Het is donderdag.

De dag die op zaterdag onhaalbaar leek.

De dag die ons ontslaat van de zware mentale last om over leven en dood te beslissen.

De dag die staat voor de mijlpaal van 26 weken zwanger.

Ik lig hier nog, dat is op zich een wonder. Uit de berichten die we zaterdag en zondag hoorden, sprak weinig hoop. Maar blijkbaar hebben we 48 cruciale uren overleefd zonder in arbeid te schieten, dat was belangrijk. De conclusie blijft hetzelfde: elke dag is een dag gewonnen. Elke dag dat ze in mijn buik blijft, is een extra kans op (goed) overleven.

De steun, de berichtjes, de online kaarsjesbrigade die op gang is gekomen doet ons zo-veel deugd. Ik geloof ook echt dat het ons tot deze donderdag heeft gebracht, al die duimen. Het voelt alsof we een klein beetje gedragen worden. Het blijft allemaal verschrikkelijk moeilijk en onzeker, maar ik houd zo lang mogelijk vol.

Want niemand weet wat de toekomst brengt. Terwijl ik dit schrijf, ben ik stabiel, maar dat kan elk moment omslaan. Een aantal parameters zijn daarbij belangrijk: het vruchtwater verlies dat ik heb is helder, geen bloedverlies, geen weeën, geen infectiewaarden en een baby die het goed doet op de monitor. Dat is de definitie van stabiel. Zodra daar iets mee gebeurt, verandert de situatie onmiddellijk.

Zou het kunnen dat ik hier nog weken op deze manier lig? Dat zou een mirakel zijn, maar dat zou wel echt kunnen. Dus stop aub niet met duimen en hopen, want elke dag brengt ons zoveel dichter bij Dotje.

Ik ben nog niet aan vervelen toegekomen, daarvoor is de situatie veel te heftig. De emoties vliegen nog veel te fel de ziekenhuiskamer rond. Ik probeer de zorgen van me af te zetten: werk en toekomst, hoe het thuis draait, wat dit financieel betekent, wat een impact het heeft op onze geweldige jongens. Maar er wordt goed voor ons gezorgd.

Elke nacht slaapt er iemand bij ons thuis, zodat Tom hier kan slapen of direct weg kan als er ’s nachts iets zou gebeuren. Dat is een puzzel die we dag per dag leggen, want niemand weet hoe ver in de toekomst we mogen kijken. In het beste geval nog enkele weken. Maar het doet zelfs raar om dat uit te spreken. We leven op hoop, maar ook met enorme angst.

Ik mag uit bed ‘voor de was en de plas’. Ik mag dus naar het toilet gaan (wat elke keer een horrormoment van angst is om wat je in je broek gaat vinden), ik mag mij af en toe douchen. Mijn vliezen zijn toch al gebroken, dus dat kunnen we helaas niet meer tegenhouden. Ik mag ook bezoek ontvangen, maar alleen als dat gezond is. Geen snottebellen dus, om alle infectiegevaar te vermijden.

Dit is heel vreemde situatie, maar ik denk dat we hier in de best mogelijke handen zijn. Ik begin al wat gezichten te kennen, we beginnen de routines van de dag en zelfs de week te kennen. We kunnen alleen maar hopen dat ik hier over een paar weken nog altijd lig en mezelf stront verveel.

Ondertussen moet ik vooral rustig blijven. Alle stress vermijden. De wereld is heel klein geworden, het draait echt alleen nog maar om mij en Dotje. Ik moet zelfs mijn andere kinderen redelijk hard uit handen geven, dat is fucking moeilijk. Maar het is ook geen keuze, alles voor hun kleine zus.

Het is al donderdag.

De dag die onhaalbaar leek.

De dag die het deurtje naar de hoop een klein beetje verder open zet.

Meestal gewoon de dag na woensdag, maar voor nu altijd een mijlpaaldag.

Op naar morgen. In de verte dromen we zelfs al van volgende donderdag.

Bedankt allemaal, voor het medeleven. Van ons allemaal.

This entry was posted in Dotje. Bookmark the permalink.

46 Responses to Het is donderdag.

Leave a Reply to Liesbeth Verelst Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *