Soms vraagt een mens zich af.

Het is voorzekers meer dan tien jaar geleden, ik was echt nog piep. Ik voelde me nochtans al helemaal Gentenaar, maar de waarheid is dat ik gewoon een of andere kotstudent was. De officiële verplaatsing van mijn domicilie naar de stad van mijn hart zou in ieder geval nog een paar jaar duren.

Ik was ooit al eens op hem afgestapt. Dat was op een strand in Wenduine en ik voelde me twee minuten later al schuldig dat ik een BV in zijn zwembroek had lastig gevallen. Geen topgesprek, zo met zand tussen mijn tenen. Ik liep ‘em ook wel eens tegen het lijf. Want dat gebeurde gewoon. Wie zich door Gent bewoog, kwam Luc De Vos tegen.

Het was op een of ander evenement van De Vooruit dat we echt aan de babbel geraakten. Hij had het geniale idee dat ik wel eens op zijn zoon zou kunnen komen babysitten. Misschien was hij gewoon aan het flirten, misschien was hij mij eigenlijk een beetje aan het uitlachen. Het kon me niet veel schelen. Ik was aan het praten met Luc De Vos. DE_LUC DE VOS. In mijn boek toch wel een held.

Ik had die zomer op de Beestenmarkt nog de longen uit mijn lijf geschreeuwd. Ik stond met mijn toenmalig lief helemaal melig te doen, want er waren maar weinig dingen die mij toen zo konden wegblazen als Gorki. Die cd met de bruine koe op de cover, kende ik beter dan mijn broekzak.

Ik praatte met hem over mijn dromen. Dat ik zo graag voor de radio wilde werken. Dat ik nu wel Germaanse talen aan het studeren was, maar dat ik eigenlijk gewoon de hele dag voor een microfoon wilde babbelen. Hij kon goed praten over dromen, het was een fijn gesprek.

Op het einde zei hij – met een geweldig Wippelgems accent – dat hij niet dacht dat het me ooit ging lukken. Meiske toch, met dat accent ga je nooit bij de radio kunnen beginnen. Dat zei hij tegen mijn noggroenachterdeoren studerende zelve, en de woorden jogden nog dagen lang door mijn gedachten.

Toen ik dik twee jaar geleden op internet zag verschijnen dat jij was overleden, hoopte ik eerst dat het een wansmakelijke hoax was. “Ooit was ik een soldaat”, ja, maar ik wilde roepen dat jij nog altijd een soldaat moest zijn. Niemand gaat verloren, komaan Vos. Maar de dagen daarna bleek dat het echt waar was. Het kon niet, maar het was waar.

Afgelopen zondag liep ik door de Bourgoyen, met Gorki in mijn oren. Ik moest denken aan die keer dat je zei dat ik nooit voor de radio ging kunnen werken, vanwege mijn verschrikkelijke accent.

IMG_5495

Ik keek naar boven. Ik zei, Luc, verdomme toch. Het is me wel gelukt. En ik ben een content mens dat ik je af en toe kan draaien.

Maar die komedie heeft nu lang genoeg geduurd he, kom je weer naar beneden?

 

This entry was posted in Er zijn zo van die dingen, Gent. Bookmark the permalink.

5 Responses to Soms vraagt een mens zich af.

  1. Eilish says:

    De comedie blijkt een tragedie te zijn.
    Maar ik denk dat Luc blij zou zijn dat je droom uitgekomen is!

  2. Iris says:

    Aja, ik was daar bij, die keer dat je met je felle mond een praatje ging slaan in de Vooruit en ik daar veel te gegeneerd/verlegen voor was. Spijtig wel nu. Dat Wavers accent is gelukkig al wat vervlogen 🙂

  3. Joke says:

    Hier wordt zijn muziek vaak opgezet. De zoon van 3 is grote fan van Lucske. Hij herkent al enkele nummers bij de eerste noten.
    Op een klein festival dronken we ooit pintjes met Luc en hielpen onze mannen zijn tent opzetten, want dat lukte hem niet zo goed. Fijne herinneringen.

  4. Charlotte says:

    Een vriend van mij kroop vroeger regelmatig op een kruk met een microfoon om dan het geweldige nummer Mia te zingen. Niet dat hij echt kond zingen maar hij kon het toch verkopen na de nodige dosis bier. We genoten allemaal van Luc zijn prachtige nummers. Wat een gemis… En ik kende hem niet eens persoonlijk

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *