Een kinderwens is iets heel egoïstisch. Het is niet alsof je de wereld een plezier doet met nog wat extra belasting. Maar tegelijkertijd – en ironisch genoeg – verplicht een kind je om de meest altruïstische kant van jezelf naar boven te halen.

Een kinderwens is iets heel sterks. Vermoedelijk omdat er een soort biologische dwang achter zit, al zijn er (gelukkig) ook mensen die bewust kinderloos zijn. Ik heb daar onwijs veel respect voor, want die drang om te baren is heel mijn leven prominent aanwezig geweest. Mijn hart gaat ook uit naar alle mensen bij wie het om de een of andere reden niet (meteen) lukt. Ik weet oprecht niet of ik zo’n drama te boven zou komen.

Het is ongeveer het enige wat mijn hele leven als een paal boven water stond. Ik wilde moeder worden, van een groot gezin. Ik heb nog veel andere ferme dromen die heel dominant kunnen zijn (radio maken bijvoorbeeld), maar een kinderwens is toch nog een pak straffer.

De zoektocht naar de juiste vaderfiguur in dit verhaal was hobbelig en bij momenten afgrijselijk pijnlijk. Maar ook wel wonderlijk. Want het moment dat Tom in mijn leven wandelde, voelde ik plots aan elke vezel dat hij de man was. Dat ik mijn baarmoeder aan hem wilde toevertrouwen en voor de rest van mijn dagen naast hem wilde wakker worden.

Dat gevoel bleek gelukkig wederzijds en anderhalf jaar na ons eerste oogcontact lag er een brok geluk tussen ons. Over een tweede kind was nooit discussie, het stond voor ons allebei vast dat we Basiel een broer/zus wilde schenken. En zo kwam de ooievaar nog een keertje, met Felix.

Twee kindjes is eigenlijk uit de boekskes. Ze hebben veel aan elkaar (dat is hier echt een understatement, die twee zijn zot van elkaar). Het is nog overzichtelijk, in nood is er voor elk kind een ouder. Je kan ze al eens te logeren leggen om in elkaar (als koppel) te investeren. Het is werkelijk picture perfect.

En toch.

Je moet wel gek zijn om dat evenwicht te willen verstoren. We zijn door de moeilijke jaren (die er hier extreem zwaar hebben ingehakt met de slaapproblemen van Felix), we hebben geen verhuiswagen meer nodig als we ergens naartoe gaan, de pampers liggen stof te vergaren. Iedereen kan praten en duidelijk maken wat het probleem is. We zijn klaar voor de volgende fase in het gezinsleven.

En toch.

Ons huis is niet echt voorzien op meer dan twee kinderen. We hebben ook maar één badkamer en één wc (wat nu al te weing is eigenlijk), een doorsnee auto krijgt geen drie kinderstoelen op de achterbank. We zijn verlost van de crèchekosten en kunnen ze allebei op dezelfde plek afzetten ’s morgens. Alles is veel simpeler.

En toch.

Het voelt voor mij niet compleet. Op het moment dat Felix geboren werd en het bloed nog in het rond spatte, dacht ik onmiddellijk: dit wil ik nog eens doen. De hele zwangerschap, borstvoeding en babyperiode probeerde ik mezelf te overtuigen dat het allemaal de laatste keer was. Maar dat lukte niet, omdat er een diep verlangen is naar nog een kindje. Omdat mijn lijf het allemaal nog eens wil doen. Omdat onze tafel nog niet vol genoeg zit.

Als ik zeg dat ik nog een derde kind wil, denkt iedereen dat ik eigenlijk gewoon een dochter wil. Ik begrijp waar dat vandaan komt, maar het is helemaal niet waar. Ten eerste: ik ben er van overtuigd dat wij tot het peterschap van koning Filip kunnen doorgaan, een derde kind zou gegarandeerd opnieuw een jongen zijn. En nu ga ik iets zeggen wat niemand gelooft: dat is helemaal ok. Ten tweede: het feit dat ik nog een kind wil, staat volledig los van mijn verlangen naar een dochter. Dat is misschien moeilijk om te vatten, maar toch is het zo.

Dat ‘derde’ is iets wat de laatste jaren bijna constant mijn gedachten beheerst. Ik probeer de knop uit te zetten, maar het lukt niet. Het is alleen maar iets in mijn hart, want mijn verstand zegt dat het nu al druk genoeg is.

En toch.

In mijn hart is nog zoveel plaats. Mijn hoofd weet dat twee eigenlijk wel genoeg is, maar mijn hart is gewoon niet akkoord. Ik probeer het af te sluiten, want voor de liefde van mijn leven is hoofd, hart en vooral ‘praktische kant’ vol. Een derde kind is vooral een verlangen van mij, niet echt van hem. Tenzij we de hele babyperiode kunnen overslaan, dan wordt hij al enthousiaster. Maar het is iets waar het hele gezin voor de 100% moet achter staan, dat is alleen maar fair.

We praten. We geven elkaar daarin zoveel mogelijk ruimte. De beslissing is nog niet met 100% zekerheid gevallen.  (Lees: Er is nog een klein beetje hoop) Maar toch vind ik het echt moeilijk, en pijnlijk. Ik doe elke dag mijn best om afscheid te nemen van het grote gezin in mijn hart. Maar voorlopig lukt dat niet echt geweldig goed.

We hebben nog een zolder vol babyspullen waar ik geen afstand van kan doen. Ik ben er echt niet klaar voor om op mijn 33ste het hoofdstuk ‘kinderen krijgen’ af te sluiten. (Hoe doe je dat ook?) En dromen, dat geen kwaad zeker?

Hoe zeggen ze dat? Zeg nooit nooit…

 

(Nog mensen met dat gevoel?)