Ze moesten eigenlijk al slapen. Ik ging naar boven om was in de kast te leggen en was op de trap getuige van een geanimeerd broergesprek. Ze hadden mij en mijn wasmand niet gehoord, dus ik sloop stiekem nog wat dichterbij. 


Er gingen grapjes over en weer tussen het bovenste en het onderste stapelbed, maar plots ging het gesprek een serieuzere kant op.


Onze twee jongens hangen serieus aan elkaar, maar hebben helaas niet op hetzelfde moment speeltijd. Een schooldag is net te lang om elkaar te missen, dus proberen ze bij de wissel snel een dikke knuffel te stelen. Vooral Felix heeft daar een enorme nood aan en kan flink verdrietig zijn zonder die middagse omhelzing.  Die dag was het misgelopen. Dus bedachten ze samen een plan, voor als het knuffelmoment nog eens zou mislukken. Basiel vertelde dat Felix gewoon naar zijn klas mocht komen. 


“Nee, je moet echt geen schrik hebben. Dat zijn mijn vrienden. Die gaan je niet uitlachen.” 

“Weet je Basiel, E. die vindt mij zelfs schattig.” 


“Ja, en ook O., T. en D. vinden je heel lief. En de rest ook hoor. Kom de volgende keer gewoon naar mijn klas en dan geven we daar een knuffeltje?” 


Ik stond aan de deur te luisteren en mijn hart was veel te klein. Hun gezellige gebabbel was te schattig voor woorden, maar ook de inhoud was zo puur. Het zijn moeilijke tijden voor ons allemaal, ook voor hen. En ook al zijn ze nog maar 4,5 en 7, ze zoeken echt troost bij elkaar. Ze weten nu al dat nabijheid en knuffels een grote opladende kracht hebben. Slimme, warme kerels. 


Daar aan de deur van hun slaapkamer rolde er een traan over mijn wang, terwijl ik tegelijk probeerde om zo stil mogelijk te giechelen. 


Om mijn slimme, warme kerels. Die hopelijk ook plannetjes zullen beramen om hun kleine zusje (*ooit*) de nodige knuffels te bezorgen.