Camping living is still alive

Je zou bijna vergeten zijn dat we ook nog kei hard aan het verbouwen zijn. Of misschien was je zelfs bijna vergeten dat ik blog, want de frequentie ligt de laatste tijd nogal op de bodem van de oceaan. Daar zijn allerlei leuke en minder leuke redenen voor te bedenken, maar dat kan ik me niet aantrekken. Ik leg niet nog extra onnodige druk op mezelf, dus komt er eventjes geen geschrijf, dan is dat zo.

Maar in al die stilte zijn we wel over de helft van camping living gegaan. Enfin, dat is toch de hoop. Er is de laatste weken heel hard gewerkt en vooral: met resultaat. De boel begint serieus vorm te krijgen en dat is echt zalig.

Hier zou ik dus kei hard foto’s willen zetten. Maar ik heb echte dikke shit met wordpress de laatste tijd. Foto’s uploaden lukt niet meer. Ik verwijs je dus graag door naar mijn instagram. Ik hoop dat mijn geliefde IT’er het snel kan oplossen, want ik word helemaal gek. Ook een nieuwe lay-out en al, beikes. Niks werkt nog. En dat allemaal na wat stomme updates.

We hebben trouwens een belangrijk verbouwgebod geschonden. “Gij zult tussentijds niet opkuisen”. Kei hard aan onze laars gelapt. Maar jongens toch, was dat een geweldige beslissing! Nadat de plakker zeven muren van nieuwe bezetting had voorzien, leek ons hele huis onder een laagje coke te wonen. Overal was er wit poeder, echt overal. Bovendien was onze beschermlaag over trap en vloeren (primacover: goed spul!) na drie maanden echt aan zijn pensioen toe. We hebben dus alles opgekuist, zelfs met nat gepoetst. Om dan volledig nieuwe primacover te installeren. Heerlijk!

De werkmannen die nu nog moeten komen, zitten toch in een lagere schaal van viezigheid. Erger dan plakkers wordt het niet, so I hope.

Maar je bent natuurlijk ontzettend benieuwd hoe het ondertussen met onze verdiepingen gesteld is. Awel, dat valt goed mee. De gyprocman heeft niveau 2 grotendeels afgewerkt. Dat wil zeggen dat de schrijnwerker kan komen opmeten en de ingemaakte kast in productie kan gaan. Dat wil ook zeggen dat het Readyfitsysteem van Quickstep een go krijgt. Afwerktijd van de kast is minstens zes weken, dus de deadline van de grote vakantie wordt krap maar blijft haalbaar. Uiteraard moet al die gyproc ook nog gevoegd worden, dat is ook nog een hele klus. Zodra dat gebeurd is, kan ik beginnen met schilderen. Daarna kan de vloer gelaatst worden. EN DAN KUNNEN WE VERHUIZEN. Yihaa!

De badkamer zal wel nog niet afgewerkt zijn, maar dat is geen probleem. Kunnen we nog wel even missen (we hebben ten slotte nog een mooie badkamer op het gelijkvloers). Ook de ingemaakte kast zal er mogelijks nog niet staan. Maar die wordt redelijk modulair binnengebracht en moet er op maximum drie dagen helemaal staan. Dat zal stof met zich meebrengen, maar dat kuisen we dan wel weer op.

Het grootste plezier bevindt zich actueel op niveau 1. Als er geen te zotte dingen gebeuren, hebben we daar tegen het einde van de week een plafond! Ik ga dat nog even wat laagjes verf geven als de kamer leeg is – want gij weet ook dat het er anders echt nooit meer van komt – maar daarna kunnen we deze kamer weer in gebruik nemen. HALLELUJAH! De muren mogen we nog niet schilderen van de plakker, dus daar blijf ik nog af. Maar er kunnen wel weer kasten in deze kamer gezet worden. Kasten. Met echte spullen, onze spullen. Oh my god zeg, ik kijk daar reikhalzend naar uit.

Dat wil meteen ook zeggen dat onze huidige opslagkamer ook “afgemaakt” kan worden. Dat betekent niet veel meer dan een radiator hangen en een omkasting voor de zichtbare buizen, want dit arme kamertje heeft helaas geen make-over gekregen. Ooit misschien. Maar nu was daar ten eerste geen geld voor, ten tweede was het dan praktisch echt onmogelijk geweest om op camping living te blijven wonen. Wat dan weer financieel niet haalbaar was.

Enfin. Long story short. Op 15 mei leveren ze het stapelbed voor de jongenskamer en ik hoop daartegen echt een plafond te hebben. Dat schilder ik even in het weekend van 25 mei en daarna kunnen de jongens weer naar boven. Heb je dat goed gelezen? Wij krijgen onze living terug! Ons bed blijft daar wel nog even geparkeerd, maar we kunnen ‘s avonds weer even alleen zijn. Hoera voor ons seksleven! Hoera voor nog iets doen na bedtijd van de kinderen! Hoera voor het einde van het tijdperk televisie kijken met hoofdtelefoon! Hoera voor de hoera!

Ik hoop dat ik dus binnenkort foto’s kan tonen van een jongenskamer die totaal niet Pinterest-proof is, maar wel weer in gebruik. Wel gezellig. Ik kijk er zo naar uit om weer een deel van ons huis te kunnen gebruiken.

En doet er nog eens een maand bij en wij kunnen hopelijk ook naar boven. Laat die aftelkalender naar the end of the camping living era maar komen!

Posted in Rapporteren, Thuis en al | 5 Comments

Relax. Refresh. Revive.

Ik ben een geweldige fan van vakantie. Altijd al geweest. Ik vind het heerlijk om zonder tijd te leven, om alle ruimte te hebben voor spontaniteit, om gewoon een versnelling naar beneden te gaan. Ik besef zeer goed dat het niet realistisch is om altijd vakantie te hebben (misschien is het dan ook helemaal niet meer leuk?), maar ik ontvang elke vrije dag met open armen.

Het leek al die tijd onbereikbaar. Weken van mezelf voortslepen, meerdere keren instorten van verdriet, heel veel leuke momenten, boeiende lesdagen, interessante gesprekken, veel nieuwe kennis opdoen, leuke en minder leuke activiteiten. Een rouwproces gaat op en neer. Dat is niet de godganse dag zitten huilen in een hoekje. Dat is het ook soms, maar er wordt ook wel eens gegierd van het lachen. De ene dag is de andere dag niet. Het ene uur is zelfs het andere niet. Elke minuut kan de sfeer doen omslaan, ten goede en ten kwade.

We zijn vijf maanden later. Als ik terugkijk, weet ik wel zeker dat ik veel te snel weer aan het werk moest. Ik was absoluut nog niet klaar om onder te mensen te komen. Ik had nog te veel nood aan mijn cocon, ik was echt aan het verdrinken. Het was een heel moeilijke periode, omdat ik vaak alle goede momenten in mijn werkdag propte, om dan thuis het koffertje verdriet weer open te trekken. Dat was niet altijd fair ten opzichte van mijn gezin (en zeker niet ten opzichte van mezelf), maar het kon echt niet anders. Je moet vooruit. Ik moe(s)t vooruit. Wat ik ook heb gedaan.

Maar toen was daar de Paasvakantie. De eerste vakantie die ik er durfde te laten zijn. De vorige schoolvakanties werkte ik thuis gewoon verder, omdat er gewoon heel veel op je afkomt als je het eerste jaar lesgeeft. Maar ook omdat het in mijn aard ligt om mezelf voor te willen zijn. Liever op mijn tempo werken in de vakanties, dan verdrinken in de ratrace van de werkweek. Alles om mezelf wat meer rust te gunnen tijdens het academiejaar, in de moeilijkste maanden van mijn leven.

Maar nu voelde ik dat het echt niet meer ging. Dat ik echt helemaal voor rust moest gaan. Want rouwen is godverdomme vermoeiend. Rouwen combineren met een gezin, met een nieuwe job, met een heftige verbouwing en met nog een boel andere stevige problemen – dat is godverdomme moeilijk. En ook al is de buitenwereld het vaak vergeten wat er gebeurd is, voor ons blijft het de dagelijkse harde realiteit. Soms scherper dan een tijd geleden. Soms heviger dan in het begin. Soms moeilijker nu de verdoving weg is.

Maar vakantie dus, zoveel mogelijk. Ik had op voorhand twee werkdagen ingelast (was ook nodig, want met de kinderen werken in camping living is echt onmogelijk) en op die dagen heb ik een deel van mijn to do-lijstje afgewerkt. Maar ongeveer alle andere dagen heb ik op mij laten afkomen, op ons. Ik was vaak samen met de jongens, soms alleen, soms even met ons tweetjes, soms met het hele gezin.

foto: Gertrui Steyaert

Het was vakantie. We gingen logeren. Spelen bij vrienden.  Naar zee. Naar familie. Eten, drinken, lang slapen en nog langer in pyjama. Het was vakantie.

Ik kan niet uitdrukken hoeveel deugd het heeft gedaan. Maar echt, gigantisch veel. Hoe nodig het was, om er nu weer te kunnen staan.

Dankjewel Paasvakantie. Echt, merci.

(En ook, hoe was het bij jou? Hopelijk ook een klein beetje zon?)

Posted in Want zo ben ik | 3 Comments

Bezet.

Ge weet hoe dat gaat he. Ge zit rustig in een brasserie met een afgesloten speeltuin en ge hoort of ziet u gebroed niet meer. Af en toe een blik, een zwaai of eventueel een beetje honger of dorst. Zo kinders die een beetje groter worden, met momenten is dat echt een gemak.

Soms blijft het spannend. Zoals wanneer uw 4-jarige met een bedrukt gezicht naar binnen schuifelt als een pinguïn, zijn hand op zijn achterste drukt en zegt dat ie dringend kaka moet doen. Dan spurt je dus naar de toiletten, zo gaat dat.

Ik was er bijna zeker van dat het al te laat was, maar gelukkig waren we net op tijd. Terwijl hij op de pot zit, hurk ik voor hem, leunend tegen de wc-deur. Zo’n kotje is klein. Zo’n kotje is niet gemaakt voor twee mensen. Zo’n kotje is niet de meest aangename plek om te zijn. Maar de 4-jarige is nog niet in staat om zijn poep zelf af te kuisen, dus je moet wachten. Het liefst in het kotje, al is het maar om bijvoorbeeld te checken dat hij de kleine meneer niet vergeet in de wc-pot te richten. Ge kent dat wel.

Maar ik zat daar dus lekker gehurkt voor de wc-pot. Leunend tegen de deur van het toilet. Ge weet wel, die deur die ik door de grote hoogdringendheid en de eventueel naderende kaka-catastrofe niet op slot had gedaan. Gewoon niet aan gedacht, het ging zo snel. Maar ge ziet mij daar zitten he.

Dan kunt ge u waarschijnlijk ook perfect voorstellen wat er gebeurt als iemand de deur van het kotje opentrekt. Ah ja, want dat stond natuurlijk niet op bezet.

Hurkend. Leunend tegen de deur. Deur gaat plots open.

Sofie valt achterover uit het wc-hokje. Kakkende zoon en de opentrekkende mevrouw verschieten zich een bult.

Einde van het verhaal.

Posted in Er zijn zo van die dingen | 2 Comments

Waar Sofie haar verbouwinspiratie haalt.

“Liefste droomfabriek,

Het is mijn droom om in elk huis dat ik wil te mogen binnenkijken. Gewoon met de auto rondrijden in Vlaanderen en als ik een huis zie waar ik binnen wil, dat dat ook gewoon mag. Het zou geweldig zijn als jullie dat voor mij zouden kunnen regelen. Groetjes, de 11-jarige Sofie.”

Samen met de droom om ooit eens in het ziekenhuis te mogen liggen (ja raar, I know), stuurde ik dit ooit naar Bart, Rani en Sabine. Mijn brief is helaas nooit uitgekozen. Maar ik vind het nog altijd een leuke droom.

Ik heb uren en uren (en uren) op mijn tienerbureautje plattegronden zitten tekenen. Ik vond huizen ontwerpen echt heerlijk, het bracht me ook altijd tot rust. Op een bepaald moment wilde ik echt architect worden (naast actrice dan). Maar toen bleek dat wiskunde daar een essentieel onderdeel van was, werd het plan meteen van tafel geveegd.

Maar interieur, de indeling van een ruimte, kleuren, vormen – ik ben daar echt heel graag mee bezig. Als ik een ruimte binnenstap, begint mijn hoofd onmiddellijk plannetjes te maken. Ik kan het absoluut niet tegen houden, ik wil meteen inrichten. Dat gaat gewoon vanzelf.

Ik kreeg onlangs de vraag waar ik mijn interieurinspiratie vandaan haal. Maar aangezien het nogal blasé overkomt om te zeggen ‘uit mijn hoofd’, ben ik eens beginnen na te denken. Ik doorpluis geen woonmagazines, ik heb zelfs Pinterest nog maar recent in mijn hart gesloten. Ik hou gewoon altijd en overal mijn ogen open. Al-tijd. Al mijn hele leven.

Ons vorige huis

Bovendien heb ik een serieuze guilty pleasure, al voel ik me er totaal niet schuldig over. Ik ben stapelzot van verbouw- en huizenprogramma’s. Maar echt, stapelzot. Hier een overzicht van mijn favoriete programma’s:

House Rules (Australië)

Deze reeks is soms te bekijken op Vitaya, maar helaas niet op dit moment. Ik heb er al een stuk of vijf seizoenen van gezien en het is de max. Onlangs was ik over the moon toen designsexperte Carolyn via Twitter antwoordde op mijn vraag. DE Carolyn van House Rules. Het concept is simpel: een aantal koppels verbouwt elkaars huis volgens een aantal regels (de house rules). Uiteraard gaat dat gepaard met de nodige struggles, maar eigenlijk interesseren de intriges me niet zo. Ik kijk vooral voor onthullingsdag.

In Nederland hebben ze ook een versie. De vorige reeksen vond ik niet zo geslaagd, maar de versie 2018 was best te pruimen. Als er een volgend seizoen komt, ben ik opnieuw van de partij.

Blind gekocht

Nog maar net begonnen, maar ik ben al helemaal verkocht. Met de nodige reserves, want dat eerste huis was onmogelijk zo te verbouwen met een budget van 50.000 euro. Maar dat kan me niet deren, ik vind het heerlijk om naar te kijken. En me te ergeren aan mensen die nergens kunnen doorkijken als ze een huis binnenstappen. Bij mij gaat dat automatisch. Al komt het verbouwprijskaartje niet altijd automatisch mee, haha. Maar ik zie altijd de mogelijkheden, altijd. Super programma, echt mijn nieuwe favoriet.

Huizenjagers

My cup of tea. Dat is namelijk helemaal wat het is: binnenkijken in verschillende huizen. Hoeveel een verbouwing kost kan ik niet altijd inschatten, maar met de waarde van een huis zit er ik zelden meer dan 20.000 euro naast. Gelukkig weet ik ruim op voorhand wanneer er een nieuw seizoen aankomt, want mijn vriendin Anke is de stem van het programma. (Wat een natte droom trouwens, een huizenprogramma mogen inlezen!)

Verder kom je al heel ver met wat zappen op TLC, Vitaya, Fox… Daar volg ik met een half oog programma’s die voorbijkomen. Dat betekent dat ik ze niet speciaal opneem, maar er wel al genoeg afleveringen van gezien heb om er van te kunnen meespreken: Masters of Flip (ook al ga ik meestal compleet niet akkoord met hun vreemde lay-out), alle programma’s met Sarah Beeny (zoals bijvoorbeeld ‘Double your house for half the money’) of Million Dollar Listing.  In het verleden ook grote fan van dingen als Ons Eerste Huis, De Huisdokter, The Block Of Help – mijn man is een klusser.

Maar mijn verbouwinspiratie komt dus vooral van kijken. Naar televisie, maar net zo goed  kijken naar wat ik overal tegenkom. Mijn oog valt er altijd en overal op.

Ik ben daar allemaal graag mee bezig, dat is een feit. Ik zou het bijvoorbeeld geweldig vinden om huizen esthetisch op te smukken om ze vlotter te verkopen. Of gewoon, een budget krijgen en dingen mogen veranderen bij mensen. Heerlijk moet dat zijn! Sofie de huizendokter, bring it on!

Maar misschien moet ik gewoon eens beginnen met ons eigen huis. Over een week of acht kan het inrichten hier – eindelijk – beginnen. Als ik heel hard mijn best doe, kan ik het einde van camping living al een heel klein beetje ruiken.

(PS: Het zou logisch zijn om hier meer foto’s bij te plaatsen, maar er is iets mis met mijn wordpress. Maar mijn IT’er gaat dat wel oplossen. En ondertussen kunt ge mij gewoon volgen op Instagram he, via @sofinessetje ;))

Posted in Thuis en al | 11 Comments

De zwembadhistorie.

We zouden eigenlijk naar Planckendael gaan, maar de weergoden waren ons niet zo bijster goed gezind. De plannen werden omgebogen naar een zwembadtrip richting De Waterperels in Lier, niet zo ver van mijn ouders. Ik logeerde daar een paar dagen met de jongens, omdat iedereen daar deugd van heeft. Leve het onderwijs en de bijhorende paasvakantie, leve een paar dagen weg zijn uit de werf en liefde voor dicht bij elkaar zijn.

Bij de vorige logeerpartij had mijn zus al eens voorgesteld om te gaan zwemmen, maar had ik in de verste verte geen badkledij bij. Deze keer hebben ze mij niet meer liggen dacht ik, en stak twee zwembroeken en een bikini in onze valies. So far so good.

Tien minuten voor vertrek bleek ik helaas twee gestreepte bikinibroekjes te hebben ingeladen, maar geen gestreept bikinibovenste. Geen bovenstuk at all, eigenlijk. In de kast van mijn zus vond ik nog een heel oude bikini. Zo oud dat ie een klein beetje doorscheen, zelfs zonder dat er zwembadwater aan te pas kwam. Mijn moeder kwam ook nog aandraven met een oud badpak van haar, maar aangezien we een dag eerder gemerkt hadden dat we echt geen kleren kunnen uitwisselen (jaja, ik was ook vergeten om propere onderbroeken mee te nemen, maar dat was dus echt geen match), vreesde ik het ergste. In droge toestand was het badpak aanvaardbaar, maar al serieus losjes op bepaalde plekken. Maar bon, even naar de winkel rijden was geen optie want we waren al in retard.

Bijna aangekomen zei mijn moeder dat ze altijd twijfelde over de straat. Ik stelde voor om de bordjes met ‘zwembad’ te volgen, wat zij braaf deed. We zagen De Waterperels de hele tijd liggen, maar de ingang bleek maar niet te komen. Uiteindelijk waren we het zwembad ook visueel kwijt. Bleek dat we bordjes voor fietsers en voetgangers gevolgd hadden.

Ik vreesde het ergste voor mijn outfit. Ik zag het al zo gebeuren dat het veel te grote badpak in natte toestand binnen de kortste keren ergens op mijn enkels hing. Het is nu wel niet zo dat ik zoveel mensen ken in Lier, maar je wil toch echt niet _die vrouw die haar badpak in de wildwaterbaan verloren was en waar ze nog vijf jaar over nalachten_ zijn. Uiteindelijk ging in het water met het versleten bikinibovenste van mijn zus onder het ruime badpak van mijn moeder. Fashionable was het helemaal niet, maar ik kon zwemmen. Hoera.

Net voor onze eerste duik ging ik nog even naar het toilet. Ik stapte het eerste het beste kotje binnen en snapte niet goed waarom een klein jongetje mij heel raar bekeek. Twee seconden later begreep ik dat ik het peutertoiletje was binnengestapt (INDERDAAD, met een MINI WC POT). Ik lach krom van het lachen, maar heb met opgeheven billen toch maar een plasje gemaakt. En niet gemorst.

Net toen we dachten dat onze doldwaze avonturen niet meer gekker konden, gingen we ons aankleden. Ik had alles al vijftien keer ondersteboven gedraaid, maar kon het T-shirt van Felix echt niet vinden. Ik had niets anders bij voor hem (behalve een jasje), dus besliste dat hij dan maar in mijn exemplaar naar buiten moest. Meneer vond het hilarisch. Hij voelde zich te roze koning te rijk. Het T-shirt bleek uiteindelijk aan de kassa te liggen, dus een paar minuten later kon Felix de medium ruilen voor 116.

En wij hadden gezwommen. Wij hadden even gegierd van het lachen tussen het zware huilen door. We zeiden ook dat nonkel Thomas het heel leuk gevonden ging hebben, want hij spoorde ons altijd aan om te sporten.

(En iedereen weet dat de slappe lach de leukste manier tot een sixpack is)

 

Posted in Uncategorized | 1 Comment

The wild and crazy story van Tom en Sofie.

Ik zag op Instagram iemand die de liefde aan haar grote liefde betuigde, omdat ze precies 100 maanden samen waren. Wat doe je dan? Dan begin je zelf ook te tellen natuurlijk. Wat bleek?  Wij zijn daar ook bijna. Nog 40 dagen en wij kunnen ook spreken over 100 maanden samen.

Deze berekening gebeurde in mijn hoofd op de fiets en ik werd meteen meegesleurd naar de prilste dagen. Dik acht jaar later heeft geen mens het er nog over, maar eigenlijk blijft het wel een zot verhaal. Het is al lang geleden dat ik het nog eens verteld heb en ik heb goesting om dat nog eens te doen. Zet je dus klaar voor de sneltrein Brutin-Verschueren.

Eind december 2010 zat ik in zak en as. Mijn toenmalig lief had het uitgemaakt en ik was er 100% zeker van dat ik NOOIT nog iemand anders zou vinden. Er is ook een legendarische bleitscène onder de trap op kerstavond (waar mijn allerliefste familieleden met sappig plezier op tijd en stond naar teruggrijpen) en heel veel zieligheid.

Een dikke week later werd ik een klein beetje bij de neus genomen door de Neveneffecten in het programma Basta!. Dat leidde tot een facebookdiscussie bij een gemeenschappelijke vriendin, waar Tom en ik tegen elkaar begonnen te reageren. Ik kende hem totaal niet, maar had van diezelfde gemeenschappelijke vriendin wel al eens gehoord dat wij misschien goed bij elkaar zouden passen. Ik vond hem op het internet alvast onwijs grappig.

Om een lang verhaal kort te maken, op een bepaald moment zei iemand: “Hey you two. Get a room.” En eigenlijk is dat ongeveer wat we hebben gedaan.

Een paar dagen en wat chatten later (leve het internet jongens!) zei ik tegen Tom dat ik zin had in pannenkoeken. Hij vroeg wat mijn dichtstbijzijnde nachtwinkel was (bleek vlakbij zijn appartement) en zei dat ie er ging kopen. En ze kwam brengen. En of ik suiker in huis had.

Paniek. Want het was op dat moment al na middernacht. Ik moest de volgende dag werken. Ik had een appartement zonder verwarming waar het echt FREEZING cold was. Maar ik dacht, goh, die durft dat toch niet. Geen probleem. Dus ik zei:

“Sgoe. Kom maar af. Maar het is al laat en het is hier ijskoud, dus om niet te bevriezen moet je eigenlijk wel in mijn bed komen liggen. Misschien moet je dan ineens best blijven slapen.”

(Dat klinkt nu extreem vrijpostig, maar het was echt extreem koud. Onder de donsdeken was de enige plek waar je de 10 graden in mijn appartementje kon overleven)

Een kwartier later ging de bel. Opnieuw paniek.

“Hallo, ik ben Tom.”

Dat zei hij, net voor hij stripte tot op zijn boxershort en in mijn bed ging liggen.

(Ik herinner u er even aan dat wij elkaar echt totaal niet kenden. Nog nooit gezien. We praatten en lachten de hele nacht)

De volgende ochtend vroeg Tom of hij me mocht kussen.

Dat was op 14 januari 2011.

Op 24 januari 2011 verhuisde ik mijn spullen naar zijn appartement.

Op 16 april 2011 tekenden we de compromis voor ons eerste huis.

Op 16 oktober 2011 had ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen.

Op 4 april 2019 zie ik hem nog altijd even graag. Nee wacht, nog liever.

Posted in Liefde | 12 Comments

Verbouwingsupdate!

Blijkbaar is het met verbouwingen een klein beetje zoals met een catastrofe. Je hebt namelijk ramptoeristen. Er zijn dus mensen die er geweldig van genieten om andere mensen (=wij in dit geval) kei letterlijk in het stof te zien bijten. Het is nog geweldiger dat er ook mensen zijn die mij dat gewoon laten weten, hoe tof ze het vinden om die verbouwingen van ons te volgen. Ik heb dat graag, gewoon zeggen waar het op staat.

Ik twijfel nog een beetje of dat enthousiasme zich situeert in een soort van leedvermaak, een groot gevoel van herkenbaarheid (hallokes collectieve baksteen in onze maag!) of misschien wel gewoon nieuwsgierigheid. Het maakt me niet uit, ik blijf gewoon “vrolijk” alle zever/stof/miserie de wijde internetwereld insturen. (Ik verwaarloos deze blog soms een heel klein beetje voor dat andere fantastische medium Instagram, maar ik heb er deugd van. En ik probeer zoveel mogelijk dingen te doen waar ik deugd van heb, #sorrynotsorry)

Maar goed. Omdat instastories maar een etmaal blijven leven, probeer ik deze verbouwingsperiode toch ook een iets vastere vorm te geven. Gewoon, zodat we – als het volgend jaar allemaal achter de rug is – nog weten hoe lastig het was. Want ooit gaat het klaar zijn he, dat is nog altijd kei hard het plan.

Haha. Het plan.

Dat ding waarvan je denkt dat het bij jullie wel zal lukken om het te volgen. Think again. Uit grondig wetenschappelijk onderzoek is namelijk gebleken dat er uit elke verbouwkast sowieso lijken vallen. Bij ons was dat vooral de triestige staat van het dak, waardoor elke millimeter van de planning meteen in de container werd gegooid. Een zware streep door het budget ook. Zo dramatisch dat zelfs een winst bij Twee tot de Zesde Macht het niet kan oplossen. (Maar het helpt wel natuurlijk)

Maar goed, we zitten ondertussen wel al een stuk verder. De nieuwe opleverdatum situeert zich nu eind juni. Het is echt wel de bedoeling dat we tegen de grote vakantie niet meer in camping living slapen/wonen/(over)leven. Een slordige drie maanden later dan gepland. De officiële opening was op 4 januari, eind juni zullen we dus echt wel aan een halfjaar zitten. Ik ga het even niet hebben over hoe lastig dat soms is. DAT IS DUS KEI MEGA VERSCHRIKKELIJK LASTIG.

Ondertussen hebben we dus wel nieuwe leidingen op de zolder en de eerste verdieping. Zelfs een ketel. Plus, er is ook al een nieuwe ondervloer in de toekomstige master bedroom. De eerstvolgende werken zijn het plaatsen van de badkamerwanden (dat is een soort kubus in de master bedroom), het plaatsen van de gyproc én het stukken van de overgebleven muren. De stielman die dat ging doen heeft op de nipper moeten afbellen om medische redenen, maar we hebben dus echt in no time (danku Instagram!) een andere gevonden.

Daarna kan de badkamer geïnstalleerd worden, kan ik de gyprocmuren beginnen te schilderen (voor de geplakte muren moet ik nog een jaar wachten), komt de ingemaakte kastenwand (ooit) en kunnen de afvoerwerken op het gelijkvloers beginnen zodat de nieuwe badkamer ook echt gebruikt kan worden. Aangezien camping living daar nu gelegen is, kan daar nu echt niet gewerkt worden zonder een complete mental breakdown. (Want zoals ge weet, is er wel een paar keer per week een halve mental breakdown)

Er is vooruitgang en dat is tof. Het gaat ook echt mooi worden als het klaar is. “Binnenkort” kan ik ook eindelijk beginnen met mijn favoriete stuk: de boel inrichten en decoreren. Al heb ik wel een beetje moeten huilen toen bleek dat schilderen nog niet kan in de toekomstige boys room. Ik had al een compleet Pinterest-plan in mijn hoofd dat nu minstens een jaar in de kast moet. Het zal voorlopig een compleet witte kamer zijn. Jammer voor de jongens, maar dat kunnen we aan.

Wij kunnen nogal veel aan, precies. Veel dingen die de gemiddelde mens niet wil meemaken en waarvan ik hoop dat niemand er ooit door moet. Maar wij doen het wel, samen.

Want Temptation Island is echt geen relatietest hoor. Verbouwen, dat is the real deal.

 

Posted in Thuis en al, Uncategorized | 5 Comments

Er was eens die keer…

…dat Barbara en ik meededen aan Twee tot de zesde macht EN dat we gewoon met de buit naar huis gingen!

Goed nieuws mag ook eens he. Yes please.

Posted in Er zijn zo van die dingen, Want zo ben ik | 5 Comments

Waarom ik wel eens zou willen pissen op het Plaspoort.

Kind en Gezin heeft gisteren het Plaspoort gelanceerd. Het basisidee vind ik goed. Samenwerken met alle ‘instanties’ die betrokken zijn bij het kind, om de zindelijkheidsweg te vergemakkelijken. Daar kan geen mens tegen zijn. Maar de uitvoering en communicatie hebben me serieus op mijn paard gezet. En een dag later zit ik er nog steeds op.

De bedoeling is om peuters tijdig zindelijk te maken. Met ‘tijdig’ wordt de arbitraire leeftijd van 2,5 jaar bedoeld, het moment waarop ze naar school gaan. Het is voor kleuterleiders namelijk niet doenbaar om de hele dag pis en kak van 25 (of meer) kleuters op te kuisen. Volledig terecht.

Ik steun de kleuterleiders. Het is inderdaad niet te doen om 25 (of meer) peuters/kleuters in bedwang te houden als er om de haverklap eentje met een natte broek zit. Maar ik vind het wel onredelijk om zindelijkheid te eisen voor een kind naar school gaat. Iemand weigeren omdat de blaascommunicatie nog niet mee is, dat is pure discriminatie. Ik ben dus niet akkoord om schoolrijpheid te koppelen aan blaasrijpheid. Want het schoentje knelt volgens mij ergens anders, niet in de broek.

Tot de leeftijd van 30 maanden is er een wettelijke norm van maximum 8 kinderen per aanwezige begeleider in de kinderopvang. Is het kind echter 30 maanden EN 1 DAG, vervallen deze normen volledig. Vanaf dan is het toegestaan om hen in een overvolle klas te stoppen met één begeleider. Compleet absurd. Zelfs als de hele klas zindelijk zou zijn en zelf zijn poep kan afvegen. Wat trouwens onmogelijk is, want een kind van 30 maanden is motorisch zelfs niet in staat om dat zelf te doen. Ik zie op dat punt ook maar een minimaal verschil tussen poepjes moeten afvegen of er ook nog een pampertje bij aandoen. Beide zijn veel werk, teveel voor twee handen.

Het punt is: er is ondersteuning nodig. Als de klassen zo groot zijn, is er gewoon extra zorg nodig. Dat is pure wiskunde. Daarvoor hoef je geen schuldgevoel bij ouders te leggen, die nog maar eens verweten worden te lui te zijn om hun kind zindelijk te maken.

(Sidenote: op vaste tijden gaan plassen en klassikaal een grote boodschap leggen, lijkt me bijzonder handig. Helaas ook behoorlijk schadelijk. Ik heb op mijn 35ste nog steeds problemen met spijsvertering en heb al plastraining moeten volgen. De kiem daarvan is mogelijks al heel vroeg gelegd, ergens in (of naast) een potje)

“Maar 40 jaar geleden gingen de kinderen wel zindelijk naar school”, hoor ik u denken. Dat klopt, ik vind het zelfs bijna logisch. Tijden waren anders, kleuterklassen ook. Het was toen bijvoorbeeld nog niet compleet ondenkbaar om één van beide ouders volledig thuis te laten zijn om te zorgen. Je weet wel, dat concept waar veel mensen (ooit kind geweest) op lange termijn wel beter van zouden worden, maar dat helaas geen economische waarde heeft. Want zorgen voor de kinderen én dus niet op de arbeidsmarkt zitten, kost alleen maar geld (ipv dat het iets opbrengt). Op de korte termijn toch. Maar de korte termijn is de plek waar we helaas al ettelijke legislaturen in vast zitten.

Vijftien weken nadat je een kind op de wereld hebt gezegd, word je weer op de werkvloer verwacht. (Ik weet dat er systemen bestaan om dat een beetje te verlengen. Maar de economie blijft er steeds aan voorbij gaan dat we in se een zoogdier zijn. Maar dat is allemaal nog een andere discussie)

Het echte zindelijkheidsschoentje knelt volgens mij dus vooral in de kleuterklas, die veel te vol zit. Uiteraard kan je er van zoveel kinderen geen pis en kak bijnemen als kleuterleider, maar dat betekent niet dat je als Kind en Gezin de schuld alweer bij de luie ouders van vandaag moet leggen. Of nog erger, de druk bij de kinderen die nog geen rijpe blaas en sluitspier hebben. (Het kan trouwens echt gevaarlijk zijn om het te forceren, met blijvende schade tot gevolg)

Met het plaspoort is het de bedoeling om het potje al vanaf anderhalf jaar aan te bieden. Dan heb je toch een jaar de tijd om je kind zindelijk te maken. Dan moet je wel een heel slechte ouder zijn als het tegen die tijd niet lukt. Toch?

Het houdt eigenlijk weinig steek om hier mijn twee eigen ervaringen tegenover te plaatsen, want daar is absoluut geen wetenschappelijke achtergrond voor. Maar ik doe het bij wijze van anekdote toch even kort.

Kind 1 was absoluut niet zindelijk toen hij naar school ging. Ik voelde me daar verschrikkelijk slecht over, maar gelukkig wachtte een fantastische juf die gewoon zei “Chill. Komt goed.” Het was trouwens niet dat we niet voldoende geoefend hadden, wel integendeel. Er was gewoon geen klik. Die kwam precies drie maanden later. Van de ene op de andere dag ging de pamper uit, dag en nacht. Het kind was mee en droog. Al gebeurden er nog heel veel plasongelukjes, echt heel veel. Ik ben dankbaar dat mijn kind daarom niet berispt werd, maar gewoon verschoond. Met liefde.

Kind 2 was semi-zindelijk toen hij naar school ging. Voor pipi al een tijdje droog (op eigen aangeven), voor de grote boodschap een ramp. Ik bezorgde zijn juf daarom in de eerste week al een halve breakdown, maar een week later konden we er goed om lachen. Hij was ook ’s nachts direct droog voor pipi, maar heeft om het cru te zeggen nog tot zes maanden daarna elke keer in zijn broek gekakt. Elke keer. Het potje was altijd een constante aanwezige in onze badkamer, voor pipi ging hij er op een dag zelf opzitten en deed zijn ding. Hij was toen ongeveer twee jaar. (Bij de oudste net zo, maar die snapte het concept echt niet) Pas een jaar later volgde ook de communicatie met de sluitspier. Zelden een pipi accident, maar echt heel veel kak opgekuist.

Ik pleit dus niet voor nog wat extra druk op de schouders van jonge ouders. Want een kind wordt zindelijk wanneer het daar klaar voor is, niet wanneer de arbitraire schoolbel voor het eerst luidt.

Ik pleit ook voor meer ondersteuning in de kleuterklas. Zodat juffen en meesters kunnen doen waarvoor ze zijn opgeleid, ondersteund door kinderverzorgers die voor dat andere deel zijn opgeleid. (Werd er daarvoor gisteren niet gestaakt onder andere?)

Ik pleit ervoor om het kind vooral niet nog wat extra druk op te leggen. Ze/we MOETEN al zoveel. We lijden daar massaal onder (ik neem hier even een veel te korte bocht naar de hoge burn-outcijfers), maar leren er blijkbaar niet uit.

Ik vind het redelijk schandalig dat Kind en Gezin – dat vorige week nog adviseerde om zeker niet voor de leeftijd van twee jaar met potjestraining te beginnen – nu toetert om er vanaf 18 maanden de zweep op te leggen. Ik werd echt woest toen ik het item zag in het nieuws. (Misschien en zelfs waarschijnlijk niet bedoeld door Kind en Gezin, maar ze missen serieus wat krediet. Te veel pijnlijke verhalen.)

Maar ik wil natuurlijk gewoon te veel. Dat is de ziekte van mijn generatie, wij willen het allemaal. Ik wil alleen echt niet dat ‘bovenaf’ zich bemoeit met de zindelijkheid van mijn kind.

Shit zeg. (Pun intended)

Posted in Basiel, Felix, Kind en gezin | 40 Comments

Een halfjaar docent.

“En, hoe is het nu op je werk?”. Dat is een vraag die ik echt heel vaak krijg. Mensen durven dat nog net te vragen. Misschien omdat het de echte vraag een beetje uit de weg gaat. Hoe is het nu? Na (voor mij nog steeds eerder tijdens) alles?

Ik was het zelf uit het oog verloren, maar de zes maanden-grens is eind februari gepasseerd. Zes maanden in een compleet ander (werk)leven. Zes maanden in een compleet andere omgeving. Er is maar één ding onveranderd gebleven: mijn liefde en passie voor radio.

Ik kan oprecht zeggen: goed.

Ik ben volledig uit mijn comfortzone moeten stappen, ik heb me serieus moeten omscholen, ik heb echt moeten studeren. Nog elke dag eigenlijk, want elke nieuwe schooldag is er eentje die ik nog niet heb meegemaakt. Elke dag is een eerste keer van die les. Van dat project. Van dat examen. And so on. Veel dingen gaan al een stuk sneller en beter dan een paar maanden geleden, bepaalde stukken zijn nog altijd flink zwoegen. Maar ik heb het wel min of meer onder controle, denk ik.

Het is fantastisch om met jonge gasten te werken. Vroeger kreeg ik wel eens een fanmailtje of een sms, maar nu is de feedback direct. Je hebt je publiek mee, of je bent het kwijt. Het vooraan in de klas staan doceren en oreren ligt me niet zo, ik voel me het best in mijn sas als coach. Mijn favoriete momenten zijn echt als we samen leren door te doen. Howest heeft daarvoor gelukkig een fantastisch medialab ter beschikking met een heuse radiostudio: Quindo.

Ik probeer echt iets te beteken voor die gasten. Mijn kennis en ervaring door te geven, hen zelf te laten inzien hoe ze verder geraken, samen mooie dingen te bereiken. Er zijn al momenten geweest dat ik immens fier was op hen, en ik heb met die bende studenten ook al serieus wat lol gehad.

Ik geef uiteraard de radiovakken, maar net zo goed cursussen die ook voor mij helemaal nieuw zijn. Dit semester zit bijvoorbeeld ook ‘Actualiteit’ in mijn pakket, waar ik me kostelijk mee amuseer. Het eerste uur krijgen ze een actuatest en bespreken we die uitvoerig, het tweede uur bespreken we meestal een groter actueel dossier. Het eerste semester heb ik zelfs les gegeven in het Engels, aan Belgische én internationale studenten. Een serieuze challenge, maar het voelt wel goed om mezelf nog eens stevig uit te dagen.

Eén van die internationale studenten schreef me zelfs een brief, met de hand en de mooiste woorden. Ik mag dan wel geen mensen meer wakker maken via de radio, ik heb toch alvast voor één iemand een klein verschilletje gemaakt. Dat doet deugd.

Ik vind het heerlijk om grotendeels zelf mijn werk te regelen. Ik hang natuurlijk vast aan de lesuren, maar al het werk dat er daarnaast bij komt kijken, kan ik deels op mijn eigen momenten doen. Dat is vaak in het weekend en vooral in de vakanties, maar dat is ok. Dat ritme zorgt ervoor dat ik het nu toch kan volhouden, want ik kan me soms even verstoppen als het verdriet te groot wordt.

Ik probeer er altijd voor de studenten te zijn. Zowel voor educatieve issues, als voor de dingen daarnaast. Hen afleveren tot gewapende journalisten, hen zien groeien over die drie jaar, hen begeleiden – dat voelt echt goed. Ik hoop vooral dat zij er ook iets aan hebben. Het is een klein beetje zoals met je eigen kinderen. Er zijn momenten dat je ze wel eens achter het behang zou willen plakken, maar er zijn ook momenten dat ik hen heel graag stevig zou willen knuffelen. Maar dat zou nogal awkard zijn (zowel het knuffelen als het behang), dus ik hou me in.

Ik mis de studio wel verschrikkelijk. Bijna alle andere omstandigheden zijn veel beter (hartjes voor mijn fantastische team), maar het missen van de studio en creatieve vibe snijdt elke dag door mijn hart. Er zijn bovendien zoveel slechtnieuwsbommen op ons gedropt, dat het gewoon echt moeilijk is om me staande te houden. Ik kan er nu geen dingen bijnemen, maar ik hoop ooit echt weer genoeg energie te hebben om on the side mijn creativiteit terug te vinden. Ik droom weer van het podium, theater, meer stemmenwerk, schrijven, podcasts. Misschien ooit, als het niet meer elke ochtend voelt alsof er een trein over mijn hart is gereden.

Maar goed dus, het gaat goed. Ik hoop oprecht dat ik ook volgend jaar nog voor de klas mag staan. En het academiejaar daarna.

Onlangs zei iemand dat ik toch echt fier mag zijn op mezelf. Dat ik trots mag zijn op hoe ik deze nieuwe uitdaging onder al die omstandigheden blijf aangaan. En nog wat dingen.

Maar daar kan ik kort over zijn. Ik ben alle fierheid in mijn lijf verloren op het moment dat er een C4 in mijn handen werd geduwd.

Nog altijd een open wonde.

Wel eentje waar toffe studenten en collega’s af en toe wat zalf over smeren.

Posted in Werk | 9 Comments