Maandbrief 4 (en 7)

Lieve Rosalie,

Ik moet beginnen met me te excuseren. Want waar ik voor jouw broers trouw elke maand een brief heb geschreven, is dit nog maar het tweede exemplaar voor jou. Ik heb wel wat argumenten: je gekke leeftijdsberekening en de gekke Coronatijden. Maar toch: een welgemeende sorry.

Want hoe oud ben je nu eigenlijk? Voor mij is dat heel duidelijk. Ik kijk alleen naar jou als een baby die op 19 december verwacht werd. Naar ontwikkeling toe ben je dus een kindje van bijna vier maanden. Maar je bent vandaag wel al zeven maanden bij ons. We kunnen eindeloos praten over die heel bijzondere en veel te vroege start, maar ik heb het liever over vandaag.

Want wat een zotte madam ben jij! Op zoveel vlakken. Je bent echt een zotte doos, want je lacht/kirt/schatert/kraait het hele huis bij elkaar. Ere wie ere toekomt: wij worden hier allemaal geweldig goed gezind van jou. Het moment dat je ‘s morgens je ogen opendoet, verschijnt daar meteen een verpletterende glimlach. En hupsakee, wij zijn allemaal gesmolten. Zo hard gesmolten dat ik de staccatoslaap (bijna) meteen vergeten ben.

Je bent ook echt een straffe madam. Want ja, we hebben laatst nog eens een weekje Jan Palfijn geboekt om een longontsteking te verslaan. Maar dat heb je alweer met verve gedaan. Ik ging binnen met een zielig kindje (het was toen echt heel moeilijk om je aan het lachen te krijgen) met een saturatie van 70 (paniek), maar twee antibioticaspuitjes later (vond je heel lekker trouwens) was je alweer je vrolijke zelve. Het was intens om je weer met een neusbrilletje te zien, maar het was ook best gezellig met ons tweetjes. Bezoek was niet toegestaan, dus heb ik al mijn aandacht aan jou gegeven. Daarna kon je weer heel wat nieuwe trucjes, zou het er iets mee te maken hebben?

Bij je broers heb ik nooit gekeken naar wat ze op een bepaalde leeftijd hadden moeten kunnen. Ik maakte me daar geen zorgen in, ieder kind op zijn eigen tempo. Maar bij jou is dat natuurlijk wel een beetje anders. Het is niet dat ik per se wil vergelijken, maar het is wel belangrijk om op tijd in te grijpen als we een achterstand ontdekken. Zo heb ik net nog gebeld met de bobath-kinesist om jouw vorderingen te bespreken. Want je kan ineens supergoed je hoofdje opheffen en je maakt bijzonder veel aanstalten om te rollen. Dat gebeurt nog een beetje te veel vanuit overstrekking, maar is ook niet helemaal abnormaal. Eigenlijk zit je nog altijd vrij goed op schema, wat misschien normaal aanvoelt, maar eigenlijk een geweldige prestatie is.

Normaal gezien hadden we volgende week een afspraak bij het Centrum voor OntwikkelingsStoornissen (kortweg COS), maar ik vrees dat die uit veiligheidsoverwegingen zal worden uitgesteld. Dat is een dubbel gevoel, want ik wil heel graag horen hoe ver je staat. Waar we ons wel of niet aan moeten verwachten. Maar tegelijk blijf ik graag nog een beetje met jou en de rest van ons gezin in deze quarantainebubbel.

Want jij hebt natuurlijk geen flauw benul van het feit dat je een Coronababy bent. Dat je eerste maanden een beetje anders verlopen dan gepland. Maar – net als voor de jongens – denk ik dat het voor jou een zegen is. Lekker dicht bij ons, lekker veel tijd om te wortelen. Gelukkig mogen wij nog volop knuffelen want je bent verdorie zo schattig dat het een uitdaging is om je personal space te geven. In dat departement: bedankt dat je me dat ’s nachts al iets vaker geeft. We liggen maar op een halve meter van elkaar, maar dat is toch iets comfortabeler dan met een baby van ongeveer 6kg op mij. We slapen nog niet echt als een roosje ‘s nachts , maar Rome is ook niet op een dag gebouwd.

(Al hadden we vast al het Colosseum als we met jouw kakapampers zouden bouwen)

Kus,

je mama

This entry was posted in Dotje, Liefde. Bookmark the permalink.

7 Responses to Maandbrief 4 (en 7)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *