Exit camping living voor een nachtje in Badhotel Domburg in Zeeland.

Op woensdag kreeg ik een mail of we zin hadden om de vernieuwde familiesuite in het Badhotel in Domburg te gaan testen, op zaterdagmiddag zaten wij met twee enthousiaste kinderen in de auto richting Zeeland. Soms komen de gelukjes plots en onverwachts uit de lucht vallen.

Zodra ik op Instagram iets had laten vallen over onze plannen, kreeg ik meteen berichtjes van mensen die er al geweest waren. Of die van plan waren te gaan. Stuk voor stuk positief, dus wij hadden er op slag nog meer zin in.

Ik kan het al spoilen: het was inderdaad fantastisch. Ik draag eerlijkheid hoog in het vaandel, maar bij het Badhotel Domburg is het gewoon echt moeilijk om minpuntjes te ontdekken.

Laat mij beginnen bij de kamer, of zal ik zeggen: het appartement. De vernieuwde familiesuite is een droom in vergelijking met onze volgepropte camping living. Twee aparte slaapkamers, twee toiletten, een badkamer, een terras, een ruime hal, een zithoek en een grote tafel. Leuk vormgegeven, proper, tof. Misschien wel nog een tip voor het hotel: de verlichting in de slaapkamers. Die is hip en mooi, maar met het aangeboden licht kan je bijvoorbeeld geen kleren zoeken. Daarvoor is het net te donker. Maar samengevat: over de kamer niets dan goeds. Ik heb me zwaar moeten inhouden om de hangstoel op het terras en de zetel niet mee naar huis te nemen (wegens: zalig), maar het paste net niet in mijn koffer.

Toen ik aan de jongens vroeg wat ze het leukste vonden aan onze 24 uur in Domburg waren ze unaniem: het zwembad. Het was niet echt weer om buiten te komen, dus we zijn twee keer gaan zwemmen. Geen gigantisch waterparadijs, maar perfect om wat te ontspannen. Naar het schijnt is er ook een heerlijke wellness aan het hotel, maar dat is meer iets voor een weekendje zonder kinderen. Dat hebben we dus helaas niet kunnen testen.

Wat ons opviel in het hotel – en in Domburg in het algemeen: het is er heel kind- én hondvriendelijk. We hebben echt enorm veel honden gezien (kinderen ook hoor), maar het was op geen enkel moment storend. Bij de meeste horecazaken staan drinkbakjes op het terras (voor de honden, niet voor de kinderen), er hangen zakjes voor de grote boodschapjes (voor de honden, niet voor de kinderen), er is gewoon oog voor de viervoeters. Ideale omgeving ook natuurlijk. Als ik een hond was, zou ik ook graag dollen op het strand. En ook kinderen komen niets te kort. Er is namelijk zand en water. Als je daar nog wat zon bovenop gooit, dan zit je al goed voor een paar uur plezier. Helaas was de storm ook tot in Zeeland geraasd. We hebben het concept ‘uitwaaien’ uitvoerig kunnen testen.

Het Badhotel heeft een fantastische ligging. In het centrum, vlakbij de zee en met een bosje er rond. Verder is Domburg een gezellig kustdorpje. Typische Hollandse gezellige huisjes, ruimtelijke ordening waar over nagedacht is, mooie kustlijn tot gevolg (verwacht geen lelijke dijk met hoogbouw, de dijk is gewoon een heerlijk wandelpad), veel horeca en wat kleine winkeltjes. Lijkt me echt heerlijk om te wandelen en fietsen als er geen 7 Beaufort staat.

Met grote honger schoven we aan voor het diner. Ik was een beetje zenuwachtig, want eigenlijk waren we nog nooit met ons viertjes op restaurant geweest. Toch niet ’s avonds, in zo’n sjieke keet. We werden eigenlijk meteen gerust gesteld door de vriendelijke ober, want er stonden al kleurpotloden klaar op tafel. Een halve minuut later was er ook een verhoogkussen voor Felix en werden we aangenaam verrast door het kindermenu, dat een serieuze stap opzij zet van de standaard balletjes met kriekjes of kip met appelmoes. Basiel heeft zijn carpaccio laten staan, maar Felix heeft het wel opgesmikkeld. Ook de rest viel in de smaak. Ze hebben zich bovendien vrij voortreffelijk gedragen, dus vanaf nu kunnen we restauranten met onze boys.

Daarna zijn we eigenlijk meteen in bed gekropen, de verleiding van een echte slaapkamer was gewoon te groot. De jongens in de kinderkamer, wij in de mastersuite. Na elf weken camping living was het echt zalig om eens niet in de woonkamer te slapen. Zo gezellig zelfs dat ik de twee onromantische aparte bedden die niet goed bij elkaar bleven door de vingers kon zien.

Pas rond 7u30 kwamen de jongens bij ons gekropen, niet wetend welk spektakel ons dan nog te wachten stond. Het fantastische, heerlijke, lekkere,  zalige , prachtige ontbijt. Als mensen bij het programma ‘Met Vier in Bed’ commentaren geven als ‘het was te veel een hotelontbijt’, dan val ik bijna van mijn stoel. Ik ben een die hard fan van hotelontbijten. Bij voorkeur een buffet, waar ik even zoet mee ben.

Het walhalla: het ontbijt in Badhotel Domburg. Oh my fucking god, wat was dat? Alles was er, echt alles. Het hartige Engelse ontbijt, poffertjes, eitjes, gigantisch veel charcuterie (zelfs een complete verse zalm), verschillende soorten brood en pistoletjes, confituurtjes, fruit, groenten, verse sapjes, yoghurt…Ik heb gegeten tot mijn buik ontplofte. En dan vond ik het eigenlijk nog jammer dat ik moest stoppen, want het was gewoon zalig lekker. Ook geen klachten bij mijn drie mannen, die gingen eveneens met plezier voor een tweede (en derde – en vierde) ronde. De ontbijthemel, for sure.

Ik besef dat dit een weinig kritisch verslag is, maar er valt gewoon niet veel op Badhotel Domburg aan te merken. Supervriendelijk personeel, mooie kamer, heerlijk diner, fantastisch ontbijt. Wat wil je nog meer?

Ik was wel blij dat we de rekening niet moesten betalen, want het prijskaartje is stevig. Maar -eerlijk is eerlijk – wel terecht.

Posted in Trippen | 3 Comments

Vier maanden zonder auto: een verslag.

Ik draag eerlijkheid hoog in het vaandel, dus moet ik beginnen met te zeggen dat we niet helemaal zonder auto leven. We hebben onze tweede auto weggedaan, maar rijden dus wel nog altijd rond. Een autoloos leven is op dit moment compleet niet aan de orde, maar door mijn nieuwe job was die tweede auto wel overbodig geworden. Dus namen wij toch wel een dappere beslissing: weg ermee.

Ik heb een decennium lang beweerd dat mijn auto er alleen was voor mijn job. Door de onregelmatige uren én grote afstand was het gewoon onmogelijk om er met het openbaar vervoer te geraken. Als je om 5u op Antwerpen-Linkeroever moet staan, moet je namelijk al de dag voordien vertrekken. Echt onmogelijk dus. Ik heb heel vaak gevloekt op de auto (ik vind autorijden echt heel vermoeiend), maar begreep dat het niet anders kon. En uiteraard is het voor een gezin met twee kleine kinderen niet geheel onhandig om over twee voitures te beschikken, daar moeten we niet onnozel over doen. Die auto stond daar buiten de werkuren, dus ja, uiteraard werd die wel eens gebruikt.

Mijn huidige mobiliteit is volledig anders:

3km fietsen: thuis – Gent St Pieters

Trein Gent – Kortrijk (26 minuten voor de ene trein, 34 minuten voor de andere)

3km fietsen: station Kortrijk – Campus The Square

En ‘s avonds dan uiteraard de omgekeerde beweging. Dat betekent dat ik dus 12km fiets op een werkdag en een halfuurtje kan ontspannen/werken/lezen/Instagrammen op de trein. Heerlijk! Het enige nadeel is dat er niet zo heel veel treinen zijn tussen Kortrijk en Gent, waardoor je je wel altijd flink naar die uren moet richten. Maar goed, wordt ruimschoots gecompenseerd door het feit dat ik niet meer met de auto hoef te rijden.

Maar de evaluatie dus, wat is er veranderd?

We nemen vaker de trein. 

Er zijn een paar precaire momenten geweest, waarop ik anders snel in mijn auto was gesprongen. Maar tegelijkertijd hebben we al die situaties met wat denkwerk wel kunnen oplossen. Ik vind het wel heel vervelend dat we daarvoor vaak afhankelijk zijn van anderen, want niet iedereen woont naast een station. Als ik bijvoorbeeld naar mijn ouders ga, geraak ik vlot met de trein tot in Mechelen. Maar daarna zijn we afhankelijk van een lift van Mechelen Station tot OLV Waver. We kunnen ook wel een bus nemen, maar dat betekent een gigantische extra reistijd. Op dat vlak is er echt nog veel werk. Gelukkig vinden we meestal vlot een lift met de glimlach. (Waarvoor dank aan al die chauffeurs die ons al zijn komen halen)

Extra ademruimte (financieel, maar dus ook letterlijk).

We hebben serieus wat meer financiële ademruimte. Een auto is zoooooo duur, dat is echt ongelooflijk. Via het werk heb ik een gratis treinabonnement Gent-Kortrijk én een huurfiets. Mijn woon-werkverkeer is dus eigenlijk gratis geworden, terwijl het vroeger echt een aanzienlijk stuk van mijn loon opslokte. Met de fietsvergoeding kan ik sowieso de huur van de fiets in Kortrijk betalen. Echt gratis dus. Vroeger moest ik voor minstens 200 euro per maand tanken, een zware dobber. En dat is dan nog zonder de aankoopprijs, verzekeringen en onderhoudskosten. Bovendien ben ik nu veel fitter, want ik fiets bijna elke dag. Meestal niet op mijn thuiswerkdag, maar die begin ik standaard met een stevig ochtendloopje, dus dat is alvast gecompenseerd. Ik ben al een paar keer als waterkieken toegekomen, maar er zijn ergere dingen. Meestal vind ik fietsen gewoon heerlijk (Behalve met maxirokken helaas. Dat blijft toch een uitdaging)

Verlost. 

Ik voel me echt veel vrijer. Voor veel mensen staat een auto net gelijk aan vrijheid, maar ik vond het vooral een zwaar juk op mijn schouders. Ik ben dus blij dat we eindelijk de stap konden zetten. Voorlopig hebben we geen plannen om helemaal autoloos te worden, maar alle beetjes helpen, toch? We wonen natuurlijk ook in het centrum van de stad, waar je echt geen auto nodig hebt. Als we ons binnen Gent bewegen, is dat zoveel mogelijk met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer. Gaat prima.

Ik ben geen autofan, absoluut niet. Maar ik wil het ding ook niet verketteren, want het blijft natuurlijk ook wel heel handig. Als er dingen vervoerd moeten worden, dan is dat hoogst onhandig met de fiets of trein. Jammer genoeg is het openbaar vervoer ook nog altijd een zwaar pijnpunt buiten de stadscentra, dus we blijven autogebruikers.

Maar vier maanden nadat we de nummerplaten er af gevezen hebben, heb ik echt nog geen moment spijt gehad. Geen moment. Het is misschien maar een kleine bijdrage, maar ik heb er deugd van.

Ik ben wel benieuwd naar jouw mobiliteit? Nog fietsfans? Of ben jij eerder een grote autoliefhebber? En vooral, hoe ga jij naar het werk?

(Ik droom ervan volledig met de fiets te gaan, maar daarvoor is Kortrijk NET te ver). 

Posted in Bewegen, Werk | 23 Comments

Jaarbrief – Felix 4

Normaal gezien ben ik rond de periode van jouw verjaardag enorm nostalgisch naar de laatste loodjes zwangerschap, de bevalling en de kraamtijd. Het is de allereerste verjaardag dat ik er nog geen moment aan gedacht heb. Het gevoel overvalt me gewoon niet. Ik weet niet of dat komt door al het gemis, of gewoon omdat de navelstreng nu echt al vier jaar doorgeknipt is.

Want onze showman loopt hier al vier jaar rond. Ik mag dat woord met recht en rede gebruiken, want je steelt gewoon erg graag de show. “Kind van zijn moeder”, wordt er wel al eens geroepen, en ik vrees dat ze er niet zo ver naast zitten. We delen alvast een grote liefde: het podium.

Je bent ongelooflijk expressief. De gezichten die jij kan trekken, daar kan Jacques Vermeire nog iets van leren. Het ene moment strooi je volop liefde en vrolijkheid, het andere werk je noest aan je dramaqueengehalte. We moeten eerlijk toegeven: dat is best groot. Als je je zin niet krijgt, kan je op een halve seconde de sluizen openzetten met het nodige lawaai. Maar wij zijn net even koppig. Ook als je vier bent, mag je geen snoep als ontbijt. Mag je niet trouwen met de iPad. Mag je niet in je onderbroek naar school. #sorrynotsorry.

Dat naar school vertrekken verloopt niet altijd even vlot. Je grote broer staat vaak al een kwartier te wachten met schoenen en jas aan, als jij nog aan het kiezen bent welke onderbroek je vandaag gaat aantrekken. We slagen er niet in om je tempo op te drijven zonder incentive. Er zijn ’s morgens namelijk altijd dingen die belangrijker zijn dan je aankleden en vertrekken. Eten bijvoorbeeld, dat kan je blijven doen. Of spelen. “Nee, ik kan nog niet naar school vertrekken WANT IK HEB NOG NIET GESPEELD MAMA!”. Dat spelen is serieus business bij jou.

Het is fantastisch om te zien hoe jij je eigen wereld creëert tussen je speelgoed. Eigenlijk kan ik je soms wel uren met rust laten. Het enige wat je tomeloze fantasie kan onderbreken is een knorrende maag.  Eten is echt je hobby. Binnenkort gaan we zelfs proberen om op school van de lactosevrije voeding naar het normale menu over te stappen. Dat is een spannend proces, maar je kijkt er enorm naar uit. Net als naar de frietjes voor je verjaardag, die je zelf eigenlijk niet zo heel graag eet, maar die je speciaal gekozen hebt voor Basiel. Het ‘worstje’ (=frikandel/curryworst) gaat overigens wel vlot naar binnen, net als de ‘stokjes’ (= chicken fingers) en het ‘bruine sausje’ (=stoofvleessaus). Dat alles met ketchup uiteraard, dat zou je ongeveer met alles eten.

Je bent een aanwezig baasje. Je kan echt veel lawaai maken, ik excuseer me voor al die keren dat ik onderweg naar school gewoon “uhu” heb geknikt omdat ik je hele verhaal niet meer kon volgen. Je gedachten springen van de hak op de tak en je kwebbel wandelt vlotjes mee.

Als het niet volgens jouw plan gaat, dan is het wel eens moeilijk. Maar je bent het ook even snel vergeten. Je kusjes, zoentjes en knuffels zijn gelukkig meer dan dagelijkse kost. Ik geniet er enorm van. Wij allemaal.

Het moment waarop jouw warme lijfje uit bed stapt, richting ons bed strompelt en zich als een aapje rond mij draait. Ik hoop dat je dat als 4-jarige niet verleert. Want dat zijn mijn favoriete ochtenden.

Gelukkige verjaardag Fifi

(ook al mag ik dat niet meer zeggen, want “dat zeg ik tegen mijzelf als ik een baby was, maar nu ben ik wel groot hoor mama. Ik ben Felix.”)

Felix, onze heerlijke Felix.

Posted in Felix | 3 Comments

Het is nu echt gank. Serieus gank (met die verbouwingen)

Ik heb nog nooit zoveel behoefte gehad om te schrijven, maar tegelijkertijd is het nog nooit zo moeilijk geweest om er echt toe te komen. Het is chaos, overal.

Het is chaos in mijn hoofd en in mijn hart, in ons hart. We proberen de scherven op te rapen en weer aan elkaar te lijmen, maar het is verschrikkelijk moeilijk. Ik probeer de zware brokstukken op te ruimen, maar ze vallen even vaak met een harde slag terug op kleine weke delen. De tijd en ruimte is er gewoon niet, wat het allemaal nog veel moeilijker maakt. Nog. veel. moeilijker.

Het is ook chaos in ons huis. We wilden eigenlijk gewoon een tweede toilet, maar zitten nu “plots” in een halve ruwbouw. Niveau 1 en 2 zijn volledig gestript, het is echt te zot voor woorden. Het goede nieuws is: er zijn EINDELIJK werkmannen bezig. Het slechte nieuws is: er zitten constant werkmannen in ons huis.

De eerste zes weken waren relatief ok, want het was vooral met ons viertjes samenleven op een kleine ruimte. Dat kunnen wij, dat lukt. Het stof was binnen de perken. Maar ook dan begon het totale gebrek aan spullen en plaats me al geweldig zuur op te breken. De helft van onze inboedel zit opgeborgen bij vrienden en familie, we hebben gewoon heel veel dingen niet bij de hand.

De dingen die er wel zijn, staan geweldig in de weg. We hebben eigenlijk drie ruimtes: één badkamer (thank god, het is de enige ruimte die nog normaal is), de leefruimte (daar moet alles gebeuren: koken, eten, slapen, ontspannen, jassen en schoenen kwijtgeraken, boekentassen…) en onze vroegere bureauruimte (die is volgepropt met kasten waar onze kleren liggen, maar die ruimte is ondertussen ook compleet ten onder gegaan aan verbouwstof). Er is ook absoluut niet genoeg plaats in de kasten, waardoor het bijna onmogelijk is om daar een overzicht te houden. Ik ben dus blijkbaar enorm materialistisch als het op kledij aankomt, want het werkt serieus op mijn gemoed dat ik niet kan aantrekken wat ik wil. Ik kan niet meer dansen, en help.

Er is stof. Overal stof. En vuil. Echt smerigheid. Ik probeer de volgepropte camping living enigszins leefbaar te houden, maar dakwerkers met hun vuile bottinen moeten ook al eens naar het toilet. Ik begrijp dat. Ook al zorgt dat voor elke dag vuile sporen op de plek waar de kindjes een paar uur later hun matras schuiven. Ik was wel een klein beetje boos toen ze een stopcontact gebruikt hadden in onze opbergkamer en de deur wagenwijd hadden laten openstaan terwijl ze schouwen aan het afbreken waren. Sindsdien is onze “dressing” (=ik heb veel fantasie) eerder een zandkasteel.

Maar laten we ons focussen op het goede nieuws: met een dikke zes weken vertraging is er dan toch eindelijk een startschot gegeven. Meteen een kanonskogel, want na een dag hadden we al geen dak meer. Twee volle nachten hebben wij onder de blote hemel geslapen. Als in: niks van bescherming. Als we in de gang de trap opliepen, stonden we op een bepaald moment gewoon buiten. Echt crazy. Iedereen kon toen ook eigenlijk binnenwandelen, want via de ladder en stelling stond je zo op onze zolderverdieping. En van daar moest je maar gewoon de trap afdalen om naast ons bed te staan. Creepy, maar we hebben het overleefd.

Dakwerkers zijn snel zo blijkt, want tegen het weekend hadden we al nieuwe balken en een nieuw onderdak. Als alles goed gaat, zitten we voor het einde van de week met dakvensters en isolatie weer onder de pannen. Dan kan de trein eindelijk vertrekken: elektriciteit, loodgieters, plakkers….Het is de bedoeling om tegen de zomervakantie camping living volledig te kunnen opdoeken. Ik hoop ook dat het vuilste werk ondertussen gepasseerd is, maar de kans is waarschijnlijk groter dat ik morgen Jani in een driekwartsbroek tegenkom. Het voelt alsof we nog jaren stof gaan vreten. Geen idee hoe ik dat ooit allemaal proper krijg.

Het is chaos. Maar binnenkort wel chaos met een gloednieuw en asbestvrij dak.

En in het verre binnenkort hopelijk met twee prachtige “nieuwe” verdiepingen.

Komaan, waar zitten al die renoveerders? Hoe hebben jullie dat overleefd? Hoe ga je niet ten onder aan stof en ruimtegebrek?

 

 

Posted in Thuis en al | 6 Comments

De verrassingsverjaardag.

Het stond in de sterren geschreven dat het een verschrikkelijke 35ste verjaardag ging worden. De omstandigheden zijn zo verschrikkelijk guur, dat feesten compleet niet aan de orde was. Mijn grootse plan was niet gewoon in het water gevallen, maar gewoon kei hard geschrapt.

Dat was dus buiten mijn fantastische vrienden en lief gerekend, die het weekend voor én na mijn verjaardag voor verschillende zotte verrassingen hebben gezorgd.

We zouden eigenlijk laat gaan nieuwjaren bij de meter van Felix. We zaten daar ook gezellig te keuvelen, toen er plots een babysit binnenwandelde. Ik wist niet wat er gebeurde, maar werd blijkbaar ontvoerd. De kindjes zouden daar blijven slapen en wij gingen ‘ergens’ naartoe.

Mijn verrassingsgezicht.

We reden naar een escape room in Sint Niklaas, waar vriendinnen Tine en Barbara ook plots stonden. Na een vrij vlotte ontsnapping werd ik verder ontvoerd naar een Italiaans restaurant. Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, kreeg ik daar een heleboel persoonlijke verjaardagsfilmpjes. Van vriendin Anke (die haar eigen feestje had die dag), van Walter Grootaers, van Coco Jr, van Lynn van Royen, van mijn ex-pluskindje Mano, van mijn schoonzus en -broer en van Gust de Coster. Zalige verrassing.

Als laatste kwam een filmpje van RIOT, met de boodschap dat zij mijn grote improplan toch wilden verwezelijken. Ik was van de wereld geblazen, van zoveel liefde en vriendschap. Overweldigend.

De volgende ochtend kwam de slag. Ik had me een avond geamuseerd en dat voelde zo verschrikkelijk dubbel. Ik vond dat ik het niet verdiende om zoveel aandacht en liefde te krijgen. Ik miste ook mijn familie, die niet in staat waren om mee te vieren. Want vieren is daar niet meer aan de orde. Super dankbaar, maar met een grote schaduw.

Op Valentijn zelf (=de dag) hoorde ik plots een heel erg luide “Mamaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa” van op de stoep. Felix en Basiel hadden nog een grote verrassing ontdekt: een heerlijk versierde fiets. Met 35 meter rode draad, met zoetigheid in mijn fietszakken, met ballonnen en flosjen. Ik heb nog even getwijfeld, maar ik ben uiteindelijk zo naar het station gefietst. Onderweg ook een paar keer proficiat gekregen.

Toen ik wat later het klaslokaal binnenstapte, hadden mijn studenten voor een verjaardagsliedje gezorgd. En die ene student die toch te laat kwam binnendruppelen, hebben ze dan wijsgemaakt dat iedereen mij drie verjaardagskussen had gegeven. Maar uitendelijk heb ik dus alleen van die ene drie piepers gekregen ;). ‘s Avonds hebben we met het gezin frietjes gegeten (de jarige mag kiezen!) en ben ik rustig in slaap gevallen in camping living, tussen het Bloomonboeket dat ik gekregen had van Barbara en de bloemen van mijn heerlijke lief.

Ik dacht dat het daarmee echt wel gedaan was, want het was al meer dan ik ooit had durven te dromen. Ondertussen had ik beslist om de grote improvoorstelling toch af te blazen, want het is gewoon te vroeg. Te veel mensen die ik daarbij wil zijn (nog?) niet in staat om er te zijn en ik kan het niet opbrengen om daar lollig te gaan doen op een podium.

Het is vreselijk eigenlijk, dat er zulke mooie dingen gebeuren, dat er fantastische mensen zijn die dat allemaal voor mij regelen en dat het toch niet helpt. Elke keer dat ik me echt amuseer, krijg ik daarna een extra dreun in mijn gezicht. Een emotionele weerslag.

Net op het moment dat het me weer allemaal boven het hoofd aan het groeien was, bleek dat mijn lief een heerlijk weekendje weg had geregeld. Met ons tweetjes naar mijn geliefde Wenduine, precies wat ik nodig had. We maakten lange wandelingen op strand in de zon, we schoven aan tafel voor een fantastisch Valentijnsmenu en sliepen in een fijne B&B. ‘s Ochtends hadden we nog eens de kans om samen te gaan lopen, wat supergezellig was. Je kan je niet voorstellen hoeveel deugd die zeelucht heeft gedaan. Het was precies wat ik nodig had.

Ik wil terug. Want die momenten hand in hand op het strand, was ongeveer de allereerste keer dat ik voor een paar minuten het gevoel had dat ik weer eventjes kon ademen. Eventjes.

Bedankt iedereen, bedankt voor alle attenties en verrassingen. Het cijfer 35 blijft moeilijk om verschillende redenen, maar deze zotte week draag ik voor altijd in mijn hart. Net als jullie.

 

Posted in Liefde, Rapporteren, Want zo ben ik | 1 Comment

De dag is weer.

Golven beuken. Maar krullen ook zachtjes vloeiend vooruit.

De wind snijdt, maar kietelt ook. Soms duwen om recht te blijven, soms een verfrissende streling.

De dag is elke dag weer hard en zacht.

 

Een lach klimt omhoog, maar verdwijnt in druppels traan.

Honger zet op, maar vult nooit het leger-dan-lucht-gevoel.

De dag is elke dag weer zacht en hard.

 

Weer. Hard en zacht.

 

De zon staat aan de hemel. Ik kan het niet zien.

De zon strooit warmte. Ik kan het niet voelen.

De zon knettert leven. Ik kan het niet horen.

 

De dag is elke dag weer hard. Elke dag, weer.

 

Duisternis is bij ons.

Warmte is bij ons en overal.

De geur van pijn is bij ons.

 

De dag is elke dag weer hard zacht. En zacht hard.

Elke dag weer.

Bij ons.

Posted in Er zijn zo van die dingen | Leave a comment

Ondertussen (want dat was lang geleden)

Het is al meer dan een halfjaar geleden dat ik nog eens een ondertussen heb gedaan. Toevalllig of niet in de mottigste zes maanden van ons leven so far, maar goed. Hier ben ik weer, met een overzichtje van wat er ondertussen allemaal is gebeurd:

– We zitten ondertussen al zes weken in camping living. ZES WEKEN. Ik moet dat eventjes uitschreeuwen, want er is nog altijd geen stielman te zien. De start van de werken is opnieuw verschoven. We zouden starten op 7 januari, ondertussen is dat ten vroegste 18 februari. Dat is behoorlijk frustrerend, ja.

– Dat komt omdat niets kan vertrekken zonder het nieuwe, compleet niet-gebudgetteerde dak. Toen we begonnen te ontmantelen en op een bepaald moment belangrijke steunbalken in onze handen voelden verpulveren, konden we nog moeilijk anders. Het is een bittere pil, maar daarna zijn we wel voor een eeuw gerust. En asbestvrij.

– Ik ben naar de psycholoog geweest (heel veel hartjes voor Nina <3). Honderden mensen hebben me aangespoord om dat te doen. Omdat ze bezorgd waren, wat heel erg lief is. Omdat ik mijn pijn gewoon kei hard uitgeschreeuwd heb en nog steeds uitschreeuw, en mensen dat duidelijk niet gewoon zijn. Ik schaam me daar niet over, ook voor “de grote miserie” zocht ik al professionele hulp. Ik blijf het trouwens ook echt uitschreeuwen, want ik moet erdoor.

– Dat is trouwens een duidelijke conclusie die ik kan trekken: wij weten absoluut niet hoe met rouw om te gaan, of met afscheid. Veel mensen zijn geneigd om hun verdriet/zorgen/problemen volledig binnenskamers te houden, maar ik kan dat gewoon niet. Ik moet ventileren, liefst zo breed mogelijk. Dus ik doe dat ook: #sorrynotsorry. Als je daar niet tegen kan, moet je maar de andere kant opkijken. Even goede vrienden.

– Maar de psycholoog dus. Ik doe daar helemaal niet moeilijk over. Geen taboe, geen problemen mee. Het is fijn om te praten (al praat ik sowieso wel heel vrijuit, die drempel hoef ik absoluut niet over). Maar er zijn ook issues. Geestelijke gezondheidszorg is verschrikkelijk duur. Met een nieuw dak echt moeilijk in te passen hier. Dat zijn keuzes die je eigenlijk niet zou moeten maken. Ik ga namelijk nog altijd werken, ik kon ook ‘ziek’ thuis zitten en de maatschappij nog meer kosten. Rodeneuzen is nodig, niet alleen voor jongeren helaas.

– Ik loop weer voorzichtig een beetje. Ongeveer vijf à tien kilometer in de week om niet opnieuw vreselijk geblesseerd te raken. Lopen is ook een beetje een psycholoog.

– Felix zit in een bleitfase. Niet de juiste onderbroek: wenen. Boterham niet op de juiste manier gesneden: wenen. Basiel speelt met iets waar ik ook net mee wilde spelen: wenen. Ik krijg mijn goesting niet: wenen. Maar hey, het is een fase. Bij momenten een grappige.

– En laat ons eerlijk zijn: die kinderen hebben ook wel iets meegemaakt. Wij zijn open en eerlijk over alles, maar zij zien die grote en heftige emoties ook wel. Op zich gaan zij daar fantastisch ‘vanzelfsprekend’ mee om, maar het blijft heftig. Voor ons, maar ook voor hen.

– De controle hysteroscopie was goed. Ik ging dood van de stress, maar mijn baarmoeder is (voorlopig) open, op een kleine verkleving aan de ingang na. (Sorry, het is misschien raar om zo over mijn organen te spreken, maar je kan deze alinea ook makkelijk negeren). Dat betekent evenwel nog niet dat we nu gewoon weer kinderen kunnen krijgen, dat betekent alleen dat de eerste hindernis (voorlopig) genomen is. We mogen naar de volgende stap, maar daar kan het even goed compleet misgaan en stoppen. Maar laat ons genieten van het kleine goede nieuws.

– Over een week zit ik aan de foute kant van de dertig. Ik ben daar niet goed van, het sluit zoveel deuren voor mij. Ik vind mezelf eigenlijk zelfs te oud nu voor mijn grote droom (nog een kindje), de media vindt mij sowieso te oud voor die andere dromen, maar in het leven kies je niet. En nu ik er over nadenk, die acteurs van Dertigers hebben ook pas ‘laat’ hun echte kans gekregen he. Misschien moet ik al mijn creatieve hoop nog niet opgeven? (Ik kijk al uit naar de tweede reeks trouwens, yihaa.)

– Het gaat er vaak hard aan toe op tinternet, maar jongens, wat is het ook een verschrikkelijk warme plek. De grote stroom aan berichtjes en kaartjes is uitgedoofd, maar het vlammetje gaat nog steeds af en toe aan. Elke keer dat de postbode ook iets anders brengt dan rekeningen, doet mij ongelooflijk veel deugd.

– Ook al gebeurt er geen hol op verbouwvlak, wij moeten wel verder met keuzes maken. Next on: vloer voor onze ouderverdieping. Ik had het zo eventjes gedurfd om dat via mijn instastories te vragen en mijn iPhone was bijna ontploft. Jongens toch, vloer is een hot topic! Er is trouwens wel al iets gebeurd, maar alleen door ons. Wij kunnen kei goed afbreken, zo blijkt.

– Tegels (ook van die afschuwelijke keramische parket, sorry voor iedereen die dat suggereerde) zijn uitgesloten, er ligt ook helemaal geen chape. De twijfel gaat tussen verschillende soort van laminaat, parket en allerlei tussenvormen. Ik zal ook eens kijken naar kurk, vinylparket en consoorten – maar ik zie dat niet meteen goedkomen. Naar het schijnt is dat ook een een stukske cake om dat zelf te leggen, dus misschien kunnen we daar nog wel een beetje besparen. Wat denk jij?

– Ongeveer 2/3 van onze inboedel zit ergens anders, om camping living een beetje leefbaar te houden. Ik had er op gegokt om ook de sneeuwbotten in verhuisdozen ERGENS onder te brengen (ik weet van de helft niet meer waar het ligt, help), maar ge begrijpt dat dat geen al te goeie zet was.

– Soms vragen mensen of het gaat. Soms durven ze dat niet vragen. Soms is het antwoord dat het nu wel een halfuurtje ok is. Soms is er niemand om tegen te zeggen dat het helemaal niet gaat. Ik zou het liefst altijd thuis zijn, tot ik mezelf krachtig genoeg vind om zelf de deur open te doen en naar buiten te stappen. Helaas moet ik ongeveer elke dag naar buiten, en dat is verschrikkelijk zwaar.

– Ik kijk uit naar de zomer. Minder donker, hopelijk niet meer met het hele gezin in één ruimte, warmer, hopelijk al wat minder scherp, draaglijker, hopelijk met wat goed nieuws. Positieve vibes. Rust.

Maar ONDERTUSSEN doe ik ONDERTUSSEN gewoon ONDERTUSSEN elke dag maar door.

En hoe gaat het daar?

Posted in Want zo ben ik | 17 Comments

Hoe ik me bekeerde tot de make-up religie.

Dit is de blogpost die ik nooit ging schrijven. Want weet je nog, ik was een beetje een make-up-hater? Ik vond die verstoppende deklaag eigenlijk not done. En ik vind dat nog altijd een beetje zo, maar tegelijk ben ik wel grote fan geworden.

Komt het omdat ik volgens de gynaecologische regels met mijn nakende 35 bijna op vruchtbaarheidspensioen wordt gestuurd? Is het door alle miserie dat ik een beetje afleiding en wat kleur zocht? Ligt die donkere herfst en winter aan de basis? Ik weet het niet. Het is gewoon gebeurd, op een dag deed ik een vleugje op mijn gezicht. Sporadisch in den beginne, maar nu zit het eigenlijk in mijn ochtendroutine (oh my god, dat rijmt!).

Eerst deed ik ook gewoon verder met de oude rommel die al jaren in mijn bescheiden schminktasje zit. Ook al wist ik van mijn goede vriendin Barbara dat zoiets compleet not done is. Zij had me dan ook een pakketje gestuurd aan het begin van het academiejaar, om wat meer docent-like voor de dag te komen. Twee pakketjes eigenlijk, eentje van Clinique en eentje van Bella Pierre.

Toen het dan helemaal op gang begon te komen, kreeg ik een pakketje (#influencer) van Cent Pur Cent. Ik kende dat merk, want Barbara had er al veel over gestoeft. Minerale make-up, dat zou ook een ideaal verhaal zijn voor mijn puistgevoelige kop. Blij worden van schoonheidsproducten, wie is die nieuwe Sofie?

Bon. Ik ging er meteen mee aan de slag. Een dikke week verder kan ik eerlijk zeggen: goed spul. Echt, goed spul. (Het is uw goed recht om daar aan te twijfelen want ik heb het uiteindelijk wel gewoon #gekregen, maar als je hier al even leest, zou je toch beter moeten weten. Ik zeg het zoals het is. En het is goed) Toen ik ermee aan de slag ging in mijn instastories, kreeg ik ook veel reacties van andere adepten. Prijzig, maar het volledig waard.

Ik begrijp dat de luttele mannen die deze blog lezen (echt, ik ben wel eens benieuwd eigenlijk, procentueel gezien. Hoe zou de verhouding man-vrouw bij mijn lezers zijn?) al lang zijn afgehaakt. En als make-up u geen zak interesseert, ben je misschien ook al lang weg. Ik ben ook helemaal niet van plan om een beautyblogger te worden, maar op algemene aanvraag vertel ik toch wat meer over mijn ochtendroutine.

Ik ga als volgt te werk:

  1. Wakker worden en pipi doen.
  2. Instagram en facebook checken.
  3. Douchen.

Als ik daarmee klaar ben, kan ik aan mijn gezicht beginnen. Ik kreeg de tip van iemand die zich geregeld professioneel opmaakt om eerst de ogen te doen (voor als je daarmee morst) en daarna je gezicht, maar ik ben nog niet helemaal overtuigd. Ik doe lompe dingen bij beide volgordes, maar iets minder lomp als ik eerst gezicht doe. Dit is mijn laagje vernis:

  1. Mineral primer van Cent Pur Cent
  2. Coverstick van Bella Pierre (voor de ergste gevallen. Dat zijn dus kanjers van puisten of rode vlekken of zo)
  3. Mineral concealer van Cent Pur Cent
  4. Anti Blemish foundation van Clinique
  5. Setting Powder van Bella Pierre

Je moet dat natuurlijk helemaal voor jezelf ontdekken, maar voor mij werkt dit goed. Ik ben content van de teint die het me geeft, het blijft een hele dag zitten (de voorbije dagen ook fikse sneeuwbuien op de fiets overleefd!) en ik krijg er geen pukkels van. Dat laatste is toch wel belangrijk, want ik krijg echt van alles pukkels.

Daarna gooi ik er nog wat blush bovenop. Op de juiste plaats, zodat ik er wat slanker uitzie in mijn gezicht. De blush van Cent Pur Cent geeft echt een natuurlijke blos en ik ben ook enorm fan van de verpakking. Het potje heeft namelijk binnenin een draaidop, waardoor het poeder goed beschermd is. Bij mijn setting powder van Bella Pierre is dat niet, en dat is daardoor echt werkelijk een groter gesmos.

Als ik daarmee klaar ben, begin ik aan mijn ogen. Maar had ik al gezegd dat ik er eigenlijk compleet geen verstand van heb en gewoon maar wat probeer? Ik ben wel al een paar keer professioneel opgemaakt (remember, in de tijd dat ik nog een glamoureus leven had?) en toen heb ik altijd heel goed opgelet. Als het een toffe visagiste was, durfde ik zelfs wat tips te vragen. Stel je voor!

Op mijn ooglid maak ik een eyeline met zwart poeder en borsteltje. Dat is voorlopig met spul van de Hema waarover ik een beetje beschaamd ben (wegens serieus vervallen – ik weet dat dat niet goed is), maar het werkt. Aan de onderkant trek ik een lijntje met het oogpotlood van Cent Pur Cent. De finishing touch is een streepje Mascara van Rituals (ja, die van Hema heb ik buitengegooid).

Voila. Klaar. Dat hele verhaal heeft ongeveer tien minuutjes geduurd. Het lukt me nooit om er een deftige foto van te trekken (ons badkamerlicht is echt niet geschikt voor goeie foto’s van mijn smoel), maar ik doe het toch maar. Ik vind altijd dat het er beter uitziet in de spiegel dan op de foto, dus anders moet ge gewoon eens meekomen naar onze badkamer he.

Want yup. Make-up!

(En please, deel uw beste tips & tricks in de comments!)

PS: Ik ben blij dat ik pas op mijn (bijna) 35ste in dit verhaal ben gerold, want daarvoor heb je toch echt wel genoeg natuurlijke schoonheid. Ook al omdat het echt niet gratis is.

PPS: Ik ga op 20 april een gratis workshop van Cent Pur Cent volgen in een apotheek in Gent. Je kan ook eentje zoeken bij jou in de buurt. (Of meegaan met mij, maar er gaat wel al redelijk wat volk mee :))

PPPS: Mijn lief vindt het allemaal belachelijk en niet nodig. Maar goed, met zijn ogen rollen is gewoon een van zijn hobby’s. Ik doe dat ook wel eens, maar ik rol tegenwoordig dus meestal met opgemaakte ogen.

 

Posted in Rapporteren | 7 Comments

Wettelijk één dag.

Als er iets is wat ik de afgelopen twee maanden geleerd heb, dan is het dat er in onze maatschappij geen plaats is voor de dood. We zijn er niet op voorbereid, we hebben geen kader, het wordt onder de mat geveegd. Voor rouwen is geen tijd, dat doe je maar achter gesloten deuren zodat andere mensen je verdriet niet hoeven te zien.

De eerste uren na het vreselijke nieuws was ik in een soort nuchtere, praktische modus. Ik voelde dat ik meteen naar mijn ouders moest, maar ging er op een vreemde manier van uit dat ik daar ook niet echt nodig was. Dat ik de volgende dag weer op post zou zijn op mijn werk, want uiteindelijk kan je toch niets meer aan de zaak veranderen. He is gone, en dat zal morgen ook nog zo zijn.

Ik werd opgehaald door een nonkel, het was al bijna middernacht toen ik mijn ouderlijke huis binnenstapte. Ik denk dat ik daar pas voor het eerst een klein beetje besefte wat er gebeurd was. Iedereen was daar, iedereen was compleet van de kaart. De sfeer die daar hing, daar kan ik nooit woorden voor vinden.

Nochtans was ik even daarvoor nog in een heldere, praktische modus. Ik rondde dringende dingen af voor het werk, bracht mensen op de hoogte en geloofde echt dat ik een dag later weer op post zou zijn. Maar dat was allemaal voor ik binnenstapte en het verdriet voelde toeslaan, ook bij mezelf.

Ik hoop dat niemand het ooit hoeft te voelen, maar de eerste dagen zijn zo verschrikkelijk belangrijk en intens. Zodra ik in de afscheidsbubbel was gestapt, was het onmogelijk om daar uit weg te gaan. Zelfs naar de bakker was te ver, ik wilde iedereen vasthouden. Het was belachelijk naïef om te denken dat ik zou kunnen werken, dat ik op de een of andere manier zou kunnen functioneren. De eerste dagen heb ik zelfs amper iets gegeten. Op planeet afscheid voel je dat niet, op planeet afscheid is daar geen ruimte voor.

Je kan je niet inbeelden hoe groot zo’n klap is en hoeveel dingen er geregeld moeten worden. Ik heb dat voor een groot stuk op mij genomen. Ik heb de brief gemaakt, het afscheid in elkaar gestoken, het kaartje gemaakt. Dat zijn dingen die moeten gebeuren, dingen waar ik ook goed in ben, maar die tegelijkertijd nog nooit in mijn leven zo moeilijk zijn geweest. Normaal vloeien de woorden er zo uit, maar toen was het anders. Ik was redelijk ‘sterk’ tot ik mijn tekst voor de begrafenis moest schrijven. Op dat moment kreeg ik een gigantische boks. En sinds dat moment bleven de stompen komen.

“Dat is 1 werkdag, voor een bloedverwant in de tweede graad die niet onder hetzelfde dak woont. Dit is te staven met een kopie van het overlijdensbericht.”

Dat was de uitleg die ik kreeg van de personeelsdienst. Mijn broer had zich net van het leven beroofd en van de wet mocht ik alleen de dag van de uitvaart ‘thuis’ zijn.

Ik zal hoe zeggen hoe dat voelt, beste wet. Alsof het niet bestaat, alsof hij er nooit is geweest, alsof rouwen iets is wat niet mag of voor zwakke mensen is. Want uit alle hoeken hoor ik nog steeds “neem je tijd”, maar de maatschappij bedoelt iets anders. De maatschappij bedoelt dat het economisch niet verantwoord is om afscheid te nemen. Doe maar gewoon door, het brengt toch niemand terug.

Ik heb uiteindelijk negen volle werkdagen totaal niet naar mijn gloednieuwe job omgekeken. Daarna ben ik thuis begonnen met werk in te halen. Het lukte me toen echt niet om me in de grote, boze buitenwereld te begeven. Ik kon amper ademen in mijn cocon, ik kreeg totaal geen lucht daarbuiten. Maar ik ging dapper aan de slag. Nog een week later ging ik echt weer voor de klas staan. Dat was een onmogelijke berg, maar ik klom erover. De examens kwamen er aan, ik wilde niemand in de steek laten, ik wilde er zijn voor mijn studenten.

Vandaag zijn we twee maanden verder. De fantastisch gewaardeerde stroom kaartjes is gestopt, de berichtjes sterven uit, het begrip dwarrelt weg. Ik snap dat mensen het vergeten of zichzelf geen houding weten te geven, maar voor mij (en de rest van mijn omgeving) staat de wereld nog steeds stil. En ik moet nog steeds elke dag door. Verder. Voort. Door.

Eén dag rouw van de wetgever, dat is zo ziekelijk triestig dat ik er bijna moet om lachen. Voor een geboorte zijn er tal van systemen, voor rouw is er niets. Uiteraard zijn er oplossingen, je bent dan wel ‘ziek’ volgens de dokter. Iets wat eigenlijk al vreselijk gewrongen aanvoelt, want ‘ziek’ ben je niet. Ziek van verdriet misschien wel, maar daar bestaat een woord voor: rouw.

Alleen is ‘rouw’ geen term in het woordenboek van deze maatschappij.

Ik hoop dat we daar echt verandering in kunnen brengen. Want er is maar één zekerheid als je geboren wordt: je gaat ook dood. Dus dat zou wel een deftige plaats mogen krijgen in onze maatschappij. Meer dan een dag, want los van de mentale klap heb je gewoon veel meer tijd nodig om alles te regelen. Voor mezelf kan ik alleen maar hopen dat mijn dapperheid later niet in mijn gezicht ontploft. En dat iemand met bepaalde politieke armen dit leest, zodat er misschien eens iets beweegt en rouw een lemma mét tekst wordt.

 

Posted in Liefde, Mens erger je niet!, Rapporteren | 13 Comments

Camping living.

Wanneer ben je een echte ploeterende dertiger? Als je naast twee full time jobs en een paar kinderen ook nog eens deftig in het stof bijt bij die cliché verbouwing. Wij wilden niet achter blijven, dus begon er in ons hoofd een plan te rijpen toen we 3,5 jaar geleden dit huis kochten. Heel blij met de location, location, location die zo belangrijk is in de immosector en ook zot content met de beschikbare ruimte. Maar niet helemaal perfect. Edoch, de ruimtelijke vooruitgang met ons vorige huis was zo groot, dat we de eerste jaren alleen de dringende dingen aanpakten. Zoals de badkamer.

Maar ja, je begint toch te dromen en op een dag zit er een architecte voor je neus met een zalig plan en plots ligt er een vrij buitensporige verbouwing op tafel. Je weet dat het een paar maanden lastig gaat worden, maar je ziet het allemaal rooskleurig in.

Fast forward naar een paar maanden later. De verbouwing is begroot en ge begint met veel goede moed de zolder te ontmantelen. Niet veel later komt het besef dat er wat lijken uit de kast vallen en dat er een – niet gebudgetteerd – volledig nieuw dak aan te pas zal komen. Miljaar.

Normaal gezien gingen de werkmannen 7 januari beginnen met het opbouwen van onze nieuwe fantastische bovenverdieping. The parent-only mastersuite. Maar met dat nieuwe dak is alles een beetje in de soep gedraaid en wonen wij nu al een aantal weken ‘te vroeg’ in camping living. Maar ja, alles is afgebroken, dus we kunnen ook niet terug. Tegelijk kunnen de werkmannen ook nog niet echt beginnen.

Concreet komt het hierop neer: wij wonen in de living. Ons salon staat in de garage van mijn ouders, op die plaats staat nu ons dubbel bed. Daarnaast staan drie enkele matrassen recht die tegen bedtijd voor de jongens op de grond worden gelegd. De living is onze leefruimte, met open keuken. We hebben dus echt geen enkele andere ruimte, behalve de badkamer. De living doet ook dienst als verstiaire (welkom jassen, schoenen en boekentassen) want we kunnen daar nergens anders mee naartoe. Onze kleren zijn gehalveerd (de zomerversies zitten op de zolder van een goeie vriendin) en staan in de enige kamer op de eerste verdieping die niet helemaal gestript wordt tijdens de renovation make over. Een soort dressing, bomvol met kasten. Beetje moeilijk bereikbaar door de werf, ijskoud en niet geheel vrij van stof, maar we hebben geen andere keuze. Gelukkig dat onze kleren ook niet in de living moeten staan, of ik werd helemaal gek.

We wonen nu ongeveer drie weken in camping living. De eerste dagen was het moeilijk, maar ondertussen hebben we onze draai wel gevonden. Het lastigste is dat we niets meer in het huishouden kunnen doen nadat de kindjes zijn gaan slapen. Dan zijn we veroordeeld tot stilletjes in ons bed dingen doen. Er kan gewerkt worden, gelezen of met een hoofdtelefoon naar tv gekeken. Al deze activiteiten zijn beschikbaar ongeveer een halfuurtje nadat ze zijn gaan slapen, en we zeker zijn dat ze goed vertrokken zijn.

Het is allemaal niet ideaal, maar het is ook niet onoverkomelijk. We moeten de moed er wel inhouden, want we zitten nog minstens tot Pasen (maar waarschijnlijk eerder tot de zomer) compleet vast op camping living.

Het moeilijkste vind ik: rust vinden. Er staan zoveel spullen in de living, het is hier zo vol en een boeltje, dat werkt serieus op mijn gemoed. En ja, mijn gemoed is al niet de allerbeste conditie. De timing voor deze verbouwing had waarschijnlijk niet slechter gekund. En we hadden wel een beetje gerekend op lijkjes in de kast, maar een lijk van 20.000 euro is toch wel een zware tegenvaller. Want we zijn nog niet echt begonnen, dus wie weet wat er nog gaat komen.

Liefst serieus wat meevallers, want daar zijn we aan toe.

In the meantime maken wij het gewoon geweldig gezellig op camping living.

Te gezellig misschien. Ik vrees dat onze jongens nooit meer ergens anders op vakantie gaan willen gaan.

Posted in Uncategorized | 2 Comments