om en zegt:

“Nee Basiel, ik ben aan het drinken.”

(Anderhalve minuut later gevolgd door een “Ik ben klaar!”. Toen zijn ze samen de zondag ingestormd.)

(Ik vond het vroeger ook raar als een kind om de borst vroeg. Maar ondertussen zijn we twee en een half jaar later, en heb ik veel bijgeleerd. Eerst een baby, dan een peuter en nu zelfs een drinkende kleuter. Op ons eigen tempo, en alleen nog maar genieten.)

Posted in Basiel, Borstvoeding, Felix | 2 Comments

Broerwee

Natuurlijk is het af en toe wel eens ruzie, maar meestal zijn ze vooral heel blij met elkaars gezelschap. Basiel was altijd al heel zorgzaam voor zijn kleine broer, maar sinds deze zomer zouden ze perfect kunnen meedoen aan het programma Beste Vrienden.

Ze kunnen nu vlot communiceren met elkaar en doen niks liever dan samen de boel afbreken. Maar ze kunnen ook mooi naast elkaar zitten te spelen. Allebei verdiept in hun eigen spel, maar waarbij het niet toevallig is dat de ene zijn garage in de dichtste perimeter van de ander zijn toren staat. Hun favoriete hobby is zeker in bad gaan. Dat de badkamer daarna de vochtigheidsallures heeft van een openbaar zwembad, nemen we er met de glimlach bij. Ze blijven vaak spelen tot het water echt koud is. Blijkbaar voel je dat niet als het geweldig plezant is.

We zeggen wel eens al lachend dat ze niet zonder elkaar kunnen. Maar misschien is het wel echt zo. De afgelopen twee weken mocht Basiel met mijn moeder en zus op vakantie, naar het fantastische Wenduine. Felix ging ondertussen naar de opvang, want is door zijn middagdutjes en zindelijkheidsstage nog net iets te veel blok aan vakantiebenen. Wij zakten met de rest van het gezin zo vaak als mogelijk af naar de kust, maar de eerste week was er een ‘gat’ van vijf dagen.

In de helft daarvan kreeg Basiel koorts. Hij had nergens pijn, hij had alleen maar koorts. Hij sliep ook de helft van de dag, maar verder was er niets aan te merken. Behalve dan dat hij de hele tijd over zijn broertje babbelde. Volgens mij moeder maakte hij bij elke activiteit de bedenking of dit ook geschikt was voor Felix, vroeg hij waar melk in zat (‘want dat mag Felixje niet eten’) en telde hij de dagen af tot Felixje zou terugkomen.

Toen die dag was aangebroken, was de koorts plots helemaal verdwenen. Basiel stond een straat verder al te wachten op onze auto. Ze werden allebei gek toen we er eindelijk waren. De hereniging was zo mooi dat ik mijn hart in heel mijn lijf voelde bonken. Hij vergat dat hij zijn ouders ook vijf dagen niet had gezien, alle aandacht ging naar zijn broer. Zonder Felix leek hij wel een arm of een been te missen.

Mijn moeder (die verpleegster is en niet van het flauwe type) is er van overtuigd dat hij gewoon koorts gemaakt heeft omdat hij zijn broer zo hard miste. Als er mensen zijn die van heimwee kunnen overgeven, waarom zou je dan geen koorts kunnen maken van broerwee? Ziek van gemis. Ziek omdat je je kleine broer zo hard mist. Dat is prachtig en hartverscheurend tegelijk.

Nog even en ze mogen samen naar school, iets waar Basiel al maanden naar uitkijkt. Beetje jammer wel dat ik daardoor het fantastische moment moet missen waarop ze elkaar nu altijd in de armen vlogen na een lange school/crèchedag.

Al heb ik zo het gevoel dat er nog wel genoeg momenten gaan komen waarbij ze elkaar in de armen gaan vliegen. (En ooit ook wel in de haren vermoedelijk)

 

Posted in Basiel, Felix, Kind en gezin, Liefde | 22 Comments

De huisdokter #7: Ah ja, we hebben ook een tuin(tje)!

Je weet nog wel dat wij drie maanden na onze allereerste ontmoeting (tevens de start van de entiteit) bij de notaris zaten omdat we samen een huis gekocht hadden. Ik besef nu dat dat redelijk zot was, maar nog geen moment spijt van gehad. Mijn hart wist dat het goed was en dat gevoel is alleen nog maar sterker geworden. (Melig. Sorry, but so true)

Mijn lief had in die tijd een Xcel-document gemaakt met alle dingen die wij op dat moment van een huis wilden. Op het lijstje stonden dingen als: minstens 3 slaapkamers (toen we verhuisden was ik dan ook al 4 maanden zwanger), geen grote verbouwingswerken vereist, in 9000 Gent, …. Een tuin was op dat moment niet zo belangrijk voor ons. We wilden een plekje om buiten te kunnen eten, maar meer ook niet.

Twee kinderen later barstte het gezellige huisje ongeveer uit zijn voegen. Geheel toevallig (en behoorlijk onverwacht) botste ik op een stulpje drie straten verder. Ondertussen wonen we hier al een dikke twee jaar. Nog steeds een geweldige beslissing, om verschillende redenen.

Ons ‘nieuwe’ huis heeft een prachtig plekje groen. Niet groot (ik schat een 70 vierkante meter terras inclusief), maar wel echt heerlijk. De jongens kunnen zich volledig uitleven en omdat het helemaal ommuurd is (stadstuin!), kunnen ze ook niet ontsnappen. Ik kan perfect het schuifraam openzetten en ondertussen in huis allerlei dingen doen. Het ergste wat hen kan gebeuren, is dat ze megasmerig zijn (we hebben niet liever ;))

We hebben een regenton, zodat ze naar hartelust met water kunnen spelen (en morsen). We hebben heel veel onkruid waar je zonder problemen uren kan spelen met een schepje en een emmer. We hebben een massa bloemen die elke dag met een gietertje hun portie liefde krijgen.

Het terras heeft mijn lief eigenhandig gelegd, gewoon met een handleiding van youtube. Het was een helse klus, maar we hebben er elke dag plezier van. Ik heb me onlangs een weekend geamuseerd met een pot witte verf, waardoor het er ook allemaal wat frisser uitziet. Er is nog heel veel ruimte voor verbetering, maar het is nu al een heerlijk plekje.

Ik had gewoon eens zin om ons stadstuintje te delen. Want het is er echt heerlijk, vooral in het bloemenhoekje waar de avondzon het langst blijft hangen. <3

Posted in Gent, Thuis en al | 8 Comments

BlesZsure

Weet je nog dat ik een gigantische dramaqueen was omdat Dwars door Brugge niet helemaal was gelopen zoals ik wilde? Vast wel, het was zeker die keer dat ge kei hard met uw ogen gerold hebt. Het gevoel over die wedstrijd is eigenlijk niet veranderd (nog altijd boos als ik er aan denk, ja) maar ik heb me de weken daarna wel voor de kop kunnen slaan omdat ik toen ten minste nog kon lopen.

Want niet veel later is het gesukkel begonnen. Ik voelde al langer dat mijn rechtervoet niet helemaal in de juiste vibe zat, maar ik heb het even genegeerd. Want zoals een wijze loper (mijn lief) altijd zegt: “Goh. Als je loopt, heb je altijd wel ergens pijn.” Ik deed nog mee aan de Stadsloop in Gent en ging daarna vol goede moed verder met mijn trainingsschema. Maar na mijn eerste intervaltraining wist ik hoe laat het was: tijd voor actie.

Omdat ostheopaat Henk me in het verleden al geweldig geholpen heeft, ging ik eerst naar hem. Hij bevestigde waar ik al voor vreesde: de boel was redelijk ontstoken in voet en onderbeen. Met rust, oefeningen en massage zouden we proberen om er boven op te geraken. Onder begeleiding liep ik eerst twee weken niet en daarna alleen korte stukjes van 1 tot 3 km.

En toen kwam het besef hoe verschrikkelijk verhangen ik ben geraakt aan dat lopen. Dat het fysiek een enorme meerwaarde is, maar vooral mentaal. Twee keer per week een uur of anderhalf uur mijn hoofd leegmaken in de buitenlucht: ik zou het zelfs omruilen voor chocolade. Terwijl ik lopen vroeger zo verschrikkelijk vond. Terwijl ik vroeger vond dat lopers eigenlijk halve zotten waren. Ik ben volledig in #runningforever beland. Zodra het niet meer lastig aanvoelde, voelde het alleen maar bevrijdend.

Ik begon na mijn kuur bij Henk rustig weer op te bouwen, maar de pijn ging niet weg. En was er ook op momenten dat ik niet aan het lopen was. Op 25 juli vertrok ik voor een kort loopje en keerde halverwege wandelend terug. Dit was niet ok. Met wat hulp van een loopgroep op facebook (Ik zei het toch, ik ben een echte geworden) vond ik een sportdokter.

Deze week had ik eindelijk een afspraak. Best spannend, maar het bleek een hoogst aangename man. Ik ben natuurlijk zelf ook best aangenaam, ik had zelfs speciaal een was-setje meegenomen naar het werk om daarna met propere voeten op de tafel te kunnen gaan liggen.

Dokter Frank is zelf ook een loper, dat schept een band. Hij luisterde kort naar mijn verhaal, zette het echotoestel (daar leek het toch op) op mijn voet en knalde daarna redelijk onverwachts zeven prikken in de patiënt. Een vette spuit mesotherapie of zoiets. Bij de derde prik raakte hij iets waardoor ik even tegen het plafond schoot. Tegen de zevende prik snapte ik niet meer hoe ik ooit zonder verdoving mijn kinderen op de wereld had gezet.

Sinds die prikken heb ik redelijk veel pijn (ok, kei veel maar ik probeer geen flauwe trees te zijn), maar dat is blijkbaar normaal. Het spul moet twee dagen inwerken, daarna mag ik een ‘veredelde start-to-run-loop’ doen. En zo heel traag verder gaan. Over een week of twee nog eens op consultatie gaan om te zien waar ik sta.

Ik kijk er zo naar uit om mijn loopschoenen weer aan te binden. Ik hoop dat er dan echt niets meer aan de hand voet is. Maar tegelijkertijd kijk ik er geweldig tegenop, want de conditie is op die paar maanden zwaar weggezakt. Ik heb geen zin om die lastigheid van 0 naar 5 km weer uit te zweten, maar het zal niet anders kunnen.

Het trainingsschema ligt ergens in een schuif. Dat zullen we pas opnieuw bovenhalen als ik vlot 10km uit mijn mouw kan schudden zonder enige vorm van pijn.

Stap voor stap.

Duimt ge ondertussen even mee voor mij? Voor de gelegenheid mag dat wel met je dikke teen, dat is iets meer in thema.

 

Posted in Bewegen | 8 Comments

Twee en een half jaar aan de borst, een warm verhaal.

Ik ben eigenlijk te laat, want de week van de borstvoeding is eigenlijk al voorbij. Maar ik schreef eerder deze week een korte tekst op instagram  en ik wil die heel graag hier ook delen. Want ik wil een goed woordje blijven doen voor borstvoeding, omdat het nog altijd heel hard nodig is. Ik weet het, er is al zoveel over geschreven. Soms te veel en met verkeerde accenten, maar tegelijkertijd ook veel en veel te weinig. Dus daarom:

Dit is zijn smoeltje, net nadat ie bij mij gedronken heeft. Wij naderen de kaap van 2,5 jaar. Wat een ongelooflijk avontuur. Mijn waardering voor borstvoeding is enorm. In het begin vooral om de voedingswaarde en gezondheidsvoordelen, maar gaandeweg heb ik ontdekt dat het nog zoveel verborgen ‘talenten’ heeft. Er waren ook bultjes onderweg: de start was lastig en ik vond de kolfperiode in combinatie met een full time job heel zwaar. Maar de balans is eigenlijk volledig positief. Behalve dan dat er nog altijd een immens gebrek is aan info(verspreiding), een soms schrijnende kennis bij (kinder)artsen en vroedrouwen en een resem mythes/vooroordelen die de zaak niet vooruit helpen. Ik steun elke keuze, maar hoop wel dat die gemaakt is op basis van de juiste informatie. En dat het woord ‘mislukt’ verdwijnt uit het borstvoedingswoordenboek. Elke ouder handelt vanuit de beste bedoelingen, toch? En het is niet omdat ik heel erg pro borstvoeding ben, dat ik tegen iets anders ben. Voor ons – Felix en mezelf – is het een warm verhaal. Geen idee wanneer het varkentje met de lange snuit komt, maar so far: zoveel waardering en respect voor dit wonder der natuur. Ik ben dankbaar.

In de comments vroeg iemand me naar de verborgen talenten. De gezondheidsvoordelen zijn natuurlijk fantastisch. En voor een luie moeder als ik is het ook gewoon zo gemakkelijk. Geen gedoe, gewoon een borst bovenhalen als oplossing voor heel veel baby-problemen. Maar het is vooral de emotionele waarde die me enorm verrast heeft, en blijft verrassen. Na de kolfperiode (wat hier eindigde op ongeveer 14 maanden), was er echt niks ‘lastigs’ meer aan. Er ging nog eens een nieuwe wereld open, ook omdat Felix veel bewuster werd van wat er gebeurde. En tegelijk gewoon zijn onderbewustzijn volgde. Het grootste verborgen talent, is voor mij echt de emotionele waarde.

Een ongelooflijk positief verhaal dus. Als er iets is in mijn persoonlijk verhaal waar ik spijt van heb, dan is het dat ik dit met mijn oudste zoon niet zo lang beleefd heb. Dat het daar op zeven maanden gestopt is, heeft ervoor gezorgd dat ik me daarna zo op borstvoeding heb vastgebeten. Dus er is ook iets positiefs uit gegroeid. Maar ik blijf het jammer vinden. Een beetje zoals een stukje teruggeven melk op je schouder dat je pas opmerkt nadat je er al een dag mee rondloopt. Maar het is wat het is en ik probeer er niet om te treuren.

Zoals ik mijn boodschap eerder al afsloot: ik ben dankbaar. Hartjes voor wat onder je hart gemaakt wordt.

Een warm verhaal.

(Doorgaans zo ongeveer 36 graden *knipoog*)

Posted in Borstvoeding | 10 Comments

Ne grijze.

We hebben hier wat financiële tegenslagen gehad de laatste weken. Als het plots binnenregent in de keuken, is de kans dat je er met een paar honderd euro van afkomt klein. Het werden er een paar duizend. Mottig, heel mottig.

Maar ik moet eerlijk zijn. Dat ik die gigantische verkeersblok op de parking van Nostalgie een paar meter heb verzet, was wel volledig mijn schuld. Ook al had een schildpad mij voorbij kunnen steken toen het gebeurde, het resultaat was wel een economische total loss.

Er zijn veel tranen aan te pas gekomen, ja. En ook een hoop stress. Want ik kan echt niet zonder auto. Ik begin om 5u te werken op 60km van mijn voordeur. Het openbaar vervoer slaapt nog op dat moment. En hoewel ik nog even overwogen heb om het met een elektrische fiets te doen, bleek het echt niet menselijk om rond 1u op te staan. Net iets te ver. En 3u30 is al meer dan vroeg genoeg.

De tijd was heel kort om een andere vehikel te vinden, het moest gewoon echt snel gaan. Stress. Want op maandag 28 augustus beginnen we weer met De Goeie Morgen. Stress. En deze week presenteer ik van 16u tot 19u, wat met de trein zou betekenen dat ik mijn kinderen gewoon helemaal niet zie. Stress. Een auto dus, zo snel mogelijk.

Alweer mottig. Ik heb zo ongeveer de eerste tweedehands auto gekocht die voorhanden bleek en een beetje in het verhaal paste. Morgen moet ik het ‘wrak’ afgeven, vanaf dan is het afwachten wanneer de ‘nieuwe’ klaar is.

Ondertussen vragen mensen mij. ‘Aah, en hoe zit het nu met die auto? Wat heb je gekocht?’

Ik ben niet zo aan auto’s. Dus meestal gaat het dan zo:

“Ne grijze”.

Dat is eigenlijk ook het enige wat ge moet weten, he.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 3 Comments

Boem.

Je knippert twee keer met je ogen en ze zijn groot. Dat gevoel heb ik elke dag sinds we kinderen hebben, maar het woord stroomversnelling lijkt specifiek uitgevonden voor deze vakantie.

Een paar maanden geleden zei Felix bij het uitoefenen van zijn hobby badgaan, dat hij op het potje wilde. Omdat we maar één toilet hebben (major problem, moeten we echt iets aan doen. Als we ooit eens geld hebben), slingeren er hier altijd potjes rond. Toen een halve minuut later ook echt bleek dat hij pipi had gedaan, was ik euforisch. Bij zijn grote broer had het maanden geduurd eer er ook maar iets in het potje zat, dit ging gewoon vanzelf? En bijna een jaar vroeger dan bij Basiel!

In de maanden die volgden ging hij af en toe (op eigen vraag) op het potje zitten en mikte een kleine boodschap in het ding. Waarna wij hem bejubelden alsof Bono plots in onze badkamer stond. Of living. Of slaapkamer. Op dagen dat we thuis waren, liet ik hem af en toe zonder broek rondlopen. Ook op de crèche deden we af en toe testdagen. En deed de wasmachine overuren.

Pas vorige week voelde ik dat er echt een klik was. Afgelopen week was ik alleen thuis met de jongens dus ik moest er voor gaan: bring on the opkuiswerk. Cold turkey. Pamper uit, zonder uitzondering. Dat betekent inderdaad met een bang hartje naar de supermarkt, speeltuin of zelfs de zetel. Altijd en overal reservekleren en doekjes. En als het kind ‘pipi doen’ mompelt, is het alle hens aan denk. Ook tijdens een fietstocht, waar ze ‘toevallig’ allebei moesten plassen.

Long story short: in het departement pipi zitten we goed, voor de grote boodschap geven we hem nog wat krediet. Dat ging bij Basiel ook in twee fases. De pamper is hier volledig buiten gevlogen, dus ook voor de dutten en ’s nachts. Tot hiertoe: volledig droog. Vuistje voor de bijna-kleuter.

Dat brengt natuurlijk met zich mee dat het kind ook in een groot bed moet slapen. Het zou anders nogal een gedoe zijn om ‘s nachts uit een spijlenbedje te geraken met een blaas die ‘potje’ roept. Oma en opa brachten maandag een vintage bed (nog geen foto omdat de rest van de kamer interieurgewijs – nog – niet klopt, zo ben ik dan wel) en Felix stapte er in alsof hij nooit iets anders gedaan had. Basiel schoof er een matrasje naast, want sinds onze Zeelandtrip slapen de broers samen. Basiel is de allerliefste grote broer, die trots over Felix waakt. Ik moet elke avond mijn hart bij elkaar vegen na de ‘slaap-el mama’.

Alsof (bijna) droog en van een babybed naar een groot nog niet genoeg was, gaat hij binnenkort ook nog eens naar school. Serieus, hoeveel meer moet een moeder nog kunnen verdragen? Zal ik hem anders morgen naar zijn eerste fuif brengen en overmorgen naar zijn eerste kot, het altaar of prostaatonderzoek?

We zijn vandaag dus een boekentas gaan kopen. Ik was benieuwd naar de vernieuwde winkel van Bollebuik (waar twee keer onze lijst lag) en fietste er met de jongens naartoe.

De make-over van Bollebuik is zo geslaagd dat ik constant tegen mijn eierstokken moest roepen dat ze zich rustig moesten houden. De babyspullen in die winkel zijn gewoon te prachtig en schattig voor woorden, dus de stokken waren serieus tegendraads. Dat zijn ze eigenlijk altijd als ik mezelf ervan probeer te overtuigen dat twee kinderen echt wel genoeg meer dan genoeg is, maar bij een overload aan hip&trendy babystuff verliezen ze het helemaal. Can’t blame them, want zelfs een lantaarnpaal zou het daar moeilijk krijgen.

Het is vrijdagavond. Mijn kleintje ligt in een groot bed, zonder pamper. Naast hem ligt een geweldige grote broer en staat een megaschattig boekentasje.

 

Dus kunt ge mij nu eventjes excuseren want ik moet mijn hart gaan zoeken. Het is al ne keer of driehonderd ontploft de laatste dagen.

Posted in Felix, Kind en gezin | 14 Comments