De baas.

Je kent dat wel. Af en toe vliegen er van die boutades rond in een gezin, omdat het gewoon soms het enige is wat je nog kan bedenken. Wie nog nooit “DAAROM!” heeft geroepen op een kritiek moment, heeft het ouderschap waarschijnlijk alleen nog maar van op afstand bekeken.

Anywayz, tijdens het eten weken onze jongens nogal heel ver af van wat onder tafelmanieren wordt verstaan. Op een bepaald moment zei mijn lief op kordate toon:

Zeg, wie is hier eigenlijk de baas? Mama en papa zijn de baas, en jullie moeten luisteren!

(Of zoiets, het waren misschien niet de exacte woorden maar je kan je er iets bij voorstellen)

Basiel  zei daarop droogweg:

Papa, dat is eigenlijk wel niet waar he. Eigenlijk is mama wel de baas hoor.

Hmmm. What can I say?

 

Posted in Basiel, Kind en gezin, Want zo ben ik | 7 Comments

Dwars door Brugge. Dwars met mezelf.

Ik zal beginnen met de feiten. Ik heb gisteren meegedaan aan Dwars door Brugge, een loopwedstrijd van 15km in Zwevezele (nee grapje, in Brugge natuurlijk). Een jaar geleden kon ik niet eens vijf minuten aan één stuk lopen, nu heb ik er 1 uur en 39 minuten over gedaan. (Wat dus betekent dat ik net iets langer dan vijf minuten aan één stuk gelopen heb, grinnik). En bovendien zes minuten sneller dan voorzien op de planning, dus proficiat voor mezelf en al.

Ik ben trots op deze prestatie. Het is de eerste keer dat ik loop zonder blessures en dat ik echt iets kan opbouwen. Het afgelopen jaar heb ik afstand opgebouwd, nu ga ik verder werken aan mijn snelheid dankzij het trainingsschema van SmartSport. Vijftien kilometer is al een deftige afstand, de meeste mensen pakken voor minder de auto.

Allemaal vrolijk en geweldig, dus niemand begrijpt waarom ik zo boos, teleurgesteld en verdrietig ben. Maar dat ben ik dus wel. Drie minuten na de start zonk de moed me in de schoenen en vandaag blijft dat rotgevoel al de hele tijd hangen. Ik wou dat ik niet had meegedaan, precies om dit gevoel te vermijden.

Eigenlijk is het allemaal de schuld van mijn zenuwachtige blaas. Ik moest voor de start nog een stresspipi’ke doen, maar er waren veel te weinig toitoidixi’s. De rij was gigantisch, waardoor Lien en ik pas om 13u58 in het startvak konden gaan staan. Dat was dus na 3000 andere mensen, en dat was te laat.

Het kan wel 10 minuten duren tussen het vertrek van de eerste en de laatste lopers, waardoor ik meteen in de staart van de wedstrijd vertrokken ben. Ik had op voorhand afgesproken met Lien dat zij niet bij mij zou blijven, want ik wilde echt mijn eigen wedstrijd lopen, op mijn eigen tempo. Zij loste mij dus meteen (Lien heeft tonnen meer ervaring en snelheid).  Maar toen we na 100m een U-turn maakten, zag ik meteen dat er nog amper mensen achter mij liepen.

Precies waar ik op voorhand bang voor was geweest. Precies wat ik echt niet wilde. Precies waar ik helemaal geen zin in had: bij de laatste zijn. Omdat ik dat echt niet zag zitten, had mijn lief de tijden van vorige edities bekeken en vergeleken met mijn streeftijd. Ik ging ZEKER NIET bij de laatste zijn, want er waren vorig jaar nog mensen die een halfuur later waren binnen gekomen.

Toen het bij het begin van de wedstrijd meteen wel gebeurde, was ik heel boos. Heel verdrietig, heel opstandig, heel teleurgesteld. Ik moest bijna meteen tegen tranen vechten, en zo ging het de volgende 15 kilometer verder. Het was één lang gevecht met mezelf.

Ik hield mooi mijn tempo aan. Ik wilde ook niet sneller gaan, omdat ik mezelf niet wilde verbranden. En ik had ook al mijn energie nodig om boos te zijn *lacht groen*. Ik had de hele tijd het gevoel dat de wedstrijd achter mij werd opgeruimd, het parcours werd op sommige plaatsen zelfs niet meer vrijgehouden voor ons (laatste) lopers en toen er op een bepaald moment in het midden van het parcours een auto stond en daar een seingever instapte, had ik bijna de organisatoren voor de rechter gesleept. In mijn loopoutfit, ja.

Toen ik de tweede keer mijn fantastisch supportersteam tegenkwam, hebben zij het serieus moeten ontgelden. Hartjes voor hen (zooo blij dat ze uiteindelijk toch aan de finish stonden ook al was dat niet voorzien) en hartjes voor de lopende dame die me toen bemoedigend toesprak. “Och, en als we de laatste zijn, dan is dat toch zo. Je moet supertrots zijn op jezelf. Je doet mee, je gaat straks 15km gelopen hebben, dat op zich is geweldig.”

Die dame sprak natuurlijk wijze woorden en ze heeft overschot van gelijk. Maar ik heb elke seconde van die 99 minuten gehaat. Het was verschrikkelijk, het was de hel van Brugge, het was één lange strijd met mezelf.

Dwars door Brugge, dwars met Sofie.

(Ik heb eventjes het gevoel dat ik nooit meer wil meedoen, maar ik heb me nu toevallig al ingeschreven voor de Stadsloop van volgende week zondag in Gent. Ik zal maar meedoen zeker?)

(En ik heb van mijn lief een fantastisch moederdagcadeau gekregen, een Garmin35 loophorloge. Dat moet toch renderen zeker?)

Posted in Bewegen, Want zo ben ik | 33 Comments

Murphy is in topvorm.

Er zijn zo van die periodes waarin het niet lijkt te stoppen. Op zich zijn het allemaal geen dramatische dingen, want er is maar één ding waar we echt van wakker liggen. Maar miljaar zeg, wat is dat hier al geweest de voorbije fortnight:

*Telefoon van de crèche: Felix is gevallen. “Er zit een tand door zijn onderlip en we denken dat hij genaaid moet worden”. Actieplan: Sofie laat alles vallen en rent naar de dokter. Uiteindelijk is de onderlip gewoon geplakt, de krater aan de binnenkant is even snel genezen als mijn schaduw.

*Tom speelt het spelletje ‘ik ga je pakken’ met zijn twee zonen. Op zijn kousen. Die gieren het uit, hollen en amuseren zich rot. De fun eindigt abrupt wanneer Tom kei hard uitglijdt tegen de keukenhoek. Resultaat: mankt al een dikke week, heeft een blauwe voet en is gisteren eindelijk naar de dokter geweest. Actieplan: woensdag foto’s. Hij heeft uiteraard al die tijd niet kunnen lopen. En dat is voor een loper een heel grote straf.

*Brief van het CLB: Basiel heeft gehoorverlies aan beide kanten. We worden verzocht om dringend actie te ondernemen. Het is niet alsof we uit de lucht vielen bij dit nieuws, uiteraard  hadden we zelf ook al door dat er iets niet helemaal klopte. Ook al naar de huisarts geweest zelfs. Actieplan: We hebben 22 mei een afspraak bij de specialist. Maar het gaat – naar ons gevoel – plots zo snel achteruit, dat ik niet uitsluit dat we misschien nog naar Spoed trekken. (Om nog maar te zwijgen van hoeveel dingen er door uw ouderlijk hoofd spelen als mogelijke oorzaak.)

 

*Op een avond zijn de jongens hevig aan het spelen. Basiel trekt Felix omhoog aan zijn arm, waarna er een huilconcert volgt. Er is niets aan zijn arm te zien, maar we mogen er niet aankomen. Het wordt een moeilijke nacht, waarbij hij af en toe wenend wakker wordt. De volgende ochtend gebruikt hij zijn arm nog altijd niet. Terwijl ik vrolijk sta te doen in de studio, trekt Tom naar Spoed (we kunnen misschien een 10-beurtenkaart nemen?). Uiteindelijk blijkt dat zijn elleboog uit de kom is. Ons schuldgevoel is gigantisch, ook nadat ze het gewricht weer in elkaar hebben gezet. En uiteraard heb ik weer alles laten vallen en ben ik naar huis gespurt.

*De dag na het onderhoud van de boiler/chauffageketel staat de wasmand in het nat. Ik denk eerst nog dat het komt omdat die door de werken in de badkuip heeft gestaan. Maar tegen dat Tom een paar uur later naar beneden gaat, blijkt de hele badkamer onder water te staan. En de ketel dus te lekken. Actieplan: “Mannen, kom eens rap terug want ge hebt dat hier kapot gemaakt!”

*Telefoon van de crèche met de vraag of ik dringend kan terugbellen. De schrik slaat me al om het hart, maar het blijkt ‘maar’ een allergische reactie te zijn. Na zijn middagdutje is Felix opgestaan met een buik en rug vol rode vlekken. Zucht. De volgende ochtend is het weggetrokken. Zolang het niet terugkomt is het onbegonnen werk om na te gaan hoe het kwam. Actieplan: voorlopig niets.

En dan heb ik het alleen nog maar over de in het oog springende highlights. Verdorie zeg, wat is dat hier? Ik weet het wel, behalve het gehoorverlies van Basiel is het allemaal niet erg. Maar telkens wel de hele dag omgegooid. Dat kan natuurlijk gebeuren, maar elke dag – dat is er gewoon een klein beetje over. Want de dagen zijn eigenlijk sowieso al vermoeiend genoeg, er is heel weinig reserve.

Gelukkige zijn er ook positieve dingen gebeurd:

  • We zien elkaar graag. We zijn een geweldig team, een zalige entiteit.
  • We mogen binnenkort waarschijnlijk het Loonsche Land gaan testen, een nieuw verblijf in de Efteling. Verslag volgt uiteraard, en we zijn pretty excited.
  • Bloomon heeft een mooi excuusboeket opgestuurd voor hun eerdere blooper. Vaas incluis. En ik kan u zeggen: het doet deugd om bloemen in huis te hebben.

Hopelijk verloopt jouw week beter?

Posted in Basiel, Er zijn zo van die dingen, Felix, Kind en gezin, Rapporteren | 10 Comments

Sofie heeft een trainingsschema

Een dik jaar geleden was ik diegene die heel hard stond te roepen dat het toch al geweldig is als je een loopwedstrijd überhaupt kan uitlopen. Ik vind dat nog steeds, maar door een gigantische trage opbouw schud ik ondertussen wel vlotjes 10 kilometers uit mijn benen. Waardoor ik op een bepaalde manier door dat virus gebeten ben en toch verder, sneller en meer wil. Dat gaat bijna vanzelf.

Ik heb natuurlijk wel felle supporters. Vriendin Lien (twee marathons, derde in oktober) pusht en motiveert me whatsappend en mijn lief (vijf marathons) zorgt voor de allerbeste ondersteuning. Ik vermoed dat hij binnenkort nog wel eens een marathon op tafel zal gooien, maar het is hem volledig gegund.

Twee keer per week loop ik op het gemakje, meestal kan ik zelfs nog meezingen met de muziek. Terwijl ik een jaar geleden nooit gedacht had ik dat ooit 7km zou kunnen lopen, vind ik dat vandaag een kort toertje. Klinkt geweldig arrogant, ik besef dat.

Lien vond het wel tijd om eens te kijken hoe het nu staat met mijn conditie, waarom ik blijf hangen op een – naar mijn gevoel – belachelijke lage snelheid en of er toch niet een klein beetje meer in zit. Voor ik het wist waren we samen ingeschreven voor een lactaattest met SmartSport.

Een watte? Een lactaattest dus, wat niets te maken heeft met borstvoeding (zoals mijn collega Stefan Ackermans dacht) maar wel met verzuring in je spieren. Ik moest een doel opgeven en flapte eruit dat ik in oktober wel de halve marathon van Brugge zou willen meedoen. Voor Dwars door Brugge (15km) van komende zondag (14/5), ben ik al een tijdje ingeschreven.

Ik was strontzenuwachtig die zaterdagvoormiddag, maar dat bleek totaal ongegrond. Bart Raes is namelijk een geweldig sympathieke kerel. Bovendien had ik verwacht dat mijn tong op de grond ging plakken na de test, maar dat viel dik tegen. Terwijl andere testers rood aanliepen en het hadden over ‘superzwaar’, dacht ik dat ik iets verkeerds deed want ik was altijd de laatste en bleef vrolijk meezingen.

Ik moest vijf keer 1200m lopen in een bepaalde hartslagzone, daarna prikte Bart telkens bloed en vroeg naar mijn gevoel. De eerste drie hartslagzones voelde ik mij geweldig belachelijk, want ik moest me echt forceren om zo traag te lopen en die hartslag (zo laag) te houden. Toen Bart daarna vroeg hoe ik me voelde, zei ik dat ik nog vlot een plaat kon aankondigen tijdens die loopjes. Pas de vierde keer voelde het zoals ik normaal zou lopen, de vijfde keer moest ik echt wel serieus duwen. Na 5x1200m moest ik nog eens een sprintje trekken, en dat was het. Ik had niet eens het gevoel dat ik echt moe was, en voelde me wat stom dat mijn rondjes zo vreselijk traag waren.

Ik kan het nog altijd niet geloven, maar dat bleek dus eigenlijk (relatief) goed nieuws. Meteen na de test zei Bart dat mijn basisconditie goed is en dat er nog veel marge is voor verbetering. Ik heb een hoge hartslag, maar voel daar ook niet veel van. Gisteren viel mijn trainingsschema in de bus.

Het ziet er allemaal geweldig serieus uit, alsof ik een halve topsporter ben. Met duurlopen, intervaltrainingen en piramides. Met uitleg over omslagpunten, anaerobe dingen en andere termen waar een (sport)woordenboek voor uitgevonden is.

Maar vanaf nu werk ik dus met een trainingsschema. Hoe cool is dat wel niet? En daarmee ligt dan ook vast dat ik eind oktober een halve marathon ga lopen, als er geen onverwachte omstandigheden stokken in de wielen steken. Ik kan nog altijd niet geloven dat de Sofie die zich vroeger na 100m lopen bijna door de corbiaar moest laten opladen,  zondag echt Dwars door Brugge gaat doen. Ik, dat is toch zot?

Basiel vroeg daarnet of ik ging proberen om te winnen zondag, dat zou hij wel heel fijn vinden. Ik probeerde uit te leggen dat ik al een beetje gewonnen was door mee te doen, maar dat was iets te moeilijke logica voor een bijna 5-jarige. Toen ik zei dat ik sowieso een medaille zou krijgen, was het trouwens in orde voor hem. Want dat was toch alleen maar voor de mensen die gewinnen zijn mama?

Afgelopen weekend heb ik voor de mentale gezondheid een toer van 16km gedaan. De vorige 15 gingen vlot, maar deze keer was het mottig. Echt afzien vanaf kilometer 11 en bleiten vanaf km14. Ik had nochtans vaseline tusssen mijn benen gesmeerd, maar niet genoeg om brandwonden te voorkomen. Op het einde was er – slagroom op de taart – nog een stevige helling en daarna dacht ik vijf minuten dat ik nooit nog zou lopen. Maar vandaag kriebelt het alweer. Zondag draag ik een langere broek (dat zou de rijbroekvleeswonden moeten voorkomen) en ga ik gewoon genieten van mijn prestatie.

Er ontbreekt nog maar één ding in het hele verhaal. Dat hele trainingsschema werkt op hartslag, en ik heb alleen een ingewikkelde afdanker van mijn lief. Ik wil iets dat goed is, handig en liefst ook nog wat mooi. (Tips zijn welgekomen!)

Maar ik loop op Moederdag 15km, dus qua ideaal cadeau moet ik niet meer hint geven zeker?

PS: Doe jij misschien ook mee? Of kom je supporteren? Laat zeker iets weten of van je horen onderweg! Kunnen we high fiven of zo.

 

PS: Deze post is op geen enkele manier gesponsord, al had ik dat misschien beter wel gevraagd met al die reclame *lacht een beetje groen*. Ik heb voor de lactaattest 75 euro betaald.

Posted in Bewegen | 14 Comments

Het is geen tussendoortje, een kind.

Beste ouders, moeders, vaders, regering, maatschappij,

Er moet mij wat van het hart. Het is geen geheim dat ik een grote voorstander ben van borstvoeding. Misschien moet ik zelfs het woord ‘voorvechter’ gebruiken, want ik durf wel op de barricaden gaan staan. Of van mijn tak maken. Of mensen boos maken. Of mensen helpen. Of mensen raken.

Het ligt in ieder geval heel gevoelig, elke keer opnieuw. Want door te zeggen dat je pro borstvoeding bent, trap je bijna automatisch – ook al is het nooit zo bedoeld – op (flessen)tenen. Het naar voor schuiven van de (uitvoerig wetenschappelijk bewezen) voordelen van borstvoeding, staat voor veel mensen gelijk aan het veroordelen van ouders die bewust voor kunstvoeding kiezen/overstappen/zich gefaald voelen omdat het niet gelukt is/geen andere keuze hebben, omdat ze ‘het beste’ niet aan hun kind hebben kunnen geven. Hoewel die ouders – en ik mag hopen elke ouder – alleen maar ‘het beste’ voorhebben met hun kind.

Maar ik wil toch wel een grote kanttekening maken bij de discussie. Want wat is een ‘bewuste’ keuze als je niet alle feiten kent? Of als je door ‘omstandigheden’ bij iets anders bent uitgekomen, dan je eigenlijk wilde? Er zit wel een rauw kantje aan dat hele borst-fles-discours. In de eerste plaats zou het geen discussie mogen zijn, want iedere ouder beslist voor zichzelf. Maar het kan ook geen eerlijk discours zijn,  als niet alle partijen vrijuit mogen spreken. Om flesouders niet te kwetsen, is het – zo ondervind ik aan den lijve – not done om de waarheid rond borstvoeding te zeggen. Cut the crap, het is gewoon het beste spul dat er bestaat voor een kind. Punt.

Veel mensen gaan er van uit dat borstmelk en kunstvoeding op gelijke hoogte staan. Dat het grote verschil is dat borstvoeding heel zwaar, pijnlijk en lastig is – en kunstvoeding heel duur.  Ooh ja, er is iets met antistoffen maar goed, er zijn ook zoveel nadelen aan borstvoeding dat we dat wel even kunnen vergeten? Dat klopt natuurlijk niet, en ik vind het wel tijd om dat te mogen uitspreken. Ik zoek naar maatschappelijk draagvlak daarvoor, net als meer ondersteuning voor (borstvoedende) moeders.

Maar dat wil niet zeggen dat borstvoeding voor elke mama een haalbare kaart is. Dat wil al helemaal niet zeggen dat kunstvoeding slecht is.  Of nog erger, dat flesouders slechte ouders zijn. Cut the crap, voeding zegt helemaal niets over je ouderschap. Het zou fijn zijn als het zo ook niet opgevat werd.

Ouders maken elke dag duizend uiteenlopende keuzes. Over scholen, over een snoepje, over kledij, over bedtijd, over hobby’s, over grootte van gezin of over kinderopvang. Ik noem er maar een paar. Wat het beste voor de ene is, is daarom niet het beste voor de andere. Ouderschap is loslaten. Ik ga er gemakshalve vanuit dat iedereen het beste wil voor zijn kind, maar dat iedereen ook beseft dat het niet altijd mogelijk is om dat na te streven. Soms is goed genoeg kei ok, cause the struggle is already hard enough.

Maar er moest me dus iets van het hart: ik begrijp niet waarom wij zo hard proberen om weg te lopen van wat we zijn? Heel veel mensen willen kinderen.  Een zwangerschap plus bevalling nemen we er nog net bij, maar voor de rest moet het leven precies zo snel mogelijk weer verlopen zoals voorheen.

Dat is niet zo, een kind krijgen is een ingrijpende gebeurtenis. Als je negen maanden onder de hartslag van je moeder hebt gewoond, vind ik het behoorlijk moeilijk dat je na negen weken naar de kinderopvang moet. (Hartjes voor de kinderopvang trouwens, top dat het er is!) Omdat het niet anders kan, omdat er voor zelfstandigen onvoldoende faciliteiten uitgebouwd zijn om langer thuis te blijven. Of vijftien weken voor werknemers, echt kort als je naar de noden van een baby kijkt, die dan het liefst nog heel dicht bij zijn ouders wil zijn. Tenzij je dat prima vindt, dan heb ik niets gezegd. Dit is trouwens geen sneer naar iemand, alleen misschien naar ‘het systeem’. Ook al heeft dat weinig zin.

Uiteraard schiet borstvoeding er dan vaak bij in, gesteld dat die de kraamtijd al overleefd heeft. Het vraagt ook verdomd veel wilskracht, energie en gedoe om werken en kolven te combineren. En zegt de algemene volkswijsheid niet dat de eerste maanden zinvol zijn, maar dat het daarna geen meerwaarde meer heeft? (De volkswijsheid heeft uiteraard ongelijk, maar dat zal voor een volgende keer zijn. Of surf eens wat rond op WHO, als je niet kan wachten). Het is ook iets ongelooflijk moois en krachtig, dat ervaar ik elke dag.

Feit is: ik ben een zoogdier. Maar ik ben ook een geëmancipeerde vrouw met een ongelooflijk fijne job. Ik ben een moeder. Ik sport. Ik ben het lief van mijn lief. Ik heb nog andere hobby’s. Ik heb vrienden en vriendinnen. Dat wil ik niet veranderen. Maar op het moment dat ik een kind baarde, was ik even (of even langer) vooral een zoogdier. Borstvoeding is gewoon het vervolg van een zwangerschap, maar dat wordt in deze (geëmancipeerde) maatschappij vaak niet meer zo bekeken.

Moeders kunnen vandaag een keuze maken of ze die uitloper van de zwangerschap erbij nemen of niet. Emancipatie, top! Maar daardoor is borstvoeding wel in een soort verdomhoekje geraakt, wat ik heel erg jammer vind. Past het niet bij een geëmancipeerde vrouw om je kindje nog langer dan negen maanden te laten verder groeien (uit de buik) met wat de natuur voorzien heeft? Is het te moeilijk om te combineren met de andere taken die van een vrouw/moeder verwacht worden?

We moeten er ook geen doekjes om winden, de kolfperiode vraagt een ferme inspanning. Gescheiden zijn van je kind, maakt borstvoeding gewoon een pak ingewikkelder. En ik heb het over de geëmancipeerde vrouw, maar de meeste langvoeders zijn wel hoogopgeleide vrouwen. Dus loopt mijn redenering al meteen mis? Of schort er gewoon echt iets aan de algemene kennis rond borstvoeding?

Het loopt naar mijn gevoel een beetje mis, in hoe we het krijgen van een kind benaderen. We moeten zo snel mogelijk weer een platte buik en dito lijf hebben, zo snel mogelijk weer aan het werk gaan, zo snel mogelijk weer aan de me-time zitten,  zo snel mogelijk doen alsof het krijgen van dat kind gewoon een tussendoortje was.

Dat stoot me voor de borst, echt. Om verschillende redenen, maar vooral omdat – ook door de gebrekkige kennis en hulpverlening – (lang) borstvoeding zo bijna een loodzware opdracht en tegelijkertijd een futiliteit is geworden. Want om op een comfortabele manier borstvoeding te kunnen geven, moet je bij je kind zijn. En hoewel daar allerlei (sterk verbeterbare) systemen voor bestaan , is het maatschappelijk (nog?) niet (overal?) echt aanvaard. En voor veel mensen onmogelijk. Of zelfs gewoon raar.

Ik laat de hele vader of mee-moeders hier een klein beetje buiten. Ik acht hun rol nochtans van onschatbare waarde. Maar er is maar één persoon die het kind kan baren en zogen, dat is gewoon een feit. Gelukkig zijn er zoveel andere rollen te vervullen, zoveel andere vlakken waar jullie zo waardevol kunnen zijn. Dus ja, meer tijd voor hen om er zijn, steun ik uiteraard.

In mijn ideale wereld zou niemand twijfelen aan de voordelen van borstvoeding. In mijn ideale wereld zou borstvoeding een positief imago hebben. Met wat kwaaltjes helaas, zoals bij een zwangerschap. Maar vooral met veel ondersteuning op veel fronten, zodat het aangenaam haalbaar is.

In mijn ideale wereld zou er uiteraard ook kunstvoeding bestaan, want gelukkig maar. Maar ik zou toch willen pleiten om terug een klein beetje dichter bij onszelf te komen. Emancipatie en natuur (seks – zwangerschap – bevalling – borstvoeding) hoeven elkaar niet in de weg te staan, maar kunnen elkaar ook omarmen. In mijn perfecte wereld zou iedereen zich gelukkig voelen, maar zich ook veel minder vragen stellen bij borstvoeding. Het zou gewoon – daar ben ik weer – het logische gevolg zijn van een zwangerschap.

Mijn ideale wereld ligt in utopia, dat besef ik. Ik ben natuurlijk ook niet objectief, want mijn blik is vertroebeld door het hormoon oxytocine dat ik dankzij de borstvoeding blijf aanmaken. Maar ik hoop dat er ooit toch een kleine kentering komt, dat we het wonder der natuur omarmen ipv verstoten, scheef bekijken of minimaliseren.

Maar ik vraag wel veel, misschien kunnen we het er gewoon al over eens zijn dat het krijgen van een kind geen tussendoortje is?

Dat lijkt me al heel fijn. En misschien een eerste stap in een nieuwe (of oeroude?) richting.

Posted in Borstvoeding | 42 Comments

Brandweerfun.

Ik hou van lege weekends. De werkweek kan soms zo zwaar zijn, dat ik – en onze kroost ook – de weekends vaak echt nodig hebben om te bekomen. En om het huishouden bij te werken (wanneer gaan ze nu eens kaboutertjes uitvinden?). Ik vind het ongelooflijk jammer dat superleuke dingen daardoor soms een opdracht kunnen worden, en ik vind het nog erger dat ik daarom af en toe bewust nee moet zeggen. Maar een versnelling lager schakelen is soms echt nodig. En kan zoveel deugd doen.

Vrijdagavond hebben we de oversteek gemaakt naar de heimat voor het verjaardagsfeestje van nichtje Estée, maar de rest van het weekend was heerlijk leeg. Gisterenmiddag heb ik wel een lactaattest gedaan. Vaneigens dat er daar nog een verslag van komt, maar ik wacht mijn officieel rapport en trainingsschema nog af. En ik ging sowieso gaan lopen, dus dat paste wel. De rest van het weekend: blank.

Het weer is eindelijk weer een beetje op temperatuur, en om te vermijden dat we de hele dag binnen blijven hangen (ook al hebben we een gezellig tuintje, wij kunnen echte hangers zijn) trokken we naar de opendeurdag van de Gentse brandweer.

Een echte aanrader, zeker voor gezinnen met (jonge) kinderen. Het is al een spectaculaire omgeving om rond te lopen zonder activiteiten, maar ze doen geweldig hun best om er iets van te maken. Met succes, de brandweerfun spat er van af.

Je kan een ritje maken in de brandweerwagen (sirene inclusief), op de ladder klimmen, er staan springkastelen, je mag van de paal glijden, in brandweerwagens klimmen, er staat een draaimolen. De lijst is eindeloos. Ze geven tussendoor ook rondleidingen en demobranden, je verveelt je echt geen moment. Ik laat de beelden voor zich spreken.

Je kan de Gentse brandweer ook volgen via Helden van hier: Door het vuur (ik was maar een klein beetje starstruck af en toe) en we hebben nu ook aan den lijve mogen ondervinden dat het allemaal geweldig vriendelijke kerels zijn. Geen brandweervrouwen gezien, maar hopelijk is dat toeval. Je kan de brandweer maar beter tegenkomen op hun opendeurdag, want voor de rest zie je ze liever niet natuurlijk.

Als Felix niet bijna op een brandweerwagen in slaap was gevallen, hingen we daar nog rond. Maar we zitten nog wat vast aan dutjes, iets waar moeder ook af en toe deugd van heeft.  Want uiteraard is het voor mij is geen verlengd weekend. Ik mag morgen wel een uurtje langer slapen (tot 4u40 – jochei!), maar van 7u tot 9u zijn Stefan en ik op post met de Goeie Morgen.

Net als de brandweer trouwens, want die zijn er altijd. Dikke pluim voor de helden van Zone Centrum. Tot volgend jaar!

Posted in Gent, Kind en gezin, Rapporteren, Trippen | 4 Comments

Stilstaan is achteruitgaan #circulatieplan

Je wordt platgeslagen met berichtgeving over het circulatieplan, waarbij de tegenstanders heel hard schreeuwen dat de stad dood is en de voorstanders even luid roepen dat er nergens een probleem is. De waarheid ligt meestal in het midden waarschijnlijk, al ik ben toch vooral geneigd om blij te zijn met de voorlopige resultaten.

Ik heb gemakkelijk praten natuurlijk. Mijn auto rijdt doorgaans rond 4u10 de ring op, ik mag al blij zijn als ik dan iemand tegenkom. In de namiddag kom ik weer thuis en dankzij het betalend parkeren, kan ik meestal zelfs IN mijn eigen straat parkeren. Hoera daarvoor!

Wij betalen trouwens 250 euro per jaar voor een tweede bewonerskaart (de eerste is gratis), waar heel wat mensen serieus boos over zijn. Hoewel 250 euro per jaar best een pijnlijke zaak is in onze portemonnee, vind ik het wel terecht. Twee auto’s voor één gezin in het midden van de stad, dat is eigenlijk niet ok. Maar goed, ik heb een heel specifieke en speciale job, ik heb die auto echt nodig. Het ding is er voor uitgevonden, daar gaan we nu ook niet te onnozel over doen. Mottig en duur, maar het is wat het is. Het is mijn keuze om die zotte doch fantastische job te doen, dus ik neem de auto (en gigantisch dure kost) erbij.

Maar mijn Opel Corsa ziet de binnenkant van de stad vrijwel nooit. Ik rij ermee naar mijn werk en terug, af en toe een keertje naar familie of verre vrienden (een heel deel kunnen we gelukkig met de fiets bezoeken) en heel af en toe – bij grote boodschappen – naar een nabijgelegen supermarkt. Maar ik ben heel streng, alle verplaatsingen in Gent gebeuren te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. Ik vind dat niet meer dan logisch, voor mij liefst zo weinig mogelijk auto’s in de stad.

Niet alleen in Gent trouwens. Als ik me naar een andere stad in Vlaanderen begeef, maak ik altijd dezelfde denkoefening. Hoe kan ik met mijn auto uit de stad blijven? Ik voel me ongemakkelijk met een auto in het centrum van de stad, ik heb altijd het gevoel dat ik dan een tang op een varken ben. In Antwerpen parkeer ik me op Linkeroever en neem de tram of voetgangerstunnel, in Brugge heb ik schoonouders in de buurt waar de auto kan staan en we fietsen kunnen lenen, in Hasselt parkeer ik me aan de rand en doe de rest te voet… Met mijn auto IN de stad rijden, is altijd de laatst mogelijke optie. Ik ken ook eerder tram- en buslijnen dan parkings. Het voelt altijd fijner om mijn auto aan de rand te laten staan.

Voor hele coole auto's kunnen we soms een uitzondering maken.

Voor hele coole auto’s kunnen we soms een uitzondering maken.

Ik hoop dat we een kleine mentaliteitswijziging kunnen teweeg brengen, traag maar zeker. In Gent zijn er al veel mensen die de auto aan de kant laten staan, maar er is nog veel werk. Begrijp me niet verkeerd, ik wil de auto niet verketteren. Ik hoop dat er altijd autoruimte zal zijn voor mensen die niet anders kunnen, die er wonen, die moeten lossen/laden, hulpdiensten en andere aangelanden. Maar vaak vraagt het maar een klein beetje anders denken, om de auto op stal te laten staan. Volgens mij is er geen snellere en leukere manier om je door Gent te bewegen dan met de fiets, ook al krijg ik jeukende handen van al die kasseien.

Ondertussen denk je misschien dat Filip Watteeuw mij persoonlijk sponsort om het nieuwe circulatieplan te verdedigen, maar niets is minder waar. Er zijn wat mij betreft ook wel wat pijnpunten:

  • Er zijn veel te weinig geschikte park&rides. Daar waar de tram stopt om mensen naar de stad te brengen, kan je geen plaatsje meer vinden. Daar waar je op de bus moest stappen, is er amper bezetting. Wat ik volledig begrijp, ik neem ook veel liever de tram dan de bus. Om duizend redenen. In ieder geval: daar is nog veel werk.
  • Openbaar vervoer: ondermaats en veel te duur. Dat is voor mij een heel zwaar werkpunt. Wij nemen geregeld bus 3 die ons netjes op de Korenmarkt afzet, maar het is zelden of nooit een aangenaam ritje. De buggytheek onder de stadshal is een fantastisch initiatief, maar moet je daar ook weer achterlaten op een bepaald moment. Ik sukkel dus meestal met de buggy de bus op, en dat is hoogst onaangenaam. Moeder, twee kinderen en een buggy: ge zijt blij als ge St Michielshelling ziet en weet dat ge er bijna af moogt. En die prijs, auch.
  • ‘Ons’ stukje ring, wat neerkomt op Nieuwevaart/Palinghuizen/Rooigemlaan tot aan de Drongense steenweg. Daar zat het vroeger natuurlijk ook al zwaar vast, maar met wat denkwerk is daar zeker nog verbetering mogelijk.

Conclusie: ik had veel meer verwacht van het circulatieplan. Veel meer problemen, maar ook veel ingrijpendere veranderingen. Eigenlijk valt het allemaal bijzonder goed mee. Wij wonen natuurlijk niet in een stadsdeel waar een vergunning voor nodig is, maar toch. Het valt allemaal mee. Als iedereen – zelfs de verzuurde autogebruikers die vergeten zijn dat je met twee wielen en een regenjas ook best ver geraakt – een klein beetje anders gaat denken, dan hoeven we die vreselijke term ‘koning auto’ binnenkort misschien niet meer te gebruiken. Misschien ben ik niet objectief genoeg omdat autorijden voor mij een straf is en fietsen me gelukkig maakt, maar misschien kan het toch echt geen kwaad om na te denken over onze mobiliteit.


Vanmiddag heb ik trouwens gigantisch gezondigd tegen mijn eigen regel. Normaal mag ik van mezelf de auto niet gebruiken voor verplaatsingen onder de 10km, maar ik moest daarna nog op tv komen en zag een verlept motregenkapsel even niet zitten. Net genoeg ijdelheid om de fiets voor een keertje te laten staan. Plus, ik wou ook nog wat nagenieten van het werk van de visagiste.

Gelukkig zijn er uitzonderingen om de regel te bevestigen.

En wat zijn jouw ervaringen?

Posted in Gent, Uncategorized | 22 Comments

The vegan bakers: Sofie en Sofie

Je kan me bezwaarlijk een keukenprinses noemen. Dat onze kinderen warm eten op school en ik vaak aanschuif in het bedrijfsrestaurant met een tupperware pot voor de portie van mijn lief, is niet omdat ik zo graag in de keuken sta. Ik haal daar geen voldoening uit en heb daar vaak ook de energie niet meer voor (in de week).

Als we in het weekend de vraag ‘wat gaan we eten’ kunnen beantwoorden, vind ik het (meestal) niet erg om dat ook te maken. In de categorie hartig lukt het allemaal prima, maar zoet is een ander verhaal. Ik kan een kom tiramisu met rode vruchten maken, maar daarbuiten is het woord misbaksel speciaal voor mij uitgevonden. Ongeveer alles wat ik in de oven stop, komt er anders uit dan het ooit bedoeld was.

De aanhouder wint, dus ik blijf proberen. Maar toen er onlangs een extra dimensie bijkwam door de koemelkallergie van Felix, had ik de deegrol bijna naar het containerpark gebracht. Veganistisch bakken – zonder eieren, room, melk of boter – dat is toch echt wel om problemen vragen?

Maar deus ex machine was daar Sofie, een vegantische keukenprinses met extra veel aandacht voor zoete lekkernijen. Tussen twee chatsessies over doorkomende tanden en etterende oren door, nodigde ze me uit voor een veganistische bakworkshop. Slash koffieklets. Slash bloggers onder elkaar.

Een paar weken geleden zat ik op woensdagmiddag in haar keuken en deed ze uit de losse pols wat voorstellen. Muffins met appel en speculoos? I’m in. En misschien nog wat pindakaas-chocoladekoekjes ook? Nu dat we toch bezig zijn! Ik wist toen al dat mijn vastendag meer dan waarschijnlijk de mist zou ingaan.

Sofie begon meteen allerlei spullen boven te halen, uit te leggen en ondertussen bij elkaar te gooien. Ik was nogal overweldigd maar heb volgende dingen toch onthouden. Een paar baktips, dat had ge van mij ook niet zien komen he ;).

1.“zout versterkt zoet”: elk zoet gerecht heeft toch een toets zout nodig, zodat de zoete smaak nog beter naar boven komt. (Ik kon alleen nog maar denken aan caramel met een snuifje zout toen ze dat zei, maar dat is nu toevallig ook gewoon te lekker voor woorden)

2. Hou je droge en natte ingrediënten apart. SUPERTIP. Je werkt met twee kommen, en pas op het einde gooi je de boel samen. (Bakpoeder reageert bijvoorbeeld op vocht)

3.Suiker is een uitzondering in de nat/droog-scheiding, dat kan ook bij de natte pot omdat suiker dan al kan oplossen.

4.Speculoos is altijd vegan (winner!), pindakaas trouwens ook

5.Kokosolie is handig bij koekjes, want die helpen koekjes dan ook opstijven (want kokosolie op kamertemperatuur is een vaste materie)

6.ei is het moeilijkste te vervangen bij een veganistische bak, want dat heeft veel speciale eigenschappen. Maar Sofie heeft een aantal goeie tips. (Ei is een ideaal bindmiddel, maar zorgt bijvoorbeeld ook voor luchtigheid)

7.verhoudingen zijn heel belangrijk bij bakken. Maar dingen als eetlepels en soeplepels zijn eigenlijk ook niet wat we er van denken. Je hebt speciale cups/lepels zodat je altijd de juiste afmetingen hebt. Ik ga er me zo eentje aanschaffen denk ik. (En alle redenen zijn goed om eens in de Dille en Kamille rond te hangen, toch?)

Ik ging uiteindelijk naar huis met een in mijn brooddoosje: een gezellige middag, heerlijke koekjes en zalige muffins. Voor de recepten verwijs ik je graag door naar the master.

En als gij tegen niemand zegt dat de koekjes bijna op waren tegen dat ik thuis was, dan zal ik ook zwijgen.

Posted in Rapporteren, Want zo ben ik | 5 Comments

De blooper van Bloomon

Ik ben een bloemenmeisje. Ik word ongelooflijk gelukkig van bloemen in huis. Het is een grote schande dat er in veel supermarkten bloemen aan de kassa liggen, want ik kan daar amper aan weerstaan. Long story short: bloemen zijn de x-factor van mijn huis.

Voor mijn verjaardag kreeg ik een bloomonpakket van mijn lief. Het was om verschillende redenen al de leukste verjaardag in jaren, maar die meneer van Bubblepost met zijn bos bloemen maakte het helemaal perfect.

Ik heb ook de volle twee weken genoten van het boeket. De instructies gevolgd en af en toe een verlept bloempje verwijderd, maar er was altijd genoeg over om van te genieten. De vaas die er die keer bij zat (promotie!) maakte het plaatje helemaal compleet.

Mijn lief kreeg automatisch de vraag om van die eenmalige keer een abonnement te maken, en na een paar dagen twijfelen vond ik dat wel een goed idee. Elke maand een boeket om mijn bureau op te fleuren. Want dat werkt gewoon zoveel beter met bloemen als gezelschapsdame. En stel dat er klanten komen, dan  kijken die misschien naast de rommel omdat ze op een mooi boeket kunnen kijken. Win-win.

En dag voor de eerste levering kreeg ik volgende sms:

“Beste Sofie, morgen staat jouw levering gepland tussen 19u45 en 20u45. Geniet van de bloemen! Groeten van bloomon.”

Het kwam een beetje slecht uit dat Tom niet thuis was die avond, want 20u45 is ver voorbij mijn bedtijd. Toen er om 21u nog altijd niemand aan de deur was geweest, ben ik maar gaan slapen. Ik moet om 3u40 opstaan, ik kon het echt niet langer trekken. Bovendien zijn de enige tijdslots die je kan kiezen tussen 9u-18u of tussen 18u-22u. Dat is wel een hele grote gijzeling aan je huis, daar kan best iets aan gebeuren bloomon.

Om 22u heb ik weer een bericht gekregen, met de volgende woorden.

Ik stond aan de grond genageld. Want ik was wel thuis. En het klinkt natuurlijk wel nobel dat ze je bloemen doneren aan een nabijgelegen ziekenhuis, maar ik kon er toch niet echt mee lachen. Als ik een ander pakketje aan huis laat leveren, ben ik dat ook niet kwijt als ik op het afgesproken uur de deur niet open doe. Ze waren er trouwens ook niet op het afgesproken tijdstip en persoonlijk vind ik 22u echt geen uur meer om dingen aan de deur te leveren. Maar dat ligt misschien aan mijn speciaal bioritme. Alhoewel, mijn buren hebben duidelijk ook niet open gedaan.

Geen bloemen dus die maand, en de compensatie heb ik ook nog niet ontvangen. Toen daarna ook nog de vaas op de meest bizarre manier kapot ging, was het me helemaal beu. Mijn vrienden spreken over een Sofietje doen als het over lompe dingen gaat, maar ik zweer dat ik er dit keer niets mee te maken heb. De vaas stond namelijk gewoon bij de vazen. Ik heb ze niet aangeraakt, en ik zou ook niet weten hoe ik zo een schadegeval zou kunnen veroorzaken.

Bon, gisteren was het weer zover. De bloemen zijn geleverd en ik vind ze deze keer zelfs niet echt mooi. Misschien omdat ik een beetje boos ben op bloomon.be, omdat ze twee keer gedaan hebben alsof hun neus bloedt.

Vermoedelijk ga ik het abonnement dus stopzetten. Want hoewel de bloemen van geweldige kwaliteit zijn en ik grote fan ben van het concept, vind ik hun dienstverlening echt ondermaats. En kan ik misschien beter de lokale bloemeneconomie steunen.

Jammer wel, want ik heb nog veel werk dat veel lekkerder ging werken met bloemen.

(En wat is dat ook met die lange stengel joh, op wat slaagt dat?)

 

Aanvulling: Een week later kreeg ik telefoon van Bloomon. Ze zitten verveeld met de zaak *roloog* en bieden me een nieuwe bos bloemen en vaas aan. Ze hadden de helft van het bedrag wel teruggestort, maar zich vergist met de komma. Daardoor was er maar 13 cent teruggestort. Maar goed, bedankt Bloomon, misschien kunnen we vriendjes blijven. *kipoog* 

Posted in Er zijn zo van die dingen, Thuis en al | 18 Comments

21 dingen waarvan ik wou dat ze kcal-loos waren.

Ik ga morgen naar de sauna. Ik heb nochtans geen lijf om mee uit te pakken. Het is bezaaid met psoriasis guttata-vlekken en mensen gaan voorzekers denken dat ik een of andere geweldig besmettelijke ziekte heb. Quod non. Ik heb gewoon veel last van stress – en de vermoeidheid van een slechte slaper én een ochtendshow, hebben hun tol geëist. Mijn lijf heeft een shutdown gedaan en ik heb nog een week om het proberen recht te trekken. Een week om te herstellen, aan te sterken, bij te slapen, weer mens te worden.

Om maar te zeggen dat ik dus morgen naar de sauna ga met wat topwijven, wat perfect in dat rustplan past. Ik moest van de dermatoloog eigenlijk op vakantie gaan naar de zon, maar dat bleek niet meer haalbaar. Eigenlijk vooral onbetaalbaar, ook al heeft mijn lief echt heel hard mee helpen zoeken naar een bestemming.

Soit, geen saunalijf dus. Want er zijn ook weer wat kilo’s bijgeslopen. Ik voel me daar allerminst gelukkig over, maar dat heeft me nog nooit tegengehouden om in de wellness met mijn foef te gaan zwaaien. Morgen dus sauna. Ideaal moment om de vetrollen aan te scherpen met dingen waarvan ik echt hoopte dat ik ze ongebreideld in mijn mond kon stoppen:

  1. voorgebakken (bij voorkeur half warm) stokbrood met gezouten boter en wat peper
  2. ronde suisse (of ronde rozijnenkoek in bepaalde andere landstreken)
  3. aardbeisnoepjes uit de doos van de Colruyt waar ook rode nestels, zure nestels en zure matten inzitten
  4. mozarella in de oven (koud ook geen klachten)
  5. Cote d’or chocolade met amandel en een snuifje zout
  6. dame blanche (met echte chocoladesaus, niet uit een potteke – vaneigens niet)
  7. kempische galetten (de harde)
  8. oreo’s
  9. frietjes van de frituur / versgebakken frietjes
  10. garnaalkroketten
  11. asperges in botersaus
  12. aardappel in de schil met kei veel lookboter op de bbq
  13. viandel speciale (jaja, ik weet het, ik eet eigenlijk geen vlees, maar iedereen heeft zondes)
  14. hamburger van de McDonalds (jaja, rol maar met uw ogen)
  15. macarons
  16. draculatanden
  17. zak snoep van het kruidvat of van de markt
  18. Berlijnse bol
  19. pannenkoeken
  20. sushi
  21. M&M’s uit de blauwe zak

Dit gezegd zijnde, na de Paasvakantie wordt de broeksriem zwaar aangespannen en vliegen we er vollen bak weer in met 5:2. Nooit gestopt eigenlijk, maar op de een of andere manier toch last van winterkilo’s. En die moeten er weer af, samen met meer.

Volgende week dus. Vul ondertussen het rijtje gerust aan, want ik ben zeker dingen vergeten. Massa’s.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 13 Comments